De noden van kinderen en jongeren in de stad, moeten het pedagogisch project van elke Brusselse school kleuren!

Over het doel van onderwijs, eindtermen, pedagogisch project, de lokale schoolgemeenschap en Urban Education…

De aanleiding van dit bericht is een interview met de inspecteur-generaal van de Nederlandse onderwijsinspectie, Alida Oppers, in NRC handelsblad (4 maart 2021): “Het onderwijs krijgt veel prioriteiten. Niet alleen vanuit Den Haag, maar ook van gemeenten en ouders. Als mijn organisatie tachtig prioriteiten kreeg, dan zou ik daar ook niet zo goed in slagen. Daarom is het belangrijk dat we de focus op de basisvaardigheden leggen. En laten we dan even ophouden over verkeersveiligheid, zwemonderwijs, yoga en al die andere dingen.”  Ook al ben ik het met de onderliggende inhoud van het artikel eens (namelijk het belang van de basisvaardigheden, maar ook het belang van kennis, effectieve didactiek, evaluatiebeleid,…), toch roept het een belangrijke vraag op en neemt het schoolteams onvoldoende au sérieux…

Inleidend…

Bij de discussie over onderwijskwaliteit gaat het vandaag vaak over onderwijsdoelen, onderwijsinhouden, basisvaardigheden, effectieve onderwijsaanpak, onderwijstijd, (internationale) testresultaten,…  Stuk voor stuk cruciale elementen in ons onderwijs!  Deze elementen krijgen pas écht betekenis en waarde als we ook de onderliggende vragen beantwoorden, zoals ‘wat is het doel van ons onderwijs’ en ‘vanuit welke mens- en maatschappijvisie geven we invulling aan ons onderwijs’.  Wat die mens- en maatschappijvisie moet zijn, laat ik in het midden.  De vraag die ik wil opwerpen is: wie bepaalt deze mens- en maatschappijvisie…  De OESO?  De Vlaamse regering? De onderwijskoepels? Het schoolbestuur?  De lokale school(gemeenschap)? 

Ik wil graag een pleidooi houden om onderwijs terug te geven aan de lokale schoolgemeenschap en om te vertrouwen en te geloven in directies, leerkrachten, ouders en leerlingen.  En laat ons vanuit de overheid, onderwijskoepels, expertisecentra geen sturende, maar luisterende en ondersteunende houding aannemen.  Dit betekent tegelijkertijd dat lokale schoolgemeenschappen geresponsabiliseerd moeten worden en daartoe de nodige tools, middelen en competenties in handen moeten krijgen om hun expertise, effectiviteit en professionalisering te versterken.

Waarom minimumdoelen belangrijk zijn…

Zo’n ondersteunende houding vanuit de overheid en onderwijskoepels, betekent ook realistische en heldere minimumdoelen aanbieden (de lat mag gerust hoog liggen!), die zorgen voor gelijkwaardigheid van alle scholen, maar die ook tijd en ruimte laten voor het eigen pedagogisch project van de school.  Zo’n eindtermen geven de garantie aan leerlingen en ouders dat alle scholen evenwaardig zijn, maar bepalen niet de onderwijskwaliteit.  Deze wordt bepaald door een effectieve onderwijsaanpak en een rijk pedagogisch project op maat van de lokale context.  En wie kent die lokale context beter dan de lokale schoolgemeenschap…

Een pedagogisch project bepaalt de onderwijskwaliteit…

Het valt me op dat veel pedagogische projecten vandaag ofwel korte abstracte teksten ofwel lange generieke bundels geworden zijn, die door schoolbesturen worden opgesteld.   Het pedagogisch project is soms niet meer de inspirerende, dynamische en sturende missie en visie van de school, die zich ontwikkelt binnen de lokale schoolgemeenschap (directie, leerkrachten, ouders, leerlingen, partners).  Nochtans is het net binnen zo’n pedagogisch project dat de mens- en maatschappijvisie van het onderwijs in de school zichtbaar moet worden.  Het is net binnen zo’n pedagogisch project dat de school op maat van lokale noden en mogelijkheden haar onderwijsaanpak en haar onderwijsinhouden kan concretiseren. 

En ja, in zo’n pedagogisch project moet je de lat hoog leggen voor de basisvaardigheden, moet het evaluatie- en professionaliseringsbeleid geëxpliciteerd worden,… Tegelijkertijd moet er in zo’n pedagogisch project ook plaats zijn voor andere inhouden die de schoolgemeenschap belangrijk vindt, zoals bijvoorbeeld leren veilig fietsen in een stedelijke omgeving of tools verwerven om weerbaar en veerkrachtig in het leven te staan of inzetten op outdoor education om leerlingen op kleine appartementjes te verbinden met de natuur of… Ik vind het belangrijk om hier ook te luisteren naar de leerlingen (met link naar het scholierenrapport)!

Een conclusie

De focus op de basisvaardigheden is belangrijk!  Helemaal mee eens.  Toch kan je, vanuit de mens- en maatschappijvisie van je school ook ruimte creëren voor andere inhouden (zoals ‘verkeersveiligheid, zwemonderwijs of yoga’ – Alida Oppers) zonder dat dit afbreuk doet aan de aandacht voor de basisvaardigheden.  Het is belangrijk om hierbij keuzes te maken en prioriteiten te bepalen. Bovendien zijn er heel wat mogelijkheden om verschillende inhouden integratief aan te pakken.

Voor scholen in Brussel is het belangrijk om deze mens- en maatschappijvisie te verbinden met de eigenheid van opgroeien in een grootstedelijke en meertalige omgeving.  De noden van kinderen en jongeren in de stad en de mogelijkheden die deze stad biedt, moeten het pedagogisch project van elke Brusselse school kleuren.  De thema’s van Urban Education staan hier centraal: de kenmerken van een grootstedelijke omgeving, het uitgebreide buurtnetwerk, superdiversiteit, meertaligheid, armoede,…

Bijvoorbeeld:

  • Een stadsleerkracht moet bij de basisvaardigheid lezen extra aandacht hebben voor woordenschatonderwijs, versterken van kennis van de wereld bij de leerling, metacognitie… omwille van de talige, culturele en sociaal-economische diversiteit van de leerlingen (zie Elke ket een goede lezer!).  Een Brusselse school kan dan ook in haar pedagogisch project breed leren en het gebruik van de thuistaal als steiger voor het leren opnemen in haar visie en werking.
  • Stadsleerkrachten zoeken inhouden en methodieken om stress bij leerlingen te verminderen en rust te creëren in de klas.  Kinderen en jongeren die opgroeien in een grootstedelijke context en/of in armoede, moeten leren omgaan met een veelheid aan prikkels, drukte, lawaai, onzekerheid, spanningen,… Hiermee leren omgaan is noodzakelijk om tot effectief leren te komen (zie Meerwaarde van yoga, meditatie en mindfulness in de klas). Een school kan dan ook in haar pedagogisch project een visie en werking opnemen om hier aandacht voor te hebben.

Als afsluiter wil ik nog een artikel van Biesta meegeven: Wereld-gericht onderwijs: vorming tot volwassenheid, waarbij hij ons houvast wil bieden om ons onderwijs in balans te houden.

Onderwijs in balans, is leerlingen in balans

Wat verwachten Brusselse leerkrachten van ouders?

Het was te verwachten dat ook het thema ouders en ouderbetrokkenheid een belangrijke plaats kreeg in de Ronde van Brussel, waarbij minister Gatz in gesprek ging met 345 Brusselse leerkrachten.

Scholen en leerkrachten in Brussel vinden dat samenwerken met ouders deel uitmaakt van hun takenpakket. Toch vraagt het van leerkrachten in een grootstedelijke context extra inspanningen (tijd én competenties) om verbinding te maken met de superdiverse ouderpopulatie (verschillende talen, culturen, sociaal-economische achtergrond, opvoedingsstijlen, overtuigingen, verwachtingen,…).

Ouders vervullen samen met de leerkrachten een cruciale rol in de ontwikkeling van hun kinderen. Brusselse scholen willen dan ook groeien in partnerschap met ouders, waarbij de verschillende partijen engagement en verantwoordelijkheid moeten opnemen. De ervaring van Brusselse leerkrachten leert ons dat er niet één succesformule is om in te zetten op ouderbetrokkenheid. Creativiteit en een brede, diverse waaier van activiteiten moeten deel uitmaken van een effectief ouderbeleid. Zo kan de school een “veilige haven” worden, waar iedere ouder zich aangesproken en thuis voelt.

Opvallend is dat heel wat verwachtingen van Brusselse leerkrachten ten aanzien van ouderbetrokkenheid linken hebben met de relatie onderwijs en welzijn, en ook brede school. Concreet vragen leerkrachten een vaste kracht op school om verbindende en ondersteunende taken op te nemen ten aanzien van ouders, een opvoedingsondersteunend en welzijnsaanbod op school, meer ondersteuning op het vlak van ouderbetrokkenheid in het secundair onderwijs.

Lees op deze blog meer over partnerschap met ouders in Brussel.

Hieronder kan je de volledige documenten downloaden.

Lees de verschillende thema’s uit het rapport:

  1. onderwijs en welzijn
  2. onderwijs en brede school
  3. onderwijs en ouders
  4. onderwijs en meertaligheid
  5. onderwijs en infrastructuur 

Nieuwe accenten in de werking van het Onderwijscentrum Brussel (Raad VGC, maart 2021)

Op vraag van enkele raadsleden van de VGC stelde ik op 3 maart 2021 de nieuwe accenten voor in de werking van het Onderwijscentrum Brussel (OCB).  Bij de aanvang van de huidige beleidsperiode (2019 – 2024) werd immers nagedacht over een vernieuwde OCB-werking om nog beter in te spelen op de evoluties en uitdagingen van ons grootstedelijk onderwijs.

Inleidend gaf ik wat meer toelichting bij de concepten ‘Urban Education’ en ‘stadsleerkracht’. Daarna besprak ik de 6 strategische doelstellingen in de werking van OCB, geïllustreerd met enkele concrete voorbeelden:

  1. Professionaliseren van stadsleerkrachten
  2. Expertise delen over Urban Education
  3. Inzetten op gelijke kansen, diversiteit en talenten
  4. Versterken van taalonderwijs Nederlands
  5. Ontwikkelen van meertaligheid stimuleren
  6. Ondersteunen van armoedebeleid op school

De powerpointpresentatie van mijn uiteenzetting op de hoorzitting voor de Raad kan je hieronder inkijken…

Wat verwachten Brusselse leerkrachten van Brede School?

In 2010 nam het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie de beslissing om te investeren in de ontwikkeling van Brede School in Brussel! Dit leidde tot een visietekst, een subsidiekader (met ook de steun van de VG) en een ondersteuningsstructuur in de schoot van het Onderwijscentrum Brussel. Zo ontwikkelden zich in het werkveld 29 brede scholen. Vandaag is de brede school toe aan een heroriëntering...

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is image-1.png

In de Ronde van Brussel, waarbij minister Gatz in gesprek ging met 345 Brusselse leerkrachten, was brede school, breed en levensecht leren een belangrijk gespreksonderwerp.

Brusselse leerkrachten vinden brede school belangrijk om leerlingen de kans te geven talenten te ontdekken en te ontwikkelen, en het leren te versterken en te verbreden. Een aanvullend en geïntegreerd aanbod tijdens en na de schooluren (ism de buurt, ouders en andere sectoren) kan hierbij helpen.

Brusselse Leerkrachten schuiven ook een aantal nieuwe accenten naar voren die vandaag nog weinig in het Brede School verhaal aanwezig zijn, zoals samenwerking onderwijs en arbeidsmarkt; leerlingen toeleiden naar vrijwilligerswerk; belang van flexibele, moduleerbare en multifunctionele schoolinfrastructuur;…

Scholen en leerkrachten zien voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd: leerkrachten kunnen bruggenbouwers zijn en de school kan de spil vormen van de lokale brede school. Regionale coördinatie kan de lokale schoolwerking ondersteunen. Ze vragen dan ook extra middelen om dit waar te maken (zodat bv. iemand van het schoolteam een vast aanspreekpunt kan worden voor de brede school).

Lees op deze blog meer over Brede School in Brussel.

Hieronder kan je de volledige documenten downloaden.

Lees de verschillende thema’s uit het rapport:

  1. onderwijs en welzijn
  2. onderwijs en brede school
  3. onderwijs en ouders
  4. onderwijs en meertaligheid
  5. onderwijs en infrastructuur 

Leerkrachtentekort: overzicht VGC/OCB-initiatieven

Het Brusselplatform (= de vertegenwoordigers van de gemeentelijke schoolbesturen en scholengemeenschappen van Brussel) vroegen me een overzicht te geven van de VGC/OCB-initiatieven in het kader van het leerkrachtentekort in Brussel.

In mijn inleiding zoomde ik even in op het concept stadsleerkracht aan de hand van deze vacature, en op de resultaten van de Ronde van Brussel van minister Gatz.

Daarna schetste ik een brede waaier van concrete initiatieven. Het overzicht bestond uit 7 delen:

  1. Initiatieven voor scholieren
  2. Initiatieven voor studenten
  3. Initiatieven voor (startende) leerkrachten
  4. Aanvangsbegeleiding door het OCB
  5. Het initiatief BXL ZKT LKR
  6. Het project BAOBAB
  7. De samenwerking met Teach for Belgium

Hieronder vind je mijn presentatie.

Wat verwachten Brusselse leerkrachten van de samenwerking onderwijs en welzijn?

In de Ronde van Brussel gingen 345 Brusselse leerkrachten in gesprek met minister Gatz.  Hierbij kwamen heel wat thema’s aan bod zoals meertaligheid, brede school, armoede, ouderbetrokkenheid, schoolinfrastructuur,… 

Ook de samenwerking onderwijs en welzijn was voor de leerkrachten een belangrijk thema.

De voorbije jaren werden er al heel wat inspanningen geleverd door de CLB’s, de brede scholen, scholen en welzijnspartners om te zoeken naar meer samenwerking en afstemming.  Toch blijven de noden en uitdagingen groot.

Leerkrachten in Brusselse scholen ervaren heel wat welzijnsnoden bij hun leerlingen (armoede, psychisch welzijn, agressie, opvoedingsproblemen, gezondheid,…).  Deze noden vormen vaak een belemmering om tot leren te komen.  De leerkrachten willen structurele samenwerking met laagdrempelige welzijnsorganisaties die ondersteuning bieden op school.  Scholen worden vaak geconfronteerd met lange wachtlijsten en verwachten een snellere opvolging en continuïteit (met interne afstemming) in de hulpverlening.  Verder vinden leerkrachten dat welzijnsaspecten een belangrijkere rol mogen krijgen in de opleiding en nascholing.

Heel concreet zijn Brusselse leerkrachten op zoek naar meer (1) coördinatie, informatie-uitwisseling en afstemming (bv. door CLB), (2) laagdrempelig aanbod op school door externe deskundigen (bv. in de vorm van zitdagen door brugfiguren, therapeuten en/of zorgverleners), (3) professionaliseringsmogelijkheden tav welzijnsthema’s.

Hieronder kan je de volledige documenten downloaden.

Lees de verschillende thema’s uit het rapport:

  1. onderwijs en welzijn
  2. onderwijs en brede school
  3. onderwijs en ouders
  4. onderwijs en meertaligheid
  5. onderwijs en infrastructuur 

Over hoe yoga je mentaal en fysiek kan versterken (leestip)

Iedere leerkracht, directie, ouder, leerling moet leren omgaan met stress, de veelheid aan prikkels, taken, opdrachten en verantwoordelijkheden.  In een grootstedelijke omgeving zijn de interne en externe stressoren vaak groot (stedelijke leefomgeving, armoede, superdiversiteit).  Er zijn verschillende manieren om hiermee om te gaan.  Voor mij is het al jarenlang yoga en meditatie (sinds 1992).  Maar ook andere vormen om mentale en fysieke rust te vinden zijn waardevol (gelukskunde, beweging en sport, filosoferen, muziek, natuur, cultuur,…).

Yoga is vooral geen zweverige, softe praktijk voor dromers, waarbij je onmogelijke fysieke poses moet aannemen.  Het is een verdiepende ontmoeting met jezelf in relatie tot je omgeving.  Daarom wil ik hier het No-nonsense Yogaboek (2019) van Joachim Meire aanraden.  Als je in onderwijs met yoga aan de slag gaat, dan moet je zeker over deze inzichten beschikken. Het boek gaat op een kritische en eerlijke manier naar yoga kijken als een eigentijdse manier om als kind, jongere of volwassene krachtig in het leven te staan.

Wat is Yoga?

In dit eerste deel zet Joachim Meire “Yoga” weer met zijn twee voeten op de grond:  yoga brengt je lichaam in balans, zorgt voor emotioneel en mentaal evenwicht.  Het is niet meer, maar ook niet minder dan dat.  Hij verkent verschillende mogelijkheden en praktijken, geeft je tips voor de ontwikkeling van een dagelijkse praktijk.

Filosofie

Yoga-spiritualiteit is beseffen dat je onderdeel bent van een groter geheel, dat er meer is dan je kan zien. Vanuit dat bewustzijn is het belangrijk niet te gaan ‘zweven’, maar geconnecteerd aanwezig te zijn in het nu.

Geschiedenis

Na een mooi overzicht over de geschiedenis van Yoga en de vele invloeden, maakt Joachim Meire een prachtige conclusie: “Yoga is een levende traditie, die blijft evolueren en zich aanpast aan de noden van de tijd. Er is een kruisbestuiving tussen oost en west en dat is perfect. Onze maatschappij kan veel leren uit de oude yogafilosofie en omgekeerd evolueert yoga door westerse inzichten.”

Kracht en lenigheid

In het laatste hoofdstuk krijgen we een aantal basisinzichten mee over het fysieke luik van yoga. Het gaat in dit boek niet over asana’s, maar over persoonlijke uitlijning en fysieke grenzen, blessures en balans, primaire bewegingen en kwetsbare plekken.

Yoga is luisteren naar je lichaam!

Joachim Meire

..én onderwijs?

Waarom deze leestip in een blog van Urban Education?

Leerkrachten (in Brussel) zijn op zoek naar methodieken om stress bij leerlingen en zichzelf te verminderen en rust te creëren. Ze moeten leerlingen helpen in de zoektocht naar wie ze zijn en wie ze willen worden. Yoga kan hierbij helpen… Yoga dient in de eerst plaats om jezelf te leren kennen, het is een unieke praktijk om fysieke en mentale weerbaarheid en veerkracht te versterken en zo krachtig in het leven te staan. Lees hier meer over de meerwaarde van yoga in de klas.

Beluister hier ook een podcast met Joachim Meire over ‘De wetenschap achter yoga’:

Neuroloog Steven Laureys schreef een inleiding in het boek van Joachim Meire en publiceerde zelf ook: het No-nonsense meditatieboek (2019) en het No-nonsense meditatieoefenboek (2021).

Image result for no nonsense meditatie oefenboek

De VLOR over taalscreening bij kleuters…

De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) is een belangrijk adviesorgaan binnen het onderwijsbeleid van Vlaanderen. De Raad formuleert adviezen aan het beleid op basis van onderwijskundige, pedagogische en maatschappelijke criteria. Hun boodschap krijgt – naar mijn gevoel – vaak onvoldoende aandacht bij een breed publiek. Daarom wil ik vandaag eens expliciet inzoomen op hun advies van 3 februari 2021 over “taalscreening bij kleuters”… (het thema ligt me ook heel nauw aan het hart, want we spreken hier over de onderwijsloopbaan van nog heel jonge kinderen!)

Taalscreening bij kleuters als hefboom voor een betere beheersing van het Nederlands
Elementen uit het advies van de VLOR

Vanaf het schooljaar 2021-2022 moet er een taalscreening gebeuren aan het begin van het leerplichtonderwijs. Op basis van de informatie die de taalscreening oplevert, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen een actief taalintegratietraject Nederlands volgen. De VLOR vindt het nuttig dat de taalvaardigheid Nederlands aan het begin van de leerplicht bij elke kleuter in kaart wordt gebracht ifv een goede opvolging en ondersteuning, maar de raad waarschuwt ook voor onwenselijke en/of onbedoelde consequenties van een taalscreening (oa validiteit van de toets, nood aan een brede kijk, inbedding in een schooleigen beleid,…).

Verder formuleert de VLOR enkele kritische voorwaarden:

1. Basiscommunicatie naar alle actoren

Het is belangrijk dat voor alle betrokkenen zowel doel als gevolgen van deze taalscreening heel snel duidelijk worden, ook voor de ouders! Een heldere en eerlijke communicatie is nodig, waarbij taalscreening correct wordt voorgesteld als één element binnen een veel bredere benadering.

2. Afnamemoment

Er moet goed nagedacht worden over het moment dat de screening wordt afgenomen. Enerzijds moet de kleuter maximale kansen krijgen en anderzijds moet er nog tijd zijn om (remediërende) taalstimulerende initiatieven te nemen.

3. Overgangsjaar voor de taalintegratietrajecten

Het tijdspad is sowieso heel krap. Scholen moeten de kans krijgen om op het vlak van taalintegratietrajecten een beleid en werking te ontwikkelen op maat van hun noden. Het is dan ook belangrijk dat ze hiervoor tijd krijgen, tijd die noodzakelijk is om kwaliteit te kunnen leveren.

4. Deskundigheid versterken

Screenen, omgaan met de resultaten van screening, ontwikkelen van taalintegratietrajecten,… vragen ook competentieontwikkeling bij leerkrachten. Hier moet ook in geïnvesteerd worden, in samenwerking met de onderwijsondersteunende diensten.

5. Randvoorwaarden om een rijk taalaanbod mogelijk te maken

Er zijn bijkomende investeringen nodig in het kleuteronderwijs om het rijke taalaanbod te kunnen versterken. De VLOR is vragende partij om werk te maken van de reeds aangekondigde maatregelen, zoals het verkleinen van het aantal leerlingen per voltijdse leerkracht, bijkomende kinderverzorgers, meer ondersteuning voor de toegenomen zorgnood,…

6. Beleidsvoerend vermogen versterken

De integratie van deze nieuwe aanpak vraagt ook extra inspanningen op het vlak van beleidsvoering in een school.

Het thema taalscreening bij kleuters kwam ook al expliciet aan bod in de Raad van de VGC (6 maart 2020, lees hier). Minister Gatz formuleerde het in de Raad van de VGC als volgt:

  • Het gebruik van taaltesten en taalscreening is op zich heel zinvol, maar belangrijke beslissingen koppelen aan een momentopname van een toets is geen goed idee!
  • Een taaltoets of taalscreeningsinstrument moet vooral een hulpmiddel zijn voor de school en de leerkracht (1) om een taalbeleid te ontwikkelen op maat van de lokale school, (2) om een klasbeleid te ontwikkelen dat zowel de taalsterke als taalzwakke leerlingen uitdaagt, (3) om individuele leerlingen en/of groepen leerlingen taalgericht te ondersteunen en (4) om ouders te informeren over de evolutie van hun kind. 
  • Tekorten op het vlak van taalvaardigheid bij jonge kinderen kunnen het best in de klas aangepakt worden vanuit een krachtige taalleeromgeving met taalgerichte ondersteuning en kwaliteitsvolle interacties.

Lees ook de blog van Steven Delarue Taalscreening bij kleuters, 4 valkuilen, en hoe ze te vermijden.

La double immersion, 3-talige immersieschool

Ik las vandaag dit in mijn krant: “À Anvaing, l’Athénée Royal Lucienne Tellier se lance à la rentrée prochaine dans une expérience unique en Wallonie et à Bruxelles : un enseignement secondaire trilingue : en français, néerlandais et anglais. Cette école a déjà été pionnière de l’immersion linguistique il y a une quinzaine d’années. Répondant à une proposition de deux universités, la VUB et l’ULB, elle se lance maintenant dans la double immersion.”

Natuurlijk vind ik dit een geweldig initiatief en ben ik benieuwd naar de resultaten… Toch, en ik weet dat ik in herhaling val, wil ik benadrukken én geruststellen dat immersie-onderwijs niet de enige (en niet altijd de beste) manier is om meerdere talen vlot te leren spreken!

In sommige situaties kan twee- of drietalig onderwijs een antwoord betekenen, maar in andere situaties zullen we moeten zoeken naar andere aanpakken. Laat ons werk maken van een gedifferentieerd aanbod en een combinatie van moedertaalondersteuning, krachtig taalonderwijs, vormen van vroeg en laat vreemde talenonderwijs, immersieonderwijs, taalgericht vakonderwijs, talensensibilisering, taalinitiatie, CLIL, taalstimulering buiten de school(m)uren,…  Pas dan gaan we meertalige kansen creëren voor ALLE kinderen!

Laat ons dus genuanceerd communiceren en een breed palet van mogelijkheden aanbieden zodat zoveel mogelijk kinderen en jongeren meertalig kunnen opgroeien.

Daarom moeten we investeren in scholen en leraren om te groeien in ‘omgaan met meertaligheid’ en competent te worden in ‘meertalig opvoeden’! De gloednieuwe website Brussel vol Taal (link naar website) kan hier zeker bij helpen.

Athénée Royal Lucienne Tellier (photo website de l’école)

Over spijbelgedrag, leerkrachtenuitwisseling, huiswerkbeleid,… (debat Raad VGC, januari 2021)

In de commissie voor Onderwijs en Scholenbouw van 20 januari 2021 kwamen oa spijbelgedrag, leerkrachtenuitwisseling (FR en NL), de tweetalige lerarenopleiding en huiswerkbeleid aan bod. Ik wil vooral even inzoomen op huiswerkbeleid naar aanleiding van een vraag van raadslid Sabbe. Op het einde van dit bericht vind je ook linken naar de huiswerkreeks in Klasse en het verslag van de commissie.

Huiswerkbeleid

Het raadslid vraagt naar de houding en initiatieven van de VGC op het vlak van huiswerkbegeleiding. Hieronder verzamel ik enkele elementen uit het antwoord van Minister Gatz, collegelid bevoegd voor onderwijs en scholenbouw:

“Huiswerkbegeleiding wordt aangeboden onder verschillende vormen. Eerst en vooral is er de directe hulp waarin de scholen en leerkrachten zelf voorzien tijdens de lessen. In het kader van hun huiswerkbeleid kunnen scholen tijdens de binnenschoolse (naschoolse) opvang ook directe hulp opnemen. Bij sommige scholen is dat sterk uitgebouwd via een vorm van studie met een leerkracht als begeleider. In andere scholen worden de taken in de les samen met de leerlingen voorbereid.
Daarnaast is er ook een aanbod van voornamelijk betalende privé-initiatieven onder de vorm van huiswerkbegeleiding of bijles gericht op de inhoud van de huistaak. Het gaat dan over het verduidelijken, uitleggen, voorbeelden geven, de oplossing helpen zoeken enzovoort.  Er zijn binnen dat kader ook nog initiatieven zoals buddywerkingen, vzw PEP! of Brusselse Tutoren voor Scholieren (BRUTUS) die een vorm van leerbegeleiding aanbieden via peers en/of rolmodellen. Die initiatieven nemen ook een stimulerende en motiverende rol op ten aanzien van de scholieren.

Wanneer kinderen thuis problemen ondervinden om hun huiswerk te maken, dan zorgen ook nog verschillende scholen, Brede Scholen, de Werkingen Met Kansarme Jongeren (WMKJ’s),… voor indirecte hulp via het creëren van rustige omgevingen. Die indirecte hulp is gericht op alles wat nodig is om huiswerk te kunnen maken: een rustige werkplaats aanbieden die weinig afleidt, interesse tonen voor het werk op school enzovoort.

De VGC moedigt samen het Onderwijscentrum Brussel scholen vooral aan om na te denken over hun huiswerkbeleid en ondersteunen hen in de ontwikkeling ervan. Huiswerk moet in de eerste plaats zinvol zijn en mag ongelijkheid niet versterken.

Huiswerkbegeleiding moet er vooral in bestaan dat er een veilige en stimulerende omgeving wordt aangeboden, waarbij begeleiders een indirecte, ondersteunende rol opnemen,
zoals het beschikbaar stellen van bronnen en hulpmaterialen. Dat kunnen kranten, tijdschriften zijn, maar ook jeugdliteratuur, didactisch materiaal, een pc met printer en internetaansluiting, maar ook het bieden van kansen om kinderen/jongeren te laten samenwerken,…

Huiswerkbegeleiding moet er vooral in bestaan dat er een veilige en stimulerende omgeving wordt aangeboden, waarbij begeleiders een indirecte, ondersteunende rol opnemen.

minister Gatz

Ik begrijp de vraag of we geen scheeftrekking aan het krijgen zijn door de achterstand te laten inlopen met de te dure huiswerkklassen en privélessen. Dat kan in bepaalde gevallen zo zijn, zo bleek ook uit de pers. Maar in algemene zin is het toch nog altijd zo dat er een sterk netwerk in en rond de Brusselse scholen bestaat om voor veel of voor de meeste kinderen dat antwoord op de huiswerkbegeleiding op een indirecte manier te kunnen geven.”  

***

Klasse publiceerde een interessante reeks over huiswerk met visie, tips, rol van de ouder,… Je leest er ook een artikel waar experten 6 hardnekkige mythes over huiswerk ontkrachten:

  1. Mythe 1: Hoe meer huiswerk, hoe beter kinderen leren
  2. Mythe 2: Met huiswerk haal je lestijd in
  3. Mythe 3: Ouders loodsen hun kind door moeilijke taken
  4. Mythe 4: Iedereen gelijk dus evenveel huiswerk
  5. Mythe 5: Huiswerk is goede voorbereiding op hoger onderwijs
  6. Mythe 6: Huiswerk maak je thuis. De leraar verbetert de fouten

Geen gelijke taak, maar wel een gelijkwaardige inspanning.

Yvan Ameye
Downloads – Klasse

***

De andere thema’s (spijbelgedrag, leerkrachtenuitwisseling, de tweetalige lerarenopleiding) die in de commissie aan bod kwamen, kan je hier nalezen: