Onderwijs in Brussel is… ‘the beautiful risk of education’! (leestip)

Al een hele tijd wil ik het boek ‘The beautiful risk of education’ van Biesta onder de aandacht brengen… Vandaag meer dan ooit!

Goed onderwijs houdt een risico in!  Goed onderwijs moet een risico inhouden!

Dit risico gaat niet over onvoldoende competente leraren of diverse leerlingenpopulatie of onderwijs dat niet genoeg rekening houdt met nieuwe wetenschappelijke inzichten.  Het risico heeft te maken met het feit dat leerlingen geen objecten zijn, maar actief lerende en verantwoordelijke individuen binnen een brede maatschappelijk context.  Onderwijs is geen input – output verhaal, maar is gelukkig veel complexer en rijker…

Ik wil jullie warm maken voor het boek via de blogpost van Dick van der Wateren…

“De uitweg is dan ook een visie op onderwijs en onderwijzen waarin de existentie van het kind – een bestaan in en met de wereld – centraal staat. Goed onderwijs is dus wereldgericht. Waarbij we wereld hier zo ruim mogelijk opvatten, als alles wat, ten opzichte van het kind of de student ‘anders’ is.

De zin en de richting van het onderwijs worden bepaald door drie domeinen:

  • kwalificatie, ofwel het je eigen maken van kennis en vaardigheden (specifiek of breed);
  • socialisatie, ofwel je voorbereiden op een leven als lid van een gemeenschap en kennismaken met tradities en praktijken (bijv. sociaal-politiek, cultureel, professioneel);
  • subjectificatie, ofwel vorming van de persoon (bijv. autonomie, verantwoordelijkheid).”

Lees hier de volledige blogpost van Dick van der Wateren.

…én daarna natuurlijk het volledige boek !

20140505-215100.jpg

In 2022 schreef Biesta “Wereldgericht onderwijs, een visie voor vandaag”, waar hij dieper ingaat op het luik subjectificatie.  Lees er hier meer over. 

Onderwijs in Brussel is… lesgeven met de BESTE leraren!

Uit De Morgen van 5 januari 2015

Risicoleerlingen die onderwezen worden door effectieve leerkrachten boeken meer leerwinst dan andere leerlingen die van hen les krijgen. Dat blijkt uit een studie van het Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen. De onderzoekers pleiten er dan ook voor te stimuleren dat de beste leerkrachten les gaan geven in scholen waar de hoogste percentages risicoleerlingen schoollopen.”

Iedere afgestudeerde student uit de lerarenopleiding heeft het potentieel een goede leraar te worden.  Leraar ben je niet, leraar word je… (Lees ook Onderwijs in Brussel is… de KANS krijgen om leraar te worden! als je maar durft en wil geloven in de ontwikkeling van mensen, Onderwijs in Brussel is… geloven in de LEERkracht)

Een school staat zoals iedere organisatie voor de uitdaging én de verantwoordelijkheid om haar personeel professioneel te ontwikkelen tot efficiënte werknemers!  Een schoolspecifiek  personeelsbeleid met aandacht voor permanente professionalisering is dan ook een must!  Het creëren van een lerende organisatie, de ontwikkeling van een professionele leergemeenschap vormen een goede basis om leraren te laten groeien… tot de beste leraren.

Dit betekent onder andere dat…

  1. …elke school een eigen visie en missie moet ontwikkelen met gemeenschappelijk gedragen waarden en doelen. Een leraar moet fier kunnen zijn over de organisatie waarbinnen hij werkt, hij moet kunnen geloven in haar missie, zich willen inzetten om aan het gezamenlijk project bij te dragen!
  2. …elke school als lerende organisatie een brede waaier aan professionaliseringsmogelijkheden creëert: onthaalbeleid, aanvangsbegeleiding, intern mentorschap, nascholingsbeleid, beroep doen op intensieve vormen van coaching,… Een leraar moet ervaren dat hij de middelen en de nodige ondersteuning krijgt om zijn opdracht kwaliteitsvol te kunnen invullen.
  3. …de leraar ervaart dat hij deel uitmaakt van een groter netwerk, een grote community. Lesgeven in Brussel is geen individueel gebeuren, maar een gezamenlijk, maatschappelijk project.
  4. …het leren van kinderen/jongeren geplaatst wordt in een groter geheel. De leraar is niet verantwoordelijk voor de totale ontwikkeling van elk kind/jongere en moet niet op alle maatschappelijke uitdagingen een antwoord hebben. Succesvol opgroeien van kinderen is een samenspel van mensen én sectoren (zie ook Brede School), een gedeelde verantwoordelijkheid!
  5. …een leraar doorheen zijn loopbaan nieuwe kansen en uitdagingen moet kunnen krijgen.  Scholen hebben tal van mogelijkheden om leraren nieuwe verantwoordelijkheden te geven binnen het totale takenpakket van een school.

Ieder leraar kan een efficiënte leraar zijn!  Geef iedere leraar deze kans!

 

Onderwijs in Brussel is… worstelen met LIDWOORDEN?

‘Zenep spreekt slecht Nederlands.’

Is het nu de idee of het idee?  Ooit ben ik op het verkeerde spoor gezet en tot op vandaag blijf ik twijfelen. Het is nochtans eenvoudig: gebruik altijd het idee; de idee wordt enkel gebruikt als ‘filosofische term’, ‘algemeen geldende gedachte’…

Transparency in language - Sterre Leufkens

Sterre Leufkens, Nederlands taalwetenschapper vergeleek in haar onderzoek ‘Transparency in language’ (2015) 22 talen en kwam volgens de media tot volgende conclusie: Onze Nederlandse taal is inefficiënt en omvat tal van grammaticale overbodigheden.’ 

Dit inzicht leert ons dat de Nederlandse taal verwerven (in ieder geval voor enkele niet betekenisgevende vormaspecten) voor anderstaligen niet evident is…

‘De betekenisverschillen tussen de lidwoorden het en de bijvoorbeeld zijn verwaarloosbaar. Als je voor het vierde levensjaar niet in contact bent gekomen met die verschillen, wordt het zo goed als onmogelijk om het nog perfect onder te knie te krijgen. Daarom zal iemand die in het Turks is opgegroeid zijn hele leven worstelen met de lidwoorden als hij of zij Nederlands praat. Want in het Turks bestaat die grammaticale nuance niet.’, aldus Sterre Leufkens.

Het zou fout zijn om te concluderen dat Nederlands leren voor anderstaligen een onmogelijke opdracht is!

Er is een ‘compenserend middel’ om aan dit probleem tegemoet te komen: krachtig taalvaardigheidsonderwijs…  met extra aandacht voor volgende elementen: werken aan motivatie voor het Nederlands; respect en ondersteuning van de thuistaal en talensensibiliserende activiteiten; inzetten op kwaliteit en kwantiteit van het taalaanbod Nederlands; creëren van productiekansen in een veelheid van contexten; impliciete én expliciete feedback binnen de zone van de naaste ontwikkeling;…

En misschien moeten we de anderstalige leerling vooral ook meer als volgt benaderen:

‘Zenep spreekt Turks, een beetje Frans en reeds behoorlijk goed Nederlands.’

Lees hier een samenvatting van het proefschrift van Sterre Leufkens en enkele nuances tav in de pers verschenen artikels.

Onderwijs in Brussel is… RECHT op onderwijs!

“Everyone has the right to education”                       2015-2016-IIB-AlgemeenBaO_4

Op 5 januari 2015 (8 u) start de aanmeldingsperiode om in te schrijven in het Brussels Nederlandstalig basisonderwijs voor schooljaar 2015-2016.   Ook de inschrijvingen in het secundair onderwijs gaan vanaf januari van start.

Ik hoop oprecht dat ALLE jonge kinderen doorheen de complexe inschrijvingsprocedure en de capaciteitsuitdaging een plaatsje in ons Brussels onderwijs zullen vinden (lees hier: Vanhengel: “Politiek niet met vinger wijzen voor plaatstekort onderwijs”),

… én dat ALLE jongeren (ongeacht de taalvaardigheid Nederlands van hun ouders) die al 9 jaar schoollopen in het Nederlandstalig basisonderwijs zonder drempels kunnen doorstromen naar het Nederlandstalig secundair onderwijs (lees hier: Vanhengel “Voorrang voor alle kinderen met Nederlandstalige schoolloopbaan”).

Alle onderwijsmensen en mensen begaan met onderwijs in Brussel moeten zich over onderstaande tekst blijven bezinnen

“Adopted on 10 December 1948, the Universal Declaration of Human Rights (UDHR) is the first international document, which formally sets out fundamental human rights to be universally protected.

Article 26 of the UDHR recognises education as a right:

  • Everyone has the right to education. Education shall be free, at least in the elementary and fundamental stages. Elementary education shall be compulsory. Technical and professional education shall be made generally available and higher education shall be equally accessible to all on the basis of merit.
  • Education shall be directed to the full development of the human personality and to the strengthening of respect for human rights and fundamental freedoms. It shall promote understanding, tolerance and friendship among all nations, racial or religious groups, and shall further the activities of the United Nations for the maintenance of peace.
  • Parents have a prior right to choose the kind of education that shall be given to their children.”

en zich afvragen welke verantwoordelijkheid ze kunnen/willen opnemen voor de kinderen en jongeren in Brussel!

Onderwijs in Brussel is… de drietalige talenkennis (Frans, Nederlands, Engels) promoten?

…met deze vraag startte het tweede publiek event van het Marnixplan Brussel, waar ik de inleiding mocht verzorgen:

“Is het realistisch de drietalige talenkennis Frans, Nederlands, Engels te promoten bij de vele Brusselaars die geen van deze talen als thuistaal hebben?”

En geef toe, iedere ouder droomt ervan om zonder al te veel inspanningen zijn kinderen drietalig op te voeden.  Daar kan je toch alleen maar een voorstander van zijn.  De ambitie is zeker interessant, maar wordt er voldoende rekening gehouden met de realiteit in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel?  En vergeten we bij deze ouderdroom niet het kind, zijn mogelijkheden, interesses en welzijn…

Als ik kijk naar mijn 4 kinderen die opgroeien binnen een 3-talige gezinscontext, immersieonderwijs, een comfortabele sociaal-economische en taalstimulerende omgeving,… dan verloopt dit toch niet altijd even vlot.  Ik heb ervaren dat het verkeerd is om hen alle 4 in hetzelfde taaltraject te willen duwen!

En de Brusselse realiteit is nog eens veel complexer dan mijn gezinnetje ! Neem als voorbeeld het lager onderwijs.  Van de 16.000 kinderen spreekt slechts 9% met beide ouders Nederlands.  De andere kinderen kunnen in ongeveer gelijke groepen van 30% ingedeeld worden: taalgemengd (met Nederlands), Franstalig of anderstalig.  Meer dan de helft van deze kinderen heeft een niet Westerse culturele achtergrond…

Een complexe en diverse realiteit vereist een diverse aanpak.  Er is niet zoiets als één model dat werkt in alle scholen en alle contexten.  Als de doelstelling is ‘alle Brusselse leerlingen meertalig laten opgroeien’ dan zal er een combinatie nodig zijn van moedertaalondersteuning, krachtig taalvaardigheidsonderwijs Nederlands, vormen van vroeg en laat taalonderwijs, taalgericht vakonderwijs, CLIL, taalstimulering buiten de school(m)uren,…   Dit is de uitdaging voor onze scholen: een flexibel en divers beleid ontwikkelen ifv meertalig opgroeien en opvoeden.

De moedertaal is de sleutel van dit verhaal!

De boodschap Frans, Nederlands, Engels voor alle Brusselaars geeft een lage status aan andere talen, een status die geen enkele taal verdient.  In het project Mijn Taal hadden we ook gesprekken met ouders en één van die mama’s vertelde me in heel gebrekkig Frans: “Ik probeer Frans te spreken met mijn dochtertje, want mijn moedertaal is Berbers en dat is niet goed voor mijn kind.”.

Vaak onbewust worden andere moedertalen (dan Frans, Nederlands, Engels) negatief gewaardeerd, ook al weten we dat moedertaal een hefboom is voor de (taal)ontwikkeling van kinderen.  Een rijke moedertaalontwikkeling is de onderbouw, de basis voor het leren van een tweede en een derde taal; positieve aandacht en respect voor moedertaal versterkt het welbevinden en de identiteitsontwikkeling van kinderen; in onderwijs kunnen moedertalen ingezet worden als hulpmiddel bij het leren (functioneel meertalig leren); …

Ja, ook ik ben voorstander van drietaligheid!  Frans, Nederlands, Engels is zeker het goede antwoord voor sommige kinderen.  Het juiste antwoord voor ALLE kinderen is echter: respecteren en investeren in de moedertaal, veel aandacht besteden aan de ontwikkeling van de schooltaal (Frans of Nederlands) en daarna andere talen toevoegen…

Geef jonge leraren de kans om leraar te worden… zodat ze leraar kunnen blijven!

Ik wil aanvangsbegeleiding even niet benaderen vanuit onthaalbeleid, mentorschap, nascholing, professionele leergemeenschap… Allemaal belangrijk, maar vandaag wil ik een pleidooi houden om beginnende leraren geen voltijdse lesopdracht te geven.  Geef hen tijd en ruimte om naast de lesopdracht te reflecteren, van collega’s te leren, de leefwereld van hun kinderen te leren kennen, ouders te ontmoeten, aan schoolinterne en externe werkgroepen te participeren, actief te zijn binnen de naschoolse tijd,…  kortom de kans krijgen om de competenties verder te ontwikkelen die beschreven staan in het beroepsprofiel.

Leraar worden, betekent groeien in vakbekwaamheid, maar ook inzicht en engagement ontwikkelen voor de maatschappij waarin de school beweegt, de omgeving waarin ouders en kinderen hun leven proberen vorm te geven.   Zeker binnen een grootstedelijke context is dit heel belangrijk!

En om écht te begrijpen wat ik bedoel, kan je ook dit nog even lezen (actief buiten de school(m)uren).

Creatieve scholen zien binnen de huidige mogelijkheden ongetwijfeld tal van mogelijkheden.  Toch zou het goed zijn dat de overheid tijd en ruimte creëert en scholen stimuleert om zorg te dragen voor beginnende leraren zodat ze zowel professioneel als persoonlijk kunnen groeien!

> Geef jonge leraren de kans om leraar te worden… zodat ze leraar kunnen blijven!

PS. Mijn boodschap is niet nieuw… zie 3.7 op p. 14 

 

Onderwijs in Brussel is… RELATIE leraar-leerling centraal stellen!

Ik heb er enkele gekend!

Niet zo heel veel, maar toch een viertal. Zuster Claire, meester Guy, juf Katrien & meneer VdK. Leraren waarvan je vandaag nog weet dat ze bepalend waren voor wie je nu bent.

Leraren kunnen voor kinderen het verschil maken. Omwille van hun kennis, hun vaardigheden, hun vakmanschap, hun ervaring maar bovenal door wie ze zijn en de relatie die ze ontwikkelen met hun leerlingen.

Want onderwijs speelt zich af in de relatie tussen leraar en leerling. We weten ook uit onderzoek, dat de kwaliteit van die relatie een belangrijke impact heeft op het succes van de leerling op school.

Enkele weken geleden hadden we een studiedag met de medewerkers van OCB over ‘Armoede & onderwijs’ (zie vorige blogpost). Één van de sprekers, een ervaringsdeskundige zei het volgende:

“Dankzij die leraar begon ik opnieuw te geloven in mezelf, hij luisterde en verdedigde mij, hij liet me nieuwe ervaringen opdoen, hij nam druk bij mij én mijn ouders weg…”

Leraren kunnen de complexe armoedeproblematiek waarin sommige kinderen zich bevinden niet oplossen, maar leraren kunnen kinderen een gevoel van zelfwaarde geven, die hen later misschien kan helpen om de cirkel te doorbreken! De authentieke relatie tussen leraar en leerling is hierbij essentieel.

Als begeleidingsdienst, als directie, als onderwijsexpert, als inspecteur, als lerarenopleider, zelfs als ouder richten we ons soms zo sterk op de “technische” aspecten van het lerarenberoep en vergeten we dat de onderbouw de relatie is tussen leraar en leerling. We (en dat zijn al de mensen hierboven, van begeleider tot ouder) moeten onze leraren de nodige ondersteuning geven, maar ook vertrouwen, verantwoordelijkheid en stimulansen om hiervoor aandacht te hebben. De schoolcultuur en het schoolbeleid moeten een krachtige leeromgeving creëren op school, waar de leraar gestimuleerd wordt en ruimte krijgt om aandacht te hebben voor elk kind.

Mijn verhaal vandaag is een oproep: geloof en heb vertrouwen in leraren. Geef hen de ruimte, de autonomie om binnen hun professionaliteit authentiek te zijn en zich te kunnen richten op diegene waarvoor ze het doen: de kinderen & jongeren.

Zoals we verwachten dat leerkrachten in kinderen geloven, zo moeten wij in die leraren geloven! Als er in grote politieke & maatschappelijke debatten over de waardering van de leraar gesproken wordt, dan gaat dit hier over: geloof en vertrouwen in leraren!

Onderwijs in Brussel is… de kracht van kinderen & jongeren in armoede aanspreken!

Onderwijs en leraren kunnen en moeten het probleem van armoede niet oplossen!

Op 23 mei hadden we met alle medewerkers van het Onderwijscentrum Brussel een teamdag over onderwijs & armoede.  We lieten ons inspireren door intern studiewerk enerzijds en externe expertise (via vzw De Link en vzw Bindkracht) anderzijds.  Het zou te ver leiden om hier een volledig verslag neer te schrijven van deze dag. Ik wil me beperken tot enkele verwerkte inzichten.

Ik kan niet anders dan starten met de definitie van Vranken “Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen“, om aan te tonen hoe complex de problematiek is.  Armoede gaat over uitsluiting in alle leefgebieden, over verschillende referentiekaders en leefpatronen, over verbindingsproblemen en afhankelijkheid, over schuldgevoelens en een moeilijk te overbruggen kloof!

Onderwijs en leraren kunnen en moeten het probleem van armoede niet oplossen, maar kunnen wel de krachten van deze kinderen & jongeren aanspreken.  De leraar moet met hen in dialoog en interactie gaan, in hen geloven, ervaringen aanbieden, talenten aanspreken waardoor ze gesterkt worden in wie ze zijn en wat ze doen, waardoor hun zelfbeeld en zelfwaarde kan opgekrikt worden.  De leraar moet aanvaarden dat deze kinderen en hun ouders ‘anders’ zijn, dat er een kloof is, dat verwachtingen niet matchen,… Maar laat dat geen breekpunt zijn, maar een startpunt om de dialoog op te starten.

‘Dankzij die leraar begon ik opnieuw te geloven in mezelf, hij luisterde en verdedigde mij, hij liet me nieuwe ervaringen opdoen, hij nam druk bij mij én mijn ouders weg…’. 

Leraren kunnen de complexe armoedeproblematiek waarin sommige kinderen zich bevinden niet oplossen, maar leraren kunnen kinderen een gevoel van zelfwaarde geven, die hen later misschien kan helpen om de cirkel te doorbreken!  Laat dit de belangrijkste taak van de leraar zijn, met het kind in zijn klas!
Geloven in elk kind! Investeren in elk kind!   Dit is een haalbare en realistische opdracht voor leraren!

En weet… die ene leraar kan het verschil maken…

Onderwijs in Brussel is… begeleiden tot op de klasvloer!

Het kwaliteitsdecreet van 8 mei 2009 voorziet in een zesjaarlijkse evaluatie van de pedagogische begeleidingsdiensten (PBD’s).  Het Onderwijscentrum Brussel als extra ondersteuning voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel (in BaO ism VBB), maakt geen deel uit van deze evaluatie door de commissie Monard, maar wil de analyse wel hanteren om ook kritisch naar de eigen werking te kijken.

In het evaluatierapport wordt de kwaliteit van onze collega’s van de PBD terecht erkend én gewaardeerd, maar worden er ook een aantal belangrijke knelpunten en groeikansen aangehaald.  Het rapport betekent dan ook in de eerste plaats een impuls om bij te sturen én verder te ontwikkelen.

Een aantal elementen waar de PBD mee worstelt, zijn ook heel herkenbaar voor het Onderwijscentrum Brussel:

  • Scholen stellen ondersteuningsvragen, maar nemen daarna zelf een afwachtende houding aan. School en ondersteuning zouden meer moeten evolueren naar co-eigenaarschap.  Het Onderwijscentrum Brussel probeert steeds meer te werken vanuit cocreatie maar heeft hier nog een lange weg in te gaan.
  • Het is niet makkelijk om duidelijk zicht te krijgen op de effectiviteit van de ondersteuning (& interventies).  Daarom gaat het Onderwijscentrum Brussel nu aan de slag met externe onderzoekers om de effectiviteit van interventies in kaart te brengen.
  • Gemotiveerde medewerkers, maar hoge werkdruk.  De intensiteit van begeleidingswerk wordt vaak onderschat. Ondersteuners worden met heel diverse vragen, problemen, weerstanden, mensen, uitdagingen geconfronteerd. Het is voor het Onderwijscentrum Brussel permanent zoeken om voldoende ondersteuning te voorzien voor de begeleiders.

Enkele aanbevelingen van de commissie sluiten nauw aan bij de huidige manier van werken van het Onderwijscentrum Brussel.  Het sterkt ons in de overtuiging dat we op het vlak van begeleiding in de Brusselse grootstedelijke en meertalige context al heel ver staan.

  • Meer netoverschrijdende (samen)werking:

“De commissie stelt vast dat om alle opdrachten naar behoren te kunnen vervullen, de diensten een veel grotere samenwerking moeten ontwikkelen dan vandaag het geval is. Héél wat uitdagingen van scholen zijn ook gemeenschappelijk.”

De kwaliteitsondersteunende initiatieven van de VGC zijn van in het begin (1989!) netoverschrijdend geweest, zo ook het Onderwijscentrum Brussel.  De ondersteuners worden ingezet vanuit hun expertise op vlak van taal, ouderbetrokkenheid, omgaan met diversiteit en brede school in alle netten en houden rekening met de eigenheid van het pedagogisch project.  De voorbije 25 jaar heeft dit nog nooit tot problemen geleid, integendeel!

  • Meer begeleiding tot op de klasvloer:

“Zo adviseert de commissie aan alle begeleidingsdiensten om werk te maken van de ondersteuning van leerkrachten en CLB-teams op de werkvloer. Volgens de commissie staat de ondersteuning van de klaspraktijk en de schoolontwikkeling daarbij centraal.”

Vanuit haar historiek heeft het Onderwijscentrum Brussel steeds gekozen voor intensieve begeleidingstrajecten, dicht bij de leraar.  De ondersteuning is een samen op weg gaan waarbij de expertise van de leraar en de ondersteuner gebundeld worden (micro-innovaties, transformatief,…).

  • Meer afstemming tussen begeleiding en nascholing :

“Begeleiding en nascholing moeten meer op elkaar afgestemd worden als complementaire facetten van het professionaliseringsbeleid van scholen en CLB’s.”

Nascholing en ondersteuning vormen voor het Onderwijscentrum Brussel twee complementaire begeleidingsstrategieën.  Beide zijn noodzakelijk maar moeten op elkaar afgestemd worden.

Deze reflecties zijn het resultaat van een persoonlijke lezing van het rapport, dus partieel en gekleurd maar daarom niet minder waardevol. Ik hoop dat iedere betrokkene in zo’n persoonlijke lezing investeert met de ambitie om hieruit te leren…

Het Onderwijscentrum Brussel wil ook in de toekomst nauw blijven samenwerken met de PBD om zo de beschikbare krachten in Brussel te bundelen in het belang van de scholen én de kinderen.

Krijg concreter zicht op de begeleidingsaanpak van het Onderwijscentrum Brussel via dit filmpje.

Lees het volledige rapport Monard hier.

Onderwijs in Brussel is… ARMOEDE & onderwijs op de politieke agenda plaatsen 2!

Om de boodschap voldoende krachtig te houden, beperk ik deze post tot één zin:

“Kinderen wachten ’s morgens in de kou voor de schoolpoort omdat de opvang te duur is.”

Lees het artikel hier

Lees hier meer over armoede en onderwijs