Onderwijs aan jonge kinderen (leestip)

De VLOR reflecteerde de voorbije jaren met enkele onderwijsexperten en het werkveld over ‘de toekomst van het onderwijs aan jonge kinderen’ en dit leidde oa tot deze publicatie.

Het boek bespreekt belangrijke vraagstukken zoals de eigenheid van onderwijs aan jonge kinderen, transities, diversiteit, ouderparticipatie, kwaliteitszorg,… Heel wat thema’s zijn ook gelinkt aan de uitdagingen van grootstedelijk onderwijs.

De inleiding biedt een mooi overzicht van de uitdagingen en mogelijke pistes om te bouwen aan een toekomstgericht beleid voor het onderwijs aan jonge kinderen. Daarna komen in 9 hoofdstukken experten aan het woord die één of meerdere thema’s verder uitdiepen. Heel vaak komen volgende concepten terug: gevaar van schoolification, belang van educare, nood aan professionalisering, continuïteit, specificiteit van kleuteronderwijs, onderwijskwaliteit,…

Michel Vandenbroeck houdt een pleidooi voor educare, waarbij zorg en leren onlosmakelijk met elkaar verbonden worden (meer over Educare in Brussel kan je hier lezen op deze blog).

In ‘Onderwijs heeft een diversiteitsbril nodig’ bespreken Piet Van Avermaet en Jan De Mets enkele constructiefouten en uitdagingen in het kleuteronderwijs. Ze pleiten voor een meer kindgerichte benadering en stellen een aantal ‘vanzelfsprekendheden’ in vraag.

Paul Leseman en Pauline Slot kijken naar de transitie van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs met als belangrijke focus continuïteit van curriculum en pedagogiek.

Katrien Van Laere gaat verder in op educare en warme transities met als belangrijke pijlers pedagogische continuïteit, partnerschap met ouders en multidisciplinaire samenwerking.

Sanne Feryn benadrukt het belang van de kleutertijd voor de ontwikkeling van executieve functies (impulscontrole, werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit).

In ‘Ondernemingszin: het nog te ontginnen goud’ gaan Bart Declercq en Ferre Laevers dieper in op de concepten zelfsturing en creativiteit, die de onderbouw vormen voor ondernemingszin. Ze vertalen deze concepten verder naar de concrete onderwijspraktijk.

Kris Van den Branden toont via de ervaring met de KOALA-toets aan dat centrale toetsen niet de kwaliteit van onderwijs verhogen. Maar het gezamenlijk opvolgen en vertalen van de resultaten van deze toetsen naar concrete acties in de klaspraktijk kunnen wel kwaliteitsbevorderend zijn.

In ‘Reflecterende professionals’ beschrijft Nima Sharmahd de meerwaarde van multidisciplinaire professionele leergemeenschappen op basis van goede praktijken uit Italië.

En in het laatste hoofdstuk (dat voor mij misschien het eerste hoofdstuk moest zijn), worden door Stefan Ramaekers een aantal fundamentele vragen gesteld over de opvoeding aan jonge kinderen. Hij stelt de huidige ‘dominante manier van denken en spreken over onderwijs’ in vraag en reikt elementen aan om opnieuw na te denken over het doel/visie op onderwijs en opvoeden. Dit sluit ook nauw aan bij mijn denkoefening in Onderwijskwaliteit (in Brussel).

Ik eindig met een citaat uit het laatste hoofdstuk:

Precies in het feit dat het kind ook vrij is, weerstand kan bieden, dit wil zeggen ons spreken over de wereld kan tegenspreken, toont zich iets anders, en iets dat pedagogisch gezien belangrijk is: onze afhankelijkheid van het kind.

Stefan Ramaekers

Meer leestips vind je hier.

Gepubliceerd door Piet Vervaecke

Directeur Onderwijscentrum Brussel

Eén opmerking over 'Onderwijs aan jonge kinderen (leestip)'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: