Studiebezoeken Raad VGC: Leersteuncentrum Kasterlinden en Onderwijs in London

Hieronder vind je de verslagen van twee studiebezoeken van de commissie onderwijs van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie:

Studiebezoek aan Londen

Van maandag 24 april 2023 tot en met woensdag 26 april 2023 bracht de Commissie een studiebezoek aan Londen om nader kennis te maken met het onderwijs in een grootstad.

Op het programma stond onder andere:

  • Een uitwisseling met de onderwijsinspectie ‘Ofsted’ (the Office for Standards in Education, Children’s Services and Skills), maar ook minister Nick Gibb en de onderwijsadministratie.
  • Voorstelling van het project ‘Safer London’, dat werkt rond kwetsbare jongeren die in de criminaliteit terecht komen;
  • Bezoek aan de ‘Michaela Community School’;
  • Bezoek aan het project ‘Skill Mill’, dat werkt rond werkgelegenheid bij jongeren;
  • Uitwisseling met ‘The Education Endowment Foundation’ (EEF), die als voorbeeld dient voor ons Vlaams Leerpunt;
  • Bezoek aan de ‘Charles Dickens Basisschool‘.

Je kan het verslag hier downloaden.

Studiebezoek aan het Leersteuncentrum Kasterlinden

Op woensdag 29 november 2023 bracht de Commissie een studiebezoek aan het Leersteuncentrum Kasterlinden. Naast een rondleiding in het leersteuncentrum, kregen de commissieleden toelichting bij de historiek en evolutie (van M-decreet naar Leersteun) en een overzicht van de huidige leersteunwerking, die nog volop in ontwikkeling is.

Je kan het verslag hier downloaden.

Krachtig taalonderwijs voor kwetsbare jonge kinderen (onderzoek)

Naar aanleiding van de resultaten van de KOALA-screening enerzijds (lees hier meer over de resultaten in Brussel) en de extra middelen voor scholen met veel leerlingen met thuistaal niet Nederlands anderzijds, worden tips, adviezen en mogelijkheden aangereikt om te werken aan krachtig taalonderwijs voor de meeste kwetsbare kinderen.  Zo verspreidde de taalunie deze adviezen (Hoe kies je de juiste taalondersteuning voor je school?) en biedt Onderwijs Vlaanderen een overzicht van goede praktijken, leermaterialen en inspiratie. Ook via de pedagogische begeleidingsdiensten en andere onderwijspartners krijgen scholen inspiratie en houvast (bv. praktijkgids taalintegratietrajecten).  Kris Van den Branden schreef op zijn blog hierover ook dit stuk “Bezint eer ge besteedt: hoe gebruikt een school extra budget voor leerlingen met Nederlands niet thuistaal?”

Ik wil vandaag teruggrijpen naar de inzichten uit een onderzoek door UGent rond dit thema (De overgang naar de kleuterschool voor kinderen uit gezinnen in armoede, Peleman, Vandenbroeck en Van Avermaet, 2019). Dit onderzoek geeft richting om meer fundamenteel te werken aan krachtig taalonderwijs voor kwetsbare jonge kinderen.

De onderzoekers zien heel wat mogelijkheden om via de kleuterschool voor alle kinderen, en zeker ook de meest kwetsbare, het verschil te maken:

  • Meer kwalitatieve taalleerkansen creëren (leergesprekken voeren met rijk taalaanbod, voldoende productiekansen en gerichte feedback; talige interacties stimuleren tussen kinderen; kansen die kinderen zelf bieden optimaal benutten;…).
  • Talige interactie inzetten om te leren en niet alleen om te controleren (naast sturende, organiserende taal ruimte creëren voor leergesprekken; ‘resttijd’ gebruiken als nuttige leertijd;…).
  • Beschikbare kansen niet ongelijk verdelen (streven naar evenwicht tussen de verbaal sterke kinderen en de andere).
  • Meer gebruikmaken van de thuistaal van de kinderen (met de thuistaal de leerervaringen ondersteunen en verruimen; interacties waarderen, ook in de thuistaal;…).
  • Zorgen voor een kansenrijke groepsgrootte en voldoende rust in de klas (om de kwaliteit en kwantiteit van de talige interacties te versterken).
  • ‘Zorgtaken’ een volwaardige plaats en erkenning geven (waarbij zorg en leren op een geïntegreerde manier benaderd worden).

Om dit te realiseren moeten we inzetten op:

  • Competente professionals, die vanuit de inzichten van educare vorm geven aan hun onderwijspraktijk, die bewust en doelgericht bezig zijn met taal en meertaligheid en die zoeken naar ondersteuning om hun eigen vaardigheden aan te scherpen.
  • Competente kleuterscholen, die nadenken over hoe ze kinderen groeperen, hoe ze omgaan met leertijd en hoe ze samen professionaliseren en elkaar ondersteunen.
  • Competent samenwerken, om de vele transities die jonge kinderen meemaken zo vlot en warm mogelijk te laten verlopen (oa kinderopvang, kleuterschool, gezin, maar ook wissel van professionals, overgang van klas naar speelplaats of refter,…).
  • Competent bestuur/beleid, dat de integratie van zorg en leren (educare) structureel mogelijk maakt en systemen ontwikkelt op kindermaat, dat zorgt voor opleiding van professionals vanuit de hedendaagse kennis en inzichten en dat inzet op waardering.

Misschien kunnen we het discours over schoolrijpe kinderen ombuigen naar een verhaal over kindrijpe scholen: scholen die optimaal uitgerust zijn om elk kind maximale ontplooiingskansen te bieden.

Je kan het volledig onderzoek hier lezen.

Lees ook:

De Ronde van Brussel, 4 jaar later…

In de Ronde van Brussel 2020 gingen 345 Brusselse leerkrachten in gesprek met minister Gatz.  Hierbij kwamen heel wat thema’s aan bod zoals meertaligheid, brede school, armoede, ouderbetrokkenheid, schoolinfrastructuur,…  Lees de belangrijkste conclusies uit 2020 hier: welzijn, brede school, ouders, meertaligheid en infrastructuur.

4 jaar later (2024) is het goed om even terug te kijken naar de realisaties. 

In een nieuwe brochure krijg je een overzicht van initiatieven en acties die genomen werden om op de conclusies van 2020 in te spelen. 

Het rapport opent ook paden om in de toekomst Brusselse onderwijsuitdagingen aan te pakken.

Via aanvangsbegeleiding, zij-instromersbeurzen, experimenten en projecten,… werd de strijd gevoerd tegen het lerarentekort.

Krachtig taalonderwijs en omgaan met meertaligheid kregen een plaats in initiatieven rond leesplezier, subsidies meertaligheid, projecten met taaltutoren en de OCB-website ‘Brussel Vol Taal’.

Ook de ondersteuning van de schoolloopbaan werd een belangrijke pijler met een brede waaier aan projecten (time-in, GEMS-up, meander, een nieuw MFC, strijd tegen kinderarmoede,…).

Ouders werden ondersteund via sociaal tolken, kregen de kans om schoolondersteunende vaardigheden te ontwikkelen, Nederlands te leren,… De OCB-website ‘Communiceren met ouders’ verzamelde expertise en tools ter ondersteuning van Brusselse schoolteams.

Via Breed leren werd gezorgd voor krachtige leer- en ontwikkelingskansen: inzetten op duurzaamheid met MOS, hulp bij studie- en schoolkeuze via de OCB-website ‘GeneratieBXL’ en een veelheid van educatieve activiteiten (cultuur, sport, milieu, burgerschap, STEAM, mediawijsheid, kunst).

Je kan het allemaal hier lezen in deze overzichtelijk brochure.

Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel staat nog voor grote uitdagingen. Het werk is nooit af, dus blijven we luisteren naar het werkveld en nemen we alle ideeën mee in de beleidsaanbevelingen voor de volgende regeerperiode.

Wat kunnen we anders, meer en beter doen? Geef het zeker door!

***

De vele investeringen in infrastructuur werden gebundeld in een aparte brochure die je hier kan downloaden.

Factcheckers: Meditatie zou een vak op school moeten zijn?

In het kader van factcheckers van VRT, werd een groep leerlingen meegenomen in een meditatietraject van 8 weken onder begeleiding van het Leuven Mindfulness Centre van de KU Leuven.

“Samengevat zien we dat de leerlingen gunstige resultaten geboekt hebben. Gemiddeld genomen waren zij na de training minder angstig, hadden zij minder last van piekergedachten en overmatige zelfkritiek, en gaven ze aan meer mindful in het dagelijkse leven te staan. De hersenmetingen suggereerden bovendien dat de deelnemers verhoogde tekenen van ontspannen aandacht vertoonden na de training.”

Betekent dit dat meditatie of mindfulness een verplicht vak op school moet worden? “Om mindfulness te beoefenen is het belangrijk dat je er voor openstaat. Het is belangrijk dat jongeren op ieder moment de keuze hebben om die beoefening te willen leren, daarmee te experimenteren, of niet. Als het in een schoolcontext wordt aangeboden en leerlingen hebben de keuze, dan kan het een meerwaarde zijn. (Inge De Leeuw, klinisch psychologe en mindfulnesstrainer)

Dit kleinschalig onderzoekje kan je geen volwaardige wetenschappelijke studie noemen, maar de bevindingen sluiten wel aan bij het beschikbaar wetenschappelijk onderzoek. Lees er hier meer over:

…én nog veel meer over yoga, meditatie en mindfulness op school via deze leeswijzer.

Kijk hier naar de reportage op VRTmax (vanaf 11m05).

‘Beloftevolle strategieën in de aanpak van het lerarentekort’ – VELOV

Het Tijdschrift voor Lerarenopleiders bracht een themanummer uit over het leerkrachtentekort (jg.44, nr.4, 2023). Ze willen de “negatieve berichtgeving counteren en op zoek gaan naar krachtige manieren om het lerarentekort aan te pakken” (p. 5).

De rode draad doorheen de 11 bijdragen is: “Complexe vraagstukken vragen om een combinatie van weloverwogen, evidence-informed en structurele hervormingen. Het terugwerken van het lerarentekort vraagt om maatregelen op het  volledige professionaliseringscontinuüm: (1) gaande van de initiële opleiding van leraren, (2) naar de inductiefase van startende leraren en (3) duurzame in-service ondersteuning van leraren in hun levenslange professionele ontwikkeling. Niet louter inzetten op één aspect van het continuüm, maar werken aan een kwaliteitsvol en-en-en verhaal” (p. 2).

Ik haal er één artikel uit met een bijzondere insteek en zeer relevant in het kader van Urban Education: “De paradox van het meertalig narratief” (Jill Surmont, Thomas Caira, Katrien Roebben, Esli Struys – VUB, p. 150 – 167).

Het leerkrachtentekort en verloop is groter in scholen waar de meertaligheid van de leerlingen hoger is dan gemiddeld. In deze scholen zijn er meer starters, en meer leerkrachten met weinig ervaring. Nochtans blijkt uit onderzoek dat er in deze contexten net nood is aan sterk geprofessionaliseerde leerkrachten met ervaring. De auteurs maken de vergelijking tussen leerkrachten in CLIL-klassen (Content and Language Integrating Learning) en leerkrachten in reguliere klassen met veel leerlingen met thuistaal niet-Nederlands (TTNN). Ook al zijn de uitdagingen bij deze twee groepen gelijkaardig (andere instructietaal dan de thuistaal), in CLIL-klassen wordt die meertaligheid als een hefboom gezien, in de TTNN-klassen als een probleem (meertalige paradox).

In het artikel worden hiervoor vijf met elkaar samenhangende verklaringen naar voren geschoven:

  • percepties en overtuigingen van leerkrachten omtrent de culturele en talige achtergrond van hun leerlingen;
  • verwachtingen van leerkrachten ten aanzien van leerlingen met TTNN;
  • manier van handelen van leerkrachten tegenover leerlingen met TTNN;
  • beleidskeuzes vanuit het Vlaams onderwijsbeleid op het vlak van meertaligheid op school;
  • professionaliseringsniveau van leerkrachten met betrekking tot omgaan met meertaligheid.

De auteurs zien een verband tussen het leerkrachtentekort (en verloop) en de meertalige paradox. Scholen met veel leerlingen TTNN hebben vaak nog andere problematieken (kansarmoede, hoge werkdruk). Leerkrachten op deze scholen hebben weinig ervaring en zijn onvoldoende gewapend om met deze verschillende uitdagingen om te gaan. Ze vertrekken uit onderwijs en worden opnieuw vervangen door leerkrachten met weinig ervaring. CLIL-leerkrachten daarentegen hebben een ander profiel (meer ervaring) en werken met leerlingengroepen met minder complexe problematieken.

Tenslotte zoekt het artikel naar mogelijkheden om de goede praktijken uit CLIL toe te passen in klassen met TTNN:

  1. CLIL-leerkrachten moeten voldoen aan bijkomende bekwaamheidsvoorwaarden. Dit leidt tot een leerkrachtenpubliek dat ervaren en bijkomend geprofessionaliseerd is, en bewust en gemotiveerd kiest om te werken binnen deze specifieke uitdaging. Het is interessant om te onderzoeken of iets gelijkaardigs mogelijk is voor leerkrachten in TTNN-klassen.
  2. Principes uit de CLIL-didactiek kunnen als effectieve lespraktijk geïmplementeerd worden in klassen met TTNN.
  3. Studenten en leerkrachten moeten begeleid worden om op een positieve manier te leren kijken naar de aanwezige talige diversiteit bij leerlingengroepen.

De auteurs zien kansen in het creëren van professionele leergemeenschappen en concluderen met dit citaat: “We moeten vooral inzetten op het vormen van sterke leraren. De rest volgt vanzelf” (p. 161).

De andere artikels in het tijdschrift verzamelen vanuit onderzoek en ervaring interessante benaderingen zoals teamteaching, partnerschappen tussen scholen en opleidingen, inductietrajecten, personeelsbeleid,… als mogelijke antwoorden op het leerkrachtentekort.

Je kan het volledige tijdschrift hier lezen.

Meer dan 60% van de Brusselse kleuters is voldoende taalvaardig, voor de andere is er extra ondersteuning

In BRUZZ lezen we dat in Vlaanderen 85 procent van de kinderen in de derde kleuterklas voldoende taalvaardig is om straks te starten in de lagere school. Voor Brussel is dit meer dan 60%.  38 procent van de Brusselse kleuters heeft nood aan extra taalsteun waarvan 22 procent intensieve begeleiding (voor Vlaanderen is dit respectievelijk 11% en 4%, voor stad Antwerpen 27% en 8%).

Deze resultaten zijn geen nieuw gegeven, maar een realiteit die we al heel wat jaren vaststellen bij de afname van KOALA of andere taalvaardigheidstoetsen. Het is ook niet onlogisch dat in scholen met veel kinderen met een andere thuistaal de percentages van kinderen, die extra taalstimulering in de schooltaal nodig hebben, hoger liggen. 

Als we kijken naar het Brussels kleuteronderwijs, dan zien we dat 77% van de Brusselse leerlingen niet het Nederlands als thuistaal hebben.  Naast de schooltaal Nederlands ontwikkelen deze kinderen tegelijkertijd één of meerdere andere talen. Het Nederlands is vaak een taal die ze voor het eerst op school leren kennen.  Bij de afname van de KOALA hebben deze kinderen nog maar twee en half jaar onderwijs in het Nederlands achter de rug.

Bovendien weten we ook dat heel wat Brusselse kinderen opgroeien in armoede.  De kansarmoedeindex in Brussel is meer dan dubbel zo hoog dan in Vlaanderen. We weten uit onderzoek dat armoede vaak impact heeft op een goede en rijke taalontwikkeling.

Het Nederlands is quasi afwezig als omgevingstaal in Brussel.  Dit zorgt ervoor dat kinderen heel weinig met het Nederlands in contact komen buiten de schooluren en schoolmuren.

Het leerkrachtentekort en verloop blijft in Brussel heel hoog. Dit zorgt voor het ontbreken van klasleerkrachten, weinig ruimte voor zorg en extra ondersteuning, instroom van leraren met weinig ervaring en/of onvoldoende gekwalificeerd, stress en werkdruk bij de leraren die er wel nog zijn,…

Als we deze contextelementen koppelen aan inzichten uit de wetenschap, dan weten we wat ons te doen staat…

  • Het leerkrachtentekort structureel wegwerken (zie ook Omgaan met het leerkrachtentekort);
  • De meest competente en ervaren leerkrachten inzetten voor de meest uitdagende leerlingengroepen;
  • Blijven inzetten op professionalisering en ondersteuning van kleuterleraren op het vlak van taalstimulering en taalonderwijs;
  • Blijven inzetten op krachtig taalonderwijs Nederlands bij jonge kinderen op school met toepassing van effectieve didactiek voor meertalige kinderen (zie ook effectieve didactiek);
  • Blijven inzetten op een rijke thuistaalontwikkeling, die cruciaal is bij succesvol meertalig opgroeien;
  • Taalstimuleringskansen aanbieden in de vrije tijd (via oa sport en spel);
  • Maatregelen nemen om kinderarmoede aan te pakken (zie ook: empathie met kinderen in armoede);
  • Aandacht voor een goede taalontwikkeling en contact met het Nederlands in de voorschoolse periode;

Er wordt al gewerkt op deze verschillende sporen (dankzij initiatieven vanuit zowel de VGC als de Vlaamse overheid), maar het kan zeker nog meer en beter. Een goede analyse van de resultaten van KOALA kan ons helpen om nog doelgerichter aan de slag te gaan.

Lees ook dit blogbericht van Kris Van den Branden (ontwerper Koala-test) en zijn interview in BRUZZ: ‘Meertaligheid niet dé oorzaak van slechte taalvaardigheid kleuters’.

Enkele cijfers:

De eerste afname van KOALA was in 2021. Hieronder de resultaten voor Brussel:

  • 23 – 24: 38% heeft nood hebben aan extra taalsteun waarvan 16% intensieve begeleiding
  • 22 – 23: 25% heeft nood hebben aan extra taalsteun waarvan 8% intensieve begeleiding
  • 21 – 22: 32% heeft nood hebben aan extra taalsteun waarvan 8% intensieve begeleiding

En dan de talige achtergrond van Brusselse kleuters (thuistaal niet-NL in het kleuteronderwijs):

  • 22 – 23: 76.9%
  • 21 – 22: 76.4%
  • 20 – 21: 76.5%

BRUXSEL BABEL – MEERTALIGHEID IN BRUSSEL, memorandum 2024

Onder leiding van Philippe Van Parijs verspreidde de Brusselse Raad voor Meertaligheid (waar ik ook deel van mag uitmaken) haar memorandum voor de verkiezingen van 2024.

Het memorandum bestaat uit twee delen: (1) een uitgebreid rapport, wetenschappelijk en met data onderbouwd en (2) een lijst van beleidsaanbevelingen voor de verschillende beleidsniveau.

Rapport

Het rapport analyseert de meertalige context van Brussel en zoekt naar antwoorden binnen de verschillende levensdomeinen van de burger.  Onderwijs neemt een belangrijke plaats in in het rapport (p. 31 – 49). Het gaat in dit deel oa over het belang van thuistaal, de zoektocht naar vormen van meertalig onderwijs, schoolkeuze als een dilemma voor ouders, gedeelde uitdagingen ongeacht de taalgemeenschap, groeikansen voor het Franstalig en Nederlandstalig onderwijs,… 

Lees het rapport hier.

“Brussel bereidt zich voor op de meertalige samenleving. Meertaligheid zal aan de tweetaligheid bijdragen.”

Philippe Van Parijs in Bruzz

Aanbevelingen

Vanuit de opgebouwde inzichten uit het rapport formuleert de Raad voor Meertaligheid aanbevelingen om te groeien naar een volwassen meertalig Brussel.  Ook voor onderwijs zijn er belangrijke adviezen. 

Federaal
  1. Tweetalige scholen. De mogelijkheid blijven onderzoeken om tweetalige scholen op te
    richten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het kader van de restbevoegdheden van de
    Federale Staat.
Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gemeenschapscommissie
  1. Gezinstaalbeleid. De kanalen van Opgroeien, kinderopvang en scholen gebruiken om ouders te helpen om binnen het gezin een actieve rol op te nemen ten aanzien van de (taal)ontwikkeling van hun kinderen die zowel de versterking van de thuistalen als het leren van de schooltaal en andere materies ten goede komt.
  2. Schoolkalender. De zomervakantie inkorten zoals in Nederland en de Franse Gemeenschap en de vakantieperiodes laten gelijklopen, onder meer om de summer learning loss te beperken, om de ontwikkeling van CLIL in Franstalige en Nederlandstalige scholen en de daarvoor nodige leerkrachtenmobileit te vergemakkelijken.
  3. OCB. Het Onderwijscentrum Brussel blijven steunen om geschikte modellen uit te werken voor verschillende scholen, van meertalig onderwijs tot taalstimulering buiten de school(m)uren (én créer, au sein de l’administration de la Communauté française ou de la Commission communautaire française un organe analogue au Onderwijscentrum Brussel focalisé sur les défis spécifiques rencontrés par l’enseignement bruxellois).
  4. Immersie uitbreiden. Meertalig onderwijs van het type CLIL uitbreiden naar het Nederlandstalig basisonderwijs in Brussel en meer uren in de CLIL-doeltaal toelaten in het Nederlandstalig secundair onderwijs in Brussel.
  5. Netwerk van leerkrachten. In samenwerking met de Franse Gemeenschap een bicommunautair netwerk opzetten van leerkrachten die binnen de talige diversiteit van Brussel werken.
  6. Meer weten. Financiering van een wetenschappelijke evaluatie van de verschillende vormen van omgang met taaldiverse klassen.
  7. PISA voor Brussel. Een gedifferentieerde toegang tot de resultaten van het Brusselse onderdeel van de PISA- en PIRLS-enquêtes mogelijk maken.
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  1. Leerkrachtennetwerk. De oprichting van een bi-communautair netwerk van Brusselse lerarenteams ondersteunen die binnen de talige diversiteit van Brussel werken.

Lees alle aanbevelingen hier.

“Een poster ophangen in de klas en zeggen dat pesten niet mag, is niet genoeg” (Raad VGC, 2 februari 2024)

Naar aanleiding van een interpellatie van raadslid Ahidar werd in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie op vrijdag 2 februari 2024 een boeiend debat gevoerd over het thema ‘pesten’.

De collegeleden benadrukten in hun antwoord dat de VGC actief initiatieven neemt tegen pesten zowel vanuit Onderwijs, Welzijn als Cultuur, Jeugd en Sport. Zo is er binnen de VGC-administratie een transversale werkgroep ‘Pesten’, die acties opzet en coördineert. 

Verder gaf het college een exemplarisch overzicht van enkele maatregelen die genomen werden: informatie, communicatie en vorming voor scholen, sport- en jeugdorganisaties; begeleiding van leer-, klas- en schoolklimaat; samenwerking met en inschakeling van heel wat partnerorganisaties uit verschillende sectoren die expertise hebben rond het thema (waaronder ook cyberpesten); gratis omstaanderstrainingen voor Brusselaars en beroepskrachten in het N-netwerk; projectoproep verbinding (tegen polarisatie); initiatieven in het kader van mentaal welzijn;….

De vraagsteller waardeert de vele initiatieven, maar vindt het belangrijk dat er ook voldoende data verzameld worden over de problematiek enerzijds en het gebruik en effect van de initiatieven anderzijds. 

Het volledige verslag van het debat kan je hier nalezen.

Het thema kwam ook al eerder aan bod in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en op deze blog (lees hier, oa resolutie, persoonlijk getuigenis van raadslid Ahidar, noden vanuit de scholierenkoepel).

Een overzicht van alle onderwijsdebatten in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie vind je via deze LEESWIJZER debatten in de Raad van de VGC.

Taalbewustzijn, straat- en jongerentaal

In het Levende Talenmagazine van januari 2024 staat een artikel over straattaal bij jongeren (‘Leerlingen taalbewuster maken met straattaal’), gebaseerd op onderzoek van Khalid Mourigh in Nederland.  Ook al is de (taal)context in Brussel heel verschillend, toch zijn de inzichten en onderliggende mechanismen over straat- en jongerentaal niet zo anders…

Straat- en jongerentaal ontstaat (en ontstond) vaak vanuit het zoeken naar een geheimtaal, maar hangt ook altijd samen met zich afzetten tegen normen enerzijds en het zoeken naar een nieuwe of eigen identiteit anderzijds.

Enkele kenmerken:

  • creatief woordgebruik (spelen met talen en creëren van nieuwe termen);
  • gebruik van omkeringen (heel erg aanwezig in het Frans ‘verlan’, bv. Meuf voor femme);
  • veel ontleningen uit andere talen (zowel uit thuis- of herkomsttalen als het Engels);
  • invloed van taalgebruik van influencers (overname van woorden en uitdrukkingen van populaire influencers);
  • creatief met accenten en grammatica (met eigen taalregels en veel ‘onjuist’ gebruik van lidwoorden, voorzetsels en voornaamwoorden);

Eén ding hebben al die jongeren- en straattalen gemeen: allemaal zetten ze zich af tegen de heersende (taal)normen.

Straat- en jongerentaal heeft invloed op de standaardtaal maar leidt niet noodzakelijk tot taalverloedering. Toch is Mourigh bezorgd voor sommige groepen: “Voor sommige groepen kan straattaalgebruik schadelijk zijn bij hun taalontwikkeling. Dat geldt voor diegenen voor wie het taalaanbod zwak is. Of het nu het Nederlands is of meerdere andere thuistalen, de taal in hun omgeving moet rijk zijn. Daarbij is het heel belangrijk om met verschillende taalregisters in aanraking te komen. Straattaal heeft korte zinnen, vaak alleen tegenwoordige tijd, weinig bijzinnen, weinig voegwoorden en weinig redeneringen. Hogere registers ontbreken en daarmee staat straattaal veraf van schooltaal. En taal is natuurlijk ook een manier van denken.”

Het leren kennen en begrijpen van straat- en jongerentaal kan een hefboom zijn om taalbewustzijn bij leerlingen te ontwikkelen.

Aanvullend wil ik ook nog even de link maken naar het werk van Iliass El Hadioui over straatcultuur en onderwijs. Lees er hier meer over.

‘Empathie met kinderen in armoede’ (leestip)

Het boek “Het DNA van kinderarmoede, wat is het en wat doe je eraan?” (2023) van Peter Adriaenssens en Noël Slangen beschrijft in 17 korte hoofdstukken ‘het onrecht van kinderarmoede’, ‘de vele gezichten van kinderarmoede’ en ‘wat je eraan kan doen’. Ik wil het boek hier niet samenvatten, maar oproepen aan iedereen die met kinderen werkt om het te lezen (en te herlezen). Ik haal er één hoofdstuk uit als voorbeeld dat perfect past op deze blog over grootstedelijk en meertalig onderwijs: ‘Hoe taalachterstand de vingerafdruk van armoede draagt’.

Adriaenssens en Slangen beschrijven in dit hoofdstuk hoe jonge kinderen in armoede vaak minder en een ander taalaanbod krijgen, maar ook meer stress ervaren (met impact op die delen van de hersenen die cruciaal zijn voor taalontwikkeling). Gezinsondersteuning tijdens de eerste levensjaren, kan zorgen voor meer rust en een rijke taalontwikkeling.

Soms wordt ook verwezen naar de andere thuistaal als het gaat over achterstand en armoede. De auteurs benadrukken dat niet anderstaligheid, maar het opgroeien in een taalrijke of taalarme omgeving bepalend zijn.  Ze houden daarom een pleidooi voor het creëren en ondersteunen van een rijke taalomgeving in de thuistaal én het Nederlands, ook op school. ‘Niet problematiseren, maar de sterktes van meertaligheid zien.’

De negatieve associaties over hun thuistaal die de samenleving hun opdringt, vreet aan hun zelfbeeld en aan hun goesting om Nederlands te spreken.  Om te leren moeten meertalige kinderen zich in de eerste plaats thuis voelen op school.  Dat is zo voor elk kind, ook in armoede. (p. 77)

Uitgerekend kwetsbare kinderen hebben voordeel bij duidelijk instructief en gestructureerd onderwijs. (p. 109)

Voor kinderen die in armoede opgroeien is die ene leraar die hen ‘ziet’ iemand die een deur opent naar een toekomst die ze daarvoor als onmogelijk zagen. (p. 110)

Het boekje is in meerdere exemplaren beschikbaar in de Onderwijsbibliotheek van het Onderwijscentrum Brussel, maar koop het gewoon zelf want de opbrengst gaat naar de strijd tegen kinderarmoede!