Bijna alles wat je moeten weten over psychologie (leestip)

‘Bijna alles wat je moeten weten over psychologie van kinderen en jongeren’ (2021) van De Bruyckere, Hulshof en Missinne doet wat het moet doen: een actueel en toegankelijk overzicht geven van inzichten uit de psychologie die belangrijk zijn bij de ontwikkeling en het leren van kinderen en jongeren. De auteurs reiken op die manier heel wat handvatten aan die bruikbaar zijn bij opvoeding en onderwijs.

Het boek gaat over IK (de ontwikkeling van het individu), de ANDEREN (ontwikkeling in interactie), LEREN (van ondersteunen van de ontwikkeling naar leren) en HANDELEN (over gedrag). Vanuit recente inzichten worden kaders en concepten aangeboden, én daar waar nodig ook ontkracht. De auteurs ronden elk luikje af met ‘Wat betekent dit voor de praktijk?’ En hieruit haal ik 4 citaten:

  • “Een team met de neuzen in de richting van de leerlingen en samen geloven het verschil te kunnen maken is zo waardevol!”
  • “Wees je ervan bewust dat kinderen soms meer in hun mars hebben maar hier niet altijd de juiste condities of leerkansen voor krijgen.”
  • “Er is niet één perfecte opvoedingsstijl. We zijn allemaal maar mensen, als we maar opvoeden vanuit liefde, dat is de belangrijkste basis.”
  • “Herhaling is belangrijk voor leren. Of zeiden we dit al?”

Executieve functies en de zelfdetermininatietheorie komen uitgebreid aan bod met vertalingen naar de praktijk (bv. praktische voorbeelden om aan executieve functies te werken; leerkrachtgedragingen om aan motivatie te werken).

Verder werden in het boek fiches opgenomen over concrete thema’s. Enkele voorbeelden: Hoe begeleid je kinderen bij rouw? – Het belang van slaap – Hoe omgaan met de vele schermen en sociale media? – Effectieve studiemethoden – …

Ook al mis ik soms wat uitdieping (bv. taalontwikkeling en tweetaligheid), en zou ieder hoofdstuk een boek an sich kunnen worden… het heeft de verdienste dat het (bijna) alles wat leerkrachten, ouders, opvoeders moeten weten samenbrengt! Dit werk is dan ook voor onze Brusselse stadsleerkrachten een basisboek. Het biedt inzichten om onderwijs, ontwikkeling en opvoeding van onze Brusselse kinderen en jongeren beter te begrijpen en aan te pakken.

Implementing Mindfulness in Schools, an evidence-based guide (leestip)

Implementing Mindfulness in Schools, an evidence-based guide (2021) is een publicatie van The Mindfulness Initiative (UK). The Mindfulness Initiative werd in 2013 opgericht door Madeleine Bunting en Chris Cullen om Britse politici te ondersteunen bij de ontwikkeling van een parlementaire groep over Mindfulness. Ze werken oa samen met onderzoekscentra in de universiteiten van Bangor, Exeter, Oxford en Sussex.

Het boek biedt antwoord op 3 vragen: (1) Wat is mindfulness?; (2) Werkt mindfulness (bij leerkrachten en bij leerlingen)?; (3) Hoe mindfulness implementeren op scholen?

Wat is Mindfulness?

‘Implementing Mindfulness in Schools’ beschrijft mindfulness als een eigentijdse praktijk die, in combinatie met andere inzichten uit de psychologie, een aantoonbare meerwaarde heeft voor de menselijke ontwikkeling. Het bewust de aandacht richten op het hier en nu, zonder te oordelen gaat niet vanzelf, maar vraagt intensieve en volgehouden training (leerproces).

Werkt Mindfulness?

Onderstaande elementen werden verzameld uit systematische reviews en meta-analyses over de impact van mindfulness bij leerkrachten en leerlingen.

Bij leerkrachten…

Mindfulness kan het psycho-sociaal functioneren, de lichamelijke gezondheid en het welbevinden van leerkrachten verbeteren (oa zingeving, effectiviteit, zelfbewustzijn) en heeft ook een positieve impact op problemen zoals stress, angst, depressie of burnout. Die grotere effectiviteit bij leraren is gelinkt aan een betere concentratie en focus, en een betere verbinding met de leerlingen.

Bij leerlingen…

Bij leerlingen heeft mindfulness impact op het psycho-sociaal functioneren, welbevinden én de mentale gezondheid (oa positieve stemming, empathie, effectiviteit, verbondenheid, stressreductie) en beïnvloedt het ook het lichamelijk welzijn (oa bloeddruk, hartslag, cortisol waardes, betere slaap). Mindfulness heeft bovendien een positieve invloed op leren en cognitie (oa zelfregulering, executieve functies, aandacht en focus, metacognitie en cognitieve flexibiliteit).

De auteurs verklaren in hoofdstuk 5 de impact van mindfulness vanuit een neurologisch perspectief. Ze bespreken achtereenvolgens aandacht, metacognitie, emotieregulatie en zelfregulering.

Hoe mindfulness implementeren op school?

In dit deel komen een aantal gekende strategieën aan bod om veranderingen in scholen succesvol te implementeren. De auteurs baseren zich hierbij op kaders en inzichten van de Education Endowment Foundation (explore > prepare > deliver > sustain).

Enkele elementen:

  • aansluiting zoeken bij het ontwikkelingsniveau en de prioriteiten (noden) van de school;
  • gebruik maken van onderwijstaal en onderwijsdenken (onderwijsdoelen);
  • betrekken van schoolleiderschap en integreren in het schoolbeleid;
  • voorzien van middelen (financieel, tijd);
  • voorzien van opleiding en ondersteuning van de leerkrachten;
  • zorgen voor goede programma’s, voldoende achtergrondkennis, praktijkervaring,…;
  • illustreren aan de hand van goede en inspirerende praktijken en getuigenissen;
  • tijd en ruimte creëren voor evaluatie op verschillende niveaus (proces, effecten);

Dit boek biedt verder een uitgebreid literatuuroverzicht over mindfulness op school (onderzoek, websites en boeken). Je kan het boek ‘Implementing Mindfulness in Schools’ hier gratis downloaden.

Lees ook deze blogpost over Mindfulness op school en in de klas.

Langage et réussite scolaire (leestip)

“Parce que les mots sont au coeur de son métier, tout enseignant doit être conscient de leur pouvoir. Une école c’est un univers de mots.”

Nicole Wauters

Nicole Wauters, auteur van het boek Langage et réussite scolaire (2020), werkte van 2007 tot 2018 als inspectrice in het basisonderwijs in de gemeenten Schaarbeek en Evere. Daarvoor was ze 25 jaar lang actief als onderwijzeres in een Franstalige lagere school in Brussel en daarna tien jaar als pedagogisch adviseur bij het Secretariaat voor Katholiek Onderwijs (SEGEC). Ze maakt deel uit van de Raad voor Meertaligheid van minister Sven Gatz en ik heb het geluk om daar boeiende gesprekken met haar te voeren.

Haar boek over taal en leren, bestaat uit 3 grote delen:

  • de taal van de school en schooltaal (comprendre): over het belang van dagelijkse taalvaardigheid in de schoolcontext en de ontwikkeling van schooltaal (taal om te leren, taal om te denken en instructietaal).

“Les élèves doivent pouvoir développer à minima un niveau de communication familière afin de pouvoir ensuite répondre aux exigences linguistiques liées aux apprentissages scolaires.”

  • het taalprofiel van de leerlingen (diagnostiquer): over instrumenten om de taalvaardigheid van leerlingen in kaart te brengen.

“Pour repérer les compétences linguistiques ou les niveaux de langue des élèves, les enseignants sont les acteurs de première ligne. Se doter des critères pour observer ces compétences linguistiques des élèves, aide l’enseignant à identifier leurs besoins et agir en conséquence.”

  • taalgericht onderwijs (agir): over goed en krachtig taalonderwijs voor alle leerlingen met aandacht voor oa klasorganisatie en klasklimaat, samenwerkend leren en interactie, woordenschatonderwijs en schriftelijke vaardigheden,…

Dit laatste deel is uitgebreid en biedt houvast en inspiratie aan leerkrachten om taal een centrale plaats te geven in het leren van jonge kinderen. Nicole Wauters verrijkt haar boodschap met tal van praktijkvoorbeelden uit de klas- en schoolpraktijk.

Op pagina 125 brengt Nicole Wauters nog een heel belangrijke boodschap: “Prendre le temps”: Neem de tijd om doelgericht en in samenwerking met de collega’s te bouwen aan de taalvaardigheid van alle leerlingen.

In onderstaande podcast praat minister Sven Gatz met Nicole Wauters over omgaan met meertaligheid in de klas en de invloed van de kennis van een taal op het leren op school.

De toekomst is meertalig (leestip)

“Dit boek gaat in de eerste plaats over talen en over mensen. De mens toont zich in de taal die hij spreekt. Meerdere talen spreken en verstaan, maakt je wereld groter.”

Sven Gatz

In “De toekomst is meertalig, Brussel als blauwdruk” houdt Brussels minister voor de Promotie van Meertaligheid, Sven Gatz, een pleidooi voor meer talenkennis. Hij bespreekt, samen met experten en ervaringsdeskundigen, de plaats van talen in Brussel doorheen de tijd. Hij legt uit waarom meertaligheid zo belangrijk is voor de toekomst van ons land en formuleert 10 punten die een belangrijke hefboom zouden kunnen vormen naar meer-taligheid.

In deze 10 punten krijgt ook onderwijs een belangrijke plaats:

  1. Binnen de huidige regelgeving scholen meer laten doen rond meertalig onderwijs.
  2. Uitwisseling van leerkrachten en uitwisselingsprogramma’s voor leerlingen stimuleren tussen scholen van de verschillende taalgemeenschappen.
  3. Via staatshervorming een Brussels meertalig onderwijsnet creëren of via meer vrijheid in de regelgeving van de gemeenschappen meertalig onderwijs organiseren.

In de andere punten komen ook de kansen in cultuur, het bedrijfsleven, de overheid en overheidsbedrijven aan bod. Verder gaat het in het 10-puntenprogramma ook over de actualisering van de taalwetgeving en planmatige evolutie naar meertaligheid vanuit de missie van organisaties (bv. MIVB).

Het boek opent een belangrijk debat voor de komende jaren, oa over meertaligheid in onderwijs. Ik wil blijven benadrukken dat, naast het creëren van de mogelijkheid om meer talen een plaats te geven in onderwijs, we ook bereid zullen moeten zijn te investeren in effectieve (meertalige) taaldidactiek, professionalisering van leerkrachten en de ontwikkeling van ondersteunende methodes en materialen.

Naar aanleiding van de publicatie van dit boek werd op 12 februari 2022 een studiedag georganiseerd. De opname van deze studiedag kan je hier bekijken (het luik onderwijs komt op de studiedag aan bod vanaf 1u40min).

Metta-meditatie bij kinderen en jongeren

Metta-meditatie (in het Engels gekend als “loving-kindness meditation”) kan positieve emoties bevorderen en zo het emotionele welzijn verbeteren”, schrijft neurowetenschapper en onderzoeker Dr. Amishi Jha in haar boek Peak Mind. Deze meditatiepraktijk is gericht op het ontwikkelen van “onvoorwaardelijke vriendelijkheid” voor alle mensen. Het klinkt allemaal heel soft en spiritueel, maar het is eigenlijk een krachtige en verbindende meditatie- en mindfulness-oefening.

Wat is Metta-meditatie?

In zijn traditionele vorm ga je bij Metta-meditatie rustig zitten en richt je je aandacht op een reeks standaardzinnen (net zoals je dit bij ademhalingsmeditatie met je ademhaling doet). Deze zinnen beginnen bij jezelf en daarna richt je de zinnen naar de ander: een vriend of geliefde persoon; iemand neutraal; een persoon waar je het wat moeilijker mee hebt; en tenslotte naar iedereen (gekend en ongekend):

  • Mag ik/[deze persoon] gelukkig zijn;
  • Mag ik/[deze persoon] gezond zijn;
  • Mag ik/[deze persoon] me/[zich] verbonden voelen;
  • Mag ik/[deze persoon] goed leven.

Je kan natuurlijk ook je eigen zinnen of formuleringen gebruiken als je je daar beter bij voelt. Het is belangrijk dat de zinnen voor jou betekenis hebben, dat ze positief geformuleerd zijn en dat ze algemene wensen of verlangens verwoorden. Gedachten zullen komen en gaan, dat is normaal en geen enkel probleem. Je laat, zoals bij iedere meditatie, de gedachten los en je gaat verder met je meditatie.

In het begin voel je je bij deze meditatie wat vreemd of ongemakkelijk. Eens je het gewoon bent, voel je je snel aandachtig, zacht en verbonden.

Neuroloog Steven Laureys schrijft in zijn No-nonsense meditatieboek naar aanleiding van hersenonderzoek bij beoefenaars van metta-meditatie het volgende: “Het empathie-hersennetwerk met de insula en anterieure cingulaire cortex, waarvan we weten dat die belangrijk zijn voor gevoelens als liefde, wordt zichtbaar meer geactiveerd tijdens deze vorm van meditatie. Dat wijst op een grotere bekwaamheid om gevoelens van empathie te ervaren zonder daar zelf emotioneel van overweldigd te worden. Daarnaast zien we ook meer activiteit in de hersendelen die instaan voor het zich kunnen verplaatsen in de gevoelens en visies van anderen.” en “Studies hebben aangetoond dat metta-meditatie onder andere zorgverleners en leerkrachten, die vaak in contact komen met het leed van anderen, kan behoeden voor emotionele burn-outs.”

Psychologe Emma Seppälä beschrijft in dit artikel enkele wetenschappelijke bronnen die de praktijk van metta-meditatie ondersteunen.

Metta bij kinderen en jongeren

Metta-meditatie kan ook kinderen en jongeren helpen om hun aandacht te richten en meer verbindend in het leven te staan. Deze vorm van meditatie stelt hen in staat om in contact te komen met hun gevoelens tegenover zichzelf en anderen.

Je laat de kinderen/jongeren op een rustige plaats zitten:

  • Denk aan jezelf en zeg (of denk) dan iets als: “Mag ik gelukkig zijn of mag ik gezond zijn of mag ik vrij zijn van gevaar, of mag ik een goed leven hebben.”
  • Denk aan iemand van wie je houdt (bv. je grootouders). Als je aan deze persoon denkt, zeg (of denk) dan iets als: “Mag [deze persoon] gelukkig zijn of mag [deze persoon] gezond zijn of mag [deze persoon] vrij zijn van gevaar, of mag [deze persoon] een goed leven hebben.”
  • Denk aan iemand waar je neutraal over bent (bv. de secretaresse op je school). Als je aan deze persoon denkt, zeg (of denk) dan iets als: “Mag [deze persoon] gelukkig zijn of mag [deze persoon] gezond zijn of mag [deze persoon] vrij zijn van gevaar, of mag [deze persoon] een goed leven hebben.”
  • Denk aan iemand waar je je niet goed bij voelt of waar je een conflict mee had (bv. een pestkop in je klas). Als je aan deze persoon denkt, zeg (of denk) dan iets als: “Mag [deze persoon] gelukkig zijn of mag [deze persoon] gezond zijn of mag [deze persoon] vrij zijn van gevaar, of mag [deze persoon] een goed leven hebben.”
  • Denk aan iedereen op school, aan iedereen die je op straat ontmoet. Als je aan hen denkt, zeg (of denk) dan iets als: “Mogen alle mensen gelukkig zijn of mogen alle mensen gezond zijn of mogen alle mensen vrij zijn van gevaar, of mogen alle mensen een goed leven hebben.”

Het prentenboek “May All People and Pigs Be Happy” kan helpen om metta-meditatie te introduceren bij kinderen.

Lees meer:

Taalscreening in de Brusselse kleuterklas

In het eerste trimester van dit schooljaar werd er in de derde kleuterklas in heel Vlaanderen voor het eerst de taalscreening “KOALA” afgenomen. 85% van de kleuters behalen een goed niveau op het vlak van taalvaardigheid Nederlands. De taalvaardigheid in andere talen die het kind spreekt, werd niet getoetst.  

Zoals te verwachten, liggen de resultaten op het vlak van taalvaardigheid Nederlands in stedelijke omgevingen lager. Brussel is hier vergelijkbaar met andere steden. Kris Van den Branden schrijft hierover op zijn blog het volgende:

“Er worden regionale verschillen vastgesteld in de resultaten, maar die zijn grotendeels terug te brengen tot de achtergrondkenmerken van de kinderen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft 1 op 3 kinderen (32%) extra taalsteun nodig (24% oranje zone en 8% rode zone). In de Stad Antwerpen gaat het om 28% van de kinderen (20% oranje zone, 8% rode zone). In Gent heeft 21% van de kinderen extra taalsteun nodig (14% oranje zone, 7% intensieve begeleiding). Dit zijn regio’s met een proportioneel hoge instroom van sociaal kwetsbare kinderen. Hierbij dient toch te worden genoteerd dat ook in deze regio’s de meerderheid van de kinderen een groene score haalt en dat daartoe ook heel wat kinderen met een laag SES-profiel en een niet-Nederlandstalige achtergrond behoren.

In tegenstelling tot wat in sommige media gesuggereerd wordt, zijn de resultaten van de kleuter op deze taalscreening geen voorwaarde voor de overstap naar het eerste leerjaar. De taalscreening is een hulpmiddel om doorheen de derde kleuterklas nog gerichter in te zetten op taalstimuleringsinitiatieven bij kleuters die het wat moeilijker hebben.

Het thema taalscreening bij kleuters kwam ook al herhaaldelijk aan bod in de Raad van de VGC. Minister Gatz formuleerde het als volgt:

  • Het gebruik van taaltesten en taalscreening is op zich heel zinvol, maar belangrijke beslissingen koppelen aan een momentopname van een toets is geen goed idee!
  • Een taaltoets of taalscreeningsinstrument moet vooral een hulpmiddel zijn voor de school en de leerkracht (1) om een taalbeleid te ontwikkelen op maat van de lokale school, (2) om een klasbeleid te ontwikkelen dat zowel de taalsterke als taalzwakke leerlingen uitdaagt, (3) om individuele leerlingen en/of groepen leerlingen taalgericht te ondersteunen en (4) om ouders te informeren over de evolutie van hun kind. 
  • Tekorten op het vlak van taalvaardigheid bij jonge kinderen kunnen het best in de klas aangepakt worden vanuit een krachtige taalleeromgeving met taalgerichte ondersteuning en kwaliteitsvolle interacties.

De Praktijkgids taaltrajecten kan helpen bij het ontwikkelen van een krachtig klas- en schooltaalbeleid. Ook Brussel Vol Taal biedt houvast en inspiratie voor een effectieve taaldidactiek in de meertalige Brusselse onderwijscontext.

Urban Education en zij-instromers

Zij-instromers zijn geen noodoplossing voor het leerkrachtentekort. Zij-instromers spelen een cruciale rol binnen een grootstedelijk onderwijsteam!

In eerdere blogposts verwees ik hierover al naar het werk van Dr. Martin Haberman: 

Haberman heeft heel wat onderzoek verricht naar succesvolle leerkrachten in uitdagende grootstedelijke contexten. Hij kwam tot de conclusie dat effectieve en blijvende leerkrachten in een grootstedelijke context verbinding kunnen maken met stadsleerlingen en vaak over meerdere van volgende kenmerken beschikken:

  • leven, werken of onderwijs gevolgd hebben in een grootstedelijke omgeving;
  • zelf ouder zijn of uitgebreide relaties uitgebouwd hebben met kinderen/jongeren;
  • tot een minderheidsgroep behoren;
  • een andere opleiding hebben dan (alleen) ‘onderwijs’;
  • andere werkervaringen gehad hebben vooraleer de job als leerkracht op te nemen;
  • ervaringen hebben (bv. via vrijwilligerswerk) met kinderen/jongeren van diverse achtergronden;
  • zich professionaliseren via werkplekleren;

Heel wat zij-instromers vertonen één of meerdere van deze kenmerken. Het is dus belangrijk om het grote potentieel van deze ‘zij-instromers’ aan te spreken.

Aantrekken van zij-instromers is dus niet alleen een belangrijke piste om het leerkrachtentekort aan te pakken, het zorgt ook voor een verrijking van het leerkrachtenteam! We stellen vast dat zij-instromers de stap zetten als ze overtuigd geraken van de sociale relevantie en de sociale status van het leerkrachtenberoep, het loon, de meerwaarde die ze kunnen creëren (vanuit hun ervaring en/of talenten) én als ze zichzelf als competent ervaren. Deze elementen kunnen dus hefbomen zijn waarop het beleid kan inzetten.

Onderstaande voorbeelden (of dit artikel in BRUZZ) illustreren dit:

Wake Up Schools

Naar aanleiding van het overlijden van Thich Nhat Hanh (22 januari 2022), wil ik zijn initiatief “Wake Up Schools” onder de aandacht brengen. Wake Up Schools werd in 2008 door Thich Nhat Hanh opgericht als een programma om leerkrachten te ondersteunen om mindfulness toe te passen in hun eigen leven en in de leeromgeving van kinderen en jongeren.

Wake Up Schools onderzoekt en ontwikkelt de mogelijkheden om mindfulness te integreren in educatieve leeromgevingen. Wake Up Schools organiseert bijeenkomsten voor leerkrachten en ondersteunt leerkrachten om mindfulness uit te dragen. Het boek Happy Teachers change the world, beschrijft hoe je mindfulness een plaats kan geven op school en in de klas.

logo Wake Up Schools
Thich Nhat Hanh (foto van plumvillage.org)

I think it is the good teachers who will be able to change the world. That’s my belief, because a teacher can nourish, can heal, can build healthy, happy human beings.”

Thich Nhat Hanh

Wake Up Schools beschrijft de meerwaarde van Mindfulness op school als volgt: “Mindfulness wordt internationaal steeds meer erkend als een krachtig hulpmiddel om ook schoolse uitdagingen aan te pakken. Onderzoek toont de effectiviteit van mindfulness aan bij het verminderen van stress, angst en depressie, en vergroot emotionele veerkracht, geluk, positief sociaal gedrag en cognitieve vaardigheden. Deze vaardigheden bevorderen een positieve en coöperatieve klasomgeving waardoor ook gedragsproblemen kunnen verminderen.

Meer informatie kan je lezen op de website van Wake Up Schools of je kan deze folder downloaden.

Lees ook:

EDUCARE in Brussel

De aanleiding om het vandaag nog eens te hebben over educare, is het debat van de voorbije dagen over zindelijkheid (care) en onderwijs (education). Michel Vandenbroeck schreef een mooi opiniestuk over deze discussie. In Brussel staat het thema al langer op de agenda…

Educare vertrekt vanuit een brede kijk op ontwikkeling van jonge kinderen, waarbij zorg (care) en leren (education) evenwaardige concepten zijn. Een belangrijk luik in het educare-verhaal gaat over transitie: de overgang van de kinderopvang of thuis naar de kleuterschool. De VGC (Onderwijscentrum Brussel en Entiteit gezin), ontwikkelde hierover een visietekst en werking (vorming en projecten) om alle kinderen van 0 tot 6 jaar optimale ontwikkelingskansen te geven. ‘Zorg’ en ‘leren’ worden hierbij geïntegreerd benaderd met ‘continuïteit’ als sleutelbegrip: continuïteit met thuis en de buurt; pedagogische continuïteit en professionele continuïteit. Vanuit deze visie is ‘zindelijkheid’ een genuanceerd verhaal, waarbij zorg en leren hand in hand gaan. De visietekst (2017) kan je hier downloaden:

Aansluitend op de visietekst selecteerde ik drie initiatieven uit Brussel ter ondersteuning van educare en transitie:

Minimaal Maxitaal, publicatie VBB en OCB (2012)

Dit boek reikt inspirerende ideeën aan voor de overgang van de kinderopvang/thuis naar school. Op school wordt de kleuter geconfronteerd met verschillende gewoontes/routines. Die routines kunnen krachtige leermomenten zijn die nauw aansluiten bij de behoeften en de ontwikkeling van een jonge kleuter.

VALUE-traject, een project van oa VBJK, Erasmushogeschool ism OCB (2020)

Het internationaal VALUE-project vertrok vanuit de vraag: Hoe kunnen alle betrokken professionals samen kwaliteitsvol kleuteronderwijs realiseren? Hoe kan een voltallig kleuterschoolteam de handen in elkaar slaan om, in een context van diversiteit, tegemoet te komen aan de zorgnoden van elk kind?

Om dit te realiseren wilde VALUE de samenwerking tussen leidinggevenden, kleuteronderwijzers en kinderbegeleiders versterken en maakte hiervoor gebruik van drie kernconcepten: professionele identiteit; educare; samenwerken. Lees dit artikel voor meer informatie.

Het resultaat van dit project is oa deze roadmap:

Communiceren met ouders, website van OCB (2020)

Het webplatform Communiceren met Ouders, wil scholen helpen in de samenwerking en communicatie met ouders. Vanuit een grootstedelijke invalshoek krijgt de leerkracht tips, infofichesfilmpjes, downloads en instrumenten ter beschikking. Bovendien kan elke school met de ingebouwde tool gemakkelijk zelf materiaal ontwerpen zoals brieven, affiches of flyers. De website besteedt heel wat aandacht aan een warm onthaal van jonge kleuters

<>

Tenslotte neem ik een stuk over uit een eerdere blogpost over Urban education en samenwerking met de omgeving:

Transformationele samenwerking (Fukkinck, 2016) is de sterkst uitgebouwde vorm van samenwerking zowel op het vlak van intensiteit als sturing.  Het gaat niet meer om goed samenwerken vanuit een gedeelde missie, maar bij dit soort samenwerking wordt een gezamenlijk aanbod ontwikkeld vanuit een gezamenlijke doelgerichtheid, waarbij het kind het enige uitgangspunt vormt.  Het Kindcentrum ‘De Tandem’ in Brugge is een voorbeeld van zo’n samenwerkingsmodel (zie artikel in Klasse):

  • leren, zorg, opvoeding, ontwikkeling, opvang en ontspanning vormen één geheel en vloeien in elkaar over;
  • kinderen kunnen er leren en spelen, binnen en buiten de schooltijd, en krijgen kansen om hun talenten te ontdekken en breed te ontwikkelen;
  • begeleiders (leerkrachten, kinderverzorgsters, zorgleerkrachten, opvoeders, vrijwilligers,…) vormen één team;
  • er wordt gewerkt vanuit een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar, vanuit een door iedereen gedeelde visie. 

Ook in Brussel zien we een aantal scholen en brede scholen op zoek gaan naar zo’n tranformationele samenwerking.

Taaldiversiteit, onderwijs én Brussel…

Ik heb de voorbije 30 jaar al heel wat interessante onderwijskundige en maatschappelijke visies, modellen en aanpakken leren kennen over taaldiversiteit, goed taalonderwijs en een krachtig talenbeleid.

Ik zie heel wat Brusselse scholen deskundig en geëngageerd aan de slag gaan met krachtige vormen van taalonderwijs binnen een rijk talenbeleid. Met het Onderwijscentrum Brussel proberen we hen hier zo goed mogelijk in te ondersteunen.

En toch slagen we er nog steeds onvoldoende in om voor alle Brusselse leerlingen een succesvol taaltraject te creëren. Ik denk dat we te vaak voorbijgaan aan de kernvraag (en het ingrijpende antwoord op deze vraag):

Wat betekent omgaan met taaldiversiteit in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel?

Omgaan met taaldiversiteit betekent loskomen van onze eigen mentale modellen én herdenken van onze systemen en structuren. Omgaan met taaldiversiteit betekent vertrekken vanuit wat leerlingen nodig hebben om gelukkig en succesvol te kunnen leren en ontwikkelen, vertrekken vanuit wat leerlingen nodig hebben om succesvol meertalig op te groeien. Te vaak zijn we bij omgaan met taaldiversiteit op zoek hoe we de leerlingen kunnen inpassen in onze mentale modellen en in onze systemen en structuren…

Ik wil even een zijsprong maken naar het verhaal van Audrey, 17-jarige leerlinge in de International State School van Differdange & Esch Luxemburg (*). Audrey, die thuis Portugees spreekt met haar familie, volgde een regulier onderwijstraject: kleuterschool in het Luxemburgs, de lagere school in het Duits. Het leren lezen en schrijven in deze taal verliep voor haar heel moeizaam. Ze vond de taal moeilijk, de taal was voor haar een drempel om tot leren te komen. Haar resultaten waren – ondanks extra bijlessen – niet goed, ze werd schoolmoe… Heel jong dreigde ze reeds terecht te komen in een ‘problematische’ schoolloopbaan. Een leerkracht was bezorgd en ging met de ouders en Audrey in overleg: ‘als het Duits zo moeilijk is, waarom hieraan vasthouden… is het niet beter om te leren in haar moedertaal (het Portugees) en een taal die veel dichter staat bij die moedertaal (het Frans)?’ Zo oriënteerde deze leerkracht Audrey naar de International State School waar deze verschillende trajecten binnen één school mogelijk zijn: “De leerling kiest de eerste onderwijstaal (L1) uit het Frans, Duits, Engels en Portugees. De school probeert zoveel mogelijk leerlingen de kans te geven hun moedertaal op school te gebruiken. ” Lees er hier meer over. Audrey bloeide open, voelde zich erkend en bekwaam en vond haar weg is deze meertalige schoolloopbaan. Ze vertelde me dat ze er nu van droomt om leerkracht te worden.

Mijn tweede verhaal gaat over Thomas. Thomas studeert succesvol rechten aan de KUL (met vakken in het Nederlands en Engels) en deed zijn bachelor in het Frans aan de Université Saint-Louis in Brussel. Thomas werd thuis tweetalig opgevoed (Frans en Nederlands) en kreeg dankzij het Franstalig immersieonderwijs de kans om in het leerplichtonderwijs beide talen verder te ontwikkelen. Zijn beste vriend Antoine startte ook in het immersieonderwijs, maar het Nederlands gaf hem té veel stress en hij schakelde over naar een regulier Franstalig traject binnen dezelfde school (met het Nederlands als tweede taal). Thomas en Antoine hadden een aantal vakken samen (oa wiskunde in het Frans) en bleven goede vrienden.

Durven we hierop doordenken… Moeten we in ons Brussels onderwijs onze mentale modellen niet herzien? Moeten we in ons Brussels onderwijs systemen en structuren niet herdenken? Moeten we in ons Brussels onderwijs geen muren slopen en op zoek gaan naar een meersporenbeleid op maat van de leerlingen (zie oa ‘Op zoek naar meertaligheid’ – 2013) ?

Dat we meer op maat moeten werken en onze systemen moeten durven bijstellen, las ik de voorbije weken ook in twee opiniestukken…

Zo schrijft Dirk Vandamme in het recente opiniestuk “De school heruitvinden” (De Morgen): “Een eerste denklijn bestaat er in de standaardisatie en de routines in de school aan te pakken. In de samenleving, de economie, de arbeidsmarkt worden routines in snel tempo verlaten. Standaardisatie en het ‘one size fits all’ denken worden in de economie eveneens in snel tempo ingeruild voor flexibilisering en maatwerk.”

En Patriek Delbaere zegt in zijn afscheidsinterview (De Morgen): “Onderwijs moet zichzelf ook fundamenteel in vraag durven stellen als systeem. Het moet creativiteit en engagement toelaten. Het mag niet gebetonneerd worden in allerlei regels, statuten of eindtermen.”

Durven we hierop doordenken?

(*) Ik kreeg dit verhaal te horen in het kader van een werkbezoek aan Luxemburg met minister Gatz (centraal thema van het tweedaags bezoek: Meertaligheid in het onderwijs in Luxemburg).

%d bloggers liken dit: