Op 13 mei 2026 lichtten de VGC‑collegeleden het bestuursakkoord toe tijdens de Samenwerkingscommissie met de Vlaamse volksvertegenwoordigers (gekozen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand. Het verslag daarvan verscheen half juli en is hier te lezen.
Met betrekking tot onderwijskwaliteit legde minister De Smedt de nadruk op een aantal kernpunten. Hieronder vind je de passages uit het verslag die dat het best illustreren.
- “Onderwijskwaliteit is uiteraard de ruggengraat van het VGC-beleid. Een van de belangrijkste Brusselse beleidsinstrumenten is het Onderwijscentrum Brussel, het OCB, dat leerkrachten en schoolteams op een schoolnabije manier ondersteunt als kwaliteitsmotor die didactiek, klaspraktijk en schoolwerking versterkt met meer leerwinst als doel. Om sterke onderwijskwaliteit en meer leerwinst in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel te verwezenlijken, versterkt de VGC dan ook het OCB.”
- “Onderwijskwaliteit vergt sterke en gekwalificeerde leerkrachten. Ondanks een dalende statistische trend blijft het lerarentekort in Brussel structureler en zwaarder dan elders, met uiteraard een onmiddellijk impact op de kwalificatiegraad. Binnen de flankerende bevoegdheden zet de VGC in op het versterken van wat werkt en onderzoekt het gerichte specifieke stimulansen.”
- “De VGC verkent ook de mogelijkheden van innovatie, zoals een praktische ontzorging en gerichte AI-toepassing voor leerwinst en meertaligheidskwesties.”
- “Schooluitval en antipestbeleid zijn twee belangrijke aandachtspunten. Schooluitval tegengaan is een essentieel element in de strategie om de onderwijskwaliteit te versterken, maar ook om het leerlingenwelzijn op niveau te houden. Pesten raakt rechtstreeks aan de veiligheid, het welbevinden, de leerwinst, de schoolbinding en draagt bij tot schooluitval.”
- “Om onderwijskwaliteit ernstig te nemen, moet er ook aandacht gaan naar randvoorwaarden die het leren mogelijk maken, onder meer kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang, uitbreiding van het educatieve aanbod ook buiten de klassieke schooluren, blijvende aandacht aan het wegwerken van de armoededrempels.”
Het politieke debat tussen de parlementsleden en beleidsverantwoordelijken vind je op pagina 9 tot 28 van het verslag. Ik vat dat hier niet samen omdat de nuances van de uitwisseling anders verloren zouden gaan (verslag).
Tenslotte nog een citaat uit het debat van collegevoorzitter Elke Van den Brandt: “Het VGC-beleid vertrekt van het Nederlands als verbindende taal, met taalondersteuning in crèches, in scholen, met oefenkansen en met ontmoetingskansen, maar houdt ook rekening met de realiteit, namelijk dat Brussel een meertalige stad is. Investeren in het Nederlands binnen die meertalige context is geen tegenstelling, maar net de kern van het dagelijkse werk.”

Eén opmerking over 'Gedachtewisseling over VGC-Bestuursakkoord met de Vlaamse parlementsleden'