Ruth Ozeki over meditatie…

De Amerikaans-Canadese Ruth Ozeki is één van mijn favoriete auteurs. Ze publiceerde reeds een 4-tal romans waaronder A Tale for the Time Being (2013) en The Book of Form and Emptiness (2021). Ze behandelt in haar boeken heel wat thema’s zoals sociale problemen, mentale gezondheid, verlies, milieu en klimaat, religie,…

A Tale for the Time Being is een verhaal vol tegenstellingen over een zestienjarig Japans-Amerikaans meisje dat via haar dagboek verbinding zoekt… met zichzelf.

Enkele citaten uit het boek…

Hi! My name is Nao and I am a time being. Do you know what a time being is? Well, if you give me a moment, I will tell you. A time being is someone who lives in time, and that means you, and me, and every one of us who is, or was, or ever will be.

But memories are time beings, too, like cherry blossoms or ginkgo leaves; for a while they are beautiful, and then they fade and die.

If you ask her when her birthday is, she says: ‘Hmm, I don’t really remember being born’. If you ask her how long she’s been alive, she says: ‘I’ve always been here as far as I remember’.

But in the time it takes to say now, now is already over. It’s already then.

Ozeki is sinds 2010 ook een zenboeddhistische priester. Het is dan ook niet te verwonderen dat meditatie regelmatig een plaats krijgt in haar romans. Een fragment uit A Tale for the Time Being (2013):

“First of all, you have to sit down, which you’re probably already doing. The traditional way is to sit on a zafu cushion on the floor with your legs crossed, but you can sit on a chair if you want to. The important thing is just to have good posture and not to slouch or lean on anything. Now you can put your hands in your lap and kind of stack them up, so that the back of your left hand is on the palm of your right hand, and your thumb tips come around and meet on top, making a little round circle. The place where your thumbs touch should line up with your bellybutton. Jiko says this way of holding your hands is called hokkai jo-in and it symbolizes the whole cosmic universe, which you are holding on your lap like a great big beautiful egg.

Next you just relax and hold really still and concentrate on your breathing. You don’t have to make a big deal about it. It’s not like you’re thinking about breathing, but you’re not not thinking about it either. It’s kind of like when you’re sitting on the beach and watching the waves lapping up on the sand or some little kids you don’t know, playing in the distance. You’re just noticing everything that’s going on, both inside you and outside you, including your breathing and the kids and the waves and the sand.

And that’s basically it. It sounds pretty simple, but when I first tried to do it, I got totally distracted by all my crazy thoughts and obsessions, and then my body started to itch and it felt like there were millipedes crawling all over me. When I explained this to Jiko, she told me to count my breaths like this: Breathe in, breathe out . . . one. Breathe in, breathe out . . . two. She said I should count like that up to ten, and when I got to ten, I could start over again at one. She says it’s totally natural for a person’s mind to think because that’s what minds are supposed to do, so when your mind wanders and gets tangled up in crazy thoughts, you don’t have to freak out. It’s no big deal. You just notice it’s happened and drop it, like whatever, and start again from the beginning One, two, three, etc. That’s all you have to do.

It doesn’t seem like such a great thing, but Jiko is sure that if you do it every day, your mind will wake up and you will develop your SUPAPAWA—! I’ve been pretty diligent so far, and once you get the hang of it, it’s not so hard. What I like is that when you return your mind to meditation, it feels like coming home. Maybe this isn’t a big deal for you, because you’ve always had a home, but for me, who never had a home except for Sunnyvale, which I lost, it’s a very big deal. Meditation is better than a home. Meditation is a home that you can’t ever lose.

Meditation probably wouldn’t cure me of all my syndromes and tendencies but it would teach me how not to be so obsessed with them.”

Life is fleeting!

Don’t waste a single moment of your precious life!

Wake up now!

And now!

And now!

Lees ook:

Yuval Noah Harari over meditatie…

Vorig jaar (2022) las ik 3 boeken van Harari waaronder 21 lessons for 21th century. In dit boek stelt hij dat het antwoord op de grote uitdagingen in de wereld moet gezocht worden in het beter leren kennen van zichzelf als mens in alle dimensies…

In deel 5 van dit boek, nam hij een hoofdstuk op over meditatie waar hij getuigt over zijn persoonlijke meditatiepraktijk en de plaats die meditatie zou moeten krijgen in onze zoektocht naar antwoorden.

Enkele fragmenten…

“Since that first course, in 2000, I began meditating for two hours every day. It is not an escape from reality. It is getting in touch with reality. Without the focus and clarity provided by this practice, I could not have written Sapiens or Homo Deus.

The first thing I learned by observing my breath was that notwithstanding all the books I had read and all the classes I had attended at university, I knew almost nothing about my mind and I had very little control over it. Despite my best efforts, I couldn’t observe the reality of my breath coming in and out of my nostrils for more than ten seconds before my mind wandered away in thoughts, memories and dreams. Serious meditation demands a tremendous amount of discipline.

I definitely don’t think that meditation is the magic solution, to all the world’s problems. To change the world, you need to act, and even more importantly, you need to organise.

When dealing with the mysteries of the human mind, we should regard meditation as an additional valuable tool in the scientific toolkit.”

Lees ook:

Een visie voor vandaag (leestip)

“Onderwijs is geen interventie op objecten, maar een ontmoeting tussen subjecten.”

Gert Biesta

In het boek Wereldgericht Onderwijs (2022), met de betekenisvolle ondertitel Een visie voor vandaag, werkt Gert Biesta verder op een aantal thema’s, die hij in zijn eerdere boeken en artikels al behandelde: onderwijs moet niet kindgericht, leerstofgericht of toekomstgericht zijn, maar moet werken vanuit een wereldgerichte oriëntatie (relatie met de wereld en ons gemeenschappelijk bestaan in de wereld).

Biesta kwam al eerder aan bod op deze blog. In 2015 bracht ik zijn boek The Beautiful Risk of Education onder de aandacht en in het bericht ‘De noden van kinderen en jongeren in de stad, moeten het pedagogisch project van elke Brusselse school kleuren!’ (2021) verwees ik ook door naar één van zijn artikels.

In Wereldgericht onderwijs benoemt Biesta nogmaals het doel van onderwijs en plaatst hij de leerling als subject centraal (hoofdstuk 1). Hij gaat op zoek naar de verhouding tussen samenleving en school en probeert de school (opnieuw) haar unieke plaats te geven (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 benadrukt hij om onderwijs niet te herleiden tot cultivering (vorming – doelen en uitkomst), maar ook een existentiële dimensie aan onderwijs toe te voegen (opvoeding – leerling als vrij, autonoom en verantwoordelijk subject). Biesta introduceerde in 2009 drie begrippen om de brede opdracht van onderwijs in beeld te brengen: kwalificatie, socialisatie en subjectificatie. In dit boek gaat hij vooral dieper in op het concept subjectificatie, waarbij hij het subject-zijn van de leerling voorop zet (hoofdstuk 4). Het moeilijke hoofdstuk 5 onderzoekt de verhouding tussen ‘het ik’ (subject) en objecten/fenomenen bij lesgeven en leren. Dit hoofdstuk besluit met een aantal inzichten (de ‘drie gaven van het lesgeven’): (1) gegeven worden waar je niet om hebt gevraagd (curriculum), (2) meegenomen worden voorbij de grenzen van je huidige begrip (didactiek) en (3) aangespoord worden om een zelf (‘ik’, ‘subject’) te zijn (pedagogiek). Het volgende hoofdstuk gaat hier verder op door en beschrijft leren en lesgeven als de leerkracht die de aandacht van de leerling stuurt (onderwijzen als vorm van wijzen). Het laatste hoofdstuk gaat dieper in op de betekenis van wereldgericht onderwijs en de plaats van lesgeven bij de ontmoeting van de leerling met de wereld.

“Op veel plekken in de wereld staat het onderwijs onder een niet-aflatende druk om te presteren, en de criteria voor welke prestaties tellen, worden meer en meer gedicteerd vanuit de wereldwijde onderwijsmeetindustrie (oa PISA).  Dit legt niet alleen een enorme druk op scholen, leraren en leerlingen, maar ook op beleidsmakers en politici, die allemaal gevangen lijken in een wereldwijde onderwijs-ratrace.  Er is een voortdurende paniek over de kwaliteit van het onderwijs, en die paniek genereert een onverzadigbare behoefte aan onderwijsverbetering, die lijkt af te stevenen op steeds beperktere definities van wat telt als onderwijs en wat telt in het onderwijs.  Een verrassende uitkomst van deze dynamiek is dat onderwijs meer en meer als deel van het probleem wordt gezien, en steeds minder als deel van de oplossing, met een hoge mate van ontevredenheid onder leerlingen, leraren, politici, de media en het publiek.” 

Uit hoofdstuk 2 “Wat voor samenleving heeft de school nodig?”

Doorheen het boek komen ook zijn eerdere standpunten opnieuw aan bod, zoals ‘learnification’, zijn kritiek op de impact van internationale toetsen of zijn kritiek op constructivistische leertheorieën.

Ook al is Biesta soms wat te moeilijk voor mij en ben ik het niet met alles eens, toch doet hij ons grondig nadenken over wat onderwijs kan en moet betekenen in een moderne samenleving. En dat is niet wat we er vandaag van maken…

Aandachtige betrokkenheid

Dr. Lisette Bastiaansen ontwikkelde een eigen en concrete vertaling van enkele inzichten van Biesta. Zij promoveerde in 2022 met het proefschrift Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding (met Biesta als promotor). Ze focust in haar onderzoek niet op de instrumentele kant van de relatie tussen leraar en leerling (impact van de relatie op prestaties), maar op de pedagogisch-relationele kant: “Bij het pedagogisch-relationele handelen van leraren gaat het in essentie over het uitnodigen, uitdagen en verleiden van leerlingen om verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en hun eigen handelen in de wereld. ’’ (School- en Klaspraktijk, jg 63 (1), 2022). Bij de invulling van dit concept, ontwikkelde ze 3 houdingen voor de leraar: aandachtig zijn, aanwezig zijn, betrokken zijn.

Ketten over meertaligheid…

Als onderwijs- of taalexpert, maar ook als burger hebben we vaak een uitgesproken mening als het gaat over meertaligheid bij kinderen en jongeren. Maar luisteren we voldoende naar hoe onze Brusselse kinderen en jongeren dit beleven? Ik verzamelde hieronder uitspraken over meertaligheid en eindig met een verhelderend filmpje (interview met Brusselse leerlingen) uit Brussel Vol Taal van Onderwijscentrum Brussel.

Interview met leerlingen Mater Dei Brussel in BRUZZ
  • “Thuis praten we Frans en Arabisch, en ik ken Nederlands en een klein beetje Engels.” – Tasnim (10) uit Koekelberg (2024, link)
  • “Ik zit op een Nederlandstalige school en ik krijg twee uur in de week Frans, maar ik vind Frans moeilijk en ik snap er niet veel van. Daardoor begin ik het niet leuk te vinden. Thuis spreek ik gewoon Nederlands, maar kinderen van mijn klas spreken thuis ook Frans. Daardoor is het veel gemakkelijker voor hen.” – Pien (10) uit Molenbeek (2024, link)
  • “Ik spreek Frans met mijn ouders, ik leer Engels en ik ga naar een Nederlandstalige school.” – Camille (10) uit Watermaal-Bosvoorde (2024, link)
  • “Ik spreek Portugees, Nederlands, een beetje Frans en Engels. Ik vind talen leren niet zo leuk maar ik doe het omdat ik een beroemde voetballer wil worden. Dan moet ik veel talen kennen.” – Elis (11) uit Schaarbeek (2024, link)
  • ‘Bijna al mijn vriendinnen zijn Franstalig. In Brussel leer je dat wel, omdat iedereen hier Frans praat. Ik spreek ook Engels. Ook wat West-Vlaams. Bij de zeescouts in De Panne.’ – Sophia (11) uit Schaarbeek (2024, link)
  • “Jouw school is al begonnen?
    – Ja, ik ben dit jaar naar een Franstalige school geswitcht.
    Dus je spreekt ook goed Frans. Welke taal spreek je het liefst?
    – Dat is moeilijk te zeggen, met mijn vriendinnen spreek ik Nederlands en met mijn familie Frans.” – Augustine (13) uit Schaarbeek (2024, link)
  • “Ik spreek Oekraïens en ook Russisch, Frans en een beetje Nederlands. Toen mijn mama jong was, leerde haar moeder haar Russisch, dat is dus ook haar moedertaal. Het is wel leuk om half Oekraïens te zijn. Als mensen op straat andere talen spreken, kan je ze ook verstaan. Ik heb vriendinnen op school en op de gym met wie ik Oekraïens of Russisch spreek.” – Nadège (12) uit Watermaal-Bosvoorde (2024, link)
  • «Thuis spreek ik Frans, op school Nederlands en ik leer nog Spaans en Engels. Met Duolingo. Dat doe ik elke avond. » – Lucy (9) uit Schaarbeek (2024, link)
  • « Ik spreek Nederlands, een klein beetje Frans en ik ken goed Engels omdat ik als kind te veel YouTube-­video’s heb gekeken. Mijn ouders kwamen erachter toen we in Taiwan waren. Ik was vier jaar oud en de serveerster vroeg ons in het Engels ‘Where do you come from?’ en ik antwoordde ‘Belgium’. Toen waren mijn ouders helemaal in shock, want ze wisten niet dat ik dat kon.» – Roos (13) uit Schaarbeek (2024, link)
  • « Wij spreken Nederlands, Arabisch, Engels en een beetje Frans. Ik wil later Spaans leren, want ik denk dat dat de vijf belangrijkste talen zijn. » – Ibrahim en Abdullah (11) uit Watermaal-Bosvoorde (2024, link)
  • « Ik spreek ook Engels, Frans, Hindi en nog twee andere Indiase talen. » – Dhriti uit Sint-Pieters-Woluwe (2024, link)
  • « Ik spreek Frans, Nederlands, Engels en ik leer Duits met Duolingo. Ik wil Duits leren omdat ik fan ben van de ploeg Borussia Dortmund. Duits is een makkelijke taal omdat het lijkt op het Nederlands. Als ik naar het middelbaar ga, wil ik Latijn leren. Met talen kun je met meer mensen communiceren. » – Yonas uit Schaarbeek (2024, link)
  • « Ik praat Deens, Nederlands en Frans tijdens mijn hobby’s. Ik spreek Deens met mijn papa. We gaan normaal twee keer per jaar naar Denemarken. De laatste tijd gaan we meer op bezoek, omdat mijn oma in een woonzorgcentrum zit. » – Emma uit Schaarbeek (2024, link)
  • « Ik zit in het laatste leerjaar van een Nederlandstalige school. Mijn grote broer zit op een Franstalige school, dat is heel moeilijk, want nu hebben we bijna nooit meer samen vakantie. Er zijn verschillende vakanties in dezelfde stad, ik vind dat heel raar. Mijn papa is van Frankrijk dus met hem spreek ik Frans, en met mijn mama spreek ik Nederlands. Mijn broer spreekt nu minder vaak Nederlands. Ik vrees dat ik mijn Nederlands verlies als ik naar een Franstalige school ga. Dat wil ik niet. » – Ana uit Anderlecht (2024, link)
  • « Je spreekt Nederlands, Frans en Arabisch. Ken je nog meer talen? Een beetje Engels. Vind je het leuk om talen te leren? Dat niet. Maar ik vind het belangrijk. Zonder communicatie kom je nergens. Als je meer talen spreekt, kun je met meer mensen praten. » – Mouad uit Neder-Over-Heembeek (2024, link)
  • « Nederlands is mijn moedertaal, maar met mijn mama spreek ik Italiaans en ik ken ook Frans. Het is leuk om meerdere talen te kunnen spreken, bijvoorbeeld om geheimpjes te vertellen tegen andere mensen die Italiaans spreken. Soms is het wel verwarrend. Mijn mama was lang op reis, en toen heb ik de hele tijd Nederlands gesproken. Toen ze terugkwam, wou ik Italiaans spreken met haar, maar dan mengde ik daar Franse woorden in. » – Odi uit Molenbeek (2024, link)
  • « Ik lees het liefst strips van Jommeke. Ik heb er ongeveer negentig, maar ik wil er nog veel meer. Ik lees ook graag de Smurfen en Spirou. – Dus je leest ook in het Frans. Welke talen spreek je allemaal? – Met papa spreek ik Roemeens, met mama Italiaans, op school Nederlands en bij dansen Frans. » – Lavinia uit Sint-Gillis (2024, link)
  • «Toen heb ik geleerd hoe je ‘trut’ zegt. Dat dat een scheldwoord is, wist ik niet. Ik ben Belg en Braziliaan, met Italiaanse en Marokkaanse grootouders. Ik spreek een beetje Spaans en Italiaans, maar vloeken doe ik in het Frans, Portugees en Engels. En nu ook in het Nederlands.» – Ilyana uit Anderlecht (2023, link)
  • « Mijn ouders hebben Franstalige vrienden en spreken Frans met elkaar. Mijn papa’s moedertaal is Nederlands, mijn mama is Chileens. We gaan elk jaar naar Chili, dit jaar gaan we met kerst. We hebben er veel familie. Spaans vind ik de mooiste taal. Ik vind het leuk om meerdere talen te spreken, maar soms is het wel ingewikkeld. Als ik met mijn mama spreek, zeg ik soms per ongeluk iets in het Nederlands.» – Elisa uit Schaarbeek (2023, link)
  • « Ik ken Engels, Frans en Nederlands. Ik spreek de drie talen met mijn vrienden, want sommigen komen uit Amerika, Frankrijk, Servië of Kroatië. De meesten ken ik via basket.» – Iannis uit Sint-Lambrechts-Woluwe (2023, link).
  • « Mijn vader is Franstalig, met mama spreek ik Nederlands. Soms is dat een beetje ingewikkeld. Ik krijg wiskundeles in het Nederlands, maar als papa mij helpt met huiswerk spreken we Frans. In mijn hoofd bereken ik dan alles in de ene taal, maar de oplossing moet ik vertalen waardoor het soms wat langer duurt of waardoor ik fouten maak. Maar er zijn ook veel voordelen: ik ben sterk tijdens de Franse les en in Brussel is het sowieso handig om tweetalig te zijn. » – Theo uit Ukkel (2023, link).
  • « Ik lees graag in het Frans. Eerst zat ik op een Franstalige school, maar ik ben veranderd en volg nu les in het Nederlands. In het begin begreep ik daar niets van, maar nu ken ik een taal extra. » – Charlize uit Laken (2023, link)
  • “Ik spreek Frans en een beetje Spaans. Ik heb geprobeerd om Russisch te leren, maar daar ben ik mee gestopt. Het alfabet is veel te moeilijk. Thuis praten we Portugees.” – Diego uit Evere (2023, link)
  • “Tweetalig zijn, is wel leuk. Engels is een goede taal om te kennen. Ik ken ook Frans, maar ik vind het echt niet fijn. Er zijn te veel regels.” – Heike uit Vorst (2023, link)
  • Je kan Arabisch praten. Welke talen spreek je nog? Riffijns (behoort tot de Berbertalen, red.), Nederlands, Engels, Frans en een beetje Spaans. Vind je het leuk om zoveel talen te spreken? Ja, de andere kinderen van mijn klas vinden dat wel uniek aan mij. Als ik later dokter ben en er zijn mensen die andere talen spreken, kan ik ook beter begrijpen wat ze nodig hebben.” – Lina uit Schaarbeek (2023, link)
  • “Ja, ik spreek en lees Frans en Nederlands. Dat komt door mijn moeder, die spreekt Frans, Nederlands, Engels, Arabisch en ik denk ook Spaans. Dat is wel handig in Brussel. Ze wil graag dat ik ook veel talen leer, daarom ga ik misschien Latijn studeren.” – Ismael uit Anderlecht (2022, link)
  • “Met mijn vader spreek ik Nederlands en met mijn moeder Spaans. Ze komt uit Mexico en daar spreken ze Spaans. Mijn ouders spreken Engels met elkaar, dus dat leer ik tegelijk ook.” – Elena uit Elsene (2022, link)
  • “Ik spreek drie talen: Nederlands, Frans en Spaans. Met mijn mama en papa spreek ik vooral Spaans (maar ook Frans), met mijn broer vooral Frans en met mijn zus eerder Nederlands of Spaans. Ik ga in het Nederlands naar school, dus met mijn vrienden spreek ik Nederlands. Ik voel mij het meest comfortabel in het Spaans.” – Aaron uit Anderlecht (2020, link)
  • “Ik luister in veel talen muziek eigenlijk. In het Arabisch, Engels, Frans, Nederlands, maar ook Japans! Ik ervaar meertalig zijn als iets positief en voel mij er ook wel zekerder door.” – Wassila uit Schaarbeek (2020, link)
  • “Ik spreek 4 talen. Nederlands, Frans, Pulaar en een beetje Engels door naar Engelse filmpjes te kijken. Er is geen specifieke taal aanwezig in mijn dromen, denk ik” – Adama uit Schaarbeek (2020, link)
  • “Het is echt geweldig om meertalig te zijn. Soms moet je op een knopje drukken in je hoofd en switchen naar een andere taal. Dat is soms een beetje lastig, maar het is echt fantastisch om te weten dat je gewoon twee talen kan spreken al van kleins af aan. Je leert  bij over de verschillende culturen en je amuseert je erbij. Ik zou deze geweldige talen voor geen geld van de wereld willen wissen uit mijn hoofd.” – Hana en Karen uit Schaarbeek (2020, link)

Meer over meertaligheid in het onderwijs in Brussel kom je te weten op de website Brussel Vol Taal en bekijk ook deze getuigenis van Brusselse jongeren over taal op school:

Klik op de foto om naar het filmpje te gaan

Caroline Pauwels over meditatie…

“Kinderen zijn vaak verwonderd. Waarom is de zee blauw? Waarom wordt het donker? Op een bepaald moment verliezen de meesten van ons die onbevangenheid. Alsof het vuur van de nieuwsgierigheid wordt gedoofd. En dat is jammer. Verwondering geeft het leven kleur en spoort ons aan om valse zekerheden in vraag te stellen…”

In haar prachtige boekje Ode aan de verwondering (2021) schrijft Caroline Pauwels (†, 2022) over meditatie het volgende:

“Leer jezelf kennen. Dat kan wellicht op veel manieren, maar misschien nog het eenvoudigst door regelmatig gewoon op een rustige plek te zitten, de ogen te sluiten, in en uit te ademen, je adem te volgen en je daar op te focussen. En als je je focus kwijtraakt en afgeleid wordt door gedachten die door je hoofd flitsen: gewoon vaststellen dat je wordt afgeleid en opnieuw focussen. En ademen. Nooit vergeten te ademen.

Noem dat meditatie, noem het diepe concentratie. Het gaat er om dat je probeert grip te krijgen op je gedachten, op wat er in je omgaat. Aan zichzelf overgelaten, heeft de geest de neiging om in alle richtingen te gaan, om zich te richten op kleine ergernissen en frustraties, om zichzelf vast te rijden in routineus gezeur. Door je te concentreren kan je leren controle te krijgen over je hoofd en laat je die ergernissen en frustraties niet langer de baas spelen over jou. Dan ontstaat er ruimte om je te verwonderen, om wat gewoon was weer als bijzonder te ervaren, om wat vaststaand leek in vraag te stellen.”

Lees ook:

De stadsleerkracht onder druk, burn-out en mindfulness.

Net voor de kerstvakantie las ik een artikel in BRUZZ over een recent VUB-onderzoek waaruit blijkt dat het risico op burn-out na corona verhoogde bij leerkrachten in Vlaanderen en Brussel. Bovendien ligt het risico bij Brusselse leerkrachten hoger dan in Vlaanderen en is ook de “stijging van de cijfers in Brussel forser”. Brussel kampt tegelijkertijd met een groot leerkrachtentekort en dit versterkt alleen maar de ongerustheid over deze cijfers. Onderzoeker Yanni Verhavert vindt dat er iets moet “veranderen aan de invulling van het beroep van leerkracht, oa meer autonomie en minder administratieve last”.

Ik vind het waardevol om hier even te verwijzen naar deelonderzoeken (Montero-Marin, Taylor, et al., 2021 én Kuyken et al., 2022) uit het grootschalige Myriad-project in de UK. De Myriad-onderzoekers stellen het volgende vast: Mindfulnesstraining (zowel via zelfstudie als onder leiding van een instructeur) kan het welzijn van leerkrachten verbeteren en vermindert stressgevoelens, angst, depressieve symptomen en burn-out bij leerkrachten. Deze training heeft ook een positieve impact op het schoolklimaat.

Ook al is het versterken van weerbaarheid en veerkracht bij leerkrachten via bijvoorbeeld mindfulness zinvol, het mag ons niet afleiden van de oorzaken en de structurele oplossingen… of zoals Andy Hargreaves en Dennis Shirley het verwoorden in hun boek Well-Being in Schools: “Notwithstanding the benefits of movements such as mindfulness and resilience, overinvesting our hopes in them can mean we stop looking outward at what’s causing problems in the first place.”

Lees het volledige onderzoek over burn-out bij leerkrachten hier.

Onderzoeken Myriad-project

An Experimental Study of Self Taught and Instructor-Led Mindfulness Program Formats on Acceptability, Effectiveness, and Mechanisms (Montero-Marin, Taylor, et al., 2021)

Effectiveness of universal school-based mindfulness training compared with normal school provision on teacher mental health and school climate: results of the MYRIAD cluster randomised controlled trial (Kuyken et al., 2022).

Lees ook:

Urban Education 2022, top 10!

In dit bericht blik ik even terug op mijn meest gelezen blogberichten in 2022.  Net als vorig jaar worden mijn berichten over yoga, meditatie, mindfulness veel gelezen. Ook klasmanagement blijft een belangrijk thema. De 7-delige reeks over Urban Education uit 2019 staat opnieuw hoog in de top 10. Het leerkrachtentekort tenslotte is een thema dat heel wat lezers raakt.

  1. Meditatie op school en in de klas? (1) (5 november 2021): deel 1 van een mini-reeks over yoga, meditatie en mindfulness op school en in de klas met concrete vertalingen naar de klaspraktijk.
  2. Meerwaarde van yoga, meditatie en mindfulness op school (21 juni 2021): een verkenning van de meerwaarde van yoga, meditatie en mindfulness op school (op basis van wetenschappelijk onderzoek).
  3. Gedrag is een curriculum” (13 oktober 2022): een kennismaking met het boek Regie in de Klas van Tom Bennett.
  4. Yoga, meditatie en mindfulness op school in de praktijk (21 juni 2022): een verzameling van bronnen om met yoga, meditatie en mindfulness op school aan de slag te gaan (praktijkboeken, lesmaterialen, websites,…).
  5. Onderwijs in Brussel is… urban education, de grootstedelijke context (1) (5 november 2019): deel 1 van een 7-delige reeks over Urban Education (ook in het Frans en het Engels)
  6. Onderwijs in Brussel is… “worstelen” met klasmanagement! (28 mei 2019): enkele basisinzichten over klasmanagement in een grootstedelijke context.
  7. Brussel zoekt stadsbekwame leerkrachten… én 10 voorstellen (12 juli 2022): over de aanpak van het leerkrachtentekort in Brussel en verslag van hoorzitting in Vlaams Parlement (14/7).
  8. De “warm demander”-leerkracht… (17 september 2020): over een warme leerkrachtenstijl én een veeleisende aanpak.
  9. Bronnen voor een goede ouderwerking in een grootstedelijke en meertalige context (4 november 2022): een selectie van boeken, websites en visieteksten die ondersteunend en inspirerend zijn voor een ouderwerking in een grootstedelijke en meertalige context. 
  10. Urban Education en zij-instromers (25 januari 2022): enkele getuigenissen over de meerwaarde van zij-instromers in grootstedelijk onderwijs.

Vergelijk met…

Dank voor je interesse! Fijn eindejaar.

Gelezen in 2022, deel 2

Eind juni gaf ik al even een stand van zaken met mijn persoonlijke top 5. Ik voeg hier vandaag nog graag 3 boeken aan toe:

1. A Tale for the Time Being van Ruth Ozeki (2 x gelezen 🙂 in 2022 ) is een verhaal vol tegenstellingen over een zestienjarig Japans-Amerikaans meisje dat via haar dagboek verbinding zoekt… (met oa volgende thema’s: tijd, pesten, welzijn, meditatie, migratie, klimaat,…)

“I am a time being. Do you know what a time being is? Well, if you give me a moment, I will tell you.A time being is someone who lives in time, and that means you, and me, and every one of us who is, or was, or ever will be.”

“But memories are time beings, too, like cherry blossoms or ginkgo leaves; for a while they are beautiful, and then they fade and die.”

“Life is fleeting. Don’t waste a single moment of your precious life. Wake up now! And now! And now!”

“But in the time it takes to say now, now is already over. It’s already then.”

Ruth Ozeki in A Tale for the Time Being (2013)

2. Regie in de Klas van Tom Bennett is een no-nonsense boek over klasmanagement: geen dure modellen, geen ingewikkelde processen, maar ontwikkeling van competenties, structuur, cultuur en waarden…

“Je goed gedragen is een combinatie van vaardigheden, competenties, gewoontes, neigingen, waarden en kennis. Deze kun je aanleren.”

Tom Bennett in Regie in de Klas (2022)

3. In Well-being in Schools houden Andy Hargreaves en Dennis Shirley een pleidooi voor meer welzijn op school en verbinden ze wetenschappelijke inzichten met een maatschappij- en onderwijsvisie… 

“Well-being has its own value. It is a complement to academic achievement. It helps develop well-rounded people who are also happy and fulfilled. It is a form of success in its own right.”

Andy Hargreaves en Dennis Shirley in Well-being in schools (2021)

Het volledig overzicht van de 56 boeken die ik in 2022 las (ongetwijfeld vergat ik er nog enkele te noteren), kan je hier raadplegen:

OCB en professionalisering van stadsleerkrachten

update maart 2023

In 2022 werd ik aangesteld in mijn derde mandaat als directeur van het Onderwijscentrum Brussel. Aan elk mandaat is ook een Management en Operationeel Plan (MOP) verbonden.

In het eerste managementplan (2010 – 2016) werd het ondersteuningsaanbod volwaardig uitgebouwd, een aantal nieuwe ondersteuningsinhouden werden opgenomen en de samenwerkingsverbanden werden structureel verankerd (SD1). Het expertiseluik ontwikkelde zich tot een essentieel onderdeel in de werking van het centrum (SD2). Ten slotte werd er ook geïnvesteerd in de uitstraling en vandaag wordt het Onderwijscentrum Brussel erkend als een kwaliteitsvol merk (SD3).

In het tweede managementplan (2016 – 2022) kreeg de verdere uitbouw van ondersteuning en vorming van scholen, brede scholen en speelpleinen heel wat aandacht met nieuwe inhouden en projecten (SD1). Het Onderwijscentrum Brussel zette in op structurele samenwerking en de uitbouw van zijn expertisecentrum met focus op onderzoek, ontwikkeling en expertisedeling (SD2 en SD3). Verder werd gewerkt aan een sterk communicatiebeleid en een efficiënte interne organisatie (SD4 en SD5).

Op 20 december 2022 werd het derde managementplan (2022 – 2028) door minister Sven Gatz goedgekeurd. In dit plan staan 10 strategische doelstellingen centraal:

  • De leerkracht maakt het verschil, zet in op het aantrekken en houden van voldoende leerkrachten en maakt werk van hun professionalisering als stadsleerkracht (SD1).
  • Onderwijs in de stad, gaat over expertise delen over Urban Education (SD2).
  • De schooltaal centraal, ontwikkelt taalkrachtig onderwijs Nederlands (SD3).
  • Meer taal op school, creëert ruimte voor de ontwikkeling van meertaligheid (SD4).
  • De cirkel doorbreken, wil het armoedebeleid op school ondersteunen(SD5).
  • De school(m)uren overstijgen, verbindt het leren met de omgeving (SD6).
  • Meer is niet altijd beter, gaat over prioriteiten bepalen en keuzes maken (SD7).
  • OCB maakt het verschil, focust op het verhogen van doelgerichtheid en impact (SD8).
  • Samen sterk, zet in op samenwerking en complementariteit (SD9).
  • Zorg voor medewerkers, wil aandacht hebben voor de draagkracht en flexibiliteit van de eigen medewerkers (SD10).

Hieronder vind je een powerpointvoorstelling over het derde managementplan en kan je het volledige plan ook lezen…

De kracht van brede school in Brussel én de hervorming…

Elke Van den Brandt geeft bij de begrotingsbesprekingen in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie toelichting bij de hervorming van de Brede School in Brussel (13 en 16 december 2022).  In het verslag staat het volgende:

Uitbreiding van de financiële middelen voor Brede School

“De middelen voor Brede School worden verhoogd. Er is een hervorming aan de gang. De collegevoorzitter hoopt die snel af te ronden, zodat de sector meer duidelijkheid krijgt. Meer dan 300 stakeholders werden betrokken bij het traject, er was overleg met de lokale besturen en de inrichtende machten, de coördinatoren, de ouders, de leerlingen, het middenveld en de adviesorganen. De stijging is nodig, verzekert de collegevoorzitter, omdat de middelen die Vlaanderen ter beschikking stelt, niet volstaan om de ambitie van de VGC te dekken. Zonder de bijkomende investering zou de Brede School moeten worden afgebouwd.”

Een netwerkmodel met een heldere opdracht

“De collegevoorzitter erkent dat het hervormingstraject tijd heeft gekost. Tijdens de covidpandemie hadden veel gesprekspartners te weinig energie om eraan te werken, maar de laatste tijd vlot het project goed. Scholen, coördinatoren, gemeenten en ouders zijn bevraagd. Uiteindelijk is er een veranderingstraject opgesteld met 7 actiepunten. Als er goed wordt doorgewerkt, kan het College dit jaar een finale beslissing bereiken. In die beslissing zal de opdracht van de Brede School worden toegelicht. Alle betrokkenen moeten duidelijk weten wat de verwachtingen zijn. De Brede School dient kinderen en jongeren kansen te bieden door kansarmoede te bestrijden. Het College gaat daarbij uit van een netwerkmodel, waarbij Brede Scholen een enveloppen-subsidie ontvangen los van het aantal leerlingen of scholen die ze bereiken. Het College wil hierin meer evenwicht brengen, de werking harmoniseren en de discussies over het werkgeverschap van de coördinatoren uitklaren.

Werkgeverschap

“Collegevoorzitter Elke Van den Brandt merkt op dat het de bedoeling is om ook daar (werkgeverschap) deze maand nog een beslissing over te nemen. Het gaat over een van de moeilijkste discussiepunten. Nu wordt er gewerkt met verschillende werkgevers. Op sommige plaatsen zijn het de gemeenten, op andere de school, de scholengroep of een gemeenschapscentrum. Er wordt hierover meer eenvormigheid gevraagd en die zal er ook komen. De gesprekken hierover verlopen constructief.”

Tijdspad

Het is de bedoeling om eind 2022 de beslissing te nemen die dan in 2023 geïmplementeerd wordt.”

En nog even enkele persoonlijke reflecties…

Het is belangrijk om de nodige tijd en zorg te besteden aan het ingewikkelde hervormingsproces van de Brede School in Brussel. Bovendien bestaat het risico dat een complex en rijk concept als brede school ofwel tot een deelaspect herleid wordt ofwel als passe-partout gebruikt wordt.  Belangen of structuren dreigen dan belangrijker te worden dan het kind, voor wie de brede school bedoeld is.  Door terug te gaan naar de onderbouw van het concept, kunnen we de effectiviteit van het bredeschoolverhaal bewaken: de leer- en ontwikkelingskansen van elk kind, van elke jongere! De Brusselse brede scholen slagen hier vandaag, dankzij de inzet van hun coördinatoren en netwerk, heel goed in. Het zal belangrijk zijn dat de hervorming van de Brusselse Brede Scholen dit ook voor ogen blijft houden.

De definitie zoals we die in Vlaanderen en Brussel hanteren is op dit vlak helder en biedt houvast:

  1. Kinderen en jongeren (én zeker die kinderen en jongeren is kwetsbare situaties) moeten extra kansen krijgen om zich te ontwikkelen (maximale ontwikkelingskansen: gezondheid, veiligheid, maatschappelijke participatie, talentontwikkeling en plezier, voorbereiding op de toekomst).
  2. Daarom moeten we hen de mogelijkheid bieden meer en andere leer- en leefervaringen op te doen (creëren van een brede leer- en leefomgeving: breed leren, verbreden en versterken).
  3. Door als school met goed gekozen actoren uit verschillende sectoren aan de slag te gaan, kan er gewerkt worden aan gezamenlijke doelgerichtheid in functie van het leren en de ontwikkeling van elk kind/jongere (breed samenwerkingsverband).

Zo eenvoudig is het.  In 2019 schreef ik mijn ideaalbeeld neer:

“De ideale brede school werkt niet alleen vanuit een gedeelde missie, maar zet ook in op een gezamenlijk aanbod, ontwikkeld vanuit een gezamenlijke doelgerichtheid, waarbij het kind of de jongere het enige uitgangspunt vormt:

  • leren, zorg, opvoeding, ontwikkeling, opvang en ontspanning vormen één samenhangend geheel;
  • kinderen en jongeren kunnen er leren, hangen en spelen, binnen en buiten de schooltijd, en krijgen kansen om hun competenties en talenten te ontdekken en te ontwikkelen;
  • begeleiders (leerkrachten, kinderverzorgsters, zorgleerkrachten, leerlingenbegeleiders, opvoeders, vrijwilligers, animatoren, ouders,…) vormen één team.

Van stadsleerkrachten kunnen we verwachten dat ze actief inzetten op breed leren.  De leeromgeving wordt écht rijk als dit kan gebeuren vanuit een structurele en systematische samenwerking met andere partners en sectoren.  Als er ingezet wordt op breed leren vanuit een gezamenlijke doelgerichtheid met verschillende sectoren, dan hebben we de werkelijke kracht van brede school bereikt!”

Lees op deze blog meer over Brede School in Brussel. Alle inzichten en expertise over Brede School in Brussel zijn verzameld in de ondersteuningstool brede school in Brussel.