KABP, één element binnen een breder onderwijsbeleid rond armoede…

Vrijdag 8 januari 2021 werd het Kinderarmoedebestrijdingsplan van de VGC voor de periode 2021-2025 (met ook een luikje onderwijs) besproken in de Raad van de VGC.   Binnen dit plan zet onderwijs in op kleuterparticipatie via het versterken van de communicatie tussen school en ouders (in kwetsbare situaties). Voor alle duidelijkheid, armoede is de verantwoordelijkheid van verschillende sectoren en beleidsniveaus, en dit plan is dan ook maar een klein element binnen een veel breder beleid rond armoede in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.

Kinderarmoedebestrijdingsplan van de VGC voor de periode 2021-2025

Het kinderarmoedebestrijdingsplan bestaat uit een uitgebreide omgevingsanalyse en 4 doelen: 
(1) Uitbouw van het Huis van het Kind Brussel, dat zorgt voor een geïntegreerd, lokaal aanbod aan preventieve gezinsondersteuning met bijzondere aandacht voor gezinnen in kwetsbare situaties;
(2) Verhogen van de toegankelijkheid van de kinderopvang van baby’s en peuters;
(3) Verhogen van de kleuterparticipatie in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel;
(4) Versterken van de kennis en dynamieken rond kinderarmoede en de bestrijding ervan in Brussel.

Aanvullend op dit plan, wil ik hier een kort overzicht geven van het breder VGC-onderwijsbeleid rond armoede…

De VGC heeft in de subsidies voor onderwijs systematisch aandacht voor kinderen en jongeren die opgroeien in (kans)armoede: enerzijds door de inhoud van de subsidie (bv. subsidie om opvang voor de ouders betaalbaar te houden) en anderzijds door verhoogde tegemoetkomingen op basis van leerlingenkenmerken.  Daarnaast zijn  er ook specifieke, al dan niet tijdelijke subsidies die inspelen op actuele noden. Zo is er sinds september 2020 een subsidie van kracht om scholen de mogelijkheid te geven tussen te komen in de schoolkosten van kwetsbare gezinnen.  In het kader van corona werden extra subsidielijnen gecreëerd (bv. computers voor kansarme leerlingen). Verder worden ook organisaties en projecten gesubsidieerd, zoals bijvoorbeeld het scholenproject van Brusselleer of het project Connect van Solidariteit voor het Gezin, die een belangrijke rol opnemen in het ondersteunen van kwetsbare ouders.

Aandacht voor armoede is een kernthema in de ondersteuning van het Onderwijscentrum Brussel (OCB) van de VGC.  In 2016 werd een armoedeconsulent (opgeleide ervaringsdeskundige in de armoede) aangeworven binnen het OCB-team. Deze persoon ondersteunt in de eerste plaats het eigen team van onderwijsondersteuners omtrent armoede en onderwijs, maar gaat ook aan de slag met scholen.  Verder voorziet het OCB voor schoolteams ondersteuning op maat, maar ook vorming en intervisie.  De armoedeconsulent ontwikkelde een Leerpad armoede dat leerkrachten zelfstandig kunnen verwerken om hun inzichten en vaardigheden over armoede en onderwijs aan te scherpen.  Recent startte OCB ook een samenwerking op met STOS (Samen Tegen Onbetaalde Schoolfacturen). De onderwijsondersteuners van het OCB zullen nog dit schooljaar een vormingstraject volgen bij STOS om zo zelfstandig dit thema te kunnen opnemen in hun schoolbegeleiding. Zo zal het bereik van STOS in Brussel versterkt worden.

Meer info

Kinderarmoedebestrijdingsplan 2021 – 2025

Brede School en Urban Education

De Brede School kan een cruciale rol spelen bij het ontwikkelen en het versterken van grootstedelijk onderwijs. Vooraf wil ik graag eerst even kijken naar het breder kader. We doen wel van alles in onderwijs en brede school, maar vaak vergeten we een meer fundamentele vraag: Waartoe dient het?  Waarom is er zoiets als onderwijs, school, brede school?  Wat is het eigenlijke doel?

Biesta vertaalt dit in 3 belangrijke luiken: kwalificatie, socialisatie en subjectivering.

  • Bij kwalificatie kunnen leerlingen zich kennis, vaardigheden en competenties eigen maken die ze nodig hebben om te kunnen deelnemen aan onderwijs, de samenleving en voor het functioneren in het latere beroepsleven.
  • Bij socialisatie worden leerlingen voorbereid op hun leven als lid van de samenleving. Ze maken kennis met maatschappelijke tradities, gewoontes en omgangsvormen (sociaal, politiek, cultureel, professioneel). Leerlingen maken kennis met de normen en waarden om succesvol te kunnen samenleven in diversiteit.
  • Bij subjectivering of persoonlijkheidsontwikkeling gaat het over de vorming van de persoon, de ontwikkeling van zijn eigen identiteit, zijn autonomie en verantwoordelijkheid, het ontdekken van zijn drijfveren en passies: wie ben ik, wat kan ik, wie wil ik zijn.

Vanuit dit drievoudig doel van onderwijs moeten leerkrachten in Brussel stadsleerkrachten worden die aan de slag gaan vanuit de inzichten over Urban Education. Hoe kunnen brede scholen hierbij helpen? Hieronder bespreek ik enkele belangrijke elementen van Urban Education…

SUPERDIVERSITEIT

Superdiversiteit gaat over een combinatie en concentratie van diversiteitskenmerken (Crul, 2013). Superdiversiteit ontstaat wanneer de “oude” meerderheid verdwijnt en een verzameling van veel verschillende minderheden ontstaat.  Binnen elk van deze minderheden is er nog eens veel diversiteit aanwezig op verschillende niveaus (sociaal, cultureel, economisch, maar ook opleiding, opvoeding, interesses, verwachtingen,…). 

De Brusselse leerkracht moet deze veelzijdige realiteit leren kennen en begrijpen en moet er mee rekening houden binnen de verschillende rollen van zijn beroepsprofiel. De bredeschoolcoördinator – vanuit de inbedding in de schoolomgeving – kan leerkrachten inzicht geven in deze veelzijdige realiteit.

VERBINDEN MET LEERLINGEN EN OUDERS

Opbouw van kennis over de leerlingen, hun ouders en de leefwereld waarin ze opgroeien, vormt een essentieel onderdeel van een krachtige onderwijsaanpak van de stadsleerkracht.  Het leren relevant, krachtig en effectief maken voor superdiverse klasgroepen, betekent immers dat je leerstof moet kunnen verbinden met de leefwereld, voorkennis, interesse,… van de leerling.

Daarom moet je als stadsleerkracht actief kansen creëren om je leerlingen en de omgeving waarin ze leven en bewegen beter te leren kennen. De bredeschoolcoördinator kan leerkrachten helpen om te verbinden met leerlingen en ouders.

SAMENWERKEN MET DE OMGEVING

Een grootstedelijke omgeving biedt veel kansen door de concentratie van een divers aanbod vanuit verschillende sectoren. Deze rijke omgeving bestaat uit verschillende soorten professionals en vrijwilligers, die elk vanuit een eigen visie, expertise en cultuur met kinderen en jongeren aan de slag gaan.  Er moet daarom geïnvesteerd worden in afstemming, afspraken,… om tot een goede samenwerking te komen. 

Stadsleerkrachten moeten investeren in het verbinden van de klas (binnenschoolse) met het breder netwerk rond het kind of de jongere (buitenschoolse) in functie van een brede, integrale ontwikkeling van de superdiverse leerlingenpopulatie… én hier raken we natuurlijk ook aan de kern van wat brede school in Brussel is.

MEERTALIGHEID EN ARMOEDE

En dan zijn er de twee centrale thema’s als we spreken over Urban Education in Brussel: omgaan met meertaligheid en armoede. Stadsleerkrachten komen dagelijkse met deze realiteit in contact en een brede school kan dan ook niet anders dan aandacht besteden aan deze thema’s in haar visie, maar ook bij het ontwikkelen van concrete acties en initiatieven.

Veel meer hierover kan je lezen in de reeks Urban Education. Hieronder de presentatie bij bovenstaande elementen…

Onderwijs in een gekleurde samenleving (leestip)

Het uitgangspunt en tegelijkertijd de rode draad van het boek ‘Onderwijs in een gekleurde samenleving’ (2020) van Orhan Agirdag, is dat etnische diversiteit in het onderwijs niet noodzakelijk in problemen moet resulteren.

In een eerste luik wordt helderheid gecreëerd rond een aantal cruciale begrippen en thema’s (etniciteit, cultuur en identiteit). Etnische diversiteit creëert heel wat structurele uitdagingen in onderwijs, die sterk met elkaar verbonden zijn: oa segregatie, stereotypen, vooroordelen, verwachtingen, discriminatie, racisme (hier introduceert Agirdag het ‘rad van ongelijkheid’, waarbij racisme het rad centraal aanstuurt). Deze uitdagingen hebben een directe impact op ongelijke leerprestaties.

Vanaf hoofdstuk 3 volgt een heel hoopgevend verhaal om het ‘rad van ongelijkheid’ te doorbreken!

rol van de leerlingen

Eerst worden een aantal aanzetten gegeven om de ongelijkheid te verklaren. De auteur plaatst hierbij deficitverklaringen (= verklaringen vanuit tekorten, gebreken, achterstanden) en systemische verklaringen (= verklaringen vanuit achterstelling, systemen en mechanismen) tegenover elkaar en brengt ze daarna tot synthese via de concepten van economisch, sociaal en cultureel kapitaal (Bourdieu).

Daarna zoomt Orhan Agirdag vanuit wetenschappelijke inzichten in op de rol van intelligentie, taal en religie, waarbij hij aantoont dat die geen probleem, maar net een hefboom kunnen zijn! Hij toont aan dat het meten van intelligentie (IQ) geen neutrale maatstaf is om de capaciteiten van leerlingen te beoordelen. Hij formuleert hier een belangrijk pedagogisch beginpunt: geloven in het kunnen van alle leerlingen! Taal wordt heel vaak naar voren geschoven als dé verklaring voor ongelijkheid in onderwijs. De auteur toont aan dat de taalachterstandshypothese toch wel wat op losse schroeven staat. Taalongelijkheid heeft niet zozeer met etniciteit te maken, maar veel meer met de sociaal-economische afkomst van de leerling. De voordelen van meertaligheid worden vanuit verschillende perspectieven toegelicht. Uit het stuk religie en onderwijsuitkomsten onthoud ik vooral dat dit een heel genuanceerd verhaal is dat in beide richtingen kan werken.

rol van politiek, school en gezin

In dit deel gaat het achtereenvolgens over onderwijsbeleid, schoolbeleid en gezinsbeleid. In het overkoepelend onderwijsbeleid maakt de auteur een onderscheid tussen meritocratie (gelijke start en verder gelijk behandelen) en egalitarisme (streven naar gelijk eindigen). Heel snel zet hij de stap naar schoolbeleid omdat – omwille van de grote autonomie van scholen – het uiteindelijk op dit niveau zal moeten gebeuren. Hij beschrijft 3 diversiteitsmodellen en hun gevolgen: (1) assimilatieaanpak (terugdringen van etnische diversiteit), (2) kleurenblinde aanpak (negeren van etnische diversiteit), (3) pluralismeaanpak (waarderen van etnische diversiteit). Hoe die pluralismeaanpak in de onderwijspraktijk moet vertaald worden, wordt toegelicht aan de hand van 5 dimensies en 4 benaderingen (Banks). Ik som de dimensies hier enkel even op, maar dit deel is ontzettend rijk en bruikbaar om toe te passen in de dagelijkse onderwijspraktijk:

  • dimensie 1: integreren van diverse inhouden (oa gebruik maken van voorbeelden uit diverse etnische groepen)
  • dimensie 2: kennisconstructie toelichten (oa vanuit metaperspectief naar kennis kijken: waar komt deze kennis vandaan?)
  • dimensie 3: vooroordelen terugdringen (oa stimuleren van cross-etnische contacten)
  • dimensie 4: streven naar een pedagogie van gelijkheid (oa inzetten op herstellen van zelfbeeld en zelfwaarde)
  • dimensie 5: empoweren van schoolcultuur (oa schoolcultuur met hoge verwachtingen)

Bij de 4 benaderingen wordt een onderscheid gemaakt tussen oppervlakkige ad hoc benaderingen en meer geïntegreerde structurele aanpakken.

Tenslotte wordt toch nog specifiek ingegaan op taalontwikkeling omdat er zo vaak overlap is tussen sociaal-economische afkomst en anderstaligheid: (meertalige) taalontwikkeling, schooltaalbeleid, meertalig onderwijs, gezinstaalbeleid. Dit deel blijft vrij summier. Hij verwijst voor dit thema dan ook door naar andere auteurs.

Dit boek is geen leestip, maar een must-read voor alle stadsleerkrachten! Met de diversiteitsmodellen, de 5 dimensies en 4 benaderingen, kunnen scholen en leerkrachten zeker concreet aan de slag.

Urban Education 2020, top 10!

2020 was een heel bijzonder (onderwijs)jaar! 

In dit bericht blik ik even terug op de top 10 van mijn blogberichten in 2020.  Opvallend is dat er ook een aantal oudere berichten uit 2019 de top 10 halen: nl. klasmanagement, reeks Urban Education en leesonderwijs in een grootstedelijke context.

  1. Onderwijs in Brussel is… op zoek naar STADSLEERKRACHTEN! #vacature (10 maart 2020): Een oproep om leerkracht in Brussel te worden met een profiel van stadsleerkracht.  Het begrip stadsleerkracht werd in deze blogpost gelanceerd.
  2. Onderwijs in Brussel is… inzicht verwerven in (meertalige) taalontwikkeling! (22 januari 2020): Wat we minimum kunnen verwachten van leerkrachten die met meertalige klasgroepen aan de slag gaan.
  3. Onderwijs in Brussel is… urban education, de grootstedelijke context (1) (5 november 2019): Deel 1 van een 7-delige reeks over Urban Education (ook in het Frans en het Engels)
  4. Onderwijs in Brussel is… racisme aanpakken (met leestip)! (13 januari 2020): Over racisme in onderwijs en het boek van Naïma Charkaoui.
  5. Onderwijs in Brussel is… “worstelen” met klasmanagement! (28 mei 2019): Enkele basisinzichten over klasmanagement in een grootstedelijke context.
  6. Armoede, een leerpad… (10 december 2020): Voorstelling van leerpad armoede en onderwijs van het Onderwijscentrum Brussel.
  7. Lezen, lezen, lezen… (22 oktober 2020): Over verschillende nieuwe leesinitiatieven in Brussel.
  8. Corona en de leeromgeving (thuis)… (10 november 2020): Over het creëren van een krachtige leeromgeving voor alle kinderen, ook in coronatijd.
  9. Onderwijs in Brussel is… elke ket een goede lezer! (10 juni 2019): Over goed leesonderwijs in een grootstedelijke en meertalige context.
  10. Hoge klasbetrokkenheid bij leerlingen met een lage sociaal-economische status (21 augustus 2020): Korte bespreking van de masterproef van Mathilde Pairon (stage bij OCB)

Dank voor je interesse voor het onderwijs in Brussel! Ik wens je een fijn eindejaar en een heel gewoon 2021 !

2020: Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel in BRUZZ…

Ik vind het altijd boeiend om eens te terug te blikken en te kijken op welke manier het Nederlandstalig onderwijs in Brussel het voorbije jaar in de Brusselse media aan bod kwam. Hieronder vind je een selectie van artikels uit Bruzz.

Scholenbouw

Al enkele jaren staat scholenbouw op nummer 1 in de media-communicatie: capaciteitsuitbreiding, renovatie, nieuwe speelplaatsen (zie ook buitenles),… Ook in 2020 was dit opnieuw het geval. Hieronder vind je een greep uit de vele artikels die het voorbije jaar over dit thema werden gepubliceerd:

Corona

Natuurlijk kon ook corona niet ontbreken in dit overzicht. Wekelijks waren er artikels over corona en onderwijs. Enkele voorbeelden:

Ook op deze blog was corona vaak een thema!

Leerkracht in Brussel

Het leerkrachtentekort blijft een uitdaging in Brussel. Er werden dan ook heel wat initiatieven genomen om leerkrachten in Brussel aan te trekken, te houden én extra te ondersteunen. Op 10 maart publiceerde ik een fictieve vacature op deze blog: Onderwijs in Brussel is… op zoek naar STADSLEERKRACHTEN! #vacature. Het werd één van mijn meest gelezen en gedeelde berichten.

Enkele inhoudelijke onderwijsthema’s

Als we spreken over onderwijs in Brussel, dan kunnen de thema’s meertaligheid en diversiteit niet ontbreken…

Meertaligheid
Diversiteit
Onderwijsinnovatie

Wil je nog meer artikels lezen over onderwijs in Brussel? Dan kan dit hier.

Er is geen leerachterstand… #corona

We hebben net een belangrijke examenperiode in het leerplichtonderwijs achter de rug. De resultaten, die we horen vanuit scholen en ouders, bevestigen de vermoedens: bij heel wat leerlingen zijn de resultaten lager dan wat we van hen in normale omstandigheden hadden kunnen verwachten... En dus neen, echt verwonderd zijn we niet, we weten immers allemaal dat de situatie voor iedereen bijzonder was!

En toch… toch spreken we met heel veel verbijstering over de grote leerachterstanden. Kennis die niet verworven is, vaardigheden die niet ontwikkeld zijn. Maar we wisten dit! Dit is normaal! Schoolsluiting, verlengde vakantie, klassen of scholen in quarantaine, leerkrachten en leerlingen afwezig,… zorgden voor heel wat minder onderwijstijd. Preteaching, afstandsonderwijs, voorzorgsmaatregelen in de klas, leeromgeving thuis,… zorgden voor ‘andere’ vormen van instructie, die niet voor alle leerlingen even succesvol waren.  Bovendien waren er ook nog heel wat sociaal-emotionele uitdagingen. Er zijn dus niet zozeer achterstanden, maar het leren werd bij veel leerlingen vertraagd door de specifieke situatie (onderwijstijd, instructie, context, sociaal-emotionele factoren…). Leerlingen in kwetsbare situaties hebben hier het meeste last van.

En neen, dit is geen begrippendiscussie! Leerachterstand betekent remediëren en eventueel heroriënteren.  Als het leren door contextfactoren vertraagd werd, dan moeten we prioriteiten stellen, differentiëren, alternatieve leerpaden aanbieden, extra kansen bieden, compenserende maatregelen nemen,… Voor enkele concrete tips verwijs ik nog eens naar mijn blogpost van de herfstvakantie: Corona en de leeromgeving (thuis)…

Krachtige leeromgevingen, omgaan met diversiteit in de klas (leestip)

…altijd heel fijn om een kwaliteitsvol handboek/leerboek ter hand te kunnen nemen. Het boek “Krachtige leeromgevingen, omgaan met diversiteit in de klas” (2019) van Martin Valcke (met medewerking van Bram De Wever, Tammy Schellens en Ruben Vanderlinde), brengt heel wat cruciale elementen van effectief onderwijs tot synthese. De insteek ‘diversiteit’ maakt het voor stadsleerkrachten en grootstedelijk onderwijs extra interessant. Dit diversiteitsthema staat centraal in module 4 waar oa armoede en meertaligheid aan bod komen.

In het boek doorloop je 6 modules: (1) referentiekader voor krachtige leeromgevingen; (2) visie op leren en instructie; (3) curriculum; (4) diversiteit; (5) onderwijstechnologie; (6) evaluatie.

MODULE 1: referentiekader krachtige leeromgevingen

Dit eerste deel helpt ons bij het ontwikkelen van een bril (‘onderwijskundig referentiekader’) om genuanceerd en gelaagd naar onderwijs te kijken. Het gaat hier oa over de belangrijke onderwijsactoren, didactisch handelen, evidence based, klas-, school en beleidsniveau,…

MODULE 2: visies op leren en instructie

In deze module worden 3 visies op leren (behaviorisme, cognitivisme en contructivisme) verbonden met concrete onderwijspraktijken (bv. feedback, informatieverwerking, samenwerkend leren) en geanalyseerd op basis van onderzoeksevidentie.

MODULE 3: plaats van het curriculum in onderwijs

In deel 3 worden verschillende benaderingen van het curriculum verkend, waaruit blijkt dat curriculumdiscussies bestaan uit onderwijskundige, maatschappelijke en ideologische dimensies. Ook het actuele debat over de nieuwe eindtermen of de spanningen tussen eindtermen (macroniveau) en leerplannen (mesoniveau) komen in deze module aan bod. Verder wordt uitgebreid ingezoomd op competenties en taxonomieën. Het luik over het ‘hidden curriculum’ biedt aanvullende inzichten over de vertaling van het curriculum in de klaspraktijk (microniveau). Persoonlijk mis ik in dit deel een insteek over het doel van onderwijs (cfr. Biesta).

MODULE 4 diversiteit

Het uitgangspunt in deze module stelt dat verschillen normaal zijn en dat omgaan met verschillen een normaal gegeven is in het onderwijs (diversiteit als ‘norm’). Leraren hebben op het vlak van diversiteit en individuele verschillen ook heel wat persoonlijke overtuigingen en dit maakt het thema extra complex. Het antwoord op diversiteit in onderwijs is differentiatie. Het boek behandelt kort een aantal basisinzichten rond differentiatie, maar verwijst vooral ook verder door naar andere literatuur.

Daarna zoomt dit deel verder in op 5 diversiteitsinvalshoeken:

invalshoek 1: sociaal-economische status (SES)

Een SES-index is een optelsom van verschillende elementen (zoals thuistaal, opleidingsniveau moeder, schooltoelage…) en wordt niet in alle contexten op dezelfde manier benaderd. Dit betekent dat we de samenhang tussen SES en leerprestaties altijd dieper moeten gaan analyseren. In dit stuk worden verschillende onderwijssociologische stromingen toegelicht die verklaringen bieden voor deze samenhang: genetisch deficitmodel; onderwijsdeficitmodel; cultureel deficitmodel.

invalshoek 2: armoede

Het aantal kinderen dat in armoede opgroeit, neemt jaar na jaar toe. De gevolgen van kansarmoede zijn voelbaar en zichtbaar in de schoolloopbaan van deze kinderen. Natuurlijk is armoede een probleem dat in eerste instantie op macroniveau moet aangepakt worden (bv. maximumfactuur), maar er zijn ook heel wat mogelijkheden op meso- (bv. huiswerkbeleid, professionalisering schoolteam) en microniveau (bv. kwaliteitsvolle interacties).

invalshoek 3: inclusie

Dit hoofdstuk schetst de evolutie van inclusie in Vlaanderen met het M-decreet en de positionering van het buitengewoon onderwijs. Verder worden een aantal interessante differentiatieconcepten in het kader van inclusie toegelicht: UDL, STICORDI en executieve functies.

invalshoek 4: gender

Vanuit onderzoek wordt er gekeken naar verschillen tussen jongens en meisjes en de manier waarop onderwijs en leerkrachten omgaan met deze verschillen. Er is een reële nood om genderbewustzijn bij leerkrachten te ontwikkelen.

invalshoek 5: meertaligheid

In deze laatste invalshoek komen een aantal basisconcepten in het kader van meertalig opgroeien en opvoeden aan bod: translanguaging, subtractieve en additieve meertaligheid, interdepedentiehypothese van Cummins,… Er wordt ook even ingezoomd op de relatie taal en schoolprestaties en tenslotte worden ook enkel aanpakken besproken (CLIL, functioneel meertalig leren).

MODULE 5: onderwijstechnologie

Onderwijstechnologie is niet makkelijk te implementeren in onderwijs, alleen al omdat er heel wat menselijke (visie, deskundigheid) en materiële (inhoud, toepassingen, infrastructuur) randvoorwaarden zijn. Een veelzijdig ICT-beleid op macro-, meso- en microniveau is noodzakelijk om onderwijstechnologie op een resultaatgerichte manier te implementeren in de dagelijkse onderwijspraktijk. Naast onderwijstechnologie (als een middel in de onderwijsleeromgeving), is het ook belangrijk om mediawijsheid een volwaardige plaats te geven in het curriculum.

MODULE 6: evaluatie

Evaluatie wordt bekeken vanuit de verschillende niveaus (klas-, school-, beleidsniveau) en ook de verschillende functies van evaluatie worden belicht. Binnen deze verschillende niveaus en functies komen verschillende concrete voorbeelden aan bod, bv. het referentiekader onderwijskwaliteit (OK), PISA, summatieve en formatieve evaluatie, self en peer assessment, centrale examens, testen en toetsen…

“Krachtige leeromgevingen” is een heel omvangrijk leerboek waarin je je eigen opvattingen en verwachtingen ten aanzien van (actuele) onderwijsthema’s kritisch kan herbekijken. Boeiend om dit te doen aan de hand van heel wat authentieke materialen en voorbeelden (uit media, Klascement, praktijkvoorbeelden, onderzoeksresultaten…).

Onderwijs in het eerste Strategisch Meerjarenplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie

In de raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie werd voor het eerst in de geschiedenis een strategisch meerjarenplan besproken en goedgekeurd. Met de inbreng van de Brusselaars werd een plan opgesteld dat zich vertaalt in 167 beleidsacties die de basis moeten vormen voor het beleid van 2021 tot 2025. Deze inspraak werd enerzijds gerealiseerd via het participatietraject Stadspiratie en anderzijds de Ronde van Brussel (specifiek voor onderwijs).

Het plan omvat 7 doelstellingen en een aantal cruciale rode draden (participatie, samenwerking, duurzaamheid, diversiteit, continuïteit en innovatie):

  1. Brusselaars kunnen hun talenten maximaal ontwikkelen
  2. Brussel is een kind- en jeugdvriendelijke stad
  3. We bouwen mee aan een meertalig Brussel
  4. We betrekken alle mogelijke Brusselaars bij het vormgeven van ons beleid en aanbod
  5. Brussel is een bruisende en levendige stad, waar mensen zich met elkaar verbonden voelen
  6. Brussel zorgt en beweegt
  7. De VGC is een wendbare en samenwerkende overheid

Onderwijs vormt een belangrijke ambitie in het plan met een dubbele focus: (1) infrastructuur en capaciteitsuitbreiding en (2) kwaliteitsondersteuning met aandacht voor Brusselspecifieke thema’s (diversiteit, meertaligheid,…). Het zou te ver leiden om hier alle onderwijsacties op te sommen, dus ik beperk me tot de algemene toelichting en enkele concrete voorbeelden:

“Vanuit onze flankerende onderwijsrol bieden we maximale en brede leerkansen aan alle leerlingen van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. We doen dat door een participatieve en interactieve
leeromgeving te creëren, waar diverse actoren bij betrokken zijn. We ondersteunen alle scholen en
iedere leerling om de beste resultaten te behalen en om de talenten en de vaardigheden van eenieder verder te ontwikkelen.
Bovendien bouwt de VGC expertise op rond urban education binnen de diverse, meertalige, Brusselse
context, met ruimte voor ondersteuning, opleiding en professionalisering. Het Onderwijscentrum
Brussel ondersteunt stadsleerkrachten bij hun professionele ontwikkeling met focus op taalonderwijs
Nederlands, meertaligheid, diversiteit en digitale vaardigheden.
We nemen initiatieven om de overgangsmomenten in de onderwijsloopbaan van leerlingen te
optimaliseren, zodat zo weinig mogelijk voortijdige uitval optreedt en leerlingen begeleid worden met het oog op meer gekwalificeerde uitstroom en een vlotte doorstroom.
De VGC neemt ook het voortouw in de uitbreiding en het behoud van de capaciteit en investeert in de bouw, verbouwing, inrichting en uitrusting van de scholen. Op die manier wil de VGC werken aan een krachtige leeromgeving waarin schoolteams, leerlingen en ouders zich thuis voelen.”

Enkele concrete acties als voorbeeld:

  • Actie 1.1.1. Het Onderwijscentrum Brussel zet in op de professionalisering van stadsleerkrachten met focus op de volgende thema’s: taalonderwijs Nederlands, meertaligheid, STEM, ouderbetrokkenheid, armoedebeleid, diversiteit en digitale vaardigheden. Deze kwaliteitsondersteuning verhoogt de onderwijsslaagkansen van alle leerlingen.
  • Actie 1.4.4. Het onderwijs heeft nood aan voldoende kwaliteitsvol onderwijspersoneel. Daarom ontwikkelen we sensibiliserende initiatieven én inhoudelijke begeleiding om Brusselse scholieren warm te maken voor het lerarenberoep, om studenten van de lerarenopleiding voor te bereiden en toe te leiden naar scholen van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel en om (startende) leerkrachten in het onderwijs te ondersteunen. We hebben daarbij bijzondere aandacht voor zij-instromers.
  • Actie 2.5.5. Het Onderwijscentrum Brussel ondersteunt de speelpleinen op basis van een kwaliteitscharter met bijzondere aandacht voor speelkansen, taalstimulering, ouderbetrokkenheid en inclusie.
  • Actie 2.6.2. Brede scholen werken via een buurtgericht netwerk aan ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren in een brede leer- en leefomgeving. Brede scholen blijven ook een belangrijke hefboom voor kinderen en jongeren in kansarmoede.
  • Actie 3.3.2. en 3.3.3. We ondersteunen initiatiefnemers die vormen van meertalig onderwijs en meertalig opvoeden willen ontwikkelen. We nemen initiatieven en ontwikkelen ondersteunende materialen, tools en vorming over omgaan met meertaligheid in en buiten de school.
  • Actie 4.3.1. De VGC gaat in gesprek met mensen die ervaring hebben met een leven in armoede en houdt rekening met hun perspectief.

Tenslotte wil ik nog even verwijzen naar de bijlage vanaf pagina 37, waar je de 10 beleidsaanbevelingen uit de ronde van Brussel kunt nalezen. Die aanbevelingen kwamen tot stand vanuit een bevraging van en gesprekken met de Brusselse schoolteams. Ik som ze even kort op:

  1. Verspreid een positief, realistisch beeld van de job als leerkracht en meer specifiek van een leerkracht in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.
  2. Maak lesgeven en les krijgen in Brussel aantrekkelijker.
  3. Werk samen met de lerarenopleidingen zodat leerkrachten beter voorbereid en beter begeleid kunnen starten op de werkvloer.
  4. Blijf inzetten op vorming en ondersteuning van schoolteams en vooral op uitwisseling en expertisedeling tussen scholen.
  5. Verken en ondersteun pedagogisch en didactisch vernieuwende initiatieven.
  6. Faciliteer en coördineer de samenwerking tussen scholen en externe (welzijns)organisaties.
  7. Garandeer een breed, sterk talig en laagdrempelig aanbod voor kinderen, jongeren en hun ouders, tijdens de schooluren en in de vrije tijd.
  8. Stimuleer ouderbetrokkenheid en werk aan positieve communicatie met ouders.
  9. Zorg voor flexibele en deelbare schoolinfrastructuur, zowel binnen als buiten, die toekomstproof is.
  10. Voorzie in voldoende ICT-materialen voor leerlingen en leerkrachten.

Lees het volledige plan hier. Het debat (6 uur) over het meerjarenplan en de begroting in de VGC Raad kan je hier bekijken.

Heel veel mensen op verschillende niveaus hebben hard gewerkt om dit plan mogelijk te maken. Blij dat ik kon meewerken aan de totstandkoming van dit plan. Blij dat ik kan meewerken aan de uitvoering van dit plan.

Armoede, een leerpad…

Stadsleerkrachten moeten inzicht verwerven en competenties ontwikkelen in het omgaan met (kans)armoede (lees ook: Urban Education, armoede en onderwijs) ! 

De armoedeconsulent van het Onderwijscentrum Brussel (OCB) werkte aan een online leerpad over armoede en onderwijs. Hij stelde immers vast dat bij heel veel leerkrachten en scholen een aantal basisinzichten ontbreken over armoede, basisinzichten die noodzakelijk zijn om op school- en klasniveau rekening te houden met de aanwezigheid van een belangrijke groep leerlingen die in armoede opgroeien.

Het leerpad verzamelt op een toegankelijke manier theorie, getuigenissen, opdrachten en beeldmateriaal. Via het forum heb je de mogelijkheid om in gesprek te gaan met elkaar én de armoedeconsulent van OCB. Het leerpad bevat geen pasklare antwoorden. Opgroeien en leven in een situatie van armoede en sociale uitsluiting is immers een complex gegeven, net als armoedebestrijding. Het traject biedt basisinzichten om als leerkracht armoede te leren zien, de gevolgen ervan te begrijpen en er mee rekening te houden.

Scholen en leerkachten kunnen de complexe armoedeproblematiek niet oplossen, maar het is wel belangrijk dat ze…

  • …deze brede problematiek (h)erkennen met inbegrip van de eigen rol;
  • …daar bewust een beleid voor ontwikkelen én implementeren;
  • samenwerken met andere instanties die mee willen bijdragen aan het versterken van deze leerlingen en hun ouders.

Het platform voor dit leerpad is Smartschool, maar je school hoeft geen Smartschool-account te hebben om dit traject te doorlopen.

Om in te schrijven mail je naar onderwijscentrumbrussel@vgc.be.

Leerpad armoede Onderwijscentrum Brussel

Effectieve feedback in het onderwijs (leestip)

Het boek “Effectieve feedback in het onderwijs” (2019) van Jan Coppieters is even blijven liggen, maar vandaag wil ik er toch graag iets over vertellen.

Het boek is om een heel eenvoudige reden belangrijk: feedback kan een grote positieve invloed hebben op leren en ontwikkelen. Ik start dan ook graag met een citaat van Hattie en Timperley uit het eerste deel van deze publicatie: “Feedback is één van de krachtigste invloeden op leren en presteren, maar deze impact kan positief of negatief zijn. Hoewel feedback een van de belangrijkste invloeden is, de effectiviteit ervan verschilt naargelang het type feedback en de manier waarop de feedback gegeven wordt.” (2007)

Effectieve feedback begint bij effectieve instructie en evaluatie, en is een interactief proces dat zowel betrekking heeft op de uitvoering van de taak, het proces, zelfregulatie,… Om instructie, evaluatie en dus ook feedback succesvol te laten verlopen, zijn de essentiële ingrediënten duidelijke, geëxpliciteerde doelen én specifieke, heldere succescriteria. Deel 1 gaat dan ook dieper in op deze elementen.

  • Goede doelen zijn ambitieus, SMART en leiden tot leerwinst. Ze moeten door de leerling gekend zijn en de leerling motiveren. De auteur houdt een pleidooi voor specifieke, heldere en uitdagende doelen, in combinatie met een niet te complexe taak…
  • Maar goede doelen volstaan niet om effectieve feedback te kunnen geven. Aan die doelen moeten ook criteria gekoppeld worden die aangeven wanneer het bereikte resultaat voldoende is. Deze criteria kunnen samen met de leerlingen opgesteld worden en vormen de maatstaf voor evaluatie en feedback.

Deel 2 van het boek maakt de koppeling tussen feedback en evalueren. Evalueren gaat steeds over het bieden van leerkansen en er is zowel nood aan summatieve evaluatie (waarbij je een (tussentijdse) eindbalans opmaakt – evalueren van het leren), als formatieve evaluatie (waarbij je permanent de voortgang van de leerling in het onderwijsleerproces in kaart brengt – evalueren om te leren). Vooral formatieve evaluatie vormt een krachtige tool voor effectieve feedback. In dit deel waarschuwt de auteur ook voor het gebruik van cijfers bij evaluatie/feedback en tenslotte gaat hij ook in op “breed evalueren”. Breed evalueren betekent dat je via verschillende soorten van evalueren de totale persoon in beeld brengt in functie van verdere ontwikkeling.

Deel 3 maakt krachtige feedback heel concreet. Er wordt gestart vanuit de 3 centrale feedbackvragen: (1) waar ga ik naartoe (feed-up); (2) hoe doe ik het op dit moment (feedback); (3) wat is de volgende stap (feed-forward). Deze vragen zijn essentieel om zowel voor de leerling als de leerkracht het leerproces zichtbaar te maken en doelgericht te ondersteunen. Verder worden ook 4 niveaus van feedback beschreven: taakniveau (feedback op de uitvoering van de taak), procesniveau (feedback op de processen die nodig zijn om de taak uit te voeren), niveau van zelfregulatie (feedback op executieve functies) en persoonlijk niveau (feedback gericht op de persoon en minder op het leren). Deze verschillende niveaus worden gekoppeld aan de feedbackvragen en onmiddellijk toepasbaar toegelicht met tips en instrumenten. Tenslotte wordt ook even ingezoomd op het belang van feedback door de leerlingen (aan de leerkracht en aan medeleerlingen).

In het laatste en 4de deel wordt er aangegeven dat ook het pedagogisch klimaat de effectiviteit van feedback zal bepalen. Belangrijke elementen hierbij zijn: werken aan een verbindend schoolklimaat; stimuleren van een growth mindset bij leerlingen; leerlingen ondersteunen bij het ontvangen van feedback; aandacht hebben voor context en emoties bij feedback; de relatie zien tussen feedback en motivatie.

Het boek heeft de ambitie om leerkrachten te laten groeien in het geven van effectieve feedback, vanuit de wetenschappelijke overtuiging dat feedback een belangrijke impact heeft op leerwinst. Als je als stadsleerkracht de inzichten uit dit boek kan verbinden met de inzichten over superdiverse leerlingengroepen, dan sta je weer een beetje sterker in je opdracht.

%d bloggers liken dit: