In zijn boek Meesterlijk Schoolleiderschap (2023) beschrijft Yves Larock hoe je als leidinggevende impact kan hebben in onderwijs. Hij benadert de job van schoolleider vanuit drie grote doelen:
(1) onderwijsambitie realiseren (oa visie en doelen, inspireren en motiveren),
(2) leerklimaat cultiveren (oa doelgericht samen professionaliseren),
Deze grote doelen vertaalt hij telkens concreet naar de school- en klaspraktijk met als rode draad een zelfscan ‘effectief schoolleiderschap’ (met 81 items). Hij houdt hierbij de kernopdracht van onderwijs voor ogen: impact op de prestaties van leerlingen (via de effectiviteit van het schoolteam).
Doorheen het verhaal komen verschillende tools, instrumenten of inzichten aan bod die je als directeur kan gebruiken: bv. cocreatief werken, zelfdeterminatietheorie, cyclus van praktijkonderzoek, reduceren van weerstand, verbindend schoolklimaat, optimaliseren van vergaderprocessen, Job Demand Control-model, 8 criteria voor school- en klasinrichting, digitalisering, financiële visie,…
In het 4de deel ‘meesterschap’ zijn er nog enkele essentiële toevoegingen om te komen tot effectief en duurzaam leiderschap: gedeeld leiderschap (samen school maken) en persoonlijk meesterschap (met oa belang van persoonlijke missie en visie, zelfzorg, praktische wijsheid,…).
Als leidinggevende herken ik de inzichten waarop Yves zich baseert. Hij is er heel goed in geslaagd om die te verwerken in een samenhangend model en te vertalen naar onderwijs.
Het was fijn om in het boek ook de expertise en ervaring van enkele Brusselse directeurs te ontmoeten.
Over directies en leidinggeven in onderwijs kan je ook deze blogberichten lezen:
In haar boek, Mindfulness voor leerkrachten (2015) schetst Patricia Jennings, Ph.D., verschillende mindfulnessstrategieën voor leraren. Deze praktijken kunnen helpen om “aandachtig aanwezig te zijn wanneer dat het meest nodig is” (met focus op de leeromgeving én de leerlingen).
Dr. ‘Tish’ Jennings
I wrote this book for everyone who cares about transforming our schools into environments that promote human development – in the fullest sense of the word – and where our children and young adults can reach their full potential.
Hieronder vind je drie voorbeelden van hoe mindfulness ondersteunend kan zijn voor leerkrachten (gebaseerd op artikels en boeken van Jennings).
1. emoties beter begrijpen
Mindfulness kan leraren helpen om hun eigen emoties te herkennen en om automatische reacties proactief te reguleren. Mindfulness kan leerkrachten leren genieten van positieve momenten en negatieve emoties leren begrijpen. Daartoe is het belangrijk niet alleen te focussen op het wat en de hoe, maar ook aandacht te besteden aan het hier en nu.
OEFENING: CENTREREN
Neem vóór de les even de tijd om te focussen. Ga met je voeten licht gespreid staan, verankerd op de grond. Breng je aandacht naar één punt (je ademhaling, de boom voor het raam,…). Concentreer je op dit punt en voel de verbinding met jezelf en je omgeving.
2. omgaan met ‘moeilijke’ leerlingen
Niet-oordelend bewustzijn is ook een belangrijk aspect van mindfulness. Wanneer leerkrachten voor het eerst aandachtig bewustzijn oefenen, merken ze vaak hoe moeilijk het is om niet te oordelen. Door hun emotionele reacties op leerlingen te herkennen, kunnen leerkrachten beter het gedrag van leerlingen begrijpen. Deze inzichten kunnen helpen beter te reageren op de onderliggende problemen van leerlingen, en om van een negatieve beoordeling over te gaan naar mededogen.
OEFENING: WERKEN MET MOEILIJKE EMOTIES
Denk aan een leerling die je uitdagend vindt. Denk terug aan de laatste keer dat hij of zij iets deed dat lesgeven moeilijk maakte. Welke emoties roept de herinnering op? Voel je je geïrriteerd? Gefrustreerd? Hoe voelt je lichaam? Zijn je schouders bijvoorbeeld gespannen? Probeer de gevoelens niet te stoppen of te veranderen. Observeer ze. Luister naar de gedachten die uit deze gevoelens voortkomen. Dit zal je helpen om bewust, in plaats van onbewust, op wangedrag te reageren.
3. vertragen wanneer dat nodig is
Rustmomenten zijn belangrijk tijdens het lesgeven (om leerlingen de tijd te geven informatie op te nemen en te verwerken en om leerkrachten controle te geven over zichzelf en de les). Het bewust inlassen van pauzes tijdens de les, ondersteunt het leerproces. Mindfulness kan leerkrachten helpen om geduldig te zijn en bewust gebruik te maken van pauzes, stilte, rustmomenten.
OEFENING: WACHTTIJD
Luister aandachtig terwijl de leerling antwoordt en neem voldoende tijd om erover na te denken. Soms kan je als leerkracht overdreven bezorgd zijn over de lesplannen en je onbewust gaan haasten. Vertragen en bewust pauzeren voor een moment van mindfulness kan je de tijd geven om jezelf af te vragen hoe je je voelt, wat er in de klas gebeurt en wat de leerlingen op dat specifieke moment nodig hebben. Tegelijkertijd illustreer je ook het belang van mindfulness voor de leerlingen.
Verder kan mindfulness bij leerkrachten ook bijdragen tot het creëren van een positieve leeromgeving, het versterken van de relatie met de leerlingen, het verminderen van stress, het voorkomen van burn-out,…
Mindfulness helps teachers to be deeply reflective.
Meer info:
Dit blogbericht is geen bespreking van de boeken van Jennings. Die gaan veel verder en dieper dan wat in een blogbericht aan bod kan komen:
Patricia Jennings. Mindfulness for Teachers: Simple Skills for Peace and Productivity in the Classroom (2015).
Patricia Jennings. The Trauma-Sensitive Classroom: Building Resilience with Compassionate Teaching (2018).
Patricia Jennings. Teacher Burnout Turnaround: Strategies for Empowered Educators (2020).
Hoort het verhaal van Wallonië thuis op een blog over het Brussels grootstedelijk onderwijs? Ja, want het verhaal van Wallonië gaat ook over Brussel, over meertaligheid, over vreemdetalenonderwijs en immersiescholen, over de Brusselse identiteit, over verhoudingen en verbindingen tussen verschillende gemeenschappen, over de verschillen tussen de gewesten, over de positie van Brussel binnen de Franse gemeenschap,…
RTBF-journalist Alain Gerlache gaat in zijn boek ‘Het Verhaal van Wallonië’ (2023) op zoek naar vooroordelen over Wallonië (maar ook Brussel) en probeert zowel waarheden als foute beweringen op te sporen. Het werk van Gerlache is belangrijk omdat hij inzet op meer begrip en een betere verstandhouding tussen de gemeenschappen in België (zie ook zijn podcast Plan B met Ivan De Vadder).
Enkele interessante elementen met een belangrijke link naar Brussel en/of onderwijs…
Meer dan 1 op 5 Franstaligen woont in Brussel (belangrijk aandeel!) én deze Franstalige Brusselaars voelen zich niet ‘Waals’. Brussel is historisch ook nooit een Waalse stad geweest, maar een verfranste stad! Brussel heeft haar eigen geschiedenis en meer dan ooit haar eigen identiteit (stedelijk én internationaal).
“De identiteit van Brussel is geen erfenis uit het verleden. Ze wordt opgebouwd met het oog op een gemeenschappelijke toekomst. Die dynamische visie brengt ons terug bij de fundamentele vraag die het begrip identiteit stelt. Moet ze uitsluiten in de naam van het verleden en de oorsprong, of moet ze mensen samenbrengen in een gemeenschappelijk project en gedeelde waarden.”
De instellingen in het zuiden van het land zijn een stuk complexer dan in Vlaanderen. Dit heeft ook zijn impact op de structuren die Brussel besturen. Dat het eenvoudiger kan en moet, daar is iedereen het over eens. Maar over hoe dit dan moet gebeuren, bestaan er grote meningsverschillen tussen Franstalige Brusselaars en Franstaligen uit Wallonië.
De houding, openheid en interesse voor het Nederlands als taal, wijzigt heel langzaam in Franstalig België (oa via politiek, media, onderwijs). Zo zou vanaf het schooljaar 27 – 28 het leren van één van de twee andere landstalen (Nederlands of Duits) verplicht worden vanaf het derde leerjaar. Nu kan dit ook nog het Engels zijn, behalve voor de Franstalige Gemeenschap in Brussel, waar het altijd het Nederlands is (pacte d’excellence). Met het tekort aan taalleerkrachten en de soms gebrekkige kwaliteit van het taalonderwijs, zal dit niet makkelijk te realiseren zijn. Verder blijft het immersieonderwijs Nederlands heel populair (4 à 4.5% van de schoolbevolking volgt immersie-onderwijs Nederlands of Engels, maar wel eerder een sociaal-economisch bevoorrecht publiek). Gerlache houdt in het kader van dit thema ook een pleidooi voor twee- en meertaligheid en verwijst hierbij naar de ambitie van de Brusselse regering.
“Door als laboratorium voor meertaligheid te fungeren, kan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een voortrekkersrol spelen voor de rest van het land. En dit mag niet ten koste gaan van het Nederlands en het Frans. Het bevorderen van twee- en meertaligheid moet de waarde van talen die deel uitmaken van ons erfgoed vergroten in plaats van ze te beperken tot een ondergeschikte rol in een geglobaliseerde samenleving. Net als biodiversiteit moet taaldiversiteit behouden blijven.”
Maar het boek gaat ook over: genieten van de voordelen van Frankrijk, zonder er deel van uit te maken; het ontbreken van het fenomeen van “BW’s” (Bekende Walen); wat is politiek links en bestaat extreem rechts; het (economisch) succesverhaal van Waals-Brabant;…
Na de Omgevingsanalyse van de Vlaamse onderwijsadministratie 24 – 29 deel ik hier ook nog even de eerste editie van ‘Een blik op Brussel’ (juli 2023). Deze publicatie van het Agentschap Binnenlands Bestuur geeft een cijfermatig overzicht van het Brussels Gewest aan de hand van 7 thema’s: demografie, onderwijs, armoede, werk, digitalisering, vrije tijd en zorg en gezondheid.
De nota vergelijkt het Brussels Gewest met de 4 andere Belgische steden (Antwerpen, Gent, Charleroi en Luik) en het Vlaams Gewest. Ook de verschillen tussen de 19 Brusselse gemeenten worden voor elk thema in kaart gebracht.
Ik neem hier even de conclusie van het hoofdstuk onderwijs over:
“De stevige bevolkingsgroei doet het onderwijs in het Brussels Gewest ‘boomen’. De aantrekkingskracht van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel blijft ook groeien: de afgelopen jaren werd de grootste groei immers daar gerealiseerd. Dat brengt ontegensprekelijk ook uitdagingen met zich mee: vergeleken met de Vlaamse steden spreken veel meer Brusselse kinderen thuis geen Nederlands en gaan kleuters er minder vaak naar school. Ondanks die unieke context is het aandeel leerlingen met een moeizame schoolloopbaan (schoolse vertraging, vroegtijdige schoolverlaters) in het Nederlandstalig onderwijs in het Brussels Gewest echter niet opvallend hoger dan in Antwerpen. Brussel blijft tegelijk een zekere centrumfunctie vervullen ten opzichte van de nabijgelegen Vlaamse gemeenten: er gaan immers een stuk meer leerlingen vanuit het Vlaanderen naar school in het Brussels Gewest dan omgekeerd. Wanneer we per gemeente een onderwijsindex berekenen op basis van de kleuterparticipatie, het aandeel vroegtijdige schoolverlaters, het aandeel leerlingen met schoolse achterstand en het algemene opleidingsniveau zien we duidelijke geografische verschillen binnen het Brussels Gewest. Enerzijds staan leerlingen het sterkst in zuidoostelijke gemeenten zoals Ukkel, Sint-Pieters-Woluwe en Sint-Lambrechts-Woluwe. Anderzijds staan ze het zwakst in gemeenten uit de ‘arme sikkel’ (Sint-Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek) maar ook in Evere en Koekelberg.”
In de Commissie voor Onderwijs en Scholenbouw van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van 4 oktober 2023, kwamen oa vragen aan bod over (1) het leerkrachtentekort en (2) de uitspraken van minister Weyts over het Nederlands op school.
Leerkrachtentekort
Op basis van een bevraging van de Brusselse scholen stelt collegelid Gatz vast dat de nood heel hoog blijft en dat we moeten blijven inzetten op een veelheid van initiatieven. Hij geeft een overzicht van de vele maatregelen die door VGC en OCB genomen worden. Tegelijkertijd nuanceert collegelid Gatz de tekorten en beschrijft hij de complexiteit van de problematiek. Hij illustreert dit met een aantal belangrijke cijfers.
Enkele voorbeelden (lees het volledig verslag voor de toelichting bij de cijfers):
Aantal leerlingen per voltijdse leerkracht
Brusselaars in het leerkrachtenkorps
Inschrijvingen lerarenopleidingen
Uitspraken van minister Weyts over het Nederlands op school
Ik beperk me tot de conclusie van collegelid Gatz (het volledige debat kan je in het verslag lezen): “We zijn het er allemaal over eens dat de instructietaal Nederlands belangrijk is en voldoende aandacht moet krijgen op school en in de vrije tijd. Maar dit betekent echter niet dat we de thuistaal (om ideologische redenen) moeten bannen of verbieden als brugfunctie in het bereiken van de doeltaal.”
Er was ook een vraag over hygiënisch beschermingsmateriaal (‘menstruatiearmoede’), waar minister Gatz in zijn antwoord inzoomt op de subsidie voor tussenkomsten in de schoolkosten; én een vraag over gezonde voedingop school waar je een overzicht krijgt van de verschillende initiatieven op dit vlak.
Het volledige verslag van de commissie kan je hier lezen.
De Vlaamse onderwijsadministratie maakte ter voorbereiding van de wissel van de legislatuur een analyse van de belangrijkste grote trends en maatschappelijke ontwikkelingen om het onderwijsbeleid toekomstgericht vorm te geven. In het rapport (180 p.) worden oa de ontwikkelingen in kaart gebracht op het vlak van onderwijstrajecten, leerkrachten en directies, technologie, financiering, leeruitkomsten,… Stuk voor stuk boeiende thema’s die als aanknopingspunt kunnen dienen voor een kwaliteitsvol onderwijsbeleid.
Ter illustratie zoom ik even in op een cruciaal thema voor grootstedelijk onderwijs: de sociaal culturele ontwikkelingen (hoofdstuk 3). Het rapport stelt in dit deel vast dat…
armoede nauwelijks afneemt: 39% van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, heeft een verhoogd risico op armoede en sociale uitsluiting, in het Vlaamse Gewest is dit 11% (STATBEL, 2022);
heel wat kinderen opgroeien in armoede: 27% van de 0 tot 3-jarigen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, groeit op in een kansarm gezin (Agentschap Opgroeien);
veel gezinnen problemen ondervinden met het betalen van directe en indirecte kosten bij de deelname aan onderwijs (oa afhankelijk van onderwijsniveau: uitrusting, traktaties, schoolfoto’s, steunactiviteiten, schoolactiviteiten, uitstappen, vervoer en verplaatsing,…).
kansarmoede impact heeft op de schoolloopbaan van leerlingen: bv. leerklimaat, voeding, taalrepertoire, welbevinden, digitalisering,…;
de kindertijd en adolescentie cruciaal zijn voor gezond gedrag in het latere leven;
meer kinderen en jongeren kampen met psychosociale klachten en professionele hulp niet altijd toegankelijk is;
fysieke gezondheid achteruit gaat (oa fysieke activiteit, voedingsgewoontes, schermtijd, vermoeidheid,…).
Lees hier het volledige rapport. Er worden heel wat interessante thema’s behandeld zoals de groeiende diversiteit en sterke toename van anderstalige nieuwkomers (p. 14); toename van het vroegtijdig schoolverlaten (p. 28); de werkbaarheid van de job en de planlast als bron van stress (p. 68); meer gedeeld leiderschap (p. 82); nood aan voldoende digitale competenties en apparatuur (p. 85); mediawijsheid (p. 92); neerwaartse trend leerlingenresultaten (p. 128, 133); de impact van leerlingenkenmerken op schoolse resultaten (p. 138); de impact van klimaatverandering op kinderen en jongeren (p. 150);…
Lange tijd na elkaar zitten, creëert fysieke en mentale spanning en belasting. Te weinig beweging, maakt de spieren stijf, vermindert de beweeglijkheid van de gewrichten, verzamelt bloed en lymfevocht in het onderlichaam,…
Leerlingen beginnen na langdurig zitten te bewegen op hun stoel en verliezen hun aandacht. Lichamelijk ongemak leidt af. Gebrek aan beweging zorgt voor vermoeidheid. Een slechte doorbloeding remt het concentratievermogen.
Het is niet praktisch om leerlingen vrij en energiek door het klaslokaal te laten bewegen, niet alleen omwille van het gebrek aan ruimte, maar ook om de onderwijstijd en de rustige leeromgeving niet onder druk te zetten. Stoelyoga is daarom een interessante piste.
Bij stoelyoga blijven leerlingen rustig op hun plaats en voeren ze enkele oefeningen uit op hun stoel om de gewrichten te openen en de spieren te strekken. Door ook aandacht te hebben voor de ademhaling en/of visualisaties, zorgt deze korte yogapauze voor vernieuwde energie en concentratie bij leerlingen en de leerkracht. Leerlingen leren ook op te merken hoe ze zich voelen en ontwikkelen zelfregulatiestrategieën.
In deze Engelstalige video deelt Sarah Kirk (Yoga 4 Classrooms) vijf eenvoudige stoelyoga oefeningen:
Steven Mannens, onderwijsadviseur bij Leren Vlaanderen, verkent in zijn boek LEREN centraal (Pelckmans, 2023) de verschillende bouwstenen van een LEER-krachtige omgeving. Het boek bestaat uit vier hoofdstukken: (1) wat is leren, (2) hoe kan dit leren versterkt worden (6 bouwstenen), (3) wie neemt hierbij welke rol op (schoolleiding, lerarenteam, leerlingen, ouders en externen) en (4) welke inzichten uit taalonderwijs zijn versterkende factoren voor een leerkrachtige omgeving.
Mannens definieert leren als “een actief proces waarbij leerlingen informatie verwerken tot kennis. De leerling maakt hierbij verbinding met wat hij of zij al weet. Informatie moet daarvoor gestructureerd en actief verwerkt worden. In het brein moeten dus best wel wat zaken gebeuren vooraleer we over kennis kunnen spreken. Kennis is verwerkte informatie. Die kennis bevindt zich bij voorkeur in het langetermijngeheugen, zodat die ook op latere tijdstippen ‘makkelijk’ raadpleegbaar is.” Om dit complexe proces mogelijk te maken, wordt het concept van formatief handelen naar voren geschoven als aanvulling op het didactisch handelen van de leerkracht.
Dit leren kan versterkt worden door 6 bouwstenen: effectieve instructie, differentiatie, effectieve feedback, peer- en zelfevaluatie, samenwerkend leren en leerstrategieën.
Om dit leren mogelijk te maken moet iedere betrokkene een actieve rol opnemen: de leerling is ‘geen consument, maar een LEER-actor’, de leerkracht is ‘de spilfiguur voor een LEER-krachtige omgeving’ vanuit een ‘samenwerkende professionaliteit’, leiddinggevenden hebben de opdracht om een ‘lerende organisatie’ mogelijk te maken, het bredere netwerk rond de school (waaronder de ouders) ‘helpt en steunt bij de diversiteit aan uitdagingen’ en doet dit vanuit ‘duurzame en gelijkwaardige partnerschapsrelaties’.
Tenslotte wordt nog even ingegaan op drie versterkende elementen van de krachtige leeromgeving: positief, veilig en rijk leerklimaat, betekenisvol leren en rijke ondersteuning en interactie.
Alle elementen in het boek worden uitgebreid geïllustreerd met voorbeelden uit de klas- en schoolpraktijk. LEREN centraal brengt de verschillende elementen van een leerkrachtige schoolomgeving samen in een helder model. De formatieve cyclus met de 10 principes van formatief handelen, vormen de kern van het model.
Na 4 jaar onderzoek (Edistools, FWO, UGent en VUB) werd in september 2023 de interactieve tool Re:flex gelanceerd. Onderwijscentrum Brussel was één van de vele stakeholders in dit project.
Re:flex bestaat uit 5 digitale tours die onderwijsprofessionals helpen om nieuwe reflexen te installeren rond etnische diversiteit in hun klas. Via de zelfsturende tours verwerf je inzichten om kritisch na te denken over je doen en denken in de klas of op school.
Via deze tool wordt gewerkt aan…
het verhogen van het begrip en zo ook het bewustzijn van etnische ongelijkheid en discriminatie in de onderwijscontext;
het effectief omgaan met verschillende vormen van ongelijkheid en discriminatie waar onderwijsprofessionals al dan niet zelf bij betrokken zijn;
het evalueren van het eigen handelen (over de tijd heen).
Mijn blogbericht vandaag gaat niet over Urban Education of yoga bij kinderen en jongeren. Maar met de verkiezingen in het vooruitzicht en de vaak heftige reactieve stijl in politieke debatten, is dit mindfulnessproject bij Britse politici toch een blogbericht waard…
In 2014 vormde een groep Britse politici van verschillende politieke partijen de ‘Mindfulness All-Party Parliamentary Group’. Deze groep kwam bijeen om de potentiële voordelen van mindfulness in de samenleving te bespreken en ontwikkelde zelf een mindfulness-werking voor politici in het parlement. Deze mindfulnesslessen werden vrijwillig gevolgd door meer dan 300 Britse parlementsleden van diverse politieke achtergronden én ongeveer 800 parlementair medewerkers. De populariteit van ‘Mindfulness in Westminster’ inspireerde ook andere landen en mindfulness-programma’s werden geïntroduceerd in verschillende parlementen, waaronder Canada, Denemarken, Estland, Ierland, Nederland en Europa.
Vorige week (september 2023) verscheen een rapport over de werking van ‘Mindfulness in Westminster’ op basis van een zelfrapportage via diepte-interviews bij 20 deelnemende politici.
Het rapport bespreekt impact van mindfulness voor politici op 3 niveaus:
1. individuele voordelen (prestaties, focus en veerkracht)
De politici beschrijven de wekelijkse parlementaire mindfulnesslessen als een ‘rustpunt’, een ‘oase in de woestijn’. Het maakt hen gelukkiger, sterker, energieker en hoopvoller als ze terugkeren naar hun parlementaire activiteiten. Het verhoogt hun aandacht en mentale flexibiliteit.
“In an increasingly frantic and complex world, mindfulness allows me to step into the moment and be present – and the importance of doing that should not be underestimated.”
Doreen Lawrence, Baroness Lawrence of Clarendon OBE
2. impact op de relaties en interacties met anderen (tijd nemen, luistervaardigheden, omgaan met verschillende meningen en verbinding)
Politici stellen vast dat mindfulnesstraining impact heeft op hun interpersoonlijk gedrag: effectiever communiceren, aandachtiger luisteren en meer empathie.
“It’s a blessed gift to be able to create that half-asecond difference between an immediate reaction and a response.”
Chris Ruane, Member of the British Parliament for 20 years and founder of the UK All-Party Parliamentary Group on Mindfulness
3. invloed op de politieke cultuur (debatcultuur, polarisatie, universele waarden)
Politici ervaren dankzij mindfulness een grotere openheid voor alternatieve standpunten en de bereidheid om te zoeken naar gemeenschappelijke gronden. Ze zien een vriendelijker soort politiek met meer respect en bedachtzaamheid.
“Mindfulness might create the space in you to think a little more openly about how you interact with other people and other things…”
Kate Parminter, Baroness Parminter
In de conclusies wordt de wens uitgesproken om mindfulness in het parlement verder toegankelijk en kwaliteitsvol uit te bouwen en te ondersteunen via wetenschappelijke opvolging. Parlementslid Lord Alan Howarth zegt hierover nog het volgende: “Het wederzijds respect, de bereidheid om te luisteren, de vriendelijkheid, het open-minded zoeken naar elkaar begrijpen, zijn de cruciale fundamenten voor een betere politiek en worden door een mindfulnesspraktijk ontwikkeld en ondersteund.”