Onderwijs in Brussel is… onderwijsvernieuwing op de politieke agenda plaatsen 1, meertalig onderwijs?

Deze week was het Doulkeridis van ECOLO… “Un enseignement bilingue à Bruxelles, priorité d’Ecolo”. Het had ook iemand anders kunnen zijn, een fervent voorstander of een overtuigd tegenstander!

Ik val in herhaling maar in heel de discussie rond meertalig onderwijs worden middel en doel door elkaar gehaald. Laat ons duidelijk zijn, het doel dat we ons moeten stellen is dat jongeren aan het einde van hun schoolloopbaan in staat moeten zijn om meerdere talen te hanteren.

Bovendien wil ik een oproep doen om de uitdagingen of prioriteiten voor onderwijs niet te reduceren tot ‘meertalig’!  Onderwijs moet kinderen en jongeren begeleiden in het verwerven van de nodige competenties om sociaal en maatschappelijk zo goed mogelijk te kunnen functioneren en om hun kansen op de arbeidsmarkt te maximaliseren.  Taal én meertaligheid is daar één aspect van.

Als we kinderen en jongeren in deze stad meertalig willen laten opgroeien, dan zullen we moeten rekening houden met de diversiteit van de leerlingenpopulatieDie diversiteit vereist een diverse aanpak!  In sommige situaties kan tweetalig onderwijs een antwoord betekenen, maar in andere situaties zullen we moeten zoeken naar andere aanpakken. Laat ons werk maken van een gedifferentieerd aanbod en een combinatie van moedertaalondersteuning, krachtig taalvaardigheidsonderwijs Nederlands, vormen van vroeg en laat taalonderwijs, immersieonderwijs, taalgericht vakonderwijs, talensensibilisering, taalinitiatie, CLIL, taalstimulering buiten de school(m)uren,…  Pas dan gaan we meertalige kansen creëren voor ALLE kinderen!

Laat ons hierover eerlijk communiceren en zo de juiste inzichten en voldoende draagvlak creëren bij een breed publiek om te kiezen voor een meersporenbeleid op het vlak van meertalig opgroeien en meertalig opvoeden.

Laat ons investeren in scholen en leraren om te groeien in ‘omgaan met meertaligheid’ en competent te worden in ‘meertalig opvoeden’!

…én laat ons hierbij inspireren door de vele goede praktijken in onze Brusselse scholen.

Onderwijs in Brussel is… veranderen wat NU kan vanuit VERTROUWEN in leraren!

…én niet wachten op (grootse) veranderingen, die van bovenuit worden opgelegd!

Iedere school & leraar kan binnen de eigen mogelijkheden en vanuit de specifieke uitdagingen kleine aanpassingen of veranderingen doorvoeren die de effectiviteit van zijn/haar onderwijs verhogen.  Structuren en regels houden scholen & leraren soms gevangen en beknotten creativiteit & innovatie. Maar binnen regels & structuren is er ook heel wat mogelijk, binnen regels & structuren kan er ruimte gecreëerd worden voor creativiteit & innovatie…

Wat leraren als beknottende regels en structuren of ‘planlast’ benoemen, gaat eigenlijk over het gebrek aan verantwoordelijkheid die leraren ervaren en het gebrek aan effectieve ondersteuning die ze krijgen om hun onderwijspraktijk resultaatgericht & creatief in te vullen.  Beseffen koepels, begeleidingsdiensten, onderwijsexperten, wetenschappers wel voldoende hoeveel potentieel aan inzichten, ideeën & creativiteit er aan de basis bij leraren zit?

We moeten scholen & leraren de nodige ondersteuning, voldoende vertrouwen en verantwoordelijkheid geven om dit potentieel ten volle te laten ontwikkelen!

  • Leraren zijn expert in hun opdracht en als je experten tot maximaal ‘rendement’ wil laten komen dan mag je wel richtingen en doelen bepalen, maar moet je hen vertrouwen & de verantwoordelijkheid geven om de weg te kiezen. Zo gebeurt dit ook met experten in andere sectoren.
  • Leraren zijn  expert in hun opdracht en effectieve ondersteuning (van experten) moet in de eerste plaats luisteren, moet niet een school binnenkomen met antwoorden, maar  moet samen met leraren op zoek gaan naar kleine haalbare veranderingen waar ze aan toe zijn, die passen bij wie ze zijn en die impact hebben op de effectiviteit van hun onderwijskundig handelen (zie micro-innovaties).

De vele ideeën die ik van leraren meekrijg betekenen meer en bevatten meer potentieel tot effectieve innovatie dan PISA rapporten of nieuwe leerplannen of …

Twee recente voorbeeldjes uit Brussels kleuteronderwijs:

  • “We nemen toetsen af bij onze kleutertjes en op het MDO worden op basis van deze toetsen reeds ‘determinerende’ uitspraken gedaan over deze kinderen: A. is taalzwak, S. zal het heel moeilijk hebben in 1LO,… We vergeten dat deze kinderen aan het begin van hun ontwikkeling staan en ons blijvend geloof in hen nodig hebben!  Laat ons op zoek gaan naar een correct en ontwikkelingsgericht gebruik van toetsen en een andere invulling van het MDO…”
  • “Ik merk op school dat onze kleuters die thuis blijven tot 2,5 jaar, 3 of zelfs later het vaak minder makkelijk hebben op vlak van zelfredzaamheid. Peuters die naar een onthaalmama of kribbe gaan hebben vaker ook een voorsprong op vlak van zindelijkheid, taal, voorschoolse activiteiten, spelen,…  Zou het niet interessant kunnen zijn om één keer per week een halve dag te voorzien voor deze kinderen waarbij ze kennismaken met materiaal uit de peuterklas, verhaaltjes voorgelezen krijgen,… en om ook de ouders hierbij te betrekken?”

Als ik als directeur van het Onderwijscentrum Brussel spontaan wekelijks dit soort ideeën krijg toegestuurd, dan zit er toch wel een immense innovatieve en creatieve kracht bij onze leraren!  Kunnen we vanuit ondersteunende organisaties niet meer investeren in aanpakken en strategieën die de verantwoordelijkheid van leraren erkennen en stimuleren, zodat ze zich ten volle kunnen ontwikkelen tot effectieve en creatieve leraren?

Onderwijs in Brussel is… proces van Brede School ontwikkeling respecteren !

Brede School ontwikkeling vraagt tijd én verdient tijd!

Enkele jaren geleden werd in Brussel de opstart van brede scholen gestimuleerd vanuit de overtuiging en de ambitie dat doelgerichte samenwerking tussen partners uit verschillende sectoren de kansen van onze Brusselse kinderen/jongeren kan vergroten.  Eind 2013 zijn er 28 brede scholen erkend en in ontwikkeling.  Soms heel voorzichtig, soms heel ingrijpend.

Als je vandaag vanuit een helikopterperspectief naar deze 28 brede scholen kijkt, dan zal je teleurgesteld zijn.  Behalve lokale coördinatoren, stuurgroepen, vrijetijdsbeurzen,… zie je weinig veranderen.  En toch, durf het wormperspectief aan te nemen en dan zie je heel veel mooie en kleine veranderingen: een leraar en een animator die rond de tafel gaan zitten om te praten over hun aanpak van Sara; ouders die op school gecoacht worden rond meertalig opvoeden; kinderen die de kans krijgen om hun talenten te ontdekken & ontwikkelen; leraars en kunstenaars die in de klas samenwerken in een vorm van teamteaching; een naschoolse opvang die inspeelt op interesses van kinderen; leraren die actief de leefomgeving van hun leerlingen gaan verkennen;… én dit is maar het begin!

Duurzame verandering gaat heel geleidelijk via micro-innovaties. Brede School ontwikkeling vraagt tijd én verdient tijd!

Het is duidelijk en logisch dat de focus vandaag ligt op…

  1. ‘elkaar leren kennen’,
  2. de ‘naschoolse tijd’ en
  3. het kernaspect ‘talentontwikkeling’.

Het is belangrijk dat brede scholen kunnen doorgroeien naar…

  1. evenwaardige samenwerking,
  2. het verrijken van het buiten- én binnenschoolse leren en,
  3. de inzet op integrale ontwikkeling van kinderen en jongeren.

Brede school maakt verbindingen in de leefomgeving van kinderen over de grenzen van organisaties en sectoren heen om te evolueren naar een geïntegreerd aanbod. Het uiteindelijke resultaat is de inrichting van de leefomgeving van kinderen en jongeren in rijke, samenhangende, betekenisvolle en elkaar versterkende leercontexten!  Binnen deze leercontexten kunnen kinderen/jongeren verworven kennis en vaardigheden toepassen, verder verdiepen en/of verbreden.

Als we dit kunnen realiseren zal brede school een belangrijk effect hebben op het ontwikkelen en leren van kinderen.  Brede school zal  een meerwaarde betekenen voor alle kinderen, maar zeker voor kinderen die opgroeien in een minder stimulerende omgeving!

Geef brede scholen de tijd om dit ontwikkelingsproces te doorlopen !

Lees meer in het boekje “Brede School in Brussel, 1 + 1 is meer dan 2” van het Onderwijscentrum Brussel.

Mijn vorige stukjes Breed leren, Brussels onderwijs en de plaats die iedereen samenbrengt, behandelen hetzelfde thema.

 

Onderwijs in Brussel is… zich laten inspireren door ouderbetrokkenheid 3.0! (leestip)

Na mijn stukjes over het ontwikkelingsmodel ouderbetrokkenheid en het belang van thuisbetrokkenheid, wil ik deze reeks afsluiten met de verwijzing naar het E-book Ouderbetrokkenheid 3.0 (CPS) van Peter de Vries.

Ouderbetrokkenheid 3.0 illustreert heel mooi wat educatief partnerschap écht betekent: de school en de ouders werken samen ifv één duidelijk doel: de ontwikkeling van het KIND/JONGERE, de leerling.

Samen met elke ouder wordt er een samenwerking uitgebouwd op basis van de individuele noden van elk kind. Dit betekent de oude vormen van werken met ouders loslaten en ouderbetrokkenheid samen met de ouder vorm geven in het belang van het kind.

De PTA-standaarden beschrijft de Vries als de voorwaarden om volgens ouderbetrokkenheid 3.0 te kunnen werken:

  1. Alle gezinnen/ouders zijn welkom op school
  2. Effectief communiceren
  3. Ondersteun leerlingenresultaten
  4. Opkomen voor elk kind
  5. Gelijkwaardigheid in besluitvorming
  6. School en ouders werken samen met de omgeving

…én om met de woorden van Peter de Vries te eindigen: “Ouderbetrokkenheid gaat niet over ouders maar over leerlingen.  Zij hebben het recht dat leraren en ouders goed samenwerken.”

Lees hier het E-book.

Onderwijs in Brussel is… investeren in THUISbetrokkenheid !

In mijn vorige post werd een kader geschetst waarbinnen ouderbetrokkenheid op school vorm kan krijgen.  Het is echter even belangrijk om de inhoudelijke invulling van ouderbetrokkenheid concreet te benoemen. 

Een aantal uitgangspunten staan hier centraal:

1. ouderbetrokkenheid is een verantwoordelijkheid van onderwijs: Scholen hebben wel eens de neiging om hun ouderbetrokkenheid uit te besteden aan welzijnsorganisaties, brugfiguren of andere ondersteunende diensten. Ouderbetrokkenheid gaat over kinderen/jongeren én leren! Dit betekent dat de interactie zo maximaal mogelijk rechtstreeks tussen leraar en ouder moet verlopen.  Partners kunnen hierin ondersteunend zijn, maar onderwijs zit aan het stuur!

2. ouderbetrokkenheid is geen doel op zich: Scholen moeten niet investeren in ouderbetrokkenheid omwille van de ouders, scholen moeten investeren in ouderbetrokkenheid omwille van de kinderen/jongeren!  Emancipatie of competentieontwikkeling van ouders is niet de primaire doelstelling van ouderbetrokkenheid.

3. ouderbetrokkenheid moet bijdragen tot het versterken of verhogen van leerkansen, brede ontwikkelingskansen en welbevinden van leerlingen: Scholen moeten investeren in hun ouders omdat zij een onmisbare schakel zijn in de succesvolle schoolloopbaan van hun kinderen/jongeren.  Onderwijsondersteunend gedrag van ouders moet een hefboom vormen voor ontwikkelingskansen.

Uit onderzoek (zie reviewstudie RU Nijmegen) blijkt dat we twee vormen van ouderbetrokkenheid kunnen onderscheiden: schoolbetrokkenheid en thuisbetrokkenheid.  Onder schoolbetrokkenheid verstaan we de betrokkenheid van ouders op de school (aanwezigheid op het oudercontact, helpen bij het organiseren van een feest,…).  Thuisbetrokkenheid betekent de betrokkenheid van de ouders in de thuissituatie (gesprekjes aanknopen over school, schoolwerk opvolgen,…).  Vooral dit laatste blijkt invloed te hebben op het presteren van leerlingen op voorwaarde dat die thuisbetrokkenheid geen overdreven bemoeienis wordt. Deze thuisbetrokkenheid kunnen we verder opsplitsen in ‘parenting’ (= het bieden van een omgeving thuis die het leren stimuleert) en ‘teaching at home’ (= inhoudelijke, ‘onderwijskundige’ begeleiding van het kind/jongere door de ouder).   ‘Teaching at home’ kan niet de opdracht zijn die we vanuit onderwijs aan ouders willen geven. We kunnen van ouders niet verwachten dat zij de inhoudelijke kennis en competenties hebben om hun kinderen te ‘onderwijzen’.  Dit is de rol van de leraar die hiervoor is opgeleid.  ‘Teaching at home’ zal alleen maar de (sociale) ongelijkheid tussen leerlingen versterken. Elke vorm van ouderbetrokkenheid die dit in de hand werkt, moet vermeden worden.  ‘Parenting’ daarintegen, het creëren van goed leerklimaat thuis, is de vorm van ouderbetrokkenheid die we verder ten volle moeten stimuleren én die de grootste invloed blijkt te hebben op prestaties van leerlingen.

Om thuisbetrokkenheid effectief te kunnen ontwikkelen vanuit de school, moeten de communicatie,- en samenwerkingsinitiatieven hierop gericht zijn. Om bijvoorbeeld het‘meeleven’ (interesse tonen vanuit de ouder voor wat het kind op school beleeft) te stimuleren kan een gelamineerde collage rond het weekthema of één prikkelende prent uit het prentenboek meegegeven worden naar huis. Heel spontaan ontstaan hierover gesprekjes tussen kind en ouder.  Bij oudere kinderen kan de ouder ingeschakeld worden als tijdsbewaker bij een huistaak of als geïnterviewde bij een schrijfopdracht thuis.  De ouder kan ook een verantwoordelijkheid krijgen bij het opvolgen van de agenda en hierin vanuit de school begeleid worden.  Een les meevolgen door de ouder (ook bij oudere leerlingen) leidt achteraf thuis tot heel wat uitwisseling tussen ouder en leerling …

Één actie zal niet volstaan, want zoals leerlingen divers zijn, zijn ook ouders divers. De keuze van de acties zal afgestemd moeten worden op maat van de school, ouders én leerlingen (haalbaar, realistisch, effect,…).  Scholen hebben op het vlak van het stimuleren van ‘parenting’ nog heel wat groeikansen !

Onderwijs in Brussel is… werken aan ouderbetrokkenheid via micro-innovaties!

We weten dat ouderbetrokkenheid impact heeft op de resultaten van leerlingen. We weten dat ouderbetrokkenheid een positieve invloed heeft op zowel de cognitieve als de socio-emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het is zeker de moeite waard om dit meer in detail te lezen in deze review.

Het Onderwijscentrum Brussel heeft, vanuit deze wetenschappelijke inzichten enerzijds en haar jarenlange ervaring op het vlak van ouderbetrokkenheid en onderwijsbegeleiding anderzijds, een eenvoudig model uitgewerkt om de ontwikkeling/uitbouw van ouderbetrokkenheid op school systematisch en doelgericht vorm te geven.  Het model bestaat uit 6 pijlers, vorm gegeven in een piramide.

De basis van de piramide vormt de onderbouw van een goede ouderwerking.  Drie elementen zijn hierbij belangrijk: (1) school, leraren en ouders moeten elkaar, maar ook elkaars rol en mogelijkheden leren kennen; (2) de contacten tussen de leraren en ouders moeten verlopen in een open en positieve houding met zorg voor wederzijds respect; (3) leraren en ouders streven naar partnerschap vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de opvoeding van het kind/de jongere.

Vanuit deze basis kan er gewerkt worden aan communicatie én samenwerking met ouders.  De communicatie moet gericht zijn op de doelstelling die je wilt realiseren, nl. de leer- en ontwikkelingskansen van iedere individuele leerling versterken!  Je communicatie moet dan ook rekening houden met en afgestemd zijn op de eigenheid van elke ouder én zal dus een brede en gevarieerde invulling moeten krijgen (formeel & informeel, mondeling & schriftelijk, individueel & in groep, afstemmen van taal & taalgebruik, écht & oprecht luisteren,…).  Ook de samenwerking met ouders moet vorm krijgen vanuit de onderbouw en gekenmerkt worden door verschillende niveaus (ifv de individuele leerling, de klas, de school); verschillende richtingen (zowel leraar > ouders als ouder > leraar); verschillende vormen (op het continuüm meeleven > meehelpen > meedenken > meebeslissen);…

…dit alles moet verankerd én aangestuurd worden vanuit een doordacht en doelgericht ouderbeleid!

Wat betekent werken aan ouderbetrokkenheid via micro-innovaties ?

STAP 1 weet wat effectief is in onderwijs ifv onderwijskwaliteit en leerlingenresultaten

  • ga op zoek naar elementen van ouderbetrokkenheid die bijdragen tot leerkansen, brede ontwikkelingskansen en welbevinden van leerlingen (zie review hierboven, eigen ervaring binnen de school of bij collega’s, … 

STAP 2 herken noden op school/bij leraren die aansluiten bij effectieve innovaties

  • breng samen met het team je beginsituatie in kaart met betrekking tot de verschillende elementen in het ‘ontwikkelingsmodel ouderbetrokkenheid’ en voeg binnen één of meerdere bollen nieuwe elementen toe

STAP 3 toets haalbaarheid af en verken het draagvlak voor de vernieuwing

  • toets de nieuwe elementen af naar haalbaarheid en draagvlak binnen het team én binnen de veelheid van prioriteiten binnen de school

STAP 4 voer de vernieuwing gezamenlijk en planmatig in (analyse, doel, acties, evaluatie)

  • zorg voor een niet-vrijblijvende invoering van de vernieuwing

STAP 5 maak het resultaat zichtbaar

  • bespreek het resultaat/het effect van de vernieuwing op het versterken van de leerkansen, de brede ontwikkelingskansen en het welbevinden van de leerlingen

Ga op zoek naar kleine, haalbare veranderingen die aansluiten bij de noden en mogelijkheden van jullie school & team en waarvan we weten dat ze zullen bijdragen tot de uiteindelijke doelstelling…

Onderwijs in Brussel is… 27 november 2013

Het Onderwijscentrum Brussel bestaat dit schooljaar 5 jaar en lanceert een blog voor Brusselse leerkrachten. Bedoeling is om mooie verhalen te verzamelen uit de Brusselse klassen. De verhalen met de meeste ‘likes’ worden door een jury beoordeeld en voorgesteld op het 5 jaar OCB event van 27 november 2013.

Lees vanaf deze week alvast enkele verhalen van Brusselse leraren en geef uw stem aan het mooiste verhaal…

AANVULLING:

De verhalen werden ondertussen verzameld in een tijdloze verhalenbundel die je hier kan downloaden.

Onderwijs in Brussel is… voor iedere jonge kleuter de beste START!

Ik heb heel veel respect voor Brusselse leid(st)ers van de jongste kleuters!  Zij zijn voor deze kleuters de eerste schakel van een lange schoolloopbaan, zij leggen voor deze kleuters de basis voor hun verdere ontwikkeling.

“Soms wordt binnen de basisschool zelf het kleuteronderwijs
nog als ‘minder belangrijk’ ervaren.”
Uit de nota kleuterparticipatie

Heel wat van deze jongste kleuters komen op school voor het eerst met de schooltaal Nederlands in contact.  De interactie tussen leid(st)er en kind vormt dan ook een grote uitdaging.
Heel wat van deze jongste kleuters hebben verschillende culturele achtergronden met hun eigen opvoedingsgewoontes.  De kinderen nemen deze gewoontes mee naar school en het is aan de kleuterleid(st)er om dit te managen.
Heel wat van deze jongste kleuters groeien op in (kans)armoede. Dit betekent dat zij vanuit een ‘eigen’ ervaringswereld aan onderwijs participeren en dat de leid(st)er voor de uitdaging staat hiermee verbinding te maken.

“Vroegschoolse educatie is regelmatig in de geschiedenis
een speerpunt geweest in de pogingen om achterstanden weg te werken.”
Uit rapport OECD

Bovendien bevinden deze jongste kleuters zich in een ‘egocentrischeontwikkelingsfase met een grote nood aan veiligheid, vertrouwen en lichamelijke zorg.  Dit in combinatie met de talige, culturele en sociaal-economische diversiteit, creëert voor de leid(st)er én voor de kinderen een heel complexe leeromgeving.

De Brusselse kleuterleid(st)er gaat de hele dag door handelend met taal aan de slag. Zij/hij brengt een rijk en gevarieerd taalaanbod Nederlands met respect voor de stille periode en de thuistaal van de anderstalige kleuters.

“Dat is een oerwoud”, zegt juf.
“Juf, kijk een serpent!” zegt Nasredine.
“Ja, een slang.  Dat heb je goed gezien. In de boom hangt een slang.”
Uit: Minimaal Maxitaal

De Brusselse kleuterleid(st)er brengt met veel geduld structuur in de schooldag van de kleuter om het ontwikkelen & leren optimaal te ondersteunen.

De Brusselse kleuterleid(st)er gaat de kennis van de wereld van de kleuters uitbreiden door hen mee te nemen binnen nieuwe ervaringen via spel, verhalen, activiteiten,…

Op de “Dag van de leraar” wil ik alle Brusselse leerkrachten in de bloemetjes zetten… maar toch eens heel in het bijzonder de leid(st)ers van de jongste kleuters!

Medewerkers van het Onderwijscentrum Brussel en Voorrangsbeleid Brussel schreven voor deze leid(st)ers het boek “Minimaal Maxitaal“, talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas.

Onderwijs in Brussel is… MEERTALIG opvoeden!

Meertaligheid is het doel, meertalig onderwijs is niet hét middel!

De samenstelling van de leerlingenpopulatie in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, is heel divers. In de gemiddelde Brusselse klas spreken 2 leerlingen Nederlands thuis, 4 heel soms en 14 leerlingen komen buiten de school nooit met het Nederlands in contact.  Ze spreken Frans, Turks, Pools… of een mix van talen.

De verschillen tussen scholen zijn bovendien ook heel groot.  Heel wat scholen hebben geen enkele leerling die thuis Nederlands spreekt, andere scholen hebben dan weer meer dan 50% Nederlandstaligen binnen hun schoolpopulatie.

In de gemiddelde Brusselse school zijn er niet 2 of 3 thuistalen, vaak zijn er tot 15 verschillende thuistalen aanwezig binnen de schoolmuren.

De culturele en sociaal-economische diversiteit (of noem het armoede) is heel groot.  Meer dan 50% van de lagere schoolkinderen hebben een niet Westerse culturele achtergrond, 34% van de kinderen groeit op in een gezin zonder inkomen uit arbeid.  Deze culturele en sociaal-economische diversiteit heeft een grote impact op status van talen, schoolse taalvaardigheid, kwaliteit van de moedertaalontwikkeling,…

Als we willen dat de kinderen in deze stad meertalig op de arbeidsmarkt komen om zo hun maatschappelijke slaagkansen te maximaliseren, dan moeten we niet in de eerste plaats investeren in meertalig onderwijs, maar in MEERTALIG OPVOEDEN, afgestemd op de eigenheid van elk kind binnen zijn/haar unieke omgeving.  Omwille van de diversiteit en complexiteit van de Brusselse leerlingenpopulatie zou het fout zijn om te kiezen voor één vorm van meertalig onderwijs.  We moeten op zoek gaan op welke manier we onze kinderen meertalig kunnen laten opgroeien…

Dit wil zeggen dat ouders van bij de geboorte geadviseerd en ondersteund moeten worden in de meertalige opvoeding van hun kinderen: wat is het belang van moedertaalontwikkeling, hoe kinderen talig stimuleren in een meertalig gezin, hoe een voorschools traject creëren in de schooltaal,…  De voorschoolse sector speelt hierin een centrale rol.

Dit wil zeggen dat scholen op basis van de eigenheid van hun populatie een schoolspecifiek taalbeleid moeten ontwikkelen, waarbij  ze maximaal inzetten op de verwerving van de schooltaal, maar ook aandacht hebben voor de ontwikkeling van de thuistalen van de kinderen, talensensibilisering, taalinitiatie, kwaliteitsvol vreemde talenonderwijs,…

Dit wil zeggen dat er in de buitenschoolse en vrije tijd een taalstimulerend aanbod wordt gecreëerd in de schooltaal, in de thuistaal en/of in vreemde talen.

De verschillende actoren rondom elk kind moeten een realistisch traject uitstippelen in functie van  een succesvolle meertalige opvoeding !

Lees hier meer over een meertalig Brussel: Marnixplan

Onderwijs in Brussel is… geloven in OUDERS !

We weten dat ouderbetrokkenheid een positief effect heeft op het welbevinden van de leerling (socio-emotionele), de schoolprestaties (cognitief functioneren), de werkhouding (attitudes ten aanzien van het leren en het schoolse), schoolsucces en deelname aan hoger onderwijs (slaagkansen).

Niet zozeer de zichtbare ouderbetrokkenheid op school (bv. aanwezigheid op een ouderbijeenkomst) creëert deze effecten, maar de ondersteuning en opvolging thuis.  Met dit laatste wordt niet bedoeld dat ouders hun kinderen inhoudelijk moeten helpen met huiswerk of het aanbrengen van onderwijsinhouden, maar dat ze een omgeving moeten creëren waar over school gepraat wordt, waar er interesse is voor wat kinderen op school doen en beleven, waar er aandacht is voor motivatie en rust, frustraties en succes,…

De zorg van de ouder en de leraar zijn gemeenschappelijk: stimuleren van het optimaal functioneren van de leerling op school, het creëren van maximale leer- en ontwikkelingskansen.

Ouderbetrokkenheid is dus nooit een doel, maar een middel in functie van de leerling en zijn ontwikkeling.  Het volstaat niet te kunnen zeggen: “op het vlak van ouderbetrokkenheid hebben wij drie oudercontacten, een maandelijks oudercafé en Nederlandse les”.  De vraag is: “op welke manier slagen we erin om via onze communicatie en samenwerking met ouders impact te hebben op het functioneren van de leerling”.

De school en de ouders moeten een intensief samenwerkings- en communicatietraject opzetten om voor het kind zo goed mogelijke omstandigheden te creëren.  Er moet op zoek gegaan worden naar authentiek contact tussen de leraar en de ouder, waarbij ze elke vanuit hun rol een proces van samenwerking en communicatie starten in het belang van het kind.

Bij dit partnerschap zijn er nog enkele belangrijke uitgangspunten…

OUDERBETROKKENHEID VERTREKT VANUIT HET GELOOF IN OUDERS

Heel wat initiatieven op het vlak van ouderbetrokkenheid vertrekken vanuit de doelstelling ‘negatief gedrag inperken’.  De school neemt initiatief op basis van probleemgedrag, zwakke resultaten, spijbelen,… Bij partnerschap moet er gewerkt worden aan een duurzame relatie die opgestart wordt vóór problemen zich stellen.  Een relatie die vertrekt vanuit het geloof in ouders.

>>> Het is belangrijk dat school en ouders bouwen aan een positieve samenwerkingsrelatie.

OUDERBETROKKENHEID IS ALTIJD EEN PERSOONLIJK VERHAAL

Er zijn nogal wat scholen die een ouderbeleid uitbouwen dat gericht is op dé ouders.  Er wordt verwacht dat alle ouders in dat plaatje passen: elke ouder op het oudercontact, de verteltas moet in iedere gezinssituatie een succes zijn, iedere leerling brengt morgen een kaasdoos mee,…  Zo’n benadering gaat voorbij aan de eigenheid en het unieke van elke ouder in relatie tot de school en in verhouding tot zijn of haar kind.

>>> Het is belangrijk dat school en ouders een persoonlijke relatie opbouwen via informeel en formeel contact.

OUDERBETROKKENHEID GAAT OP ZOEK NAAR ÉCHT EN RECHTSTREEKS CONTACT

Er is een tendens bij scholen om hun ouderbetrokkenheid uit te besteden aan externen.  Deze aanpak vertrekt vanuit het idee dat tussenpersonen de kloof tussen de school en de ouders kunnen dichten.

Het blijkt echter dat op termijn de kloof niet kleiner wordt, maar groter: de school heeft iemand om met ouders te werken en moet zelf geen inspanningen meer doen; de ouder heeft een contactpersoon die luistert, hen begrijpt.

>>> Rechtstreeks en authentiek contact tussen school en ouders is een voorwaarde voor krachtig partnerschap.

OUDERBETROKKENHEID GAAT OVER HET KIND EN HET LEREN

Scholen beoordelen soms ouderbetrokkenheid op basis van de deelname van de ouders aan sociale activiteiten (schoolfeest, eetfestijn, collectief oudercontact,…).  Ouders willen echter vooral betrokken worden bij schoolinhouden en de dagelijkse schoolpraktijk, daar waar er een directe link is met het kind en het leren.

>>> De samenwerking en communicatie tussen school en ouders moet een invloed hebben op het creëren van een krachtige leeromgeving voor elk kind.

Bij het uitbouwen van een ouderbeleid moet er gewerkt worden aan het versterken van competenties van scholen en leraren: zij zijn de professioneel in het verhaal, zij zijn verantwoordelijk voor de uitbouw van een doelgerichte samenwerking en communicatie met ouders.  Scholen en leraren hebben dan ook een belangrijke rol bij het versterken van competenties van ouders, zodat zij hun onderwijsondersteunende rol kunnen opnemen.