Zoals elke organisatie zijn ook VGC en OCB op zoek naar de plaats van artificiële intelligentie (AI) in hun werking. Dat AI een belangrijke rol kan spelen in zowel primaire als secundaire onderwijsprocessen staat niet ter discussie. De technologie is aanwezig, wordt steeds krachtiger en vindt ondertussen haar weg naar klassen, scholen, lesmaterialen, onderwijsbegeleiding,… De cruciale vraag is niet zozeer wat technologisch mogelijk is, maar wat pedagogisch wenselijk is. AI kan een krachtige ondersteuning bieden, maar mag nooit de menselijke opdracht van onderwijs overnemen. AI biedt reële kansen voor o.a. lesontwikkeling, het creëren van effectieve oefenkansen, omgaan met meertaligheid, differentiatie, gerichte feedback, tutoring, inclusie, werken met data, administratieve ondersteuning, professionalisering,… Juist daarom is het belangrijk om bewust keuzes te maken over waar en hoe we AI inzetten.
Onderstaande reflectie verkent drie soorten overwegingen: maatschappelijke, onderwijskundige, ethische. Het is niet meer dan een aanzet, tegelijkertijd een persoonlijke zoektocht, die morgen ongetwijfeld weer achterhaald zal zijn. Veel uitspraken over AI in onderwijs zijn immers gebaseerd op verwachtingen, vooronderstellingen of kortetermijnonderzoek. Daarom blijft “bedachtzaam enthousiasme” (*) aangewezen. Nieuwe toepassingen verdienen voortdurende evaluatie en kritische opvolging.
1. Maatschappelijke overwegingen
De vraag naar AI in onderwijs is uiteindelijk een vraag naar de opdracht van onderwijs zelf: “Wat is het doel van onderwijs in onze samenleving?”. Zoals eerder val ik voor deze vraag terug op het drieluik van Biesta: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Het denken over de plek van AI in onderwijs moet steeds afgewogen worden in relatie tot deze doelen.
Ontwikkelingskansen én gelijke kansen
AI moet bijdragen aan brede ontwikkelingskansen met oog voor gelijke kansen. Ontwikkelingskansen betekent ook specifiek menselijke vaardigheden blijven ontwikkelen. Denk o.a. aan zelf leren denken, argumenteren en oordelen, omgaan met onzekerheid, leren luisteren naar andere perspectieven, leren deelnemen aan het publieke debat. AI kan de ontwikkeling van deze vaardigheden in onderwijs ondersteunen, maar mag die niet overnemen.
Nieuwe technologie mag bestaande ongelijkheden niet versterken. AI-systemen worden getraind op bestaande datasets en met het risico dat ook bestaande ongelijkheden overgenomen worden. Het is belangrijk om ons hiervan bewust te zijn.
Persoonsvorming
De belangrijkste vraag is niet of AI efficiënt is, maar of zij bijdraagt aan de ontwikkeling van autonome, verantwoordelijke, kritische en verbonden mensen. Onderwijs gaat immers niet alleen over kwalificatie, maar ook over persoonsvorming en leren samenleven in diversiteit: jonge mensen helpen uitgroeien tot personen die zelfstandig kunnen denken, oordelen en handelen, én die samen met anderen de wereld aankunnen. AI kan daarbij ondersteunen, maar mag die ontwikkeling niet overnemen. Onderwijs moet ruimte blijven creëren voor reflectie, twijfel, creativiteit, ontmoeting en verantwoordelijkheid.
2. Onderwijskundige overwegingen
Vervolgens moeten we ons afvragen wat AI betekent voor leren, lesgeven en begeleiden.
Meerwaarde van nieuwe technologieën
Onderwijs kan AI zeker omarmen. AI kan helpen bij het ondersteunen van het leren en het onderwijzen, kan taken van onderwijsprofessionals (leraren, ondersteuners) faciliteren en kan de schoolorganisatie ondersteunen.
Onderwijs heeft ook de opdracht om leerlingen en leerkrachten AI-geletterd te maken. Dat betekent leren begrijpen wat AI wel en niet kan, kritisch omgaan met AI-output en bewuste keuzes leren maken in het gebruik ervan. AI-vaardigheid dient deel uit te maken van de kwalificatie van onze leerlingen én leerkrachten.
Pedagogiek eerst
Veel AI-onderzoek in onderwijs is technologisch gedreven en minder stevig verankerd in leertheorieën. AI ontwikkelt zich momenteel sneller dan onze kennis over haar effecten op leren.
Daarom is het belangrijk om steeds te vertrekken vanuit een onderwijskundige of maatschappelijke doelstelling. Technologie volgt de visie, niet omgekeerd.
Onderwijs is relationeel
Onderwijs en begeleiding zijn in essentie relationele praktijken. Vertrouwen opbouwen, begeleiden, coachen, bemiddelen en moeilijke gesprekken voeren blijven menselijke kerntaken. AI moet ruimte laten voor deze menselijke dimensie en kracht van onderwijs.
Denken niet systematisch uitbesteden
Onderzoek toont aan dat AI vaak leidt tot betere prestaties tijdens het uitvoeren van taken. Maar verschillende onderzoekers waarschuwen voor een belangrijke nuance: presteren is niet hetzelfde als leren.
AI mag het denken ondersteunen, maar niet vervangen. Onderwijs moet ruimte blijven creëren waarin leerlingen én leerkrachten zelf leren denken, schrijven, onderzoeken, interpreteren, oordelen en zelf complexe cognitieve taken leren uitvoeren.
Professionaliteit en vakmanschap
Ondersteuners, leraren en directies moeten vaardigheden zoals doelgericht observeren, interpreteren, afwegen of beoordelen blijven ontwikkelen. AI moet leraarschap versterken en ondersteunen, maar kan en mag relationeel en didactisch vakmanschap niet vervangen.
Dit betekent tegelijkertijd dat onderwijsprofessionals de kans moeten krijgen om zich te professionaliseren in het samenwerken met deze nieuwe technologieën.
3. Ethische overwegingen
Ten slotte moeten we ook stilstaan bij de impact van AI, de kansen én de gevaren.
Neutraliteit
AI is niet neutraal. Technologie verandert niet alleen wat we doen, maar ook hoe we denken, communiceren, waarnemen en keuzes maken. AI-systemen dragen altijd bepaalde waarden, voorkeuren en logica’s in zich mee.
AI kan adviseren, analyseren en voorstellen formuleren. Beslissingen over leerlingen, medewerkers, scholen of begeleidingstrajecten blijven menselijke beslissingen waarvoor mensen verantwoordelijk zijn.
Autonomie
Onderwijs moet waken over zijn autonomie. AI-oplossingen worden vandaag grotendeels ontwikkeld door een beperkt aantal internationale technologiebedrijven. Scholen en onderwijsorganisaties moeten daarom blijven vertrekken vanuit hun eigen waarden, doelen en behoeften, en niet vanuit de logica van technologiebedrijven.
Privacy
Persoonsgegevens van leerlingen, ouders en medewerkers verdienen maximale bescherming. Bij elke toepassing moet duidelijk zijn welke gegevens worden verzameld, waar ze terechtkomen en waarvoor ze worden gebruikt.
Transparantie en menselijke
Onderwijs zal altijd mensenwerk blijven. Goede pedagogische beslissingen laten zich nooit volledig reduceren tot algoritmes of datamodellen. Elke leerling, klas en context vraagt interpretatie. AI mag adviseren, maar niet autonoom beslissen over mensen. Dat geldt bijvoorbeeld voor evaluaties, zorgbeslissingen, personeelsbeleid, begeleidingstrajecten of schoolontwikkelingsprocessen.
Analyses, adviezen of ontwikkelingen door AI, moeten uitlegbaar blijven en moeten steeds kritisch bevraagd worden.
Duurzaamheid
AI heeft een ecologische kost. Bij de inzet van AI wegen we de maatschappelijke en pedagogische meerwaarde af tegen energie-, materiaal- en dataverbruik. Ook de impact op mensenrechten maakt deel uit van die afweging.
Financiële kost
AI vraagt investeringen in software, infrastructuur, opleiding, beveiliging, opvolging en kwaliteitsbewaking. Tegelijk kan AI tijd vrijmaken en bepaalde processen efficiënter maken. De inzet van AI moet daarom steeds beoordeeld worden op haar werkelijke kost en meerwaarde voor onderwijs en ondersteuning.
4. Conclusie
Dit betekent dat we bij iedere toepassing van AI in onderwijs opnieuw dezelfde vragen moeten stellen: draagt deze toepassing bij aan het leren, onderwijzen en ontwikkelen van onze leerlingen? Versterkt zij de professionaliteit van leraren, ondersteuners en leidinggevenden? Bevordert zij gelijke kansen, kritisch denken, autonomie en persoonsvorming? Respecteert zij menselijke waardigheid, mensenrechten en duurzaamheid?
AI biedt onmiskenbare kansen. Ze kan ondersteunen, verrijken, differentiëren, inspireren en ruimte creëren voor wat er echt toe doet. Maar onderwijs is meer dan informatie verwerken, problemen oplossen of prestaties optimaliseren. Onderwijs gaat ook over ontmoeten, oordelen, verantwoordelijkheid opnemen, leren samenleven en mens worden.
Waar AI die opdracht versterkt, maken we gebruik van haar mogelijkheden. Waar ze de kern van onderwijs dreigt te verengen, te vervangen of over te nemen, trekken we een grens. Dat is uiteindelijk geen technologische keuze, maar een maatschappelijke, pedagogische en ethische keuze.
Bovenstaande tekst is geïnspireerd op artikels, schrijfsels, podcasts,… van o.a. het Kenniscentrum Digisprong, Agirdag, Arendt, Biesta, De Bruyckere, Ginis, Hubeek, Luckin, Mollick, Pijpers, Selwyn en Van den Branden, kwam tot stand via vele gesprekken én in interactie met AI.
Het Vlaamse kenniscentrum Digisprong publiceerde in 2024 een visietekst over AI in onderwijs, die nog altijd actueel blijft. De overwegingen hierboven komen ook in de visietekst terug, die o.a. een aantal basisvoorwaarden formuleert:
- Het leerproces van de lerende staat voorop
- AI is geen doel op zich
- AI-toepassingen in het onderwijs zijn betrouwbaar
- AI-toepassingen in het onderwijs zijn gebaseerd op gedeelde waarden
- Verantwoorde AI is een continu proces
- Het onderwijs heeft een ondersteunend netwerk dat AI-klaar en -weerbaar is
- Professionalisering en verantwoorde AI gaan hand in hand
Lees de volledige “Visietekst verantwoorde AI in het Vlaamse onderwijs” van het kenniscentrum hier en de “Praktische gids: hoe ga je bewust en verantwoord met AI om in je school?” hier.

(*) “bedachtzaam enthousiasme”: concept gebruikt bij interne OCB-workshop door OCB-collega en die de basishouding van de onderwijsondersteuner helder verwoordt.