De Commissie Onderwijs en Scholenbouw van de Raad van de VGC (Vlaamse Gemeenschapscommissie) debatteerde op 14 oktober o.a. over een brede waaier aan thema’s: de nieuwe aanpak van schooluitval in Brussel; de PISA-resultaten; armoede en lege brooddozen; aanpassingen voor leerlingen met specifieke leerstoornissen; AI in onderwijs; de zomerscholen in Brussel; wachtlijsten; voorrangsregeling op basis van kennis Nederlands; taalondersteuning in het hoger onderwijs; het lerarentekort; de nieuwe onderwijsvisie; uitrol van Ieder Kind Taalheld;…
De vragen van de raadsleden waren talrijk en uitgebreid geformuleerd met veel input, veel cijfers en veel verschillende standpunten. Er werd grondig bevraagd, veel informatie gedeeld en verschillende perspectieven kwamen aan bod. Dat is positief! Tegelijkertijd wordt het moeilijker om, gezien ook de beperkte spreektijd, de rode draad van het debat te zien. Het doet soms denken aan een gesprek met AI: rijk aan informatie en breed, en dus ook niet eenvoudig samen te vatten in enkele kernpunten.
Daarom beperk ik me vandaag tot de opsomming van tien interessante uitspraken van minister Dirk De Smedt.
- “De school is de regisseur van zijn beleid.”
- “We moeten scholen wel hun rol laten spelen.”
- “We werken maximaal evidence informed.”
- “Onderwijsresultaten worden beïnvloed door een brede waaier aan factoren.”
- “Leren op een lege maag is moeilijk.”
- “We moeten zorgen dat middelen efficiënt worden aangewend.”
- “Het versterken van de basisvaardigheden moet een absolute prioriteit blijven.”
- “Een redelijke aanpassing is een recht en geen gunst.”
- “Alle leerlingen gebruiken dagelijks AI in relatie tot school.”
- “Een leerkracht voor elke klas is de basis van goed onderwijs.”
En tenslotte nog die:
- “Ik ga mij niet boos maken.” 😉
Wie het volledige debat wil ontdekken, wat zeker zinvol is, vindt hier de link naar het integraal verslag.

Eén opmerking over 'Tien uitspraken uit het onderwijsdebat (Raad VGC, 14 oktober 2026)'