Evaluatiepraktijk op school (leestip)

Dit boekje uit 2014 blijft een handig en concreet instrument om als leerkracht te groeien in je evaluatiepraktijk. Het bespreekt 10 pijlers die belangrijk zijn voor een kwaliteitsvolle evaluatie: geïntegreerde evaluatie, transparantie, reproduceerbaarheid, representativiteit, eerlijkheid, betrokkenheid, authenticiteit, cognitieve complexiteit, verantwoording, impact.

Elke pijler wordt helder gedefinieerd en geconcretiseerd. Via een checklist kan je voor iedere pijler je eigen evaluatiekwaliteit in kaart brengen. Verder krijg je nog een aantal tips en adviezen om de pijler toe te passen in de klas. Elk hoofdstuk eindigt met wat extra duiding en achtergrond.

Bijvoorbeeld:

Representativiteit

  • Wat? “Een representatieve evaluatie betekent dat de evaluatietaken zo zijn opgesteld dat je uit de verkregen resultaten de juiste conclusies kunt trekken. Een evaluatie kun je representatief maken door… “
  • Hoe? Je krijgt 10 stellingen om na te gaan hoe representatief je leerlingenevaluatie is, bv. “Ik zorg ervoor dat de verschillende onderdelen van de leerstof aan bod komen in de evaluatietaak.” of “De vragen voor een evaluatietaak zijn geformuleerd op het taalniveau van de leerlingen.”
  • Tips? De 10 stellingen worden verder geconcretiseerd en toegelicht met een aantal tips. Zo wordt bij de stelling over taalniveau bijvoorbeeld de vraag gesteld naar de impact van taalvaardigheid op evaluatie: “Is de taal of de vakinhoud het probleem?”
  • En bij ‘Waarom?’ worden een aantal wetenschappelijke achtergronden ten aanzien van de pijler besproken.

De verschillende pijlers vormen een geheel en zorgen samen voor een genuanceerde en kwaliteitsvolle evaluatie. De pijler ‘eerlijkheid’ heeft bovendien ook aandacht voor etnische achtergronden en sociaaleconomische status, wat voor leerkrachten die werken in een grootstedelijke context extra belangrijk is.

Urban Education en universeel mededogen?

In juli 2022 las ik – eerder toevallig – twee boekjes waar “mededogen” vanuit een wetenschappelijke invalshoek naar voren werd geschoven als een houding/methodiek die kan bijdragen tot constructief samenleven (ook op school): een hoofdstuk van Spruyt en Van Droogenbroeck in ‘Zinnekes zijn Debest’ (Spruyt, Engels, Kavadias en Van Cappel, 2022) en het boek ‘Vrede kun je leren’ (Van Reybrouck en D’Ansembourg, 2017). Mededogen is een areligieuze basisemotie die gedefinieerd kan worden als “gevoeligheid voor het lijden van de ander én het verlangen om dit lijden te verlichten” (Zinnekes zijn Debest). Mededogen of compassie omvat vijf elementen: herkennen en bewust zijn van het lijden van iemand; bewust zijn van de universaliteit van lijden bij mensen (iedereen ervaart in zijn of haar leven lijden); empathie (= emotionele resonantie met anderen); het tolereren van ongemakkelijke gevoelens én de motivatie om dat lijden te verminderen (zie ook Van Droogenbroeck & Spruyt, 2022, 78-80).

In ‘Zinnekes zijn Debest’ stellen de onderzoekers Spruyt en Van Droogenbroeck vast dat superdiverse samenlevingen voor de uitdaging staan om “(groepen) jongeren, met uiteenlopende waarden en religieuze overtuigingen, constructief samen te laten leven”. Uit hun onderzoek blijkt universeel mededogen “een potentieel krachtig mechanisme te zijn om vooroordelen tegen te gaan“. Universeel mededogen bevordert de ontwikkeling van een overkoepelende sociale identiteit, gemeenschappelijk voor heel diverse groepen in de samenleving.

In ‘Vrede kun je leren houden Van Reybrouck en D’Ansembourg een pleidooi “voor het invoeren, in het onderwijs, van processen die bevorderlijk zijn voor concentratie, rust, zelfbewustzijn, empathie en aandacht voor de ander. Een dergelijke aanpak kan alleen maar gunstig zijn voor het welbevinden van kinderen en jongeren, en bijdragen aan een cultuur van respect, zelfrespect en geweldloosheid.”. Ze bespreken 3 wetenschappelijk onderzochte methodieken: mindfulness, geweldloze communicatie en mededogen/compassie.

Hoe mededogen ontwikkelen?

Onderzoek suggereert dat mededogen/compassie aangeleerd kan worden via mentale oefeningen. Hoe dit het meest effectief kan gebeuren, is minder duidelijk. Hieronder alvast drie pistes…

  • In haar boek ‘Twelve steps to a compassionate life’ beschrijft Brits auteur en onderzoeker Karen Armstrong hoe je compassie/mededogen kan ontwikkelen door oa het verwerven van inzichten, empathie, zelfcompassie, mindfulness, zorg voor de ander,…

  • Prof. Dr. Tania Singer ontwikkelde het ‘ReSource project’, een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar de mentale trainbaarheid van mindfulness, mededogen/compassie, perspectief nemen en pro-sociaal gedrag. Ze maakte hierbij gebruik van een trainingsprotocol (en implementeerbaar model). In dit protocol wordt voor de ontwikkeling van mededogen oa Metta-meditatie voorgesteld. Dit onderzoek leidde sinds 2015 tot enkele interessante bevindingen en publicaties, die je hier kan terugvinden.
Training protocol van het ReSource project
  • Volgens Matthieu Ricard leidt seculiere training in liefdevolle vriendelijkheid en mededogen via meditatie tot meer welzijn, openheid en beschikbaarheid voor anderen. Je kan er alles over lezen in zijn boek ‘Altruism: The Power of Compassion to Change Yourself and the World‘, een samenvatting van wat ervaring en wetenschap ons leert over de kracht van meditatie.
Foto Karuna-Shechen website Matthieu Ricard

Van Reybrouck en D’Ansembourg merken op dat deze ideeën en technieken – ook al zijn ze gebaseerd op waardevolle inzichten en onderzoek – vaak ten onrechte beschouwd worden als “soft, new age en love & peace”. Spruyt en Van Droogenbroeck benadrukken dat de studies nog schaars en niet altijd kwaliteitsvol zijn. Het is daarom belangrijk te investeren in verder onderzoek en de ontwikkeling van wetenschappelijk onderbouwde methodieken. Verder blijkt ook uit recent onderzoek (oa Myriad) dat de implementatie van dit soort aanpakken in onderwijs niet evident is en een generieke toepassing van één methodiek voor alle leerlingen niet wenselijk is.

Yoga, meditatie, mindfulness en transities tijdens de schooldag

Transitie is een proces van verandering waarbij kinderen bewegen van de ene setting/context naar de andere. In de schoolloopbaan van kinderen en jongeren heb je een aantal grote transities (overgang voorschoolse – school; kleuter – lager; lager – secundair; secundair – hoger onderwijs of arbeidsmarkt), waarbij het belangrijk is te investeren in continuïteit en verbinding (zie ook VGC-visietekst Educare).

Maar voor kinderen en jongeren zijn er ook iedere dag heel wat micro-transities (verschillende vakken en/of klasgroepen per dag; wissel van leerkrachten, toezichters en opvoeders; verandering van ruimte; overgang van pauze naar lessen en omgekeerd; opstart en einde van de schooldag;…). Deze transities worden vaak vanzelfsprekend beschouwd, maar aandacht hebben voor voldoende continuïteit, veiligheid en zorg tijdens deze momenten, kan voor leerlingen een belangrijk verschil maken op het vlak van betrokkenheid, welbevinden, aandacht en concentratie. Het heeft alles te maken met ‘de interne en externe strijd voor onze aandacht’. Ook voor leerkrachten is het belangrijk om deze vele micro-transities vlot door te komen. Ik maak voor mezelf alvast vaak gebruik van STOP en 1MM.

Hieronder enkele concrete mogelijkheden vanuit de inzichten over yoga, meditatie en mindfulness. Verwacht geen spectaculaire technieken. Het zijn eenvoudige oefeningen die je makkelijk kan implementeren als een gewoonte/vast moment doorheen de schooldag. Ademhaling (pranayama) speelt in de meeste oefeningen een centrale rol.

S T O P

Het STOP-principe is afkomstig uit de cognitieve gedragstherapie om obsessieve gedachten te doorbreken. Hier wordt het gebruikt om bij een overgang van de ene situatie naar de andere tot rust te komen en een nieuwe focus te kunnen nemen.

  • S TOP – stop en laat alles los (zowel doen als denken)
  • T AKE A BREATH – sluit de ogen, haal 1 keer diep en bewust adem
  • O BSERVE – observeer, voel wat er met je gebeurt
  • P ROCEED – ga verder naar de volgende activiteit

1 M M

1MM staat voor 1-minuut-meditatie. Deze oefening neemt niet meer dan 1 minuut in beslag, maar haalt het stress-niveau naar beneden. Je ademhaling stimuleert je parasympatische zenuwstelsel (dat zorgt voor rust en herstel).

  • sluit de ogen
  • adem in gedurende 4 tellen
  • adem uit gedurende 8 tellen
  • adem 5 keer bewust in en uit op je normale ademritme en voel je lichaam
  • open de ogen en ga verder naar de volgende activiteit

Variant: 4 – 7 – 8 methode (Dr. Andrew Weil):

  • Adem volledig uit door je mond.
  • Sluit je mond en adem rustig in door je neus en tel mentaal tot vier.
  • Houd je adem zeven tellen in.
  • Adem uit door je mond/neus en maak een suizend geluid en tel ondertussen mentaal tot acht.
  • Herhaal het proces nog drie keer (totaal vier ademhalingscycli).

STOELYOGA en ADEMHALING (ENG)

Je vindt deze oefeningen ook terug in deze bundel.

VIJF

Je ondersteunt je ademhaling via een kleine handeling met je hand. Dit bevordert de concentratie en de aandacht.

Je start met de wijsvinger van je rechterhand onderaan je linkerduim: je ademt in en beweegt je wijsvinger naar de top van je duim; je ademt uit en beweegt je wijsvinger naar beneden (tussen duim en wijsvinger van je linkerhand); je ademt in en beweegt omhoog langs je linkerwijsvinger en zo ga je verder met je volledige hand.

Uit: Yo-ga mee de wereld rond! van Nynke Bos

Je vindt online (bv. Klasse en NLP college) of in het No-nonsense meditatie oefenboek van Steven Laureys nog heel wat ideeën voor korte yoga, meditatie en mindfulnesstussendoortjes.

Diversiteit aan het werk bij Brusselse jongeren (leestip)

Het boek ‘Zinnekes zijn Debest’ (2022) is een weergave van de resultaten uit het DEBEST-programma (Democratic Empowerment of Brussels Education) onder leiding van VUB-wetenschappers Spruyt, Engels, Kavadias en Van Cappel. Een boek, dat de synthese is van uitgebreid onderzoek, samenvatten in een blogpost zou onrecht aandoen aan inhoud en nuance. Deze post is enkel een stimulans voor elke stadsleerkracht om het boek te lezen!

Het boek vertrekt met een schets van de kenmerken van Brusselse jongeren, de complexe diversiteitsdimensies én er wordt gezocht naar de gepaste bril (kwalitatieve studie) om naar jongeren te kijken. (Jongeren in Brussel, een inleiding)

In het tweede hoofdstuk stellen we vast dat het ‘ervaren van discriminatie door jongeren, voornamelijk in de klas- en schoolcontext, impact heeft op houdingen ten aanzien van democratie en geweld’. Het is belangrijk om als school hiervan bewust te zijn. (Exclusie en anti-systeemattitudes)

Het voorbeeld van Circus zonder Handen in hoofdstuk 3, illustreert hoe er gemeenschapsvormend en identiteitsontwikkelend kan gewerkt worden aan samenleven in superdiversiteit. (Een circus zet de stad op haar kop)

Hoofdstuk 4 onderzoekt hoe ‘universeel mededogen’ kan bijdragen tot constructief samenleven van heel diverse groepen jongeren met uiteenlopende waarden, religieuze overtuigingen,… Universeel mededogen blijkt een basisemotie te zijn, oa gerelateerd aan de vermindering van vooroordelen. Op het einde van het hoofdstuk stellen de onderzoekers een cruciale vervolgvraag: hoe kunnen we mededogen bij jongeren ontwikkelen? (Universeel mededogen bij jongeren – lees ook ‘Urban Education en universeel mededogen’)

De Brusselse superdiversiteit is aanwezig in de klas en dit kan leiden tot verschillende verwachtingen en meningen tussen leerlingen onderling of leerlingen en leerkrachten. In hoofdstuk 5 komen de onderzoekers tot de conclusie dat controversiële thema’s op school niet mogen vermeden worden. Ze kunnen een hefboom zijn voor het bevorderen van sociale cohesie en identiteitsontwikkeling. (De controverse over controversiële onderwerpen in de klas)

In hoofdstuk 6 wordt het project ‘De democratische dialoog’ van de Erasmushogeschool besproken aan de hand van twee casussen. Het project wil via de methodiek van ‘socratische dialoog’ gevoelige discussies en conflicten in de klas ‘transformeren in een verrijkende leerervaring’. Perspectiefwissel blijkt te leiden tot een andere benadering van het probleem. (Controverse doorbreken in de klas)

Socialisatie en burgerschap staan, als één van de 3 pijlers van onderwijs, centraal in het 7de hoofdstuk. Burgerschapseducatie kan pas werken als de school ook een échte ‘oefenplaats wordt om zich democratische inzichten, houding en gedrag eigen te maken’. (burgerschapscultuur op school)

In de conclusie wordt de superdiversiteit als kans en uitdaging beschreven met de school als een plek die voor jongeren het verschil kan maken (sociale cohesie, burgerschap, mededogen, identiteitsontwikkeling…). (DEBEST en De Zinnekes)

Een andere leestip die bij dit boek aansluit, is het boek In Dialoog (in gesprek met Brusselse leerlingen).

Het MYRIAD-project, onderzoek naar mindfulness op school én mentale gezondheid

Op 12 juli 2022 werden de resultaten van het MYRIAD-project (MY Resilience In Adolescence) gepubliceerd. Het MYRIAD-project onderzocht hoe we de mentale gezondheid van jongeren (11-16 jaar) het beste kunnen ondersteunen. Meer specifiek werd gekeken hoe mindfulness-training op school een effectieve methodiek kan zijn om de mentale gezondheid bij jongeren te bevorderen. Bij het MYRIAD-project waren meer dan 28.000 kinderen, 650 leraren, 100 scholen betrokken.

De belangrijkste bevindingen…

  • Mentale gezondheid bij jongeren blijft een enorme uitdaging.
  • Mindfulness-training op school verbetert het schoolklimaat.
  • Een mindfulness-trainingsprogramma is niet effectiever dan andere programma’s voor het mentale welzijn van jongeren.
  • Jongeren zijn moeilijk te motiveren voor een gestructureerd mindfulness-programma.
  • De implementatie van mindfulness-training verloopt moeizaam op scholen.
  • De resultaten suggereren dat mindfulness-training voor sommige kinderen onder bepaalde omstandigheden zou kunnen werken.
  • Mindfulness-training heeft een positieve impact op leraren en leidt tot minder burn-out.

Het probleem van motivatie voor en implementatie van mindfulness, zijn zeker elementen die verder moeten onderzocht worden… of om het met de woorden van onderzoeker Mark Williams te zeggen: “The findings from MYRIAD show that the idea of mindfulness doesn’t help, it’s the practice that matters”.

Lees hier ook een genuanceerde analyse van Professor Katherine Weare en Ruth Ormston van The Mindfulness Initiative als duiding bij de soms toch wat éénzijdige berichtgeving in de media of luister naar deze podcast met één van de belangrijkste wetenschappers op dit grootschalige onderzoek, Willem Kuyken (“It’s complicated, it’s nuanced”). Ook in dit artikel met interviews met enkele sleutelfiguren uit het onderzoek, wordt het onderzoek gebruikt om naar de toekomst te kijken.

In dit twitterdraadje focust Willem Kuyken op enkele belangrijke lessen uit Myriad: (1) Social-emotional teaching must consider the wider context of social inequalities; (2) Interventions should articulate their proposed mechanisms of action, and state how the curriculum facilitates changes in mechanisms; en heel cruciaal is de derde les (3) Reach and student engagement are key. It does not matter how well designed an intervention is if it does not reach and engage young people.

Het MYRIAD-project werd uitgevoerd onder leiding van Mark Williams en Willem Kuyken van de University of Oxford, Sarah-Jayne Blakemore en Tim Dalgleish van de University of Cambridge. Je kan alle resultaten nalezen op de de MYRIAD-website (achtergronden, publicaties, samenvattingen,…).

Meer info over yoga, meditatie en mindfulness op school lees je hier.

Brussel zoekt stadsbekwame leerkrachten… én 10 voorstellen

In aanloop van de hoorzitting op 14 juli 2022 over een ‘doortastende aanpak van het lerarentekort’ (Vlaams Parlement), wil ik inzoomen op wat deze uitdaging voor het onderwijs in Brussel betekent.

AANVULLING december 2022: Ondertussen is de hoorzitting achter de rug en is het verslag beschikbaar. Je kan hier downloaden. In de hoorzitting waren volgende sprekers aan het woord: Lieven Boeve, directeur-generaal Katholiek Onderwijs Vlaanderen; Koen Pelleriaux, afgevaardigd bestuurder GO!; Walentina Cools, algemeen directeur OVSG; Griet Mathieu, directeur Provinciaal Onderwijs Vlaanderen; Marianne Coopman, algemeen secretaris COV; Nancy Libert, algemeen secretaris ACOD Onderwijs; Marnix Heyndrickx, voorzitter VSOA Onderwijs; Koen Van Kerkhoven, secretaris-generaal COCK.

Leerkrachtenverloop en leerkrachtentekort is een kenmerk van grootstedelijk onderwijs.  Deze uitdaging is voor Brussel niet nieuw en kwam eerder al in deze blog aan bod (bv. reeds in 2013).  Het voorbije schooljaar is het probleem echter zo groot geworden dat ook de kwaliteit van ons onderwijs onder druk komt te staan. 

De specifieke situatie van Brussel maakt het extra complex: ongeveer 90% van de leerkrachten in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel woont niet in Brussel; de stijging van het aantal leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs doet de vraag naar leerkrachten alleen maar toenemen; Brussel heeft heel veel jonge leerkrachten met beperkte ervaring; de grootstedelijke onderwijscontext daagt leerkrachten uit (meertaligheid, armoede, superdiversiteit); het grote tekort aan leerkrachten in Brussel verhoogt de druk bij de andere leerkrachten; het pendelen en de specifieke onderwijscontext hebben impact op een goed evenwicht tussen werk en privé;… Dit alles maakt de situatie in Brussel uniek.

Er werden en worden reeds heel wat waardevolle initiatieven genomen, die we onverminderd moeten verderzetten (zie oa hier). Maar als we duurzame oplossingen willen voor het onderwijs in Brussel, dan moeten we naast de vele maatregelen die vandaag reeds genomen worden ook nog extra sporen ontwikkelen. Hier alvast een aanzet…

  1. Studenten van de lerarenopleidingen beter voorbereiden op lesgeven in een grootstedelijke omgeving (oa superdiversiteit, armoede, meertaligheid,…).
  2. Het beleid rond zij-instromers verder uitbouwen en de overstap aantrekkelijk maken voor alle gemotiveerde en competente kandidaten (ongeacht hun anciënniteit).
  3. Starters in moeilijke onderwijscontexten niet onmiddellijk een volledige lesopdracht geven (percentage om zich verder te professionaliseren en in te werken in Urban Education).
  4. Leerkrachten die inspanningen leveren om in moeilijke onderwijscontexten aan de slag te gaan, extra belonen.
  5. Directies maximale vrijheid geven om een flexibel personeelsbeleid te voeren (door bv. gesubsidieerde personeelsuren om te zetten naar werkingsmiddelen) én meer zorg en ondersteuning voor directies.
  6. Concrete maatregelen ontwikkelen met het oog op werkbaar werk (voldoende werkplezier, goed evenwicht werk en privé, ontplooiings- en groeikansen, aanvaardbaar stressniveau).
  7. Scholen, leerkrachten en teams stimuleren en ondersteunen om meer samen te werken (ook netoverschrijdend).
  8. Opstarten van een opleiding onderwijsassistent.
  9. De brede maatschappelijke verantwoordelijkheid én inbreng ten aanzien van onderwijs verhogen (bv. inzetten van talent en expertise van buiten onderwijs, opnemen van ondersteunende taken,…).
  10. Inzetten op een positieve beeldvorming over onderwijs… het 10de voorstel van minister Weyts indachtig: “We moeten misschien minder focussen op negatieve zaken in ons onderwijs, maar eerder positieve zaken benadrukken.”

Spelen in stilte, mindfulness in de klas (leestip)

Het praktijkboekje “Spelen in stilte” van Irma Smegen uit 2017 verzamelt naast visie, achtergronden en onderzoeksresultaten ook 52 uitgewerkte mindfulnessoefeningen.

Het uitgangspunt van het boek is leerkrachten en kinderen helpen als het weleens “te veel, te vol, te snel en te druk” is. We krijgen op een schooldag heel wat prikkels te verwerken, staan onder spanning of stress. Mindfulness ontwikkelt vaardigheden om zich te “ontspannen, te concentreren én in balans te blijven”.

In relatie tot schoolsucces benoemt de auteur vanuit wetenschappelijk onderzoek drie elementen: focussen en verplaatsen van aandacht; activeren van concentratie en denkvermogen; openstaan voor nieuwe informatie. Meer informatie over onderzoeksresultaten over yoga, meditatie en mindfulness lees je hier.

In het praktijkgedeelte vind je als leerkracht tips om mindfulness te implementeren in de klaspraktijk en een reeks mindfulnessoefeningen met verschillende focussen: bv. ademhaling, bewegen, vriendelijke aandacht,… Alle oefeningen zijn uitgewerkt op maat van kinderen.

Meer en andere praktijkinformatie over yoga, meditatie en mindfulness op school en in de klas kan je hier lezen.

Onderwijsbeleid in Vlaanderen… het scholierenrapport

Wat vinden kinderen en jongeren van het Vlaamse onderwijsbeleid? Lees het in het scholierenrapport (juni 2022) van de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK).

Het rapport beoordeelt 5 thema’s en 5 competenties die belangrijk zijn voor een krachtig onderwijsbeleid.

Onderwijsthema’s

  • Inspraak van leerlingen: Scholieren zijn de gebruikers van onderwijs en ze vinden het dan ook vanzelfsprekend om betrokken te worden bij het nemen van beslissingen.
    • “Inspraak van leerlingen’ is jouw sterkste vak. Doe zo verder en haal zeker dat participatiedecreet eens vanonder het stof.”
  • Welbevinden: Scholieren zijn heel erg bezorgd over mentaal welzijn, pesten en grensoverschrijdend gedrag. 
    • “Een leerling die niet goed in z’n vel zit, kan je toch niets aanleren? Maak werk van een reddingsoperatie gericht op het welbevinden van scholieren.”
  • Is iedereen mee?: Scholieren willen een school waar er plaats is voor iedereen (geef voldoende aandacht aan vluchtelingen, leerlingen die opgroeien in armoede, het buitengewoon onderwijs en inclusie…).
    • “Beperk je niet enkel tot ‘leren op school’, maar besteed ook aandacht aan het ‘(samen)leven op school’. Stel jezelf de vraag “Is iedereen mee?”.
  • Sexy onderwijs: Scholieren willen onderwijs met voldoende en sterke leraren, met lesinhouden en lesmaterialen die mee zijn met hun tijd, met aandacht voor schoolstress…
    • “Focus het volgende schooljaar op de meest dringende zaken zoals het lerarentekort.”
  • Corona en zo: Scholieren beseffen dat het opvangen van crisissen niet makkelijk is en vinden het belangrijk dat er voldoende aandacht gaat naar de meest kwetsbare leerlingen.
    • “Al bij al heb je de storm toch goed doorstaan. Je bent steeds blijven vechten voor de meest kwetsbare leerlingen.”

Competenties

Om een sterk onderwijsbeleid te voeren, zijn volgende competenties cruciaal: kennis over jongeren, communicatief, crisismanagement, participatief en innovatief.  De scholieren verwachten extra inspanningen om de leefwereld van jongeren nog beter te leren kennen en om in de communicatie ook voldoende te luisteren.

Lees het volledige rapport hier. Doen!

Ook de VSK-adviezen uit 2016 en 2019 (Het Scholierenrapport en De Stem van de Scholieren) blijven waardevol en actueel!

Gelezen in 2022, deel 1

In de eerste helft van 2022 heb ik zo’n 32 boeken gelezen. Hieronder vind je mijn persoonlijke top 5.

  1. Peak Mind van Amishi Jha, over de interne en externe strijd voor onze aandacht (review op deze blog);
  2. The Kids van Hannah Lowe, gedichten van een Londense leerkracht over lesgeven en leren in de stad, sociale klassen, gender, racisme…; 
  3. How to teach an additional language? van Kris Van den Branden, over hedendaagse wetenschappelijke inzichten op het vlak ‘additional language acquisition’ (review op deze blog);
  4. Bijna alles wat je moet weten over psychologie van Pedro De Bruyckere, Casper Hulshof en Liese Missinne, met een actueel en toegankelijk overzicht van inzichten uit de psychologie (review op deze blog);
  5. Teamzorg is zelfzorg, werken in een gezonde schoolcultuur van Geertrui de Ruytter en Ann Martin (Reds.); over zelfzorg, teamzorg en de impact op onderwijskwaliteit.

Ook de 3 boeken van Harari hadden voor mij veel betekenis, vooral 21 lessons for 21th century: het antwoord op de grote uitdagingen in de wereld moet volgens Harari gezocht worden in het beter leren kennen van zichzelf als mens in alle dimensies… én wat is de rol van onderwijs hierin?

Link naar goodreads

How to teach an additional language? (leestip)

Het boek ‘How to teach an additional language?’ (2022) van Kris Van den Branden geeft een overzicht van de hedendaagse wetenschappelijke inzichten op het vlak van tweede- en vreemdetaalverwerving en introduceert een nieuw concept:additional language acquisition’. Kris doorbreekt in dit boek vooral het tegenstellingendebat en verbindt inzichten op basis van wetenschappelijk onderzoek.

Teaching an additional language is an amazing job. Through teaching an additional language, teachers play a vital role in their students’ dreams to discover new parts of the world, develop new knowledge, meet new people, and seize new opportunities.
Evidently, teaching an additional language is also a challenging job. One of the greatest challenges teachers face is to foster their students’ full engagement, and to do so for all of their students. That means they will have to find clever and research-based ways to fuel the intense interplay of motivation, emotion, and cognition that drives their students’ learning.

Uit de conclusie van How to Teach an Additional Language?

In het eerste, theoretische deel zijn er twee grote luiken: (1) de cognitieve aspecten en (2) de motivationele en affectieve aspecten van additionele taalverwerving.  In het tweede deel worden deze theoretische inzichten vertaald naar de onderwijspraktijk met modellen en voorbeelden voor de verschillende onderwijsniveaus: de 10 kernprincipes , het curriculum, de evaluatiepraktijk en implementatie van vernieuwingen voor additioneel taalonderwijs.

Cognitieve aspecten

In dit hoofdstuk komen oa volgende elementen aan bod: rijk en betekenisvol aanbod, productiekansen, de kracht van feedback, het belang van expliciete instructie, interactie en samenwerkend leren, correctieve feedback, strategieën aanleren, metacognitie, zelfregulering…

Motivationele en affectieve aspecten

Naast de zelfdeterminitatietheorie gaat het in dit deel ook over: belang en betekenis van taalleren, flow, angsten, emoties…  Dit alles wordt op het einde van het hoofdstuk geïntegreerd in een model.

Deze cognitieve, motivationele en affectieve aspecten vormen een samenhangend geheel.

10 kernprincipes

De 10 kernprincipes hier kort definiëren, zou afbreuk doen aan de complexiteit en de verschillende aspecten van elk principe.  Ik beperk me daarom tot ze te benoemen: Activate – Challenge – Connect – Recycle – Interact – Globalise – Assess – Diversify – Care – Excite.

In de verdere hoofdstukken wordt een brede, eigentijdse benadering van het curriculum voor taalonderwijs én een geïntegreerde kijk op de evaluatie van taalcompetenties beschreven.  Het laatste hoofdstuk biedt vanuit onderzoek ondersteunende inzichten over het ontwikkelen en implementeren van vernieuwingen in het taalonderwijs op school.

Enkele belangrijke inzichten voor mij waren:

  • de verwevenheid van de cognitieve, motivationele en affectieve aspecten van additioneel taalleren;
  • de integratie van expliciet en impliciet taalonderwijs;
  • de specificiteit van effectieve taaldidactiek voor additioneel taalonderwijs;
  • de plaats van taalvariëteiten, registers en translanguaging;
  • de samenhang van leren, evalueren en onderwijzen (evalueren is leren);
  • de wisselwerking tussen en belang van binnenschools en buitenschools taalleren;

Ik vond het fijn om het boek in het Engels te lezen.  Dit verplichtte me om langer stil te staan bij bepaalde concepten en inzichten.  Een Nederlandstalige versie zou wel een meerwaarde zijn om de rijke inhoud toegankelijk te maken en breder te verspreiden 😀.