Onderwijs in het eerste Strategisch Meerjarenplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie

In de raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie werd voor het eerst in de geschiedenis een strategisch meerjarenplan besproken en goedgekeurd. Met de inbreng van de Brusselaars werd een plan opgesteld dat zich vertaalt in 167 beleidsacties die de basis moeten vormen voor het beleid van 2021 tot 2025. Deze inspraak werd enerzijds gerealiseerd via het participatietraject Stadspiratie en anderzijds de Ronde van Brussel (specifiek voor onderwijs).

Het plan omvat 7 doelstellingen en een aantal cruciale rode draden (participatie, samenwerking, duurzaamheid, diversiteit, continuïteit en innovatie):

  1. Brusselaars kunnen hun talenten maximaal ontwikkelen
  2. Brussel is een kind- en jeugdvriendelijke stad
  3. We bouwen mee aan een meertalig Brussel
  4. We betrekken alle mogelijke Brusselaars bij het vormgeven van ons beleid en aanbod
  5. Brussel is een bruisende en levendige stad, waar mensen zich met elkaar verbonden voelen
  6. Brussel zorgt en beweegt
  7. De VGC is een wendbare en samenwerkende overheid

Onderwijs vormt een belangrijke ambitie in het plan met een dubbele focus: (1) infrastructuur en capaciteitsuitbreiding en (2) kwaliteitsondersteuning met aandacht voor Brusselspecifieke thema’s (diversiteit, meertaligheid,…). Het zou te ver leiden om hier alle onderwijsacties op te sommen, dus ik beperk me tot de algemene toelichting en enkele concrete voorbeelden:

“Vanuit onze flankerende onderwijsrol bieden we maximale en brede leerkansen aan alle leerlingen van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. We doen dat door een participatieve en interactieve
leeromgeving te creëren, waar diverse actoren bij betrokken zijn. We ondersteunen alle scholen en
iedere leerling om de beste resultaten te behalen en om de talenten en de vaardigheden van eenieder verder te ontwikkelen.
Bovendien bouwt de VGC expertise op rond urban education binnen de diverse, meertalige, Brusselse
context, met ruimte voor ondersteuning, opleiding en professionalisering. Het Onderwijscentrum
Brussel ondersteunt stadsleerkrachten bij hun professionele ontwikkeling met focus op taalonderwijs
Nederlands, meertaligheid, diversiteit en digitale vaardigheden.
We nemen initiatieven om de overgangsmomenten in de onderwijsloopbaan van leerlingen te
optimaliseren, zodat zo weinig mogelijk voortijdige uitval optreedt en leerlingen begeleid worden met het oog op meer gekwalificeerde uitstroom en een vlotte doorstroom.
De VGC neemt ook het voortouw in de uitbreiding en het behoud van de capaciteit en investeert in de bouw, verbouwing, inrichting en uitrusting van de scholen. Op die manier wil de VGC werken aan een krachtige leeromgeving waarin schoolteams, leerlingen en ouders zich thuis voelen.”

Enkele concrete acties als voorbeeld:

  • Actie 1.1.1. Het Onderwijscentrum Brussel zet in op de professionalisering van stadsleerkrachten met focus op de volgende thema’s: taalonderwijs Nederlands, meertaligheid, STEM, ouderbetrokkenheid, armoedebeleid, diversiteit en digitale vaardigheden. Deze kwaliteitsondersteuning verhoogt de onderwijsslaagkansen van alle leerlingen.
  • Actie 1.4.4. Het onderwijs heeft nood aan voldoende kwaliteitsvol onderwijspersoneel. Daarom ontwikkelen we sensibiliserende initiatieven én inhoudelijke begeleiding om Brusselse scholieren warm te maken voor het lerarenberoep, om studenten van de lerarenopleiding voor te bereiden en toe te leiden naar scholen van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel en om (startende) leerkrachten in het onderwijs te ondersteunen. We hebben daarbij bijzondere aandacht voor zij-instromers.
  • Actie 2.5.5. Het Onderwijscentrum Brussel ondersteunt de speelpleinen op basis van een kwaliteitscharter met bijzondere aandacht voor speelkansen, taalstimulering, ouderbetrokkenheid en inclusie.
  • Actie 2.6.2. Brede scholen werken via een buurtgericht netwerk aan ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren in een brede leer- en leefomgeving. Brede scholen blijven ook een belangrijke hefboom voor kinderen en jongeren in kansarmoede.
  • Actie 3.3.2. en 3.3.3. We ondersteunen initiatiefnemers die vormen van meertalig onderwijs en meertalig opvoeden willen ontwikkelen. We nemen initiatieven en ontwikkelen ondersteunende materialen, tools en vorming over omgaan met meertaligheid in en buiten de school.
  • Actie 4.3.1. De VGC gaat in gesprek met mensen die ervaring hebben met een leven in armoede en houdt rekening met hun perspectief.

Tenslotte wil ik nog even verwijzen naar de bijlage vanaf pagina 37, waar je de 10 beleidsaanbevelingen uit de ronde van Brussel kunt nalezen. Die aanbevelingen kwamen tot stand vanuit een bevraging van en gesprekken met de Brusselse schoolteams. Ik som ze even kort op:

  1. Verspreid een positief, realistisch beeld van de job als leerkracht en meer specifiek van een leerkracht in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.
  2. Maak lesgeven en les krijgen in Brussel aantrekkelijker.
  3. Werk samen met de lerarenopleidingen zodat leerkrachten beter voorbereid en beter begeleid kunnen starten op de werkvloer.
  4. Blijf inzetten op vorming en ondersteuning van schoolteams en vooral op uitwisseling en expertisedeling tussen scholen.
  5. Verken en ondersteun pedagogisch en didactisch vernieuwende initiatieven.
  6. Faciliteer en coördineer de samenwerking tussen scholen en externe (welzijns)organisaties.
  7. Garandeer een breed, sterk talig en laagdrempelig aanbod voor kinderen, jongeren en hun ouders, tijdens de schooluren en in de vrije tijd.
  8. Stimuleer ouderbetrokkenheid en werk aan positieve communicatie met ouders.
  9. Zorg voor flexibele en deelbare schoolinfrastructuur, zowel binnen als buiten, die toekomstproof is.
  10. Voorzie in voldoende ICT-materialen voor leerlingen en leerkrachten.

Lees het volledige plan hier. Het debat (6 uur) over het meerjarenplan en de begroting in de VGC Raad kan je hier bekijken.

Heel veel mensen op verschillende niveaus hebben hard gewerkt om dit plan mogelijk te maken. Blij dat ik kon meewerken aan de totstandkoming van dit plan. Blij dat ik kan meewerken aan de uitvoering van dit plan.

Armoede, een leerpad…

Stadsleerkrachten moeten inzicht verwerven en competenties ontwikkelen in het omgaan met (kans)armoede (lees ook: Urban Education, armoede en onderwijs) ! 

De armoedeconsulent van het Onderwijscentrum Brussel (OCB) werkte aan een online leerpad over armoede en onderwijs. Hij stelde immers vast dat bij heel veel leerkrachten en scholen een aantal basisinzichten ontbreken over armoede, basisinzichten die noodzakelijk zijn om op school- en klasniveau rekening te houden met de aanwezigheid van een belangrijke groep leerlingen die in armoede opgroeien.

Het leerpad verzamelt op een toegankelijke manier theorie, getuigenissen, opdrachten en beeldmateriaal. Via het forum heb je de mogelijkheid om in gesprek te gaan met elkaar én de armoedeconsulent van OCB. Het leerpad bevat geen pasklare antwoorden. Opgroeien en leven in een situatie van armoede en sociale uitsluiting is immers een complex gegeven, net als armoedebestrijding. Het traject biedt basisinzichten om als leerkracht armoede te leren zien, de gevolgen ervan te begrijpen en er mee rekening te houden.

Scholen en leerkachten kunnen de complexe armoedeproblematiek niet oplossen, maar het is wel belangrijk dat ze…

  • …deze brede problematiek (h)erkennen met inbegrip van de eigen rol;
  • …daar bewust een beleid voor ontwikkelen én implementeren;
  • samenwerken met andere instanties die mee willen bijdragen aan het versterken van deze leerlingen en hun ouders.

Het platform voor dit leerpad is Smartschool, maar je school hoeft geen Smartschool-account te hebben om dit traject te doorlopen.

Om in te schrijven mail je naar onderwijscentrumbrussel@vgc.be.

Leerpad armoede Onderwijscentrum Brussel

Effectieve feedback in het onderwijs (leestip)

Het boek “Effectieve feedback in het onderwijs” (2019) van Jan Coppieters is even blijven liggen, maar vandaag wil ik er toch graag iets over vertellen.

Het boek is om een heel eenvoudige reden belangrijk: feedback kan een grote positieve invloed hebben op leren en ontwikkelen. Ik start dan ook graag met een citaat van Hattie en Timperley uit het eerste deel van deze publicatie: “Feedback is één van de krachtigste invloeden op leren en presteren, maar deze impact kan positief of negatief zijn. Hoewel feedback een van de belangrijkste invloeden is, de effectiviteit ervan verschilt naargelang het type feedback en de manier waarop de feedback gegeven wordt.” (2007)

Effectieve feedback begint bij effectieve instructie en evaluatie, en is een interactief proces dat zowel betrekking heeft op de uitvoering van de taak, het proces, zelfregulatie,… Om instructie, evaluatie en dus ook feedback succesvol te laten verlopen, zijn de essentiële ingrediënten duidelijke, geëxpliciteerde doelen én specifieke, heldere succescriteria. Deel 1 gaat dan ook dieper in op deze elementen.

  • Goede doelen zijn ambitieus, SMART en leiden tot leerwinst. Ze moeten door de leerling gekend zijn en de leerling motiveren. De auteur houdt een pleidooi voor specifieke, heldere en uitdagende doelen, in combinatie met een niet te complexe taak…
  • Maar goede doelen volstaan niet om effectieve feedback te kunnen geven. Aan die doelen moeten ook criteria gekoppeld worden die aangeven wanneer het bereikte resultaat voldoende is. Deze criteria kunnen samen met de leerlingen opgesteld worden en vormen de maatstaf voor evaluatie en feedback.

Deel 2 van het boek maakt de koppeling tussen feedback en evalueren. Evalueren gaat steeds over het bieden van leerkansen en er is zowel nood aan summatieve evaluatie (waarbij je een (tussentijdse) eindbalans opmaakt – evalueren van het leren), als formatieve evaluatie (waarbij je permanent de voortgang van de leerling in het onderwijsleerproces in kaart brengt – evalueren om te leren). Vooral formatieve evaluatie vormt een krachtige tool voor effectieve feedback. In dit deel waarschuwt de auteur ook voor het gebruik van cijfers bij evaluatie/feedback en tenslotte gaat hij ook in op “breed evalueren”. Breed evalueren betekent dat je via verschillende soorten van evalueren de totale persoon in beeld brengt in functie van verdere ontwikkeling.

Deel 3 maakt krachtige feedback heel concreet. Er wordt gestart vanuit de 3 centrale feedbackvragen: (1) waar ga ik naartoe (feed-up); (2) hoe doe ik het op dit moment (feedback); (3) wat is de volgende stap (feed-forward). Deze vragen zijn essentieel om zowel voor de leerling als de leerkracht het leerproces zichtbaar te maken en doelgericht te ondersteunen. Verder worden ook 4 niveaus van feedback beschreven: taakniveau (feedback op de uitvoering van de taak), procesniveau (feedback op de processen die nodig zijn om de taak uit te voeren), niveau van zelfregulatie (feedback op executieve functies) en persoonlijk niveau (feedback gericht op de persoon en minder op het leren). Deze verschillende niveaus worden gekoppeld aan de feedbackvragen en onmiddellijk toepasbaar toegelicht met tips en instrumenten. Tenslotte wordt ook even ingezoomd op het belang van feedback door de leerlingen (aan de leerkracht en aan medeleerlingen).

In het laatste en 4de deel wordt er aangegeven dat ook het pedagogisch klimaat de effectiviteit van feedback zal bepalen. Belangrijke elementen hierbij zijn: werken aan een verbindend schoolklimaat; stimuleren van een growth mindset bij leerlingen; leerlingen ondersteunen bij het ontvangen van feedback; aandacht hebben voor context en emoties bij feedback; de relatie zien tussen feedback en motivatie.

Het boek heeft de ambitie om leerkrachten te laten groeien in het geven van effectieve feedback, vanuit de wetenschappelijke overtuiging dat feedback een belangrijke impact heeft op leerwinst. Als je als stadsleerkracht de inzichten uit dit boek kan verbinden met de inzichten over superdiverse leerlingengroepen, dan sta je weer een beetje sterker in je opdracht.

Streaming van lessen, schoolkosten, examens en arbeidsmarkt (debat Raad VGC, november 2020)

Traditiegetrouw kwamen op de plenaire vergadering van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van 27 november 2020 enkele onderwijsvragen aan bod.

Raadslid Zamouri stelde een vraag over online streaming van lessen; raadslid Rochette wou meer weten over de tussenkomst van de VGC in de schoolkosten; raadslid Ahidar had enkele vragen over de organisatie van de examens in het secundair onderwijs en raadslid Lootens-Stael stelde een vraag over de aansluiting van het onderwijs op de veranderende behoeften en vraag op de arbeidsmarkt.

Het debat met de antwoorden van minister Gatz kan je hier bekijken (vanaf minuut 52:45).

Differentiëren werkt in het basisonderwijs (leestip)

Zijn er al niet voldoende boeken geschreven over differentiatie?  Als ik even zoek in de catalogus van de onderwijsbibliotheek van het Onderwijscentrum Brussel, dan vind ik meer dan 300 items met de tag ‘differentiatie’.  Toch biedt het praktijkboek ‘Differentiëren werkt in het basisonderwijs’ (2020) van Ludo Heylen, Joost Maes en Ivan Van Gucht, die differentiatie benaderen vanuit ervaringsgericht werken, een interessante aanvulling.   De auteurs zeggen zelf in de inleiding dat differentiatie geen nieuw verschijnsel is, maar door de toenemende diversiteit in onze klassen wel brandend actueel is…  Differentiatie is ook meer dan ooit belangrijk in onze Brusselse scholen, in coronatijd wordt dit nog duidelijker!

Het boek vertrekt vanuit 6 belangrijke aandachtspunten en een kader.  Daarna worden concrete methodieken beschreven…

Aandachtspunten en een kader

Bij de aandachtspunten vormt “groeigericht” werken de rode draad.   Differentiatie wordt hierbij niet gehanteerd als een techniek maar een visie, waarbij veiligheid, autonomie, betrokkenheid, versterken van competentie, een positieve relatie leerkracht-leerling en hoge verwachtingen belangrijke elementen zijn.  Het kader bouwt hier verder op door en is gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie: autonomieondersteunend werken, verbindend werken, competentieversterkend werken.

Concrete methodieken
  1. autonomieversterkend werken: Deze interventies moeten de autonomie van de leerlingen ondersteunen en versterken.  We zitten hier eerder in vormen van divergente differentiatie waarbij de individuele noden en groeimogelijkheden van kinderen centraal staan. In dit hoofdstuk komen de methodieken sporenbeleid (instructie en ondersteuning op maat), contractwerk (zelfstandig te verwerken activiteitenpakket), routplanner en werkwinkel (exploratie en experimenteerruimte) aan bod.
  2. verbindend werken:  De auteurs spreken van coöperatieve differentiatie.  Bij deze vorm van differentiatie wordt er sterk ingezet op verbondenheid tussen leerlingen en gezamenlijke verantwoordelijkheid.  Dit wordt vertaald in volgende aanpakken: coöperatief differentiëren (heterogene groepen werken aan een groepsresultaat), placemat (met integratie van individueel werk in een groepsproduct) en coteaching of tweekracht (waarbij leerkrachten hun verschillen en sterktes bundelen ifv gedifferentieerd leren bij de leerlingen).
  3. competentieversterkend werken: Hier wordt afstand genomen van deficitdenken en wordt de weg genomen van talentonderwijs, waarbij de kinderen zelf de sleutel kunnen zijn tot succes (self-beliefs, growth mindset).  In dit kader worden de talentenarchipel (waarbij leerlingen aan de slag gaan binnen verschillende ontwikkelingsdomeinen) en de vrije werktijd (met vrije keuze voor de leerling) voorgesteld. 

Wat is de meerwaarde van deze publicatie?  Het is een praktijkboek!  Vanuit een duidelijk en gekend kader (ABC) en 7 betrokkenheidsfactoren wordt de link gemaakt met concrete methodieken die de leerkracht in de dagelijkse klaspraktijk kan inzetten. 

Zeker zinvol en bruikbaar, maar op het vlak van differentiatie zal deze insteek toch nog onvoldoende zijn.  Het is dus zeker  belangrijk om de inzichten uit dit boek te koppelen aan andere belangrijke werken op het vlak van differentiatie bij diverse leerlingengroepen.  Ik verwijs hiervoor nog graag even door naar een eerdere blogpost waarin differentiatie in een grootstedelijke context centraal stond.

Website “communiceren met ouders” in Brussel

Het Onderwijscentrum Brussel van de VGC lanceerde in oktober 2020 een nieuw online platform:  www.communicerenmetouders.brussels (voorlopig met focus op kleuter- en lager onderwijs). Het platform wil scholen helpen in de samenwerking en communicatie met ouders. Vanuit een grootstedelijke invalshoek krijg je als school en leerkracht tips, infofiches, filmpjes, downloads en instrumenten ter beschikking. Bovendien kan elke school met de ingebouwde tool gemakkelijk zelf materiaal ontwerpen zoals brieven, affiches of flyers. 

De website is in de eerste plaats gericht op het Nederlandstalig onderwijs in Brussel (Urban Education), maar heel wat materialen en tips zijn ook bruikbaar buiten Brussel. De website wordt de komende jaren verder aangevuld met info en materialen voor alle onderwijsniveaus.

Enkele beelden zeggen meer dan veel woorden:

Naar de kleuterklas…

https://www.communicerenmetouders.brussels/naar-de-kleuterklas

Thuisbetrokkenheid…

https://www.communicerenmetouders.brussels/ouderbetrokkenheid/thuisbetrokkenheid

Corona en samenwerken met ouders…

https://www.communicerenmetouders.brussels/corona

Infofiches, bijvoorbeeld “constructief gesprek”…

https://www.communicerenmetouders.brussels/ouderbetrokkenheid/communicatie

Veel meer op https://www.communicerenmetouders.brussels/

Van wazig naar SCHERP… (leestip)

Van “Wazig naar Scherp” (2020) is een inspiratiegids over videocoaching als motor voor professionalisering. De publicatie is uitgegeven door het Steunpunt Diversiteit en Leren en de Arteveldehogeschool (eindproduct van het Europese Erasmus+-project TRACKs). Het Onderwijscentrum Brussel kreeg de kans deel uit te maken van de klankbordgroep, die het project begeleidde. Binnen het project was er een belangrijke focus op het bevorderen van inclusie en gelijke onderwijskansen.  De methodiek is zeker interessant om te gebruiken bij de professionalisering van schoolteams die werken in superdiverse klassen.

In de inleiding wordt de methodiek ‘videocoaching’ benaderd als een waarderende manier om professionele reflectie en groei te stimuleren in interactie met het volledige team.

Daarna wordt het proces van videocoaching beschreven in 6 fases:

FASE 1: SAMEN KRACHTIG STARTEN

In deze eerste fase wordt het kader vastgelegd. Er worden afspraken gemaakt op het vlak van veiligheid, transparantie en eigenaarschap; rollen worden afgebakend; er wordt een kijkkader gekozen (in dit project wordt er vanuit de bril “kwaliteitsvolle interacties” gekeken). De zelfdeterminatietheorie (autonomie, verbinding, competentie) wordt hier als leidraad gebruikt.

FASE 2: OPNAMES MAKEN

Met eenvoudige apparatuur kan tegenwoordig voldoende kwaliteitsvol gefilmd worden en dit zorgt er bovendien voor dat eventuele drempels voor de leerlingen en leerkracht beperkt blijven. Goede afspraken vooraf over wie, wat, wanneer en hoe zijn uiteraard belangrijk.

FASE 3: BEKIJKEN EN BESPREKEN (individueel)

De rode draad in deze aanpak bestaat uit twee elementen: (1) selectie van kleine momenten; (2) focus op de leerlingen, de interactie tussen en met de leerlingen. Professionalisering wordt gerealiseerd door via de bespreking bewustzijn te verhogen, bekwaamheid te bevorderen en multiperspectiviteit te stimuleren.

FASE 4: BEKIJKEN EN REFLECTEREN (in team)

Videocoaching is interessant voor de professionalisering van individuen, maar het biedt ook de kans om als team te ontwikkelen. Het inzetten van beelden op teamniveau kan enkel met het akkoord van de gefilmde leerkracht. Het spreekt voor zich dat een goede voorbereiding en leiding van dit reflectiegesprek essentieel zijn.

FASE 5: KANSEN ZIEN IN RELATIE TOT OUDERS EN KINDEREN

Het materiaal kan ook gebruikt worden om te reflecteren met de leerlingen of om verbinding te maken met ouders vanuit dezelfde waarderende basishouding.

FASE 6: SAMEN AFRONDEN

Het is belangrijk om te evalueren, terug te blikken en vooruit te plannen om de methodiek te versterken en een duurzame plaats te geven in de professionalisering van het team.

‘Van Wazig naar Scherp’ is vooral een heel concrete publicatie, waar je als leerkracht of onderwijsbegeleider onmiddellijk mee aan de slag kunt gaan. Je vindt er zowel tips, praktijkvoorbeelden als beknopte achtergronden. Fase 5 in het proces (leerlingen en ouders) is een boeiende insteek, die zeker verder kan uitgediept worden. De literatuurlijst verzamelt interessant leesvoer voor zij die toch wat dieper willen graven in deze methodiek.

Het boekje kan je hier gratis downloaden.

Heropstart Brusselse scholen na herfstvakantie…

De heropstart van de scholen werd goed voorbereid. Leerkrachten en leerlingen starten voorzichtig, maar met veel enthousiasme op.

BRUZZ ging op bezoek in 4 Brusselse scholen en laat leerlingen, leerkrachten en directies aan het woord…

De voorbereiding…
De “eerste” schooldag…

Corona en de leeromgeving (thuis)…

(Lees ook: Er is geen leerachterstand #corona)

Neen, leerlingen en/of hun ouders zijn niet zomaar in staat een leeromgeving te creëren thuis. Gezinnen beschikken niet altijd over de nodige tijd en competenties om (digitaal) leren mogelijk te maken en te ondersteunen (inhoudelijk, technisch, organisatorisch, motivationeel,…). Digitale hulpmiddelen zijn niet dé oplossing voor het probleem…

Er bestaat niet één definitie van een krachtige leeromgeving. In Wikipedia lezen we dat “een leeromgeving bestaat uit personen, middelen, faciliteiten en strategieën die het leerproces moeten bevorderen. De kracht van een leeromgeving hangt af van oa de volgende factoren: kundigheid docent, de didactische kwaliteit van het instructiemateriaal, de uitstraling gebouw, de werksfeer, het pedagogisch klimaat. Het Steunpunt Diversiteit en Leren spreekt van “een omgeving die participatie, betekenisgericht leren, levensechte contexten en zelfsturing mogelijk maken”. Kris Van den Branden en het Centrum voor Taal en Onderwijs benaderen een krachtige leeromgeving vanuit de ‘3 cirkels’: “(1) een positief en veilig klasklimaat , (2) betekenisvolle taken en (3) gerichte ondersteuning“. In de 12 bouwstenen van een effectieve les van Tim Surma (Expertisecentrum voor Effectief Leren) vinden we oa volgende elementen terug: “leerstof actief verwerken, feedback geven, ondersteunen, oefentypes afwisselen,…”. En ik zou het nog kunnen hebben over motivatietheorieën, ervaringsgericht en coöperatief leren,…

Kortom, een leeromgeving is een “plaats” (mensen, middelen, infrastructuur + onderwijskundige visie) die ondersteunend en bevorderend werkt voor succesvolle leer- en onderwijsinteracties.

Hoe dieper we graven in de betekenis van een krachtige leeromgeving, hoe duidelijker het wordt dat de fysieke school, het contact met medeleerlingen en de leerkracht hierin een cruciale rol spelen. Toch zullen we de komende maanden opnieuw het contactonderwijs (soms) op een laag pitje moeten zetten (klassen in quarantaine, afstandsonderwijs in het secundair onderwijs, zieke leerkrachten,…). Computers, internetverbindingen, interactieve apps, leerlingen- en ouderbegeleiding kunnen deze krachtige schoolleeromgeving nooit vervangen. Moeten we dan voor kinderen, jongeren en gezinnen die het moeilijk hebben niet op zoek gaan naar andere vormen dan het ondertussen ‘klassieke’ digitaal- en afstandsleren? Is er een alternatief voor de virtuele klas? Hoe kunnen we ook voor kinderen en gezinnen die het moeilijk hebben, toch een krachtige leeromgeving creëren? Een greep uit enkele aanpakken in Brusselse scholen:

  • haal de leerlingen gedifferentieerd naar school, biedt de meest kwetsbare leerlingen een grotere regelmaat en frequentie;
  • stel vaste contactpersonen uit het team aan voor kwetsbare leerlingen en gezinnen en maak proactief verbinding (kies contactpersonen die een “klik” hebben met de leerling);
  • maak leerverbindingen tussen leerlingen, laat dit niet alleen aan het toeval of het initiatief van de leerling over;
  • geef vanuit een goede monitoring extra zorg en ondersteuning aan leerlingen die achterstanden oplopen, zet hiervoor ook je (bredeschool)netwerk, onderwijsbegeleiders of studenten in;
  • investeer niet alleen in leren en leerstof, maar geef evenveel aandacht aan structuur en planning, aan het leren controleren van gedachten, emoties en gedrag, aan het ontwikkelen van routines;
  • neem niet de digitale tools als vertrekpunt, maar ga op zoek naar kwaliteitsvolle interacties en verbinding om je leerdoelen te realiseren;
  • heb oog voor stress en zet in op strategieën die kunnen leiden tot stressreductie en het versterken van veerkracht bij de leerlingen (kies strategieën waar je je zelf goed bij voelt: muziek, filosoferen, beweging, voorlezen,…);
  • richt digitale werkplekken in op school, waar leerlingen individueel aan de slag kunnen als dit thuis niet lukt;
  • maak gebruik van infrastructuur in de omgeving van de school;
  • stimuleer partnerorganisaties (oa jeugd, sport en vrijetijd) om een alternatief buitenschools aanbod te ontwikkelen met oog voor kwetsbaarheid, ga hierover in gesprek met je brede school (of buitenschools netwerk);

Laat dit bericht ook een oproep zijn om te zoeken hoe we voor alle leerlingen (en dus ook de meest kwetsbare) een krachtige leeromgeving kunnen creëren in coronatijd. Maak het vooral heel concreet en stel hierbij bijvoorbeeld deze twee vragen…

  1. Wie zijn mijn kwetsbare leerlingen? Welke leerlingen dreigen achterstand op te lopen? Met welke leerlingen krijg ik moeilijk verbinding?
  2. Hoe kan ik voor elke van deze leerlingen een krachtige leeromgeving creëren? Hoe organiseer ik mijn onderwijsaanbod op maat van deze leerlingen? Hoe kan ik impact hebben op de randvoorwaarden? Wat en wie kunnen mij hierbij helpen?
 Probleem? Aanpak? Hulpmiddelen? opvolging/bijsturing
Sara      
Thibault      
      

…en hou het voor jezelf en de leerlingen zowel bij de uitvoering als de opvolging efficiënt, haalbaar, eenvoudig!

Juf Nathalie van de gemeentelijk basisschool Paviljoen praat in dit filmpje over de krachtige leeromgeving, differentiatie,… in coronatijd.

Het KA Atheneum Koekelberg (eerste coronagolf) is zich heel bewust van het belang van een krachtige leeromgeving…

Inspelen op groeiende diversiteit bij leerlingen… (leestip)

Het boek “In dialoog” van Montasser Alde’emeh en Werner de Saeger gaat via de methodiek van ‘positieve, grensverleggende interactie’ (+ socratische methode) in gesprek met Brusselse leerlingen (uit 34 basisscholen en 17 secundaire scholen). Het boek wil vanuit verdiepende inzichten houvast bieden aan schoolteams om in te spelen op de groeiende diversiteit in de Brusselse klassen. De bijdragen van Werner de Saeger zorgen voor de theoretische omkadering van de verschillende thema’s die aan bod komen.

Vanuit het veldonderzoek wordt een theoretisch paradigma afgebakend met 4 kwadranten, die ook de 4 hoofdstukken vormen in het boek. ‘Problematisch’ gedrag vindt volgens de auteurs haar wortels in verschillende van deze factoren, die ook onderling met elkaar in verbinding staan.

  1. De zoektocht naar invullingen van identiteit (diverse identitaire oriëntaties);
  2. De sociaal-economische achtergrond;
  3. Religieuze benadering en culturele achtergrond;
  4. Geopolitieke betrokkenheid (politiek activisme).

Verwacht hieronder geen samenvatting van het boek. Het zijn immers net de vele concrete voorbeelden die de rijkdom van dit project vormen. De invulling van de verschillende onderwerpen lijkt soms onevenwichtig, maar de inhoud van het boek laat zich dan ook in de eerste plaats leiden door de reële gesprekken met leerlingen.

Zoektocht naar invullingen van identiteit

In dit hoofdstuk gaat het oa over gebrek aan kritisch denkvermogen, gebrek aan genuanceerde kennis, maar ook over concrete thema’s zoals omgaan met sociale media, homofobie of de zwarte Piet-discussie. Het theoretisch kader bij dit deel biedt informatie en inzichten over groepsdruk.

Socio-economische achtergrond

De invalshoek in dit hoofdstuk is vluchtelingen en OKAN. Er worden met de leerlingen oa gesprekken gevoerd over huiselijk geweld. Het uitgebreide theoretische kader gaat over mensenrechten.

Religieuze benadering en culturele achtergrond

Hier komen heel veel gesprekken aan bod over radicalisering, polarisering, angstgevoelens, maar ook creationisme, bijgeloof, seksualiteit,vrouwenrechten,… Het theoretisch kader zoomt verder in op het creationisme versus de evolutieleer en contextualisering van religie.

Geopolitieke betrokkenheid

In dit hoofdstuk staat vooral de verhouding Israël – Palestina centraal. Het theoretisch kader biedt een korte insteek rond democratie.

Ook al wil het boek de ambitie hebben pedagogische en didactische handvaten aan te reiken, dit luik blijft toch heel summier en vraagt zeker verdere uitwerking en concretisering. Het boek heeft vooral de verdienste dat het via gespreksmethodieken moeilijke thema’s bespreekbaar maakt, waarbij de kijk en de beleving van kinderen en jongeren in Brussel centraal staan.