Onderwijs in Brussel is… lesgeven met OPEN deuren !

De leraar is niet individueel verantwoordelijk voor de prestaties van de leerling en de kwaliteit van het onderwijs. Vanuit de ‘historische’ verantwoordelijkheid voor een klas of voor een vak, gaat de leraar zich vaak nog zo gedragen en kijkt ook de omgeving op die manier naar de leraar.

Organisaties en werkomgevingen zijn geëvolueerd! Het beleid en de opdrachten in organisaties krijgen vorm in overleg, samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid.

Een leraar moet zijn expertise op vlak van klasmanagement delen met de nieuwe collega; leraren moeten samen zoeken naar een oplossing voor de zwakke leesvaardigheid bij de leerlingen van het derde leerjaar; de leraar Nederlands gaat samen met de vakleraar aan de slag om een aanpak voor de anderstalige leerlingen uit te werken;…

In de Brusselse school staan de deuren van de klassen open. Vanuit het samenspel van uitdagingen hebben Brusselse leraren geleerd om actief en reflectief hun ontwikkeling/professionalisering in handen te nemen en gebruik te maken van de collectieve mogelijkheden in het team. Brusselse scholen en schoolleiders hebben geleerd om de randvoorwaarden te creëren om dit mogelijk te maken. Brusselse scholen ontwikkelen zich tot professionele leergemeenschappen.

Professionele leergemeenschappen handelen vanuit een gedeelde visie en missie. Deze visie en missie is ontwikkeld vanuit het kennen en erkennen van de doelgroep in zijn leefomgeving. Deze visie en missie spreekt het geloof uit om via onderwijs voor alle leerlingen het verschil te kunnen maken, geloof in kinderen, geloof in de impact van de leraar!

Een professionele leergemeenschap is ervan overtuigd dat een succesvolle schoolloopbaan voor elke leerling een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van alle leden van het schoolteam. Een leraar is een teamlid, die vanuit overleg met collega’s, samenwerkend leren, delen van expertise, intervisie,… maximale leerkansen creëert voor alle leerlingen. Succes of problemen zijn het resultaat/de verantwoordelijkheid van het volledig team!

Scholen moeten, zoals dit ook in andere organisaties gebeurt, hun interne kracht bundelen !

Onderwijs in Brussel is… effectiviteit verhogen via MICRO-innovaties

De tijd van grote en grootse veranderingen is voorbij. De Brusselse school als organisatie, ingebed in de complexiteit van de stad, is onderhevig aan een veelheid van belangen, krachten en machten:  het lokale en bovenlokale onderwijsbeleid, externe partners, netgebonden diensten, de veelheid van maatschappelijke verwachtingen, de diversiteit van kinderen & ouders, de kenmerken van het lerarenkorps, het samenspel van te veel prioriteiten,…  Grote veranderingen stoten dan ook op een veelheid van drempels.

Scholen die groeien in effectiviteit laten zich leiden door MICRO-innovaties!  Micro-innovaties zijn haalbare en realistische veranderingen voor de lokale school waarvan we weten dat ze effectief zijn, die zich bevinden in de ‘zone van de naaste ontwikkeling‘ van de school & de leraren én die succes genereren op het vlak van onderwijskwaliteit & leerlingenresultaten.

Bij leesonderwijs zou dit bijvoorbeeld kunnen gaan over inzetten op (verlengde) instructie; meer aandacht voor leesplezier door vrij lezen in te plannen in de weekplanning; invoeren van tutorlezen om de effectieve leestijd en leesbegeleiding bij jonge kinderen te verhogen; jaarlijks een oudercontact te organiseren over de onderwijsondersteunende rol van de ouder bij het leesonderwijs; inzetten op woordenschatonderwijs en de ontwikkeling van mondelinge vaardigheden als onderbouw voor leesvaardigheid;…

MICRO-innovaties zijn meer dan de gekende quick wins.  Deze laatste zijn een element/strategie binnen een groter innovatieproject.  MICRO-innovaties zijn de verandering !

Deze aanpak leidt oa tot een grote betrokkenheid bij de leraren:
– de vernieuwing wordt gestuurd vanuit goede en effectieve praktijken, minder vanuit meten en resultaten;
– de vernieuwing is niet opgelegd maar ontwikkelt zich vanuit het schoolteam;
– de vernieuwing vertrekt vanuit de eigen visie & missie van de school en stelt geen      nieuwe visie & missie als streefdoel;
– de vernieuwing vindt plaats in het hier en nu, is realistisch en transparant;
– …

Om binnen scholen op die manier aan de slag te gaan, zijn een aantal stappen belangrijk:
STAP 1 weet wat effectief is in onderwijs ifv onderwijskwaliteit en leerlingenresultaten
STAP 2 herken noden op school/bij leraren die aansluiten bij effectieve innovaties
STAP 3 toets haalbaarheid af en verken het draagvlak voor de vernieuwing
STAP 4 voer de vernieuwing gezamenlijk en planmatig in (analyse, doel, acties, evaluatie)
STAP 5 maak het resultaat zichtbaar

…én doe dit alles vanuit een functioneren van het schoolteam als professionele leergemeenschap: creëer gemeenschappelijke waarden en visie; stimuleer samenwerkend leren; doorbreek individuele verantwoordelijkheid;…

Er is heel wat literatuur op de markt over wat effectief is in onderwijs, zoals het boek van Bellens en Defraine ‘Wat werkt in onderwijs?’ (2012) dat je hier kan downloaden.

Onderwijs in Brussel is… de plaats die IEDEREEN samenbrengt !

De school is de enige plek waar alle kinderen en hun ouders, ongeacht hun interesses en achtergronden, samenkomen.

Of toch bijna alle kinderen & ouders…

De Brusselse samenleving splitst kinderen & ouders op door de concentratie van groepen in wijken (sociaal, talig, cultureel).  Concentratiewijken creëren concentratiescholen. Doordachte stadsontwikkeling, een inschrijvingsbeleid en ouders stimuleren om te kiezen voor een buurtschool kunnen hierin beweging brengen. Maar het water is nog diep…

Brussel splitst deze kinderen & ouders op in twee groepen op basis van hun keuze voor een onderwijstaal, Frans of Nederlands. Niets belet echter scholen om binnen wijken en netwerken, over taalgrenzen heen samen te werken. Maar het water is nog diep…

Onderwijs splitst kinderen & ouders op in onderwijsnetten vanuit de principes van vrije schoolkeuze en beknot tegelijkertijd opnieuw die vrijheid via een inschrijvingsbeleid en capaciteitsproblemen. Er kunnen perfect nieuwe modellen ontwikkeld worden, die breken met het verleden. Maar het water is nog diep…

Toch blijft de school de plek bij uitstek waar de brede diversiteit van onze maatschappij elkaar ontmoet.  Het is dan ook het centrum van waaruit we belangrijke maatschappelijke en stedelijke uitdagingen kunnen aanpakken.  Een model waarbinnen dit vorm kan krijgen, is Brede School.

Een brede school gaat aan de slag met lokale noden & tekorten, mogelijkheden & kansen, laat verschillende sectoren met elkaar samenwerken en vergroot zo (ontwikkelings)kansen van kinderen, jongeren & ouders.  Iedere sector stoot immers op grenzen (het jeugdwerk, onderwijs, welzijnsinitiatieven,…). De Brede school bouwt bruggen tussen deze verschillende sectoren en verhoogt zo hun slagkracht.

De Brede School brengt mensen en wijken in beweging, de Brede school creëert openingen voor de vele uitdagingen voor de jonge bewoners van deze stad; uitdagingen waar we in het verleden niet altijd een antwoord op hadden.

Onderwijs in Brussel is… MEER Brede School !

Onderwijs in Brussel is… geloven in de LEERkracht !

Overtuigd zijn van je competenties & overtuigd zijn dat je handelen impact heeft op de leerprestaties van de leerling, zijn belangrijke kenmerken van de effectieve leraar.

Leraren in ‘moeilijke’ scholen, met veel anderstaligen, kansarmoede, grote verschillen tussen leerlingen,… verliezen wel eens deze overtuiging.  Ze gaan zwakke leerprestaties in de eerste plaats gaan toeschrijven aan die andere thuistaal, de gebrekkige ondersteuning van ouders, het Frans als dominante omgevingstaal,… Ze verwachten ook vaak dat de oplossing van ‘buiten’ moet komen.

Leraren in ‘moeilijke’ scholen verdienen ondersteuning en bevestiging.  Ze moeten blijven geloven in de kracht van onderwijzen. Ze moeten blijven investeren in hun eigen professionalisering.  Leraren die overtuigd zijn van hun competenties en impact, vertonen immers meer enthousiasme en een groter welbevinden, zetten zich ten volle in om hun lesgeven zo krachtig mogelijk te maken en gaan permanent op zoek naar mogelijkheden om zich verder te bekwamen.  Leraren die overtuigd zijn van hun competenties en impact, slagen erin – ook in ‘moeilijke’ scholen – om met de leerlingen naar de einddoelen toe te werken, de leerwinst te maximaliseren, de leerprestaties te verhogen.

Dit weten we !  Maar hoe werk je hier als school aan?

Laat je school uitgroeien tot een professionele leergemeenschap.  Een school die werkt vanuit gemeenschappelijke waarden en visie, een school waar individuele verantwoordelijkheid van leraren doorbroken wordt en gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal staat, een school waar samenwerkend leren de motor vormt van de interne professionalisering, een school waar het leren van elke leerling het uitgangspunt vormt.

Leraar, hoe moeilijk je klasgroep en de omgeving waarin je werkt ook is, weet dat jij het verschil kan maken!  Onze Brusselse kinderen rekenen op jou!

Onderwijs in Brussel is… geloven in ELK kind !

Geloven in elk kind is meer dan een slogan. Wat de leraar verwacht van Sara heeft invloed op haar prestaties. De leraar gaat Sara (onbewust) op een andere manier benaderen op basis van deze (impliciete) verwachtingen.

Leraren in ‘moeilijke’ scholen, met veel anderstaligen, kansarmoede, grote verschillen tussen leerlingen,… hebben soms lagere verwachtingen ten aanzien van deze kinderen. Het onderwijsaanbod krijgt hierdoor een beperktere invulling, zwakkere resultaten worden aanvaard, beperktere kennis of een lager vaardigheidsniveau wordt als normaal beschouwd, normbesef gaat verloren,…

Leraren in ‘moeilijke’ scholen moeten geprikkeld worden om hoge verwachtingen te hebben van elk kind. Leerkrachten met hoge verwachtingen blijken immers meer ondersteunend op te treden, gaan een rijker aanbod creëren, zijn duidelijker in hun instructie, geven meer positieve feedback, gaan op zoek naar de sterktes bij leerlingen,…

Dit weten we ! Maar hoe werk je hier als school aan?

Ontwikkel een schoolcultuur waar het kind centraal staat, waar er formeel en informeel op een waarderende en positieve manier over kinderen wordt gesproken, waar talenten van kinderen het uitgangspunt vormen.
Stimuleer een interpersoonlijke leerkrachtenstijl, dicht bij de leerling, écht contact, oprechte interesse.
Expliciteer onuitgesproken verwachtingen en stel die in vraag.
Breek de school open en ga in interactie met de omgeving, met de ouders en leer de leerling in zijn integraliteit kennen.
Hanteer “geloven in elk kind” als slogan bij elk overleg, elke personeelsvergadering, elk MDO, elke lesvoorbereiding, elke activiteit.
Draag “geloven in elk kind” uit als je persoonlijke motivatie, als je dagelijkse drijfveer.

Leraar, hoe moeilijk je klasgroep en de omgeving waarin je werkt ook is, blijf geloven in ELK kind! Onze Brusselse leerlingen rekenen op jou!

Zie ook artikel in De Morgen (18/2/2019)

My beautiful picture

 

Onderwijs in Brussel is… BREED leren !

Ik nam 3 willekeurige vacatures uit ‘Brussel deze week’ en lees bij “logistiek bediende” nauwgezet, grondig, dynamisch, teamplayer en tweetalig; bij de “verantwoordelijke voor een studiedienst” leiden, rapporteren, drietalig, enthousiast en aangenaam in de omgang; bij de “boekhouder” analytische geest en zin voor synthese, drietalig, doorzettingsvermogen en flexibel.
Misschien niet onmiddellijk de meest hype functies, maar laten we realistisch zijn: niet iedereen wordt een boekenschrijvend kinderpsycholoog, ingenieur van grootse projecten of manager van een buitenlandse multinational. Of om het in kindertaal te zeggen: niet iedereen wordt piloot, brandweerman of dokter.

De competenties waarover kinderen moeten beschikken als ze op de arbeidsmarkt komen zijn uitgebreid en heel divers. De ontwikkeling van deze brede waaier aan competenties is een belangrijke opdracht van de school in interactie met de omgeving.

Kinderen leven en bewegen in verschillende werelden: de school, waar ze leren rekenen en schrijfvaardig worden, waar ze moeten samenwerken en afspraken maken, waar ze vrienden vreemde talen horen spreken en andere gewoontes leren kennen; thuis, waar ze ruimte krijgen om te spelen, te communiceren, te oefenen, te ontdekken in hun eigen veilige omgeving, waar ze thuis kunnen komen met hun verhalen, successen en frustraties ; de omgeving, waar ze weer totaal andere talenten kunnen ontdekken of vaardigheden kunnen gaan uitproberen of toepassen.

Binnen deze verschillende contexten krijgen ze tal van kansen om kennis te verwerven en vaardigheden te ontwikkelen.

De ervaringen die ze thuis, in de jeugdbeweging of op straat opdoen, spelen een belangrijke rol binnen het onderwijsleerproces op school. Kinderen participeren immers aan onderwijs vanuit de kennis van de wereld die ze meebrengen. Deze kennis van de wereld krijgt vorm binnen de school, maar ook via de veelheid aan ervaringen buiten de schooluren en schoolmuren. Door deze ervaringskansen uit te breiden en te verrijken worden ontwikkelingskansen verhoogd!

Zo praat een leraar wel eens tijdens WO over kastelen of moeten kinderen voor de vaardigheid spreken wel een eens toneelstukje opvoeren of moeten ze bij schrijven raadsels opstellen. De mate waarin kinderen met deze inhouden al andere ervaringen hebben opgedaan, werkt versterkend voor het onderwijs. De diversiteit binnen de klasgroep kan hier ten volle door de leraar ‘gebruikt’ worden. Omgekeerd, wat kinderen op school leren, moeten ze kunnen toepassen in andere contexten: thuis, in de sportclub, op straat,… Kinderen leren zo nieuwe kennis, nieuwe vaardigheden gebruiken binnen levensechte contexten.

In Brussel moeten we – omwille van de context en de samenstelling van de leerlingenpopulatie – meer dan waar ook investeren in dit brede leren! Leren als een actief, betekenisvol en sociaal proces met doelgerichte verbindingen tussen het binnenschoolse en het buitenschoolse.

Onderwijs in Brussel is… verNIEUWend !

Ik hoor dagelijks verhalen van onderwijsondersteuners. Ik kom wekelijks in Brusselse scholen én…

Ik zie heel veel samenwerkend leren. Kinderen gaan in groep aan de slag met functionele taken: moeilijk, uitdagend, interactief, talig en motiverend. De diversiteit van de groep creëert leer-kracht voor álle kinderen.

Ik zie twee leraren in één klas. Teamteaching: meer interactie, instructie op maat, binnenklas differentiatie, rijker aanbod én een krachtige vorm van intern professionaliseren.

Ik zie scholen de aandacht voor krachtig taalvaardigheidsonderwijs Nederlands combineren met respect en plaats voor thuistaal. Een taakgerichte aanpak met zowel aandacht voor kennis als vaardigheden.

Ik zie scholen samenwerken met jeugd- en welzijnspartners vanuit gezamenlijke doelen. Het concept brede school en breed leren is in Brussel volop in ontwikkeling!

Ik zie scholen zoeken om educatief partnerschap een plaats te geven in hun ouderbeleid. Ouderbetrokkenheid is noch een doel, noch een middel, maar gewoon een volwaardig element van ‘school maken’.

Ik zie scholen ICT reeds in de kleuterklas implementeren om de taalleeromgeving van de kleuters te verrijken.

Ik zie schoolteams met ouders de buurt van de school verkennen om de leefomgeving van de leerlingen beter te leren kennen én te begrijpen.

Onderwijs in Brussel is… verNIEUWend !
…én zou het nog veel meer kunnen/moeten zijn!

Onderwijs in Brussel is… TA(a)L-RIJK !

Sara zit in de derde kleuterklas van een Nederlandstalige Brusselse kleuterschool, een klas met 24 leerlingen.  De klas zit goed vol, alle klassen zitten goed vol! 

Zoals in heel wat stedelijke omgevingen is de capaciteitsdruk in Brussel hoog.  De demografische ontwikkeling in Brussel overstijgt de draagkracht van het onderwijsaanbod.  Er wordt massaal geïnvesteerd in het uitbreiden en bouwen van nieuwe scholen, waarvoor dank !  Het is echter onvoldoende !

In Brusselnieuws (20/2/2013) lees ik “In de eerste kleuterklas zijn alle plaatsen bezet. Bij de 652 kinderen die uit de boot vielen voor dat jaar, zitten 72 Nederlandstaligen en 293 GOK-leerlingen. Ook voor de onthaalklas vonden 612 kinderen geen plaats.”

Kortom, ondanks alle inspanningen: nood aan meer en sneller !

Sara spreekt thuis Frans en Marokkaans, met de zussen een beetje Nederlands vooral om geheimpjes te kunnen delen.  Haar 23 klasgenootjes brengen nog 14 andere talen mee naar school.

De talige diversiteit in de Nederlandstalige scholen is heel groot.  Binnen de huidige structuren en regelgeving staan de leraren voor de uitdaging om met al deze kinderen de eindtermen te behalen in een schoolomgeving waar het welbevinden en de betrokkenheid hoog is.  Deze talenrijkdom wordt ook vaak als een probleem ervaren. 

homogeen Nederlandstalig

Taalgemengd

 

homogeen Franstalig

homogeen Anderstalig

9,2%

23,2%

29,9%

37,7%

Kleuters in Nederlandstalig onderwijs Brussel en gebruikelijke gezinstaal (VGC, 2012)

In de klas van Sara betekent dit dat 2 kinderen Nederlands spreken thuis, 6 kinderen soms en 16 kinderen thuis nooit met het Nederlands in contact komen.

Het is belangrijk om maximaal in te zetten op taalvaardigheid Nederlands.  De school heeft immers de opdracht om bij alle kinderen – ongeacht hun talige, culturele of sociale achtergrond – de einddoelen te realiseren.  Brusselse scholen en leraren passen dan ook de principes van krachtig taalvaardigheidsonderwijs Nederlands toe in hun dagelijkse onderwijspraktijk.  Ze worden hierbij ondersteund door onderwijsondersteunende diensten.  Kinderen moeten bovendien het Nederlands kunnen ervaren als een levende taal waarmee ze van alles kunnen doen, ook in Brussel.   Het creëren van een aanbod buiten de schooluren in het Nederlands via sport, spel,… kan hiertoe bijdragen.

Deze focus op het Nederlands is niet tegengesteld aan aandacht en respect voor thuistaal. Het verbieden en/of het bestraffen van thuistaal is contraproductief.  Een goed moedertaalniveau is immers een belangrijke voorwaarde voor schools succes.   Het waarderen van de thuistaal is positief voor de Nederlandse taalverwerving én draagt bij tot het welbevinden van kinderen en jongeren.  Positief omgaan met meertaligheid kan op school op verschillende manieren vorm krijgen: afgebakende ruimte en tijd creëren voor andere talen op school, thuistaal als hulpmiddel gebruiken, talensensibilisering,…

Kortom het is niet Nederlands of thuistaal, het is Nederlands én thuistaal !

Dit complexe taalverhaal moet vorm krijgen vanuit een breed gedragen en gezamenlijk ontwikkeld taalbeleid op school.

Onderwijs in Brussel is… VROEG opstaan !

In een landelijke Limburgse gemeente wonen, ’s morgens om half zes opstaan, 1 uur en 36 minuten met de trein reizen en om 8 uur een overvolle metro naar de school nemen, je moet het maar doen !

En toch is het de dagelijkse realiteit van veel Brusselse leraren: slechts 16% van het bestuurs- en onderwijzend personeel woont in Brussel, 40% woont in de rand rond Brussel en 44% komt van verder. Meer dan 58% van de jonge interimarissen verlaat het Nederlandstalig basisonderwijs binnen de 5 jaar, 1 op 10 leraren was aan het begin van dit schooljaar nieuw.

Brusselse scholen blijken het dus ontzettend moeilijk te hebben om leraren te houden, maar ook andere grote steden kampen met dit probleem.  Iedereen heeft wel zijn verklaringen: het is omwille van de afstand, het heeft te maken met de anderstaligheid, de onveiligheid,…

Studies en praktijkervaringen over leraren in grootstedelijke contexten, leren ons dat we het probleem van lerarenverloop niet alleen mogen verklaren vanuit afstand tot de werkplek en moeilijke werkomstandigheden.

Leraren blijven actief in moeilijke scholen als ze de ambitie hebben om zich in te zetten voor kinderen die opgroeien in moeilijke situaties, als ze gecoacht worden door ondersteunende leiders, als ze de kans krijgen om te groeien en te evolueren, als ze naast hun onderwijstaak ook andere verantwoordelijkheden mogen opnemen, als ze als beginnende leraar kunnen starten met een beperkte lesopdracht waardoor er ruimte is voor andere taken, als ze zelf andere werk- en levenservaringen hebben opgedaan in deze omgeving,…

Een positieve band en een sterke betrokkenheid tussen de leraar en de doelgroep zijn bepalend voor het succes van zijn leraar zijn en verhogen de kans om zich te blijven inzetten op een moeilijke school.

Die positieve band vertaalt zich in ‘geloof in alle kinderen’, ‘respect en begrip voor andere opvoedings- en/of ontwikkelingspatronen’, ‘inzicht in de leefomgeving’,…    Dit zijn waarden waar een schoolbeleid en schoolcultuur actief aandacht voor moet hebben.

Maar dit is niet voldoende !  De leraar moet ook over de juiste inzichten en compententies beschikken om efficiënt onderwijskundig te kunnen handelen binnen deze context.  De leraar moet erin slagen om alle leerlingen tot de gewenste resultaten te brengen door hen te onderwijzen binnen betekenisvolle leeromgevingen, waarbij diversiteit, meertaligheid, heterogeniteit de leerkansen bij alle leerlingen verrijken en verdiepen.   De leraar ondersteunt vanuit een brede waaier aan competenties doelgericht het leer- en ontwikkelingsproces van elke leerling. De leraar staat met beide voeten tussen de leerlingen die met heel eigen belevingen en ervaringen, vanuit hun persoonlijke situatie, aan onderwijs participeren.

De directies moeten zich ontwikkelen tot leiders die hun inspanningen in de eerste plaats richten op het ondersteunen en faciliteren van leren en lesgeven.  Dit soort leider bouwt zijn school uit tot een permanent lerende organisatie en werkt actief aan gedeelde waarden en gezamenlijke doelen, stelt hoge verwachtingen, gaat op zoek naar de meest efficiënte aanpak, stimuleert en ondersteunt alle leraren…

DUS lerarenverloop is niet alleen een probleem van afstand tot de werkplek maar het onderwijsbeleid, de lerarenopleiding, de directie, de ondersteuners én de leraren zelf dragen een gezamenlijk verantwoordelijkheid !

 

Onderwijs in Brussel is…leren in én leren van DIVERSITEIT

De verschillen die kinderen naar de klas meebrengen vormen een centraal element binnen het leren.  Het zijn heel vaak die verschillen die krachtige leeromgevingen creëren.

Enerzijds situeren verschillen zich op het niveau van kindgebonden factoren (zoals intelligentie, gezondheid, gender, werkhouding, taalvaardigheid, karakter,…).  Anderzijds zijn er heel wat verschillen onder invloed van omgevingsfactoren (zoals kennis van de wereld, ondersteuning thuis, familiale situatie, sociaal-economische en culturele achtergrond, dominante thuistaal,…).  Leerlingen moeten hun meervoudige identiteit leren kennen, ontwikkelen en waarderen. Leerkrachten moeten er leren mee omgaan (cfr. kruispuntdenken of intersectionaliteit).

Deze verschillen een plaats geven en gebruiken binnen het onderwijsaanbod ontwikkelt en verrijkt de kennis en de vaardigheden  bij alle leerlingen.  Kinderen leren van elkaar, ze leren in diversiteit, maar ze krijgen ook inzicht in verschillen, ze leren van diversiteit.

Scholen en leraren die erin slagen om efficiënt om te gaan met verschillen, creëren een onderwijsomgeving die kansenverhogend werkt voor alle kinderen.  Dit vertaalt zich in een onderwijsaanpak van samenwerkend leren met veel variatie en interactiekansen, ondersteund door een differentiërende basishouding van de leraar.

Het Steunpunt Diversiteit en Leren benadrukt het belang van zes didactische bouwstenen om die diversiteit in leren bij de leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen (Van Avermaet & Sierens, 2012):

  • een veelzijdige & gevarieerde aanpak;
  • breed observeren;
  • de leeromgeving verbreden;
  • samenwerkend leren;
  • flexibele groepsvorming;
  • breed evalueren.

Dit is – laat me duidelijk zijn – geen makkelijk opdracht voor scholen, maar meer en meer scholen slagen erin om met deze Brusselse onderwijsrealiteit aan de slag te gaan.

Lees hier meer over diversiteit en differentiatie.

Diversiteit, Dol Zijn Op, Kleuren, Samen