Nood aan volwaardige schoolteams in Brussel!

Er wordt wel eens gezegd dat het lerarentekort zich stabiliseert. Zo gaf minister Gatz eind september 2025 in de Raad van de VGC volgende cijfers:

“Op dit ogenblik is er een tekort van 296 VTE’s, op ongeveer 7000. Dat zijn 209 openstaande betrekkingen, 88 niet vervangen langdurig afwezigen. Het totale tekort splitsen we op in 215 mensen in het basisonderwijs en 81 in het secundair onderwijs. De situatie is gunstiger dan een jaar geleden, maar we blijven ze monitoren.”

Eind januari 2026 lezen we in een persbericht van de VGC, naar aanleiding van de Brusselse infobeurs Word Leerkracht in Brussel:

“Uit de meest recente VGC-bevraging rond het lerarentekort blijkt dat het Nederlandstalig onderwijs in Brussel momenteel kampt met een tekort van 308 voltijdse equivalenten (VTE): 135 openstaande betrekkingen en 173 tijdelijke vervangingen. Hoewel de tekorten dit schooljaar licht lager liggen dan in voorgaande jaren, blijft de situatie nijpend.”

Maar het lerarentekort gaat over veel meer dan een cijfer. Brussel heeft nood aan volwaardige schoolteams, die omringd worden door een betrokken en aanwezige lokale schoolgemeenschap (ouders, partners) om de Brusselse onderwijsuitdagingen aan te kunnen.

Dit betekent:

  • competente en gekwalificeerde leerkrachten voor de klas;
  • een relatief stabiel schoolteam dat continuïteit kan garanderen;
  • een beheersbaar aantal starters en zijinstromers, die ondersteund worden door ervaren collega’s;
  • een zorgteam dat kan focussen op een krachtig zorgbeleid om in te spelen op de vele noden van Brusselse leerlingen;
  • een directie en beleidsteam dat zich kan richten op onderwijskwaliteit in plaats van voortdurend crisissen te moeten opvangen;
  • én partners, die ‘er zijn’: aanwezig, nabij en betrouwbaar voor de leerlingen en de leerkrachten.

Het blijft essentieel om, in samenwerking tussen de betrokken beleidsniveaus, alternatieve oplossingen op maat van Brussel te ontwikkelen en te versterken. Die oplossingen moeten leiden tot…

  1. het verhogen van de instroom (meer gekwalificeerde leerkrachten voor elke Brusselse klas);
  2. retentie ondersteunen (meer leerkrachten die duurzaam kiezen voor een onderwijsloopbaan in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel);
  3. effectieve samenwerkingen (waarbij partners een échte hulp betekenen in de concrete dagelijkse school- en klaspraktijk);
  4. professionalisering van de schoolteams ten aanzien van de Brusselse uitdagingen via intensieve begeleiding (meer schoolteams die zich bekwaam voelen om samen met de lokale schoolgemeenschap te werken aan maximale ontwikkelingskansen van elke leerling).

Volwaardige schoolteams zijn een essentiële voorwaarde om onderwijskwaliteit te kunnen leveren. De implementatie van nieuw beleid (zoals minimumdoelen of maatregelen uit de Taalheldnota) kan pas succesvol zijn als er voldoende sterke teams zijn om dit beleid in de praktijk vorm te geven. Daarom moet de eerste beleidsfocus duidelijk blijven: volwaardige schoolteams.

“…en vooral ook de mogelijkheden en het potentieel te zien!”

Afgelopen vrijdag, 6 februari 2026, vond de jaarlijkse teamdag van Onderwijscentrum Brussel plaats in Campus Kanal van de Erasmushogeschool Brussel. Het werd een dag vol uitwisseling, reflectie en nieuwe inzichten, helemaal in het teken van de Brusselse onderwijsrealiteit.

Op de agenda…

  1. De kracht van ervaringsdeskundigheid bij het werken rond armoede en onderwijs met getuigenissen van een onderwijsondersteuner en een Brusselse schooldirecteur;
  2. Digitaal leren, lesgeven en begeleiden met verschillende workshops;
  3. En nieuwe accenten in de OCB-werking 26 – 27 om nog beter in te spelen op de actuele Brusselse onderwijsuitdagingen.

In mijn inleiding kon ik niet anders dan het opnieuw te hebben over de VUCA-wereld waarin we vandaag werken (veranderlijk, onzeker, complex, onduidelijk) en wat dit betekent voor het werk van een onderwijsondersteuner. Ik sloot af met een fragment uit het boek Ode aan de Verwondering van Caroline Pauwels:

We willen heel snel opnieuw zekerheid: duidelijke antwoorden, betrouwbare voorspellingen, daadkrachtige beslissingen. We vragen van de arts, van de wetenschapper, van de politicus (of van de leidinggevende) geruststelling en daden of handelingen die het onbekende en het onzekere snel weer moeten wegdrukken. Maar het onbekende en het onzekere hoeven niet onrustig of angstig te maken. Ze horen bij het leven en dus leren we er het best ook mee omgaan. Ook al heb je geen controle op de dingen die je overkomen, je hebt wel controle over de manier waarop je erop reageert. Het is zoals de dichter Jozef Deleu al vele jaren zegt: Er is moed nodig om elke dag weer, vastberaden en hoopvol, die stap in het onbekende, het onzekere te zetten.  En om er vooral ook de mogelijkheden en het potentieel van te zien.

Het boekje van Caroline Pauwels kwam al eerder op deze blog aan bod (lees hier).

Antipestbeleid in Brussel (Raad VGC, 30 januari  2026)

In de plenaire vergadering van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van 30 januari 2026, werd een actualiteitsvraag gesteld over pesten.

Raadslid Fouad Ahidar brengt een persoonlijke getuigenis: “Pesten volgt je de rest van je leven. Ik ben 53 jaar. Ik ben gepest geweest tussen mijn 6de en mijn 12de. Dat is bijna 40 jaar geleden. En ik kan vandaag nog altijd vertellen hoe ik werd gepest achter die grijze container, hoe ze mij 10 minuten lang sloegen. Die bel was mijn redding, dat heb ik al eens in de pers gezegd. Die 10 minuten, dat is de tijd dat ze je vastpakken en beginnen te slaan. En ik kan vandaag, 40 jaar later, bijna tot op 30 seconden nauwkeurig zeggen wat 10 minuten zijn. Op een bepaald moment begin je te tellen: nog 30 seconden, nog 10 seconden, nog 5 seconden. Dan gaat de bel, en dan laten ze je los. En dan probeer je gewoon in de rij te gaan staan, want als je iets durft te zeggen, pakken ze je terug vast aan de schoolpoort. Dan durf je niets meer te zeggen. Ik wil gewoon zeggen: dat achtervolgt je voor de rest van je leven. Sommige mensen komen daar sterk uit. Ik ben er sterk uitgekomen, maar spijtig genoeg zijn sommigen er vandaag niet meer om dat verhaal te vertellen.”

Fouad Ahidar bracht al eerder een uitgebreide getuigenis over pesten, lees hier.

Minister De Smedt houdt in zijn antwoord een pleidooi om versnippering tegen te gaan en te streven naar geïntegreerde samenwerking: “Ik heb daarnet een overzicht gegeven van allerlei projecten. Het zijn er zoveel dat we erover moeten waken dat zorgverleners de bomen door het bos kunnen blijven zien. Het probleem is zo complex dat we moeten vermijden dat ons beleid niet dichtslibt in een bevoegdheidsdiscussie tussen Onderwijs, Welzijn en Jeugd. We moeten dus overmatige versnippering wegwerken en streven naar een structurele en geïntegreerde samenwerking tussen Onderwijs, Welzijn, Jeugd, ouders, scholen en andere betrokkenen. Deze problematiek verdient een doelmatige en optimale aanpak. Ik zal onverwijld met het College op zoek gaan naar een reeks voorstellen om de geïntegreerde werking te verbeteren. We zijn het allemaal eens over de vraag of het anders moet.”

Lees hier het volledige verslag.

Andere verslagen van de Raad vind je hier.

Over OCB: personeel, samenwerking, inhouden en impact (Raad VGC, BVA 22 januari 2026)

In het Bulletin van vragen en antwoorden kan je de antwoorden lezen van het VGC-college op schriftelijke vragen van de raadsleden.  In deze editie komen oa volgende onderwijsthema’s aan bod: lerarentekort, dalende inschrijvingen in het volwassenenonderwijs en het Onderwijscentrum Brussel.

Ik focus in dit blogbericht op de vragen over het Onderwijscentrum Brussel (OCB). Raadslid Gilles Verstraeten stelde vragen over de personeelsinzet van OCB, de samenwerking met partners, ondersteuningsinhouden en impactmeting.

Personeelsinzet

De personeelsbezetting van OCB is geëvolueerd van 90 VTE (2015) naar 99,6 VTE (2025). De uitbreiding situeert zich op het niveau van de onderwijsondersteuners, want het doel is met OCB via intensieve begeleiding op het werkveld het verschil maken.

Crisishulp is opgestart na corona (2021) om in te spelen op de toenemende uitdagingen door het lerarentekort. Het aandeel van het personeel dat ingezet wordt voor deze crisishulp, schommelt sindsdien – afhankelijk van de periode van het jaar – rond de 10 %. Lees meer over crisishulp in dit blogbericht. Naast deze crisishulp speelt het OCB ook binnen haar reguliere ondersteuning in op actuele uitdagingen (bv. begeleiding van zijinstromers en starters).

Samenwerking met partners

Het Onderwijscentrum Brussel werkt met heel wat partners samen, zowel structureel als ad hoc. Bij die samenwerkingen wordt het bovenlokale niveau zo beperkt mogelijk gehouden en ligt de focus vooral op lokale samenwerking binnen de scholen. Het OCB hanteert hierbij een aantal belangrijke principes: via de samenwerking met partners op school…

  1. dragen we bij aan een succesvolle onderwijsloopbaan van alle leerlingen;
  2. streven we naar een grote nabijheid;
  3. werken we maximaal in de school en op maat van de school;
  4. schakelen we ons in onder regie van de school en maken we lokaal de nodige afspraken;
  5. zijn we bereid om onze rol aan te passen om doelgericht in te kunnen spelen op de lokale context i.f.v. duurzame professionalisering van het schoolteam indien mogelijk en/of zuurstof en concrete hulp indien nodig;
  6. beperken we de planlast voor de school (procedures, overleg, administratie, wachttijd…);
  7. werken we complementair en gelijkgericht met elkaar (‘functionele samenwerking’ = scholen ervaren de verschillende partners als 1 geheel);
  8. geloven we in en stellen we hoge verwachtingen aan leerlingen, leerkrachten, ouders…;
  9. zijn we er voor de school, de leerkrachten, de leerlingen, de ouders (ook en vooral bij problemen), lees hierover ook dit blogbericht.

Daarna worden in het Bulletin ook de belangrijkste partners opgelijst (reguliere onderwijspartners, VGC gerelateerde onderwijspartners, expertiscentra, welzijnspartners).

Ondersteuningsinhouden

De professionalisering (ondersteuning, vorming, materiaalontwikkeling) van Brusselse schoolteams op het vlak van taalonderwijs Nederlands is het belangrijkste kernthema van OCB. Ongeveer 60 % van de ondersteuningsvragen hebben betrekking op dit thema (o.a. leesonderwijs, taalscreeningstrajecten, taalgericht vakonderwijs…). Ook in de toekomst blijft OCB ten volle inzetten op ondersteuning en vorming van taalonderwijs Nederlands op Brusselse scholen. Bij die ondersteuning speelt het OCB in op de lokale noden en vragen, rekening houdend met de Vlaamse beleidsprioriteiten op het vlak van taalonderwijs Nederlands.

Impactmeting

De werking van OCB is evidence informed. Dit betekent dat zowel de begeleidingsinhouden als de begeleidingsaanpak gestuurd worden vanuit wetenschappelijke inzichten en praktijkervaring, vertaald naar de lokale context van de school. Het OCB doet hiervoor een beroep op expertisecentra, waaronder Leerpunt. Deze manier van werken waarborgt de doel- en resultaatgerichtheid van de werking.

De impact en voortgang van de ondersteuning wordt verder in kaart gebracht via een intern opvolgings- en evaluatie-instrument dat drie keer per jaar wordt afgenomen (OCB-Quickscan) én via het EDBI-instrument (Effectiviteitsmeting van Doelgerichte Begeleidingsinterventies), ontwikkeld door de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen in opdracht van het departement Onderwijs & Vorming van de Vlaamse Overheid. Met deze instrumenten wordt gepeild naar de lokale tevredenheid en impact van de ondersteuningsinterventies. De resultaten worden gebruikt om zowel lokaal als bovenlokaal de werking van OCB te versterken.

Het volledige document kan je hier lezen. Andere verslagen van de Raad vind je hier.

“Crisishulp” door OCB, tijdelijke ademruimte voor scholen

Het Onderwijscentrum Brussel (OCB) helpt scholen niet alleen via de reguliere ondersteuning, maar ook bij de actuele uitdagingen zoals het lerarentekort, de instroom van zij-instromers of grote leervertragingen bij leerlingen. Bij ‘crisishulp’ neemt een onderwijsondersteuner tijdelijk een klas over (omdat de school geen enkele oplossing meer ziet), tot maximaal tweeënhalve dag per week. Hoewel het eenvoudig klinkt, vraagt het wel wat puzzelwerk. Het betekent namelijk dat we binnen het OCB‑team moeten zoeken naar  onderwijsondersteuners die, één: beschikken over de juiste competenties voor de specifieke nood van de school én twee: hun lopende begeleidingstrajecten tijdelijk kunnen pauzeren zodat ze bijkomende taken buiten hun reguliere opdracht kunnen opnemen. 

Begin dit schooljaar berichtte BRUZZ al: “Zo zal het Onderwijscentrum Brussel (OCB) vanaf 1 september opnieuw ‘crisishulp’ bieden om het sluiten van klassen te vermijden. Er zal tijdelijk aan een zestal scholen een halftijdse ondersteuner ter beschikking worden gesteld om klassen over te nemen.”  

Intussen is duidelijk dat de nood aan extra (liefst gekwalificeerde) handen in de Brusselse scholen groot blijft. Tijdens het eerste trimester van dit schooljaar ontving het OCB een vijftiental vragen voor crisishulp, hoofdzakelijk vanuit het basisonderwijs. Ook in het secundair onderwijs zijn er noden, maar die lijken ‘makkelijker te managen’ via bijvoorbeeld studie of zelfstandig werk. Oplossingen die lang niet altijd optimaal zijn voor de leerlingen en de rest van het schoolteam. Van de vijftien oorspronkelijke aanvragen zijn er op dit moment nog acht actief. 

Crisishulp is geen duurzame oplossing en ook niet altijd de meest kwaliteitsvolle. Maar het kan de school tijdelijk wat ademruimte geven en uit een urgente nood helpen. Tegelijkertijd denkt het OCB met de school na over meer duurzame oplossingen, samen met andere cruciale actoren zoals de onderwijskoepel, het schoolbestuur en/of de pedagogische begeleidingsdienst. Een complexe puzzel leg je nu eenmaal beter samen. Crisishulp is dus nooit een eindpunt, maar een tijdelijke hefboom om tijd te winnen en rust te creëren. 

Naast de crisishulp zijn er nog veel andere vormen van hulp die door OCB worden opgenomen,  zoals co-teaching met zijinstromers; remediëring van een groep leerlingen met leervertraging; ad hoc een taak of een klas overnemen; ondersteuning van de aanvangsbegeleiding;…   

En ondertussen blijven we zoeken naar meer leerkrachten die voor Brussel kiezen, want niets vervangt een sterk, stabiel en voltallig schoolteam… 

Kan onderwijs zonder welzijn? (leestip)

Heel wat kwetsbare ouders worden met een combinatie van problemen geconfronteerd en deze problemen komen ook langs de schoolpoort binnen. De school kan deze noden niet alleen aanpakken! Daarom is een goede wisselwerking tussen onderwijs (gericht op optimale leerkansen) en welzijn (gericht op de realisatie van sociale grondrechten) cruciaal.

Kan onderwijs zonder welzijn? En vice versa? (2020) – een boek gebaseerd op een multidisciplinair onderzoeksproject van HOGENT – toont overtuigend aan dat beide domeinen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het boek bespreekt hoe samenwerking vorm kan krijgen en welke actoren daarin een rol spelen.

Het boek start in deel 1 met de vraag “waarom is samenwerking nodig?” en beschrijft zes urgente aanleidingen die zowel de leerkansen als de sociale grondrechten onder druk zetten:

  1. Financiële, materiële, administratieve ondersteuningsnoden
  2. Opvoedings- en gezinsondersteuning
  3. Ongelijke toegang tot kunst, sport en vrije tijd
  4. Hygiëne en (geestelijke) gezondheid
  5. Kinderarmoede
  6. Drempels naar en binnen onderwijs

Deze uitdagingen tonen aan dat scholen steeds vaker geconfronteerd worden met problemen die ze niet alleen kunnen oplossen. Daarom is er nood aan diverse vormen van samenwerking, zoals toeleiding, informatie-uitwisseling, bemiddeling en faciliteren.  In die samenwerking kunnen de verschillende actoren hun interprofessioneel leren, denken en handelen versterken.

Maar samenwerking gaat niet altijd vanzelf. Er zijn heel wat drempels en uitdagingen die te maken hebben met tijd en middelen, afstemming en terugkoppeling, toegankelijkheid en versnippering, verschillende perspectieven en verwachtingen. De auteurs beschrijven goede praktijken die aantonen dat samenwerking wél kan werken, en formuleren ook enkele  basisprincipes: openheid en bereidheid tot samenwerking, elkaar kennen, vertrouwen, wederkerigheid, goede afspraken, afstemming en communicatie.

In deel 2 zoeken de auteurs een antwoord op de vraag “wie doet wat?”. Ze kijken naar de rol van de school als onderdeel van de samenleving (én mogelijke taken voor de verschillende leden van het schoolteam), de positie van het CLB als draaischijf, de plaats van brugfiguren (met oa de zes rollen voor een brugfiguur), en de opdracht van het lokaal bestuur (om in te spelen op lokale noden en mogelijkheden).

De 6 rollen van de brugfiguur:

  1. aanspreekpunt voor scholen
  2. vertrouwensfiguur en draaischijf naar welzijn
  3. netwerker
  4. verbindende factor
  5. ondersteuner van ouders
  6. ondersteuner van processen op school

Het boek eindigt met enkele belangrijke aanbevelingen voor het beleid (Vlaams en lokaal) en de praktijk (scholen, begeleidingsdiensten en welzijnsveld). De auteurs benadrukken dat samenwerking een noodzakelijke voorwaarde is om zowel leren als welzijn te garanderen – zeker voor kinderen en gezinnen in kwetsbare leefsituaties.

En in Brussel?

De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) heeft een lange traditie in het versterken van de verbinding tussen onderwijs en welzijn, aanvullend op de rol van het CLB. Zo gebeurde dit in de jaren ’90 tot 2009 via het Schoolopbouwwerk Brussel (OCB), vanaf 2010 via Brede School Brussel en sinds 2015 via diverse vormen van « schoolpoortprojecten », onder meer met De Vrienden van het Huizeke, Connect-Hopon, CAW, GBO en lokale bondgenotennetwerken,… Ook in de toekomst wil de VGC blijven inzetten op het bundelen van krachten tussen onderwijs en welzijn.

In het boek Kan onderwijs zonder welzijn? En vice versa? worden ook verschillende Brusselse voorbeelden opgenomen.

Meer…

Je kan het boek hier downloaden of uitlenen in de Onderwijsbibliotheek van het Onderwijscentrum Brussel. Lees meer op de website van HOGENT met o.a. de zes bouwstenen voor samenwerking.

Lees hier meer leestips op deze blog.

Synthesebeeld uit het boek « Kan onderwijs zonder welzijn? En vice versa? »

Urban Education 2025, top 10!

In dit bericht blik ik even terug op mijn meest gelezen blogberichten in 2025. Ook dit jaar vind je mijn berichten over meditatie (2021), de grootstedelijke context (2019), de warm-demander leerkracht (2020) en klasmanagement (2019) opnieuw in de top 10.

  1. Het Kinderrechtenverdrag (meer dan een leestip) (2021/2023): Dit bericht werd opgemaakt in volle COVID-periode (2021), maar aangevuld in 2023 omwille van de oorlogen in oa Oekraïne en het Midden-Oosten…
  2. Het structureel lerarentekort in Brussel,… (2025): Voor wie er nog aan twijfelde: het lerarentekort in Brussel is niet zomaar een tijdelijke uitdaging, maar een structureel probleem dat het onderwijs al jaren onder druk zet.
  3. Meditatie op school en in de klas? (1) (2021): Dit bericht maakt deel uit van een mini-reeks over yoga op school en in de klas met concrete vertalingen naar de klaspraktijk.
  4. De grootstedelijke context (2019): Deel 1 van een 7-delige reeks over Urban Education (ook in het Frans en het Engels).
  5. De “warm demander”-leerkracht… (2020): Over een warme leerkrachtenstijl én een veeleisende aanpak.
  6. Taalbewustzijn, straat- en jongerentaal (2024): Een blogbericht naar aanleiding van een artikel over straattaal bij jongeren gebaseerd op onderzoek van Khalid Mourigh.
  7. Meerwaarde van yoga, meditatie en mindfulness op school! (2021): In dit bericht wordt op basis van onderzoek de meerwaarde van yoga, meditatie en mindfulness op school beschreven (+ de vertaling naar de praktijk).
  8. ToTaalplan Nederlands voor Brussel (2025): Vlaams minister van Brussel Cieltje Van Achter (N-VA) lanceerde onlangs het ToTaalplan Nederlands om het gebruik en de kennis van het Nederlands in Brussel te versterken. 
  9. “Worstelen” met klasmanagement (2019): Gedrag van leerlingen en klasmanagement zijn en blijven een grote uitdaging voor (beginnende) leerkrachten in een grootstedelijke context… én dat is normaal!
  10. “een taal die zegt, kom” (2025): Bericht over de OCB-teamdag met als centraal thema “een inclusief onderwijssysteem in Brussel, een school voor iedereen”.

Je weg vinden op mijn blog…

De LEESWIJZER Urban Education is een leidraad om de verschillende aspecten van Urban Education te verkennen. Via de LEESWIJZER yoga, meditatie en mindfulness op school en in de klas vind je makkelijk je weg in de berichten over dit thema. De LEESWIJZER debatten in de Raad van de VGC biedt een overzicht van belangrijke onderwijsthema’s die in de Raad werden besproken. Via LEESTIPS krijg je een overzicht van boeken die op deze site worden besproken.

Vergelijk met…

Dank voor je interesse! Fijn eindejaar.

Duurzame schoolontwikkeling (leestip)

Duurzame schoolontwikkeling is een boek over de dynamiek van High Performing Schools (HPS), Academica University of Applied Sciences. Het boek is tot stand gekomen vanuit het Nederlandse onderwijssysteem, maar – met wat aanpassingen – zeker ook toepasbaar en bruikbaar binnen de onderwijscontext in Vlaanderen en Brussel.

Ik start even met een citaat uit de inleiding over succesvolle onderwijssystemen: “Succesvolle systemen richten zich op interventies die het dichtst bij de leerlingen staan en werken van binnen naar buiten, beginnend met het klaslokaal, dan de school en uiteindelijk het afstemmen van systeemondersteuning op wat nodig is in het klaslokaal.” (McKinsey & Company) Of ook: kansrijke onderwijsverbeteringen “starten bij de individuele school, worden gedragen door leraren en schoolleiders en worden versterkt door samenwerking tussen scholen”.

De HPS-veranderaanpak beschrijft wat een effectieve school kenmerkt aan de hand van tien karakteristieken. Daarnaast benoemt zij acht hefbomen voor duurzame verandering, verschillende sleutelfiguren (waaronder de schoolleider en de intern begeleider/kwaliteitscoördinator) en een cyclische aanpak met de stappen analyse, verandering, implementatie, borging, feedback en doorontwikkeling.

Tien karakteristieken

  • K1 Een heldere, normatieve en gedeelde visie, een gemeenschappelijk toekomstbeeld dat richting geeft.
  • K2 Hoge standaarden en hoge verwachtingen van alle medewerkers en leerlingen, met focus op leren en ontwikkelen van leerlingen en een permanent streven naar effectief onderwijs.
  • K3 Effectief (school)leiderschap, dat erin slaagt de prestaties van leerlingen en leraren te verbeteren door te inspireren, sturen en ondersteunen.
  • K4 Een professioneel lerende organisatie, via de ontwikkeling van professionele leergemeenschappen.
  • K5 Curriculum, instructies en toetsen zijn uitgelijnd met de (kern)doelen, met een goede inbedding van een kennisrijk curriculum.
  • K6 Frequente controle op kwaliteit van het leren en lesgeven, via een schoolbrede kwaliteitsaanpak en monitoring.
  • K7 Gerichte professionele ontwikkeling, gericht op vakinhoud, actief leren, samenhang met doelen, duurzaam, verankerd in de praktijk en collectief.
  • K8 Ondersteunende leeromgeving en gedragscultuur, via schoolbrede, consistente gedragsaanpakken (‘warm-strenge’-benadering, warm-demander).
  • K9 Een hoge mate van ouder- en maatschappelijke betrokkenheid, met focus op de positieve grondhouding van ouders en de doelgerichte inschakeling van het partnernetwerk.
  • K10 Een academische cultuur die inspireert en motiveert tot voortdurende reflectie, met een onderzoekende, evidence-informed houding in het team gericht op continue onderwijsverbetering.

Acht hefbomen

De hefbomen maken het mogelijk om scholen in beweging te brengen door in te werken op de 10 karakteristieken en zo duurzame verbetering te realiseren. In deel 2 van het boek (p. 78 – 285) worden deze hefbomen uitgebreid uitgewerkt met krachtige, wetenschappelijk onderbouwde modellen. Ik beperk me hier tot een korte omschrijving van de hefbomen.

  • HB1 Effectieve leiderschapsontwikkeling (impact op K3, K1, K4): Effectieve leiderschapsontwikkeling is noodzakelijk voor een duurzame schoolontwikkeling. Er moet hierbij aandacht gaan naar het ontwikkelen van persoonlijk leiderschap, collectieve efficacy en het realiseren van meetbare leiderschapsimpact op de leerresultaten.
  • HB2 Werken vanuit een normatief visiekwadrant (impact op K1, K2, K10): Het visiekwadrant bestaat uit vier samenhangende pijlers: visie op leren, organiseren, professionaliteit en verankeren. De invulling van deze pijlers is evidence informed en breed gedragen binnen de organisatie.
  • HB3 Herpositionering en herwaardering van het vak van de leraar (K1, K3, K4): Door de leraar centraal te plaatsen bij zowel het primaire proces (kennisontwikkeling van leerlingen) als bij de schoolontwikkeling, zet je de leraar mee aan het stuur van duurzame onderwijsverbetering.
  • HB4 Garanties organiseren voor rechtvaardig en inclusief onderwijs (K1, K2, K3): Alle leerlingen moeten een succesvol onderwijstraject kunnen doorlopen, waarbij de leraar lesgeeft vanuit hoge verwachtingen en didactisch bekwaam is. Een warm-strenge schoolcultuur en goede monitoring zijn hierbij belangrijk.
  • HB5 Democratiseren van besluitvormingsprocessen (K1, K3, K4): Leraren moeten een formele stem krijgen in de schoolbrede kwaliteitsaanpak van de school.
  • HB6 Continue professionalisering (K7, K10, K4, K5): Zich permanent bekwamen via effectieve vormen van professionalisering op maat, is noodzakelijk voor een duurzame schoolontwikkeling (professionele leergemeenschap). De intern begeleider/ kwaliteitscoördinator speelt hierin een sturende en ondersteunende rol.
  • HB7 Een hoge mate van keten- en ouderbetrokkenheid (K9, K8, K2): Een effectieve samenwerking tussen school, ouders en partners moet gebeuren vanuit een duidelijke afbakening van rollen en verantwoordelijkheden met de school die het kader bepaalt en de eindverantwoordelijkheid draagt.
  • HB8 Bestuurlijke samenwerking (K1, K3, K8, K9): Het schoolbestuur moet in de eerste plaats de juiste randvoorwaarden creëren om duurzame schoolontwikkeling mogelijk te maken.

Het laatste deel van het boek brengt een aantal praktijkverhalen van scholen in Nederland die zich ontwikkelden tot High Performing Schools.

En nog even dit…

Prof. Dr. Orhan Agirdag beschrijft in een expertbijdrage (p. 49 – 56) “de meerwaarde van HPS voor diverse scholen”. Hij schuift drie kenmerken naar voren die bijzonder relevant zijn voor diverse scholen: hoge verwachtingen, een warm-strenge schoolcultuur en cultureel-responsieve ouderbetrokkenheid. Drie kenmerken die ook voor elke Brusselse school cruciaal zijn!

Een kanttekening…

De visie op leren (onder meer bij hefboom 2) wordt sterk benaderd vanuit één onderwijsvisie en discipline, namelijk de cognitieve psychologie. Andere wetenschappelijk onderbouwde invalshoeken krijgen minder aandacht. Ook het kenniscurriculum wordt voorgesteld als een soort ultieme oplossing, terwijl hier wel ruimte is voor meer nuance. Bij de ontwikkeling van de schoolvisie zal het belangrijk zijn om breder te kijken en verschillende onderwijsvisies en leertheorieën mee in overweging te nemen.

Een slotbeschouwing…

De inzichten in deze publicatie, gebaseerd op meer dan 20 jaar onderzoek, stemmen sterk overeen met de visie en aanpak van het Onderwijscentrum Brussel op het vlak van professionalisering en onderwijsontwikkeling. Het boek biedt heel wat inspiratie op het vlak van beleidskracht, leercultuur en duurzame professionalisering in functie van effectief onderwijs.

Professionele leergemeenschappen (leestip)

‘Professionele leergemeenschappen’ kwamen al vaker aan bod op deze blog (zie oa hier). Toch wil ik het boekje van Eric Verbiest, Professionele leergemeenschappen, een inleiding (2022) opnieuw onder de aandacht te brengen. Het biedt een krachtig antwoord op de vraag hoe schoolteams samen de vele (nieuwe) actuele onderwijsuitdagingen en veranderingen kunnen aanpakken.

Professionele leergemeenschappen gaan over onderwijsprofessionals, die individueel én in groep leren en zich ontwikkelen, dankzij de kracht van de lokale schoolgemeenschap, met als doel de onderwijseffectiviteit te verhogen.

Om dit te kunnen realiseren is er nood aan drie samenhangende capaciteiten (capaciteiten zijn de collectieve competentie van de school als geheel om effectieve verandering te kunnen realiseren, Hopkins 2001):

  • Persoonlijke capaciteit, bv. zelfreflecterend vermogen, onderzoekend leren.
  • Interpersoonlijke capaciteit, bv. gedeelde waarden, collectief leren.
  • Organisatorische capaciteit, bv. tijd, ruimte, vertrouwen.

Deze capaciteiten en hun link met de ontwikkeling van professionele leergemeenschappen worden in het boek van Verbiest verder grondig uitgewerkt (kenmerken, ontwikkeling, voorwaarden).

De schoolleider (en/of het beleidsteam) speelt een cruciale rol in de ontwikkeling. Zijn opdracht omvat drie rollen: de cultuurbouwer, die de visie, waarden en leercultuur uitdraagt en versterkt; de educator, die in de werking zowel een begeleidersrol als een expertrol opneemt; de architect, die zorgt voor de randvoorwaarden en ondersteunende structuur.

Tot slot geeft Verbiest een tiental praktische aanbevelingen om professionele leergemeenschappen doelgericht uit te rollen, zoals neem de tijd, creëer vertrouwen en wederzijdse afhankelijkheid, werk aan de capaciteiten en de beleidskracht.

Ik wil ook nog even doorverwijzen naar mijn blogbericht over het boek Building Culture van Lekha Sharma (2023), dat een rijke en brede invulling geeft aan schoolcultuur, cruciaal voor de ontwikkeling van een professionele leergemeenschap!

Meer leestips op deze blog vind je hier.

Een vraag over CLIL in Brussel en het vertrek van de leidend ambtenaar van de VGC (Raad VGC, 5 december 2025)

In de plenaire vergadering van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) was er onder andere een vraag over de “ongelijke toegang tot CLIL- onderwijs” en een actualiteitsvraag over “de impact van het vertrek van de leidend ambtenaar op de VGC-werking”.

CLIL-onderwijs in Brussel

Raadslid Emile Luhahi uit een bezorgdheid ten aanzien van het CLIL-onderwijs in Brussel: “Een recent onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel toont aan dat slechts 5 scholen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel CLIL aanbieden. Het gaat daarbij voornamelijk om scholen waar vooral leerlingen met hogere SES-indicatoren (socio-economische status) schoollopen.”

Minister De Smedt nuanceert de cijfers en benadrukt vooral dat CLIL niet de enige, en ook niet altijd de beste manier is om meertalig te worden. In zijn conclusie zegt hij ook nog: “Het is belangrijk dat we in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel blijven focussen op een goede verwerving van de schooltaal Nederlands met een aanpak afgestemd op taalheterogene leerlingengroepen. Voor veel Brusselaars is het Nederlands een hefboom om deel te nemen aan de maatschappij. Het onderwijs is daarbij vaak de eerste en belangrijkste plek om het Nederlands te verwerven. De meertalige achtergrond van veel leerlingen kan en moet daarbij ingezet worden om de kennis van die schooltaal verder te versterken.”

Vertrek leidend ambtenaar VGC

Over het vertrek van de leidend ambtenaar zegt de collegevoorzitter Elke Van den Brandt het volgende: “Het klopt dat de heer Jef Van Damme en het College in onderling overleg beslist hebben om de samenwerking stop te zetten. Wij danken de heer Jef Van Damme voor zijn inzet voor de VGC de afgelopen jaren en wensen hem het beste toe in zijn verdere loopbaan. Nadat de samenwerking met meneer Van Damme werd stopgezet, werd de functie conform de rechtspositieregeling aangeboden aan de heer Dirk Broekaert. Hij heeft intussen beslist dat hij de uitdaging zal aangaan en wordt dus onze nieuwe leidend ambtenaar. Ik kan onmogelijk voor alle personeelsleden spreken, maar ik denk dat het vertrek van de heer Jef Van Damme voor heel veel mensen wel onverwacht kwam. We begrijpen dat dit zowel voor het managementteam als voor het personeel van de VGC een grote verandering is, maar we kennen hun capaciteiten, we hebben alle vertrouwen dat de VGC verder sterk zal staan en we danken iedereen voor zijn medewerking bij de overgang die er nu aankomt.”

In de Brusselse media (BRUZZ): Jef Van Damme stopt als leidend ambtenaar VGC: ‘Verschil in visie’ en Dirk Broekaert promoveert tot nieuwe topman VGC.

Lees het volledige verslag hier. Een overzicht van alle verslagen van de Raad (invalshoek onderwijs) kan je hier raadplegen.