Over taalscreening in het kleuteronderwijs… (debat Raad VGC, 15 oktober 2021)

De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie debatteerde op 15 oktober 2021 over de invoering van de taalscreening in het kleuteronderwijs (Koala). Het thema kwam ook al eerder aan bod in de Raad.

Minister Gatz gaf een uitgebreid en genuanceerd antwoord op de vragen van raadsleden Bianca Debaets en Khadija Zamouri. Hij vindt de verplichte taalscreening positief zodat scholen tijdig, dus bij aanvang van de derde kleuterklas, een goed zicht krijgen op waar hun leerlingen staan inzake de schooltaal Nederlands. Zo kunnen scholen extra taalstimulering geven aan de kleuters die het nodig hebben. Hij benadrukt verder dat vastgestelde tekorten op het vlak van taalvaardigheid bij jonge kinderen best in de klas kunnen worden aangepakt.

De minister omschrijft taalscreening als een hulpmiddel voor de school en de leerkracht op 4 vlakken: (1) om een taalbeleid te ontwikkelen op maat van de school, (2) om een klasbeleid te ontwikkelen dat zowel de taalsterke als taalzwakke leerlingen uitdaagt, (3) om individuele leerlingen of groepjes leerlingen taalgericht te ondersteunen en (4) om ouders te informeren over de evolutie van hun kind en met hen in dialoog te gaan over hoe de taalontwikkeling kan worden gestimuleerd.

Verder gaat minister Gatz in op de ervaring die het Nederlandstalig onderwijs in Brussel reeds heeft op het vlak van taaltoetsing en hij geeft ook een overzicht van de ondersteuningsmogelijkheden voor Brusselse scholen, oa via het Onderwijscentrum Brussel.

In zijn conclusie haalt minister Gatz nog twee belangrijke punten aan:

  • “Vroeger waren er verschillende gepolariseerde debatten over het afnemen van een taaltest en het verplichten van een taalbadjaar. Nu is het debat genuanceerder geworden. In feite volgt de Vlaamse oplossing de Brusselse expertise. Wij doen dit al lang en wij doen dit op een goede manier zonder stigmatisering: aangepaste taalbegeleiding, zoveel mogelijk op maat van het kind.”
  • “Ik maak de kanttekening dat de bredere achtergrond van het kind belangrijk blijft. De leerkrachten en de kleuterleidsters moeten goed zicht hebben op wie het kind is, wie de ouders zijn en wat de sociale achtergrond is. Die sociale achtergrond kan een even belangrijke factor zijn in de taalontwikkeling van het kind. De taalvaardigheid van het kind moeten we positief benaderen. Mogelijk is een kind zeer taalvaardig in een andere thuis- of moedertaal. Als dat zo is, kunnen er gemakkelijker bruggen worden gelegd naar het Nederlands. We testen het Nederlands, want dat is de schooltaal. De bredere achtergrond, het zoeken naar drempels die kunnen worden overwonnen en de taligheid van het kind in de moedertaal zijn ook belangrijke elementen. Zij kunnen kinderen sterker maken in de ontwikkeling naar de doeltaal, het Nederlands.”

Het volledige verslag van de Raad van 15 oktober kan je hier terugvinden.

Gepubliceerd door Piet Vervaecke

Directeur Onderwijscentrum Brussel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: