Een visie voor vandaag (leestip)

“Onderwijs is geen interventie op objecten, maar een ontmoeting tussen subjecten.”

Gert Biesta

In het boek Wereldgericht Onderwijs (2022), met de betekenisvolle ondertitel Een visie voor vandaag, werkt Gert Biesta verder op een aantal thema’s, die hij in zijn eerdere boeken en artikels al behandelde: onderwijs moet niet kindgericht, leerstofgericht of toekomstgericht zijn, maar moet werken vanuit een wereldgerichte oriëntatie (relatie met de wereld en ons gemeenschappelijk bestaan in de wereld).

Biesta kwam al eerder aan bod op deze blog. In 2015 bracht ik zijn boek The Beautiful Risk of Education onder de aandacht en in het bericht ‘De noden van kinderen en jongeren in de stad, moeten het pedagogisch project van elke Brusselse school kleuren!’ (2021) verwees ik ook door naar één van zijn artikels.

In Wereldgericht onderwijs benoemt Biesta nogmaals het doel van onderwijs en plaatst hij de leerling als subject centraal (hoofdstuk 1). Hij gaat op zoek naar de verhouding tussen samenleving en school en probeert de school (opnieuw) haar unieke plaats te geven (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 benadrukt hij om onderwijs niet te herleiden tot cultivering (vorming – doelen en uitkomst), maar ook een existentiële dimensie aan onderwijs toe te voegen (opvoeding – leerling als vrij, autonoom en verantwoordelijk subject). Biesta introduceerde in 2009 drie begrippen om de brede opdracht van onderwijs in beeld te brengen: kwalificatie, socialisatie en subjectificatie. In dit boek gaat hij vooral dieper in op het concept subjectificatie, waarbij hij het subject-zijn van de leerling voorop zet (hoofdstuk 4). Het moeilijke hoofdstuk 5 onderzoekt de verhouding tussen ‘het ik’ (subject) en objecten/fenomenen bij lesgeven en leren. Dit hoofdstuk besluit met een aantal inzichten (de ‘drie gaven van het lesgeven’): (1) gegeven worden waar je niet om hebt gevraagd (curriculum), (2) meegenomen worden voorbij de grenzen van je huidige begrip (didactiek) en (3) aangespoord worden om een zelf (‘ik’, ‘subject’) te zijn (pedagogiek). Het volgende hoofdstuk gaat hier verder op door en beschrijft leren en lesgeven als de leerkracht die de aandacht van de leerling stuurt (onderwijzen als vorm van wijzen). Het laatste hoofdstuk gaat dieper in op de betekenis van wereldgericht onderwijs en de plaats van lesgeven bij de ontmoeting van de leerling met de wereld.

“Op veel plekken in de wereld staat het onderwijs onder een niet-aflatende druk om te presteren, en de criteria voor welke prestaties tellen, worden meer en meer gedicteerd vanuit de wereldwijde onderwijsmeetindustrie (oa PISA).  Dit legt niet alleen een enorme druk op scholen, leraren en leerlingen, maar ook op beleidsmakers en politici, die allemaal gevangen lijken in een wereldwijde onderwijs-ratrace.  Er is een voortdurende paniek over de kwaliteit van het onderwijs, en die paniek genereert een onverzadigbare behoefte aan onderwijsverbetering, die lijkt af te stevenen op steeds beperktere definities van wat telt als onderwijs en wat telt in het onderwijs.  Een verrassende uitkomst van deze dynamiek is dat onderwijs meer en meer als deel van het probleem wordt gezien, en steeds minder als deel van de oplossing, met een hoge mate van ontevredenheid onder leerlingen, leraren, politici, de media en het publiek.” 

Uit hoofdstuk 2 “Wat voor samenleving heeft de school nodig?”

Doorheen het boek komen ook zijn eerdere standpunten opnieuw aan bod, zoals ‘learnification’, zijn kritiek op de impact van internationale toetsen of zijn kritiek op constructivistische leertheorieën.

Ook al is Biesta soms wat te moeilijk voor mij en ben ik het niet met alles eens, toch doet hij ons grondig nadenken over wat onderwijs kan en moet betekenen in een moderne samenleving. En dat is niet wat we er vandaag van maken…

Aandachtige betrokkenheid

Dr. Lisette Bastiaansen ontwikkelde een eigen en concrete vertaling van enkele inzichten van Biesta. Zij promoveerde in 2022 met het proefschrift Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding (met Biesta als promotor). Ze focust in haar onderzoek niet op de instrumentele kant van de relatie tussen leraar en leerling (impact van de relatie op prestaties), maar op de pedagogisch-relationele kant: “Bij het pedagogisch-relationele handelen van leraren gaat het in essentie over het uitnodigen, uitdagen en verleiden van leerlingen om verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en hun eigen handelen in de wereld. ’’ (School- en Klaspraktijk, jg 63 (1), 2022). Bij de invulling van dit concept, ontwikkelde ze 3 houdingen voor de leraar: aandachtig zijn, aanwezig zijn, betrokken zijn.

Gepubliceerd door Piet Vervaecke

Directeur Onderwijscentrum Brussel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: