Onderwijs in Brussel is… ICT inzetten om de taalleeromgeving krachtiger te maken!

Tablets in de klas, sociale media, flipping the classroom, digitale prentenboeken, smartboard, apps, MOOC’s, educatieve games,…  Onderwijs & ICT zoeken elkaar op! Ze bevinden zich echter vaak in een haat – liefde verhouding om de eenvoudige reden dat doel en middel door elkaar gehaald worden.  Bovendien heb je binnen een schoolteam vaak twee groepen tegenover elkaar: de ICT geïnteresseerde leraren enerzijds en leraren die weinig vertrouwd zijn met en weinig heil zien in digitale middelen anderzijds.

Daarom is het belangrijk om ook ICT op een beleidsmatige manier te benaderen op school.  Drie vragen zijn hierbij essentieel:

  1. Op welke manier betekent ICT een meerwaarde om onderwijsdoelen te realiseren?
  2. Zijn de leerlingen voldoende ICT-vaardig om die meerwaarde (1) effectief te realiseren?
  3. Zijn de leraren voldoende ICT vaardig om het middel efficiënt te implementeren?

Met deze vragen op teamniveau aan de slag gaan, kan een aanzet zijn om ICT doelgericht een plaats te geven op school en effectief meerwaarde te creëren.

En ja, ik geloof in die meerwaarde, ik geloof in de kracht van ICT om de leerkansen te versterken en te verbreden.  De inzet van digitale (hulp)middelen kan de (taal)leeromgeving rijker maken en daarom moeten we werken aan een integratieve benadering van ICT in ons onderwijs, ICT als middel en niet als doel op zich:

hoe kunnen we het taalaanbod uitbreiden in het belang van anderstalige leerlingen; hoe kunnen we inspelen op de beperkte kennis van de wereld van leerlingen die in armoede opgroeien; hoe kunnen we verlengde instructie in kleine groepen aanpakken; hoe kunnen we de functionaliteit van taken verhogen; hoe kunnen we meer differentiatiemogelijkheden creëren; hoe kunnen we het zelfstandig werken bevorderen;…” 

Op elk van deze vragen kunnen digitale (hulp)middelen een element van het antwoord vormen!

Onderwijs in Brussel is… leren in sociale MIX !

Neen, ik ga niet beweren dat het makkelijk is!  Talige, culturele, sociale diversiteit op school vraagt van alle betrokkenen een inspanning. De school moet samen met de ouders, leraars en leerlingen ‘omgaan met diversiteit’ een actieve plaats geven in visie en beleid.  Ze moeten durven problemen  bespreekbaar maken.  Ze moeten samen blijven geloven en blijven investeren in een schoolomgeving die een afspiegeling is van onze samenleving.  En dan kan sociale, talige en culturele mix wel degelijk meerwaarde creëren voor ALLE leerlingen. Naar aanleiding van enkele actuele discussies wil ik vandaag mijn post van februari hernemen:

“Je kan diversiteit al dan niet belangrijk vinden vanuit maatschappelijk belang, vanuit filosofische overtuiging, vanuit politiek statement of vanuit werkelijkheidsdenken. Ik wil diversiteit belangrijk vinden vanuit onderwijskundige inzichten.

De verschillen die kinderen naar klas meebrengen vormen een centraal element binnen het leren.  Het zijn heel vaak die verschillen die krachtige leeromgevingen creëren.

Enerzijds situeren verschillen zich op het niveau van kindgebonden eigenschappen (zoals intelligentie, werkhouding, taalvaardigheid, karakter,…).  Anderzijds zijn er heel wat verschillen onder invloed van omgevingsfactoren (zoals kennis van de wereld, ondersteuning thuis, sociaal-economische en culturele achtergrond, dominante thuistaal,…).

Deze verschillen een plaats geven en gebruiken binnen het onderwijsaanbod ontwikkelt en verrijkt de kennis en de vaardigheden  bij alle leerlingen.  Kinderen leren van elkaar, ze leren in diversiteit, maar ze krijgen ook inzicht in verschillen, ze leren van diversiteit.

Scholen en leraren die erin slagen om efficiënt om te gaan met verschillen, creëren een onderwijsomgeving die kansenverhogend werkt voor alle kinderen.  Dit vertaalt zich in een onderwijsaanpak van samenwerkend leren met veel variatie en interactiekansen, ondersteund door een differentiërende basishouding van de leraar.

Dit is – laat me duidelijk zijn – geen makkelijk opdracht voor scholen, maar meer en meer scholen slagen erin om met deze Brusselse onderwijsrealiteit aan de slag te gaan.”

Lees meer over sociale mix op school in het project ‘Samen naar School’ van het Onderwijscentrum Brussel… www.samennaarschool.be

Of het project van onze collega’s van School in zicht in Antwerpen… http://www.standaard.be/cnt/dmf20130905_00727229

…en lees ook het artikel van Dirk Jacobs http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1700708/2013/09/08/Een-goede-en-leefbare-school-voor-iedereen.dhtm

Onderwijs in Brussel is… luisteren naar leraren !

…over de kracht én valkuil van expertise !

Ons (Brussels) onderwijs kan een beroep doen op heel wat ondersteuningsmogelijkheden.  Begeleiders, ondersteuners, nascholers, onderwijsinspecteurs,… ontwikkelen en verwerven heel wat expertise vanuit onderzoek, studie, ervaring, uitwisseling,…

Deze deskundigheid stelt hen in staat om doel- en veranderingsgericht hun opdrachten uit te voeren.   Diezelfde deskundigheid, gedeeld met gelijkdenkende collega’s, kan er toe leiden dat er een kloof ontstaat tussen deze begeleiders en leraren.

Onderwijsbegeleiders moeten in de eerste plaats écht en oprecht luisteren naar leraren. Al te vaak wordt er vanuit modellen en kaders naar scholen en leraren gekeken. De eigenlijke beleving, de diversiteit, de potentiële mogelijkheden van de leraar krijgen soms onvoldoende ruimte.

Een tweede belangrijke stap voor begeleiders is begrijpen.  Al te vaak willen begeleiders begrepen worden en gebruiken ze een veelheid van interventies en methodieken om hun visie te implementeren in de praktijk.  Ze vergeten wel eens dat begrepen worden, na begrijpen komt.

Een begeleider wil antwoorden geven, de leraar wil antwoorden krijgen.  En toch is begeleiden  samen op weg gaan, zoeken vanuit de eigenheid van de klas en de eigenheid van de leraar (input, context) naar de beste aanpak (proces) die leidt tot betere resultaten (output).

Begeleider, ik wil dit schooljaar starten met een oproep: neem je tijd om te luisteren naar leraren, investeer in het begrijpen van leraren én ga samen met hen op weg, op zoek naar antwoorden !

Onderwijs in Brussel is… geloven in de ondersteunende rol van de inspectie !

Het Brussels Nederlandstalig onderwijs wordt dit schooljaar (2013 – 2014) massaal doorgelicht. Scholen en leraren zijn blij met de komst van de onderwijsinspecteurs in hun stad, ook al weten ze dat de resultaten nog niet altijd voldoende zijn…

De Vlaamse onderwijsinspectie heeft immers in de eerste plaats een ondersteunende rol. In haar missie beschrijft de onderwijsinspectie haar opdracht als “de onderwijskwaliteit bewaken en stimuleren“. Het is dan ook belangrijk dat scholen met een grote openheid het gesprek met de inspectie aangaan. Scholen moeten de komst van de inspectie opnemen als een kans om een objectief beeld te krijgen van de geleverde onderwijskwaliteit en als een impuls tot verdere groei en ontwikkeling.

De Vlaamse onderwijsinspectie kijkt naar scholen vanuit een heel rijk model: het referentiekader CIPO en de kwaliteitswijzer. De resultaten van de leerlingen vormen het uitgangspunt van de doorlichting (Output). In een tweede stap wordt er gekeken naar de acties, initiatieven, activiteiten die leiden tot de behaalde resultaten (Proces). Om beter inzicht te krijgen in de resultaten en het lopende proces wordt de brede omgeving van de school (Context) en de leerlingen- en personeelskenmerken (Input) geanalyseerd. Door op die manier scholen door te lichten, neemt de inspectie heel sterk een ontwikkelingsperspectief aan. Adviezen moeten scholen dan ook stimuleren, bevestigen, richting geven, confronteren,… Kortom het moet een aanzet zijn om het in de toekomst (nog) beter te doen !

Aanvulling bij bovenstaande alinea: vanuit een participatief proces ontwikkelde de onderwijsinspectie een nieuw referentiekader onderwijskwaliteit (ROK), dat verderbouwt op het CIPO.  Het ROK leidt ook tot een nieuwe manier van doorlichten.  Op 1 september 2018 ging Inspectie 2.0, de nieuwe doorlichting van de scholen, officieel van start. 

De Vlaamse onderwijsinspectie beschikt over een deskundig team van inspecteurs, die zich hebben voorbereid en ingewerkt in de eigenheid van onderwijs in een grootstedelijke en meertalige omgeving. Het is inderdaad belangrijk om bij een objectieve analyse inzicht te hebben in aspecten als meertalig opgroeien, kansarmoede, ontwikkelen in een stedelijke leer- en leefomgeving, culturele diversiteit, lerarenverloop, kloof tussen omgevingstaal en schooltaal, capaciteitsproblematiek, de pendelende leraar,…

De doorlichtingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel moeten er in de eerste plaats toe leiden dat scholen en leraren zich gesteund voelen bij de inspanningen die ze leveren, dat ze richting krijgen voor hun verdere ontwikkeling, dat ze blijven geloven in kinderen en hun impact als leraar in deze complexe Brusselse onderwijscontext !

Onderwijs in Brussel is… innoveren vanuit EFFECTIEVE onderwijspraktijken!

Vanuit de vele uitdagingen hebben Brusselse scholen, meer dan waar ook, een openheid ontwikkeld voor verandering en professionalisering.

Brusselse scholen hebben op dit vlak een hele evolutie doorgemaakt.

1. Aanvankelijk werden problemen extern toegeschreven: de gebrekkige begeleiding van ouders, de dominante omgevingstaal Frans, te weinig Nederlandstalige kinderen op school,…  Er werd ook extern naar een oplossing gezocht: verschuiven van verantwoordelijkheden naar ouders en externe partners, andere samenstelling van de leerlingenpopulatie vooropstellen,…

2. In een volgende stap hebben Brusselse scholen de realiteit waarbinnen ze moeten werken aanvaard en zijn ze op zoek gegaan naar antwoorden.  De antwoorden gingen vaak in de richting van remediërende maatregelen, niveauverlaging, elementgerichte benadering van taalonderwijs,…

3. Een belangrijke stap in heel deze evolutie was de confrontatie met veel te zwakke leerlingenresultaten gekoppeld aan de introductie, vorming & begeleiding van effectieve onderwijspraktijken.

‘Wat werkt in onderwijs’ is voor scholen & leraren de sterkste trigger voor verandering en professionalisering.

Een leraar confronteren met zwakke leerlingenresultaten motiveert die leraar niet noodzakelijk om zijn onderwijspraktijk bij te sturen.  Bovendien geven die resultaten voor die leraar ook geen houvast met betrekking tot de manier waarop hij zijn onderwijskundig handelen moet veranderen.  Inspirerende voorbeelden & goede praktijken waarvan aangetoond is dat ze werken en die haalbaar zijn voor de leraar, vormen een belangrijke stimulans voor professionalisering en innovatie (micro-innovaties).

Heel wat Brusselse scholen hebben ondertussen effectieve onderwijspraktijken geïmplementeerd in hun dagelijkse werking: taakgericht taalvaardigheidsonderwijs, breed leren, teamteaching, educatief partnerschap met ouders, taalgericht vakonderwijs, differentiërende basisaanpak, moedertaalondersteuning, taalbeleid, brede school, gedeeld leiderschap, talensensibilisering, coöperatieve werkvormen, breed evalueren, ICT als middel, ondersteunend middenkader, zorgbeleid, wisselwerking tussen leerling-, klas- en schoolniveau,…

Onderwijs in Brussel is… investeren in de LERAAR!

Ondertussen is er al veel te veel geschreven over de hervorming van het SO! Ik wil me dan ook in het hele debat beperken tot het toevoegen van één zinnetje:

Investeer in de leraar !

Natuurlijk is het belangrijk dat er een zachte overgang is tussen twee onderwijsniveaus. Er zijn zeker ingrepen mogelijk die de wereld van het BaO en de wereld van het SO dichter bij elkaar kunnen brengen.

Maar laten we niet vergeten dat we het verschil vooral zullen maken met betrokken leraren die werken in een schoolomgeving waar het professioneel welbevinden hoog is.

Natuurlijk is het belangrijk dat leerlingen onderwijsinhouden kunnen kiezen vanuit hun talenten, mogelijkheden & interesses.  Maatregelen die het watervalsysteem ombuigen zijn noodzakelijk.

Maar laten we niet vergeten dat we het verschil vooral zullen maken met deskundige leraren die werken in een schoolomgeving waar plaats is voor gedeeld leiderschap en een structureel professionaliseringsbeleid.

Natuurlijk is het belangrijk dat techniek, wetenschappen en economische inzichten een structurele plaats krijgen in het onderwijsaanbod voor alle scholieren, dat we meer aansluiting moeten zoeken bij de arbeidsmarkt.

Maar laten we niet vergeten dat we het verschil vooral zullen maken met teamgerichte leraren die werken in een schoolomgeving die zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap.

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan!  Je kan onderwijs sociologisch analyseren, organisatorisch benaderen, structureel veranderen, politiek sturen,… Maar onderwijs is en blijft mensenwerk! Vergeet dus vooral de leraar niet in dit verhaal!

Onderwijs in Brussel is… groeien in TAALbeleid !

Elke Brusselse school wordt dagelijks geconfronteerd met diverse vragen rond taal. Hoe gaan we om met meertaligheid? Welke plaats krijgt het Nederlands op school? Hoe proberen we onze doelstellingen zo goed mogelijk te realiseren binnen deze meertalige context?
Het uitwerken van een taalbeleid is belangrijk omdat een doordacht taalbeleid die verschillende vragen op een structurele manier probeert te beantwoorden. Een taalbeleid is geen dwingend keurslijf, maar een plan van aanpak bij het werken in een diverse en meertalige omgeving.

Hieronder alvast 10 belangrijke aandachtspunten bij het werken aan een taalbeleid:

1. Een talenbeleid realiseren vraagt begeleiding tot op het implementatieniveau.
…een taalbeleid is meer dan een visie op papier, de realisatie van het taalbeleid moet gecoacht worden tot in de klaspraktijk…

2.Een taalbeleid beschrijft meetbare effecten op leerlingenniveau.
…een taalbeleid wordt planmatig uitgeschreven en koppelt aan acties ook concrete en meetbare resultaten…

3.Een taalbeleid houdt rekening met de mogelijkheden en de eigenheid van het net, de school, de leerkracht en de doelgroep.
…een taalbeleid is niet zomaar overdraagbaar, maar komt tot ontwikkeling en groeit vanuit de eigenheid en de mogelijkheden…

4.Een taalbeleid betrekt en houdt rekening met alle actoren die zich in en rondom de school bewegen.
…een taalbeleid wordt niet opgesteld door een klein groepje “ gepriviligieerden”, maar komt tot stand via uitwisseling, discussie, overleg ,… met leerkrachten, ouders, kinderen, partners…

5.Een taalbeleid wordt gedragen door alle actoren die zich in en rondom de school bewegen.
…een taalbeleid moet leven op een school en daarom moet het ook voldoende draagkracht hebben, het is belangrijk dat ouders, kinderen, partners… samen met het schoolteam meedenken (niveau visieontwikkeling) en meewerken (niveau implementatie) aan het realiseren van het taalbeleid…

6.Een taalbeleid heeft een inhoudelijk en een procesmatig aspect.
…naast het bepalen van inhouden is het ook belangrijk om een stappenplan en een strategie uit te werken om met die inhouden aan de slag te gaan…

7.Een taalbeleid is geen geïsoleerd item, maar maakt deel uit het totale schoolbeleid.
… het taalbeleid is één element in het werken aan onderwijskwaliteit, en moet geïntegreerd worden in de visie en het beleid van de school…

8.Een taalbeleid moet vorm krijgen in de klaspraktijk, op schoolniveau én in relatie met de omgeving.
…het is belangrijk dat de school ook een netwerk uitbouwt (voorschools – buitenschools), met linken naar het taalbeleid…

9.Een taalbeleid is een wisselwerking tussen visieontwikkeling (beleid) en concrete onderwijspraktijk (uitvoering).
…deze twee niveaus moeten elkaar vinden en beïnvloeden om verandering mogelijk te maken…

10.Een taalbeleid is nooit af.
…een taalbeleid is geen eindproduct, maar blijft zich ontwikkelen vanuit veranderingen in de omgeving, veranderingen vanuit het beleid, nieuwe inzichten, nieuwe mogelijkheden,…

Onderwijs in Brussel is… ontwikkelingskansen voor ELK kind !

We weten dat (kans)armoede één van de grote uitdagingen is van ons grootstedelijk onderwijs en toch is het zo moeilijk om hier als school, leraar of begeleidingsdienst efficiënt mee om te gaan.

Het is natuurlijk een problematiek die onderwijs overstijgt, maar ook binnen het eigen expertisedomein gebeurt er veel te weinig om kinderen die vanuit (kans)armoede aan onderwijs participeren optimaal te begeleiden. De realiteit en complexiteit van armoede kunnen wij niet oplossen. We kunnen vanuit onderwijs wel zoveel mogelijk ontwikkelingskansen creëren voor elk kind! Dit is onze rol, dit is onze verantwoordelijkheid.

Uit een werkdocument van de themagroep Onderwijs & Armoede van het Onderwijscentrum Brussel haal ik het volgende:

Onderwijs kan ervoor zorgen en erover waken…
• dat kinderen en jongeren in armoede sterker worden om de gevolgen van deze armoede niet of minder zwaar aangerekend te krijgen;
• dat kinderen en jongeren leren geloven in eigen talenten en deze zo breed mogelijk ontwikkelen zodat zij van daaruit werken aan hun eigen leefomstandigheden;
• dat de ouders van deze kinderen en jongeren hun sociaal netwerk kunnen versterken en een rol kunnen opnemen die bijdraagt tot een brede ontplooiing van hun kinderen/jongeren.

Daarvoor is het noodzakelijk dat elke school…
• deze brede problematiek (h)erkent met inbegrip van haar eigen rol als team én als individueel personeelslid van dat team;
• daar bewust een beleid voor ontwikkelt én implementeert;
• samenwerkt met andere instanties die mee willen bijdragen aan het versterken van deze leerlingen en hun ouders.

We weten allemaal dat het beleid inzake (kans)armoede versnipperd is en dat het noodzakelijk is om een geïntegreerde aanpak te ontwikkelen. Dit mag echter geen reden zijn om niet vanuit de eigen mogelijkheden de nodige stappen te ondernemen.

Onderwijs in Brussel is… op zoek naar MEERtaligheid !

Verwacht van mij geen ongenuanceerd pleidooi voor meertalig onderwijs in Brussel! De diversiteit van de leerlingenpopulatie in onze Brusselse scholen vereist diversiteit in de benadering van meertalig opgroeien en meertalig opvoeden.

Is de ‘schooltaal Nederlands’ de moedertaal, een tweede of derde taal voor de leerling? Is de dominante omgevingstaal Frans, misschien Turks of toch Nederlands? Welke status krijgen de verschillende talen in de omgeving van het kind? Hoe verloopt de ontwikkeling van de thuistaal of thuistalen? Hoe verhouden taal & identiteit zich bij de leerling? Zijn er andere leerlingenkenmerken aanwezig die het taalleren beïnvloeden?…

De complexe en diverse taalsituatie van onze Brusselse leerlingen vereist een diverse aanpak.  Er is niet zoiets als één model dat werkt in alle scholen en alle contexten.  Als de doelstelling is ‘alle Brusselse leerlingen meertalig laten opgroeien’ dan zal er een combinatie nodig zijn van moedertaalondersteuning, krachtig taalvaardigheidsonderwijs Nederlands, vormen van vroeg en laat taalonderwijs, taalgericht vakonderwijs, CLIL, taalstimulering buiten de school(m)uren,…   Als de doelstelling is ‘alle Brusselse leerlingen meertalig laten opgroeien’, dan kunnen we het niet maken om te experimenteren met kinderen.  Invoeren van vormen van meertalig onderwijs vraagt maatschappelijk en onderwijskundig (en dus ook politiek & financieel) engagement in functie van (1) materiaal- en methodiekontwikkeling, (2) vorming, opleiding en ondersteuning van leraren, (3) wetenschappelijke opvolging en evaluatie.

Ja, ik wil en geloof dat we onze leerlingen functioneel meertalig kunnen laten opgroeien, in de mate dat we erin slagen een divers antwoord te formuleren op de complexe situatie.  Er gebeurt al heel wat in Brusselse scholen:  scholen denken na over taal & talen bij de uitbouw van hun taalbeleid, scholen experimenteren met thuistalen in de naschoolse tijd, scholen passen principes van CLIL toe, scholen implementeren taalinitiatie en talensensibilisering,…  Hopelijk creëert deze veelheid aan initiatieven het inzicht en draagvlak bij een breed publiek om te kiezen voor een meersporenbeleid op het vlak van meertalig opgroeien en meertalig opvoeden.

Onderwijs in Brussel is… BRUSSELS onderwijs !

Natuurlijk is het in de eerste plaats belangrijk dat leraren leerprocessen en leerstappen kennen, dat ze vanuit lesdoelen doelgericht én flexibel een aanbod kunnen ontwikkelen, dat ze over een brede waaier didactische vaardigheden beschikken, dat ze vaardig zijn in het creëren van een veilige leeromgeving en efficiënt de klasgroep kunnen managen,…  Daar werken we met heel wat middelen hard aan. Maar een goede methode & methodiek volstaan niet om ons onderwijs krachtig te maken.

Scholen zijn geen wereldvreemde eilanden, geen afgesloten campussen, waar standaard methodes & methodieken gehanteerd worden.  Krachtig onderwijs kent en erkent de leefwereld van kinderen, werkt samen met de buurt en de ouders, creëert mogelijkheden voor levensecht en breed leren!  Krachtig onderwijs in Brussel is Brussels onderwijs, onderwijs verankerd in de stad!

De Brusselse leraar moet betrokken zijn op de Brusselse kinderen, in al hun verscheidenheid. Hij moet betrokken zijn op de stad & buurt waar deze kinderen leven en bewegen. Pas dan kan hij zijn didactische aanpak voldoende afstemmen op de reële noden en talenten van alle kinderen.  Een goede leraar moet deze kinderen écht willen kennen en van hen houden.  Pas dan zal zijn ‘leer-kracht’ ten volle renderen.

Het is belangrijk om meer Brusselse leraren te hebben!  Maar ook leerkrachten die niet in Brussel wonen, kunnen volwaardig deze opdracht opnemen of zoals een geëngageerde directeur het uitdrukt: “Ikzelf woon niet in Brussel.  Zijn pendelaars ook Brusselaars? Ik voel me ook soms wat Brusselaar ook al woon ik er niet. Ik geniet er wel van… van de stad… van Brussel … en van de Brusselaars!”