In dit essay (2026) gaat Biesta op zoek naar de betekenis van gelijke kansen in onderwijs.
In zijn analyse laat hij zien dat gelijkheid in onderwijs zich vandaag vooral richt op gelijke kansen in meetbare schoolse prestaties in een beperkt aantal vakken en te weinig op het omzetten van gelijke kansen in uitkomsten en maatschappelijk succes. Dus met het schoolintern creëren van gelijke ontwikkelingskansen komen we er niet. Deze benadering laat bredere maatschappelijke ongelijkheid bestaan en herleidt onderwijs tot het creëren van kansen, wat al snel leidt tot een meritocratische kijk.
Biesta benadrukt dat onderwijs de problemen van de (ongelijke) samenleving niet kan en moet oplossen. Dit is een oproep om helder te blijven over de pedagogische opdracht van onderwijs. Voor Biesta gaat deze opdracht over het implementeren van het inzicht dat iedereen ‘gelijkelijk geroepen is tot volwassen persoon-zijn’, tot het zich verantwoordelijk in de wereld bewegen. Dit moet niet begrepen worden als alternatief voor de huidige benadering van gelijke kansen, maar als een uitbreiding en verrijking ervan. Aandacht voor het persoon-zijn van de leerling is ‘niet iets voor de vrijdagmiddag als er nog tijd over is nadat de ‘basis’ op orde is gebracht’, maar moet een plek krijgen in elke goede les. Zo worden gelijke kansen in onderwijs niet meer louter in termen van prestaties bekeken, maar ook in termen van de ruimte die leerlingen krijgen ‘om als iemand te verschijnen‘ (‘Is daar iemand?’).
Biesta eindigt zijn essay met deze reflectie:
Gelijkheid realiseren is uiteindelijk een kwestie van de herverdeling van macht en middelen. Een samenleving die daar zelf niet aan toe is, zou niet mogen verwachten dat het onderwijs die klus wel zou kunnen klaren.
Wat betekent dit verhaal in jouw klas?
Het verandert niet wat je moet doen (je blijft wiskunde, taal geven), maar vooral hoe je kijkt en handelt in kleine momenten. Zeker in een grootstedelijke context zoals Brussel, waar leerlingen vaak in meerdere talen leven, verschillende wereldbeelden meebrengen en ongelijkheid op allerlei manieren aanwezig is, krijgt Biesta’s boodschap extra betekenis.
Enkele voorbeelden:
- Je nodigt leerlingen uit om als persoon te spreken en niet alleen het juiste antwoord te geven: « Wat denk jij? Waarom kies jij daarvoor? ». In Brussel kan dat ook betekenen leerlingen de kans geven om dit in een andere taal te verwoorden of vanuit hun perspectief in te kleuren.
- Je vraagt leerlingen niet alleen om kennis, maar ook om positie in te nemen als persoon. Bij een verhaal ben je als leerkracht oprecht geïnteresseerd in: « Wat zou jij doen in deze situatie? ». In een superdiverse klas kan dit leiden tot heel verschillende invalshoeken die elkaar ontmoeten en waar je als leerkracht mee aan de slag moet gaan.
- Je laat leerlingen zien dat succes niet alleen een individuele verdienste is. Vermijd uitspraken als: « Zie je wel, jij hebt gewoon harder gewerkt ». Benoem het belang van hulp, omstandigheden, samenwerking,… De ongelijke startposities van leerlingen hoeven geen probleem te zijn.
- Je zorgt dat elke leerling gezien wordt, aangesproken wordt, serieus genomen wordt: « Ik wil dat we ook nog eens luisteren naar wat Sara hierover denkt ». Voor stille leerlingen, nieuwkomers of leerlingen die nog zoekende zijn om in groep het woord te nemen (in het Nederlands) is dit een krachtig signaal.
Aandacht voor het persoon-zijn van elke leerling, zit niet in grote projecten, maar in micro-momenten: hoe je reageert op een fout antwoord of je iemand opnieuw laat proberen of je een stille leerling betrekt… Kortom, je moet er niet alleen voor zorgen dat elke leerling kan leren, maar dat elk kind ook de kans krijgt om als iemand te verschijnen die ertoe doet en krijgt waar hij recht op heeft.
Wat betekent dit verhaal voor OCB?
In de opdracht van OCB staat dat we schoolteams professionaliseren rond taal- en wiskundeonderwijs, binnen de brede opdracht van onderwijs: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Kwalificatie is een volwaardige opdracht voor onderwijs. De focus op taal, wiskunde en goede resultaten is een legitieme keuze, mits die ingebed is in een benadering die evenwaardig aandacht schenkt aan het socialiseren en persoon worden van de leerling.
Voor OCB betekent dit niet dat we de focus op resultaten loslaten, maar wel dat we ze voortdurend in relatie brengen tot de bredere opdracht van onderwijs. Dat sluit nauw aan bij de OCB-begeleidingsvisie 2026, waarin OCB teams ondersteunt professioneel te oordelen, samen te leren en aan de slag te gaan met de complexiteit van het onderwijs in Brussel. Als ondersteuner verbreed je het gesprek met schoolteams door niet alleen te spreken over wat leerlingen kennen en kunnen, maar ook over hoe zij deelnemen, zich uitdrukken en positie innemen ten aanzien van zichzelf, de ander en de wereld. Door de intensieve en nabije aanwezigheid (tot op de klasvloer) van de OCB-ondersteuner, kan dit gesprek tussen ondersteuner en leerkracht heel concreet gevoerd worden.
Dat verbreden zit zelden in grote interventies, maar in hoe je als ondersteuner naar de klaspraktijk kijkt en er vragen over stelt. Bijvoorbeeld wanneer een team vooral spreekt over wat leerlingen nog niet kunnen, kan je de vraag verschuiven naar wat leerlingen wel al laten zien. Zo help je vermijden dat leerlingen gereduceerd worden tot tekorten, en maak je ruimte om hen als personen te zien. Dit sluit aan bij de OCB-visie die inzet op professionele dialoog en het creëren van een professionele leercultuur.
In een grootstedelijke context zoals Brussel is dit extra belangrijk. Leerlingen worden er vaak benaderd vanuit hun anderstaligheid, achtergrond of thuissituatie. Net daarom is het ook essentieel om te zien hoe zij verschijnen in talen, in denken, in interactie. OCB ondersteunt schoolteams dit te herkennen, waarderen en versterken als basis van goed onderwijs en noodzakelijke voorwaarde om ook efficiënt aan de basisvaardigheden (taal en wiskunde) te kunnen werken.
Meer over Biesta op deze blog, kan je hier lezen.

Eén opmerking over 'Is daar iemand? – Biesta (leestip)'