Starten met yoga, meditatie en mindfulness op school?

Yoga, meditatie en mindfulness op school kan een middel zijn om doelen te realiseren of te ondersteunen (zie ook Rapport Brinckman). Als we kijken naar de meerwaarde voor kinderen en jongeren, dan zien we mogelijkheden om yoga, meditatie en mindfulness in te zetten als een interessante ‘tool’ op school en in de klas (zie onderaan dit bericht ‘mogelijke effecten’). Maar yoga, meditatie en mindfulness mag ook een plaats krijgen in ons leren en leven omdat we er ons goed bij voelen, geen doel, geen middel. Lees hierover ook ‘Well-Being in schools’.

Het is sowieso niet evident om yoga, meditatie of mindfulness succesvol te implementeren, zeker niet op grote schaal. Bovendien zullen niet alle leerlingen er baat bij hebben. Dit blijkt oa uit het uitgebreide MYRIAD-onderzoek.

Een yoga, meditatie en/of mindfulnesspraktijk opstarten op school?

Ik zou hier heel wat modellen, strategieën en methodieken over verandering en organisatieontwikkeling de revue kunnen laten passeren.   Maar laten we het eenvoudig houden.  Ik laat me hierbij inspireren door het boekje ‘Hoe krijg je ze mee?’ van Annemarie Mars. 

Een succesvolle verandering is een verandering die alle betrokkenen (leerkrachten, ouders en leerlingen) inspireert en verbindt.  Verbinding betekent dat de verandering en het doel van de verandering voor iedereen helder is, dat iedereen voldoende bekwaam is om ernaar te handelen en zich verantwoordelijk voelt binnen zijn eigen rol. 

Je kan in zo’n veranderingsproces gebruik maken van vijf krachten: urgentie, ambitie, planning, interactie en leiderschap.

Urgentie

Vaak start verandering vanuit een verlangen of een verplichting.  Je bent zelf geïnspireerd door yoga en je wil dit op school uitdragen, of het schoolbestuur beslist om aan de slag te gaan met yogaworkshops in de naschoolse opvang.  Het is echter krachtiger om een verandering te enten op een urgentie, een probleem, een gedeelde uitdaging in de werking.  Je stelt vast dat leerlingen vaak onrustig zijn in de klas, er zijn spanningen op de speelplaats, de leerkrachten ervaren stress, je merkt dat de kleuters worstelen met hun eigen lichaam,… 

Ambitie

De tweede kracht, ambitie, stelt resultaten voorop.  Je geeft vooraf aan wat het resultaat van de verandering zou moeten zijn bij jezelf en bij je leerlingen: bijvoorbeeld minder stress bij leerkrachten, beter klasmanagement, versterkte aandacht bij de leerlingen, groter lichaamsbewustzijn en lichaamscontrole,…  Deze ambitie mag inspirerend en concreet zijn. Het effect dat de verandering creëert, staat centraal.   

Planning

Planning is de volgende kracht.  Planning vertaalt de ambitie in een aantal stappen en strategieën. In deze stappen is er ruimte om kennis te verwerven over yoga (kennen), yogapraktijken uit te proberen (kunnen) en overtuigd en gemotiveerd te geraken over het belang van yoga voor jezelf en de leerlingen (willen). Daarna volgt de geleidelijke implementatie…

Interactie

Interactie is een heel centrale kracht in het proces en is veel meer dan communicatie.  Via interactie laat je iedereen meewerken en meedenken (leerkrachten, leerlingen en ouders).  Je laat ruimte voor vragen, twijfels, frustratie over de zin en onzin van yoga, meditatie of mindfulness en je gaat met deze gevoelens, ideeën en overtuigingen aan de slag.  Je investeert ook in waardering, feedback en enthousiasmeren bij elke stap die genomen wordt. 

Leiderschap

Tenslotte is er nog leiderschap.  De kracht van leiderschap is de verbinding met de verandering belichamen.  De leider draagt de verandering uit, maar durft ook twijfelen, vragen stellen en heeft het soms moeilijk. Hij/zij ontwikkelt zelf een yoga, meditatie en mindfulnesspraktijk en praat hier eerlijk en open over. Op die manier vervult de leider een geloofwaardige en inspirerende rol. 

Het creëren van draagvlak…

Besteed voldoende tijd aan informeren, sensibiliseren en reflecteren

Het is belangrijk om informerende en sensibiliserende stappen te nemen met het schoolteam, leerlingen en ouders.  Voorbereidend leesmateriaal of het samen bekijken van een (animatie)film kunnen hierbij helpen. Er is op dit vlak heel wat (online) materiaal beschikbaar. 

De 30-minuten durende documentaire “The Science behind Yoga” (in het ENG) met oa wetenschappers Sat Bir Khalsa, Mithu Storoni en Michael de Manincor, is een voorbeeld van zo’n interessant vertrekpunt voor het schoolteam. 

Een verkennende yogaworkshop met een lokale partner, is een fijne ervaring voor de leerkrachten en/of leerlingen (bv. op een teambuilding; tijdens een sportdag met de leerlingen;…).

Het no-nonsense meditatie en yogaboek laat je kennismaken met yoga, meditatie en mindfulness (zie Over hoe yoga je mentaal en fysiek kan versterken).

De boeken Happy Teachers change the world of Implementing Mindfulness in schools, bieden reeds een concrete houvast om met yoga, meditatie en mindfulness aan de slag te gaan op je school.

Neem je tijd!

Ik wil eindigen met een boodschap van Thich Nhat Hanh: hoe belangrijk hij yoga, meditatie en mindfulness binnen onderwijs ook vond, hij waarschuwde om niet overhaast te werk te gaan:

“As we learn to enjoy our own mindfulness practice, it is tempting to think how desirable it would be to share it with our colleagues. There is no need to hurry. Enthousiastically sharing mindfulness with colleagues who currently have no interest, is likely to demotivate them.”

Een algemene en grootschalige invoering van yoga, meditatie en mindfulness in onderwijs, is geen goed idee (zie Myriad). Dit betekent echter niet dat een gerichte, lokale implementatie geen meerwaarde kan hebben (zie bijvoorbeeld yoga en transities) én effecten kan genereren op één of meerdere van onderstaande aspecten. Professor Willem Kuyken ziet op dit moment vooral mogelijkheden in (1) het creëren van een schoolcultuur waar aandacht voor mentaal welzijn deel uitmaakt van de reguliere werking en (2) het co-creëren van een yoga-, meditatie- en/of mindfulness werking samen met de leerlingen.

***

Bijlage de effecten van yoga, meditatie en mindfulness bij leerlingen en in de klas

Deze aangetoonde effecten kunnen helpen om voor de school de urgentie af te bakenen. Welke uitdaging willen we op school met yoga, meditatie en mindfulness aanpakken?

Yoga, meditatie en mindfulness en de mogelijke effecten bij leerlingen
  • Leert omgaan met angst en stress.
  • Helpt bewuster omgaan met emoties.
  • Bevordert de veerkracht.
  • Stimuleert het positieve zelfbeeld.
  • Versterkt het lichaamsbesef.
  • Bevordert kracht en flexibiliteit.
  • Verhoogt concentratie, aandacht en focus.
  • Brengt rust in het lichaam en het denken.
  • Vergroot de creativiteit.
  • Verhoogt de empathie.
Yoga, meditatie en mindfulness en de mogelijke effecten in de klas
  • Zorgt voor verbinding tussen leerlingen.
  • Houdt leerlingen in het hier en nu
  • Vermindert angst, stress bij leerlingen
  • Verhoogt de aandacht/concentratie in de les
  • Traint de sociaal-emotionele vaardigheden.
  • Versterkt het zelfbewustzijn.
  • Verbetert cognitieve en executieve functies.

Meer info: Meerwaarde van yoga, meditatie en mindfulness op school!

Inspirerende schoolbezoeken in Brusselse scholen, deel 1

Verbinding houden met scholen en directies, is cruciaal om richting te kunnen geven aan het Onderwijscentrum Brussel. Daarom probeer ik regelmatig scholen te bezoeken en de directie te ontmoeten op zijn/haar werkplek.

Een onderwerp dat in elk gesprek aan bod komt, is het leerkrachtentekort. Brusselse schoolteams en directies zijn heel creatief, inventief en ook bereid om extra inspanningen te leveren. Hun zorg en engagement voor de leerlingen is groot! Met het Onderwijscentrum Brussel verzamelden we in dit overzicht de creatieve aanpak van Brusselse scholen.

Van elk bezoek zou ik een rijk en boeiend verslag kunnen schrijven, maar ik beperk me hier per school tot één element waarmee ik aan de slag wil gaan… (deel 1: Don Bosco, Leo XIII, Mariaschool).

Don Bosco – Sint-Pieters-Woluwe

Dankzij oa de VGC zijn er voor Brusselse scholen heel wat ondersteunende partners. Het is belangrijk dat deze extra mogelijkheden zo efficiënt mogelijk bijdragen aan de opdracht en uitdagingen van ons Brussels onderwijs. Dit betekent nabij en op maat van de scholen werken!

LEO XIII – Neder-Over-Heembeek

Scholen hebben soms heel veel ervaring en expertise opgebouwd. We maken hier te weinig gebruik van om elkaar te ondersteunen en te inspireren. OCB kan vanuit haar brede aanwezigheid in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel nog meer inzetten op het delen van deze expertise en goede praktijken, en het faciliteren van doelgerichte uitwisseling.

MARIASCHOOL – Schaarbeek

Naast het schoolteam en de vele partnerorganisaties hebben ook de ouders een belangrijke rol in en rondom de school. Een succcesvolle leerloopbaan voor elke leerling, kan pas slagen door – vanuit wederzijds vertrouwen – in te zetten op een goede communicatie en samenwerking tussen school, ouders en partners.

Lees ook:

Wordt vervolgd…

Het verhaal van onderwijsbegeleiding in Brussel vanaf 1989 (longread)

Dit blogbericht over onderwijsbegeleiding in Brussel, is beperkt tot Brusselspecifieke organisaties met een expliciete opdracht op het vlak van professionalisering van Brusselse leerkrachtenteams. De reguliere Vlaamse onderwijspartners komen hier dus niet aan bod (pedagogische begeleidingsdiensten, centra voor leerlingenbegeleiding, leersteunnetwerken, inrichtende machten). Ook heel wat andere Brusselse organisaties en initiatieven met een belangrijke rol ten aanzien van het Nederlandstalig onderwijs, werden niet opgenomen (bv. KOCB, BOCO, Foyer, Ligo Brusselleer, Huis van het Nederlands, Kans, Abrusco, Connect,…).

Het begon allemaal in 1989 of misschien zelfs nog wat vroeger…

Vóór 1989…

In 1967 werd het Vlaams Onderwijscentrum (VOC) in Brussel opgericht met als opdracht het Nederlandstalig onderwijs te promoten en te verdedigen. Het VOC was een initiatief van oa de Antwerpse burgemeester Craeybeckx, die samen met vele andere burgemeesters, bezorgd was over de situatie van de Nederlandse taal in Brussel. Gijs Garré zorgde voor de dagelijkse leiding.

De Nederlandse Cultuurcommissie (NCC) en daarna de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) namen geleidelijk de taken van het VOC over, dat in 2002 ophield te bestaan. Het Vlaams Onderwijscentrum zorgde voor informatie over en promotie van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel (bv.  Gids voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel; affichecampagnes), én voor ondersteuning van de kwaliteit van het onderwijs (bv. pedagogische uitstappen, wetenschappelijk onderzoek, nascholing). Deze kwaliteitsondersteuning werd geleidelijk overgenomen door de VGC via de opstart van verschillende onderwijsondersteunende diensten.

(Lees ook: “50 jaar geleden, het Vlaams Onderwijscentrum”)

1989, de opstart van onderwijsondersteuning

Taalvaart

In 1989 startte de VGC met een kleinschalig logopedieproject Taalvaart onder leiding van Rita Postel. Twee halftijdse logopedisten gingen aan de slag in de derde kleuterklas van 6 scholen. Hun werking bestond uit het geven van taaltherapie aan de anderstalige leerlingen. Daarnaast namen ze ook een ondersteunende rol op in het schoolteam (informeren van schoolteams over meertalige taalontwikkeling, sensibiliseringsactiviteiten voor het Nederlands, kindbesprekingen,…). Het project groeide in de eerste helft van de jaren ’90 snel tot een team van een 30-tal medewerkers in een 40-tal scholen. De werking werd ook uitgebreid naar de tweede kleuterklas en de eerste graad van het lager onderwijs. Taalvaart maakte gebruik van de Taaltest voor Kinderen (TvK) om de vooruitgang van de leerlingen te meten. Uit de resultaten bleek dat het mogelijk was om in één schooljaar zes maanden taalachterstand in te halen.

BITS²

Het VGC-project BITS² (Brusselse Impuls voor Technologie en Software op School) startte in 1995 onder leiding van Bart Vandecasteele een werking op met 3 medewerkers (germanist, romanist en informaticus) om secundaire scholen te ondersteunen in het educatieve gebruik van nieuwe media in het taalonderwijs. Via Bits² kregen Brusselse scholen meer computers ter beschikking op school en leerden leerkrachten digitale middelen in te zetten voor de versterking van het taalonderwijs. Er werd ook een online platform opgericht (Bopotheek) met lesmaterialen. De werking werd later uitgebreid naar het basisonderwijs en sterker gekoppeld aan de werking van de andere onderwijsondersteunende partners.

Nascholingscentrum Brussel

Het Nascholingscentrum Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw werd in 1997 opgericht in de schoot van het VOC en bood vormingen aan voor Brusselse leraren en directies. Het centrum werkte met een kleine ploeg van 3 medewerkers onder leiding van Werner Schrauwen. De focus van het aanbod was gericht op ‘onderwijzen aan en leren in taalheterogene groepen’ en ‘omgaan met culturele en sociale diversiteit’ binnen de meertalige en multiculturele context van de hoofdstad. Het Nascholingscentrum nam ook een belangrijke rol op in de ontwikkeling van lokale taalbeleidsplannen. Binnen het Nascholingscentrum Brussel werd in 2005 ook een leermiddelencentrum uitgebouwd, dat later de Onderwijsbibliotheek van het Onderwijscentrum Brussel werd.

Schoolopbouwwerk Brussel

De vzw Schoolopbouwwerk Brussel werd opgericht in december 2003 onder leiding van Lief Vandevoort met een 15-tal medewerkers. De vzw was ontstaan uit de samensmelting van vijf eerdere schoolopbouwwerkorganisaties (verbonden aan een gemeente of een onderwijsnet).   Via de methode van het opbouwwerk (met prioritaire aandacht voor sociaal of cultureel achtergestelde groepen) werden ouders en schoolteams ondersteund rond belangrijke onderwijsthema’s.  Vanuit ervaring enerzijds en onderzoek anderzijds bouwde SOW Brussel aan een ondersteunend werkkader onder de naam “De 7 dimensies van ouderbetrokkenheid”, dat later ook door andere organisaties werd overgenomen.

Voorrangsbeleid Brussel

Samen met de Vlaamse Gemeenschapscommissie richtte de Vlaamse Gemeenschap in 2000 de vzw Voorrangsbeleid Brussel (VBB) op, onder leiding van Magda Deckers. VBB begeleidde met 7 begeleiders en vanaf 2004 met 15 begeleiders alle Nederlandstalige basisscholen in Brussel op het gebied van taalvaardigheidsonderwijs, efficiënt omgaan met diversiteit en differentiatie, samenwerken met ouders en samenwerken met andere onderwijspartners. Een VBB-begeleider begeleidde gemiddeld een honderdtal leerkrachten individueel of in groep. De directies werden ook betrokken in het professionaliseringsproces (directiedagen). In het kader van de professionalisering werd ook ingezet op de ontwikkeling en het aanbieden van kwaliteitvolle lesmaterialen (oa taalmethode Totemtaal, leesslang, Minimaal Maxitaal,…). VBB had ook de belangrijke opdracht om de stroomlijning van de Brusselse onderwijspartners te realiseren (zie verder). De werking van VBB werd wetenschappelijk opgevolgd (zie oa Syntheserapport, 2009).

BROSO

Broso, het Brussels Ondersteuningscentrum Secundair Onderwijs vzw werd in 2005 opgericht als netoverschrijdende structuur met een netgebonden werking, onder de leiding van Helga De Braeckeleer. De 6 begeleiders van Broso ontwikkelden een aanbod- en vraaggestuurde begeleiding rond taalbeleid op maat van hun onderwijsnet. Ze introduceerden ook de systematische afname van taaltoetsen (Diataal).


2002, stroomlijning van de Brusselse onderwijspartners

Vanaf 2002 kwam onderwijsondersteuning in Brussel in een nieuwe beweging terecht. In het kader van haar opdracht ‘stroomlijning van de Brusselse onderwijspartners’, startte Magda Deckers (VBB) een hervormingsproces op.

Taalvaart evolueerde in 2002 van een kindgerichte werking naar een leerkrachtgerichte ondersteuning voor het basisonderwijs. Deze vernieuwde Taalvaartwerking was complementair aan de werking van VBB. In 2006 ontwikkelde Taalvaart een Zomerschool voor anderstalige nieuwkomers, die vandaag nog steeds wordt georganiseerd onder de nieuwe naam Talentboost. In 2007 werd de werking van Taalvaart uitgebreid naar het buitengewoon basisonderwijs. In het zelfde jaar werd in de schoot van Taalvaart ook een nieuwe dienst uitgebouwd ter ondersteuning van de kwaliteit in de kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. Deze dienst werd twee jaar later verankerd binnen de entiteit Gezin van de VGC (Opgroeien in Brussel).

In 2003 werden de verschillende schoolopbouwwerkorganisaties geïntegreerd tot één vzw. De werking van het nieuwe Schoolopbouwwerk zette in op de ontwikkeling van een ouderbeleid in het basis- en secundair onderwijs.

De werking van het Bits² werd vanaf 2004 gekoppeld aan de werking van Taalvaart met als focus de inzet van ICT als middel in een krachtige taalleeromgeving.

De verschillende partners behielden hun eigen structuur en werking, maar gingen in grotere complementariteit samenwerken.

In 2007 was er een Ronde Tafelconferentie over het onderwijs in Brussel (een initiatief van Vlaams minister Frank Vandenbroucke en Brussels minister Guy Vanhengel) met als één van de thema’s “de toekomst over onderwijsbegeleiding in Brussel”. Op deze conferentie werd beslist dat de Brusselse onderwijspartners (Taalvaart, Bits², Schoolopbouwwerk Brussel, Nascholingscentrum Brussel, BROSO en Voorrangsbeleid Brussel), moesten opgaan in één werking.

Dit werd gerealiseerd in 2008 met de oprichting van het Onderwijscentrum Brussel als operationele dienst binnen de VGC-administratie (vanaf dan gevestigd in het Huis van het Onderwijs in de Marcqstraat). Na 2008 werd ook de werking in het secundair onderwijs binnen het OCB geleidelijk uitgebouwd.

Na een oriëntatienota in 2010 werd beslist om Broso niet mee te nemen in het integratieverhaal. Broso werd later opgenomen binnen de netgebonden begeleiding. Het volledige integratieproces werd gefinaliseerd in 2015 met de stopzetting van Voorrangsbeleid Brussel en de overname van de vzw Walala (2016). De middelen van VBB werden verdeeld onder het OCB en de pedagogische begeleidingsdiensten. Op dat moment werd er ook voor de eerste keer een samenwerkingsprotocol afgesloten tussen OCB en de pedagogische begeleidingsdiensten. Dat protocol werd in 2022 geactualiseerd.

Vanaf 2008 ontwikkelde het onderwijscentrum Brussel zich verder op maat van het gevoerde VGC-onderwijsbeleid enerzijds en de actuele Brusselse onderwijsnoden anderzijds. Je kan dit nalezen in de drie managementplannen van het OCB (2010, 2016, 2022). Enkele impactvolle initiatieven in die periode waren de uitbouw van een interne studiedienst, de ontwikkeling en ondersteuning van Brede School (vanaf 2010) en de ondersteuning van de VGC-speelpleinen (vanaf 2014). Vanaf 2019 werden de concepten ‘Urban Education’ en ‘opleiding en ondersteuning van stadsleerkrachten’ geïntroduceerd als pijlers van de werking. De centrale thema’s in de werking werden: taalonderwijs; omgaan met meertaligheid; ouderbetrokkenheid; breed leren; omgaan met armoede; leer-, klas- en schoolklimaat en transities.

Het OCB blijft ook streven naar een goede complementaire samenwerking met alle onderwijspartners.

In overleg met de volksvertegenwoordigers…

De onderwijsondersteunende diensten kregen regelmatig de kans om in overleg te gaan met de Brusselse en/of Vlaamse volksvertegenwoordigers. In de verslagen van deze momenten kan je heel wat aanvullende informatie lezen over de ontwikkeling en evolutie van onderwijsondersteuning in Brussel.

  • 2004, Hoorzitting Voorrangsbeleid Brussel (Vlaams parlement en Raad VGC): Evaluatie VBB, eindverslag 2004. – link
  • 2006, Hoorzitting Brusselse onderwijspartners (Vlaams parlement en Raad VGC): Onderwijsondersteuning van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. – link
  • 2010, Hoorzitting Vlaamse Rand (Vlaams parlement): De aanpak van onderwijsondersteuning in Brussel, een voorbeeld voor de Vlaamse rand? – link
  • 2010, Bezoek van de commissie onderwijs (Raad VGC): Studiebezoek aan het OCB. – link
  • 2011, Gedachtewisseling van de commissie onderwijs (Vlaams parlement en Raad VGC): Syntheserapport van 8 jaar evaluatieonderzoek van Voorrangsbeleid Brussel (VBB). – link
  • 2015, Bezoek van de commissie onderwijs (Raad VGC): Overzicht van de werking van het OCB. – link
  • 2020, Bezoek van de commissie onderwijs (Raad VGC): Werken aan Taalbeleid in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. – link
  • 2020, Hoorzitting van de commissie onderwijs (Vlaams parlement): Het leerkrachtentekort. – link
  • 2021, Hoorzitting van de commissie onderwijs (Raad VGC): Nieuwe accenten/realisaties in de werking van het Onderwijscentrum Brussel. – link

Uit het jaarverslag van de VGC-Raad 2011

Bronnen

  • Niet-gepubliceerde interne documenten, verslagen, presentaties,… van de onderwijsondersteunende partners (Taalvaart, Bits², Schoolopbouwwerk Brussel, Nascholingscentrum Brussel, BROSO, en Voorrangsbeleid Brussel)
  • Beleidsdocumenten (beleidsverklaringen, beleidsnota’s, hoorzittingen,…)
  • Discussienota Taalverwerving in het Nederlandstalig basisonderwijs te Brussel (Raad VGC, ingediend door Sven GATZ, 24 januari 1996) – link
  • Rapport van de Ronde Tafelconferentie over het onderwijs in Brussel (VG en VGC, 2007) – link
  • Onderwijsidioticon (VGC, 2008, Bart Vandecasteele)
  • Onderwijsspiegel (onderwijsinpectie, 2015) – link
  • Samenwerkingsprotocol Onderwijscentrum Brussel en de pedagogische begeleidingsdiensten (2022) – link
  • Managementplannen OCB – link
  • Beleidsaanbevelingen voor de ondersteuning voor het Brussels Nederlandstalig onderwijs – synthese van acht jaar evaluatieonderzoek van het Voorrangsbeleid Brussel 2001 – 2008 (Centrum voor Taal en Onderwijs, 2009)
  • Van kabas tot rugzak, 200 jaar Nederlandstalig onderwijs in Brussel, AMVB, 2021
  • Guido François, Kracht van verbinding, 2022
  • Enkele persartikels:

De kracht van een “interne” schoolbegeleider (leestip)

Een interne schoolbegeleider kan ook extern zijn. De unieke begeleidingsaanpak van het Onderwijscentrum Brussel (OCB) sluit heel nauw aan bij het concept van een interne schoolbegeleider zoals in Nederland gehanteerd wordt (ook al is een OCB-onderwijsondersteuner extern). Tegelijkertijd creëert het ‘extern zijn’ andere mogelijkheden: afstand nemen; schooloverstijgende professionaliserings- en uitwisselingskansen voor de begeleider (onderwijsinhouden, begeleidingsstrategisch); ontwikkeling van visie, methodieken, materialen en concepten; centrale aansturing;…

In het boek “De 10 principes van de intern begeleider” (Luc F. Greven, 2022) worden 10 sterke krachten naar voren geschoven, die heel nauw aansluiten bij wat wij in OCB belangrijk vinden.

De schoolbegeleider…
1. werkt in lijn met de visie van de school, draagt bij aan het realiseren van die visie en stimuleert anderen dat te doen.

Een visie moet de school in beweging brengen in de gewenste richting.

2. draagt bij aan een rijkere leeromgeving voor de leraar.

De intern begeleider organiseert het leren door leraren bij elkaar te brengen.

3. hanteert het leren van de leraar als primair aangrijpingspunt om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

De lerende leraar maakt het verschil in de lerende school.

4. behandelt het schoolteam niet als een peloton, maar als een orkest.

De intern begeleider laat de kracht van verschillen het werk doen.

5. behandelt de leraar als een full professional partner.

De intern begeleider gaat uit van hoge verwachtingen, verbindt, faciliteert en coacht.

6. versterkt het kennis-/leernetwerk in de school.

De intern begeleider maakt zijn/haar rol maximaal overbodig.

7. voorkomt problemen met leerlingen.

Het morele kompas moet primair gericht zijn op het voorkomen van problemen.

8. vormt een tandem met de schoolleider, maar is vooral activerend lid van een lerend schoolteam.

De intern begeleider benut ten volle de complementariteit van competenties.

9. bewaakt de professionele ruimte van de leraar.

De intern begeleider stimuleert en ontwikkelt de unieke kracht in elke leraar, ten dienste van de ontwikkeling van de leerlingen.

10. is er (op de plek en het moment dat het moeilijk wordt).

De intern begeleider is er: authentiek, ontvankelijk én nuttig!

In het boek worden de verschillende rollen van de intern begeleider opgesomd (expert, therapeut, verbinder, facilitator, coach, inspirator, regisseur, sleutelspeler, coördinator, beslisser, begeleider, educator) en enkele cruciale competenties beschreven (inlevingsvermogen; verantwoordelijkheidsgevoel; organisatiesensitiviteit; positieve basishouding).

Heel wat elementen vinden we terug in de begeleidingsaanpak van OCB. In het Management en Operationeel Plan van het Onderwijscentrum Brussel (2022 – 2028), wordt de kracht van onderwijsondersteuning als volgt beschreven:

“De houding die het OCB aanneemt ten aanzien van het werkveld (vastgelegd in de organisatiecultuur), wordt zeer gewaardeerd, en versterkt ook het succes van de werking (o.a. ervaringsdeskundig, geëngageerd, authentiek, empathie, kind centraal, respect voor teams, betrouwbaar, toegankelijk, realistisch, kennis van zaken, visie op toekomst, autoriteit…).

Die organisatiecultuur vertaalt zich ook in een unieke begeleidingsaanpak: intensief, nabij, op maat van de noden van leerlingen en leerkrachten, waaier van interventies (van de klasvloer tot op schoolbeleid), theoretische inzichten vertalen naar de schooleigen praktijk, coach- én expertrol…”

Verslag studiebezoek Meertalig onderwijs Luxemburg (Raad VGC, 25 januari 2023)

Woensdag 25 januari 2023 bracht de Commissie voor Onderwijs en Scholenbouw van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een studiebezoek aan het Groothertogdom Luxemburg. Dit studiebezoek kaderde in het nader kennismaken met het meertalig onderwijs in Luxemburg. Tijdens dit bezoek werden ook twee scholen bezocht…

‘De commissieleden vinden het indrukwekkend dat er op school drie talen worden aangeleerd.’ en ‘Na een gedachtewisseling met de hoofden van de twee scholen lieten de Brusselse parlementsleden weten dat zij onder de indruk waren van de structuren die gemakkelijk aan nieuwe behoeften kunnen worden aangepast. Het taalonderwijs in Luxemburg kan als model dienen voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, dat ook gekenmerkt wordt door een grote verscheidenheid aan talen en gemeenschappen.’

Lees hier het volledige verslag van het studiebezoek.

Omgaan met meertaligheid in Luxemburg kwam ook al in deze blogpost aan bod: Taaldiversiteit, onderwijs én Brussel.

10 jaar bloggen…

Ik startte deze persoonlijke blog op 17 februari 2013. Tot augustus 2020 postte ik onder de naam “Onderwijs in Brussel is…” en daarna “Urban Education”, in totaal goed voor 265 berichten.

Sinds januari 2019 creëerde ik een nieuwe categorie over Yoga, Meditatie en Mindfulness op school (zie categorie), die snel heel succesvol werd met ondertussen ook al een 30-tal berichten.

Ik probeer ook systematisch te berichten over het Brussels onderwijsbeleid en de onderwijsdebatten in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (zie VGC Raad), én de werking van het Onderwijscentrum Brussel van de VGC (zie OCB).

In de top 10 van de voorbije 10 jaar komen oa volgende thema’s aan bod: stadsleerkrachten, klasmanagement, leesonderwijs, omgaan met meertaligheid, ouderbetrokkenheid, meditatie op school,…

Top 10 van de voorbije 10 jaar…

  1. Urban education, de grootstedelijke context (1) – 2019
  2. “Worstelen” met klasmanagement! – 2019
  3. Meerwaarde van yoga, meditatie en mindfulness op school! – 2021
  4. Meditatie op school en in de klas? (1) – 2021
  5. Elke ket een goede lezer! – 2019
  6. Op zoek naar STADSLEERKRACHTEN! #vacature – 2021
  7. De “warm demander”-leerkracht… – 2020
  8. Werken aan ouderbetrokkenheid via micro-innovaties! – 2013
  9. Inzicht verwerven in (meertalige) taalontwikkeling! – 2020
  10. Verbinding maken met ketten (3) – 2019

Ik hoop de lezer ook in de toekomst via deze blog te verbinden met de uitdagingen en kansen van grootstedelijk onderwijs (Urban Education), én te prikkelen rond de thema’s focus, rust en veerkracht (yoga, meditatie, mindfulness).

Rosa Parks, yoga & meditatie…

Dr. Stephanie Y. Evans, hoogleraar Black Women’s Studies aan de Georgia State University, onderzocht hoe zwarte vrouwen hun hele leven met stress zijn omgegaan. In 2019 deelde ze foto’s van Rosa Parks in yoga-houdingen en in haar boek Black Women’s Yoga History (2021) gaat ze hier verder op in. In een interview met Yoga Journal zegt Evans het volgende: « Ik wilde de foto’s van Rosa Parks delen om het belang van zelfzorg te onderstrepen. Ik zie meditatie en yoga als nuttige tools bij activisme (ras, gender) en de duurzame strijd voor mensenrechten. Mevrouw Parks maakt deel uit van een groter verhaal over duurzame zelfzorg en stressbeheersing van zwarte vrouwen. »

Het volledige artikel in Yoga Journal kan je hier lezen.

Het boek Yoga Revolution, building a practice of courage and compassion (2021) van Jivana Heyman gaat ook verder in op dit thema.

Lees ook:

Paul McCartney over yoga & meditatie…

Beatle Sir James Paul McCartney is ondertussen 80 jaar geworden en is nog steeds een actieve beoefenaar van yoga en meditatie.

Paul McCartney onderhoudt een regelmatige yoga-praktijk met enkele vrienden. In 2020 vertelt hij in een podcast: “We have this little thing. It’s called ‘The Yoga Boys’ and we do yoga together, and we’re terrible.” Ook meditatie krijgt een plaats in zijn dagelijks leven. Op zijn blog (2015) antwoordt hij op de vraag: “Do you still meditate and do you think it’s had a positive effect on your life?”, het volgende: “Yes, I think it’s great! I think it’s always very good to get a sort of still moment in your day. Whenever I have a chance in a busy schedule, I’ll do it, if I’m not rushing out the door with some crazy stuff to do. But yeah, I always like to take a moment and just meditate. It’s a good thing. I do Transcendental Meditation and I was lucky because I was taught personally by Maharishi.”

Dit artikel van Mail Online (2022) verzamelt enkele foto’s en uitspraken van Paul McCartney over yoga, waaronder deze tweet…

Lees ook:

Voorstel van resolutie: De strijd tegen pesten op school (Raad VGC, 1 februari 2023)

In het Scholierenrapport 2022 van de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) lees ik het volgende: “Scholieren zijn heel erg bezorgd over mentaal welzijn, pesten en grensoverschrijdend gedrag. Een leerling die niet goed in z’n vel zit, kan je toch niets aanleren? Maak werk van een reddingsoperatie gericht op het welbevinden van scholieren.”

Op de plenaire vergadering van de Raad van de VGC (februari 2020) bracht raadslid Fouad Ahidar een confronterende en belangrijke getuigenis over pesten. 

Vandaag (1 februari 2023) wordt in de commissie onderwijs van de VGC Raad een voorstel van resolutie besproken tegen pesten op school (ingediend door de raadsleden Fouad Ahidar, Arnaud Verstraete en Khadija Zamouri). De resolutie looft in de eerste plaats de vele initiatieven en inspanningen die reeds genomen worden, maar doet ook enkele concrete voorstellen “om ons inzicht in pesten in Brussel te vergroten en nieuwe instrumenten te ontwikkelen om pestsituaties te voorkomen en te beëindigen”. Enkele belangrijke punten uit het voorstel van resolutie:

  • ook in het begin van het schooljaar bijkomende aandacht hebben voor pesten;
  • bestaande meldpunten stroomlijnen en bundelen;
  • betere preventie en aanpak van pesten op school;
  • sterkere begeleiding en vorming voor ouders en leerkrachten;
  • multidisciplinaire, externe interventie bij ernstige pestsituaties;
  • betere en continu bijgewerkte cijfers;
  • inzet op herstelgesprekken en psychosociale doorverwijzing;
  • ontwikkelen van actief pestbeleid op scholen.

Je kan de volledige resolutie hieronder lezen. In het boek “Children’s mental health and emotional well-being in primary schools” wordt het antwoord op (cyber)pesten benaderd vanuit een Whole School Approach. In de Onderwijsbibliotheek van het Onderwijscentrum Brussel vind je heel wat lesmaterialen en achtergrondinformatie over pesten.

PS. In A Tale for the Time Being van Ruth Ozeki wordt Nao extreem hard gepest met grote impact op haar mentaal welzijn en dat van haar omgeving.

Taalscreening Koala en het lerarentekort (Raad VGC, 27 januari 2023)

Ook in de plenaire vergadering van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (27 januari 2023), kwamen de onderwijsdiscussies van de voorbije week aan bod: (1) de resultaten van de taalscreening Koala en de rol van ouders en (2) het lerarentekort. Verder was er ook een vraag over inclusie in de schoolteams van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel en over de hervorming van Brede School in Brussel.

Taalscreening in het Nederlandstalige kleuteronderwijs in Brussel

Er werd in de Raad een intens debat gevoerd over het thema. Hieronder verzamel ik enkele belangrijke elementen uit het antwoord van minister Gatz:

De taalscreening

Minister Gatz benadrukt in zijn antwoord “dat taalscreening altijd een momentopname is en geplaatst moet worden binnen een bredere evaluatie van het taalniveau van de leerling. De koalatest past in dit breder kader en is een tool die leerkrachten in staat moet stellen om na te gaan hoever de leerling staat op het vlak van de schooltaal Nederlands en dit met als doel kinderen die om welke reden dan ook een taalachterstand hebben sneller op te sporen en bijkomende ondersteuning aan te bieden. Dat is de essentie.  Het instrument, zoals zijn ontwerper Kris Van den Branden dit weekend nog stelde, moet kansen bieden. Een een-op-een link leggen tussen geen Nederlands praten thuis en slecht(er) scoren op de taaltest klopt volgens de ontwerper van de test niet. Uit studies blijkt dat de opleidingsachtergrond van de ouders doorslaggevend is.”

Taalscreening en ouders

“Onze Brusselse scholen ontwikkelen een actief ouderbeleid vanuit de principes van een gelijkwaardig partnerschap. Via individuele en collectieve oudercontacten, schoolpoortcontacten, openklasmomenten gaat de school in interactie met de ouders. In dit ouderbeleid is er ook aandacht voor de onderwijsondersteunende rol van ouders: bijvoorbeeld interesse tonen voor de school, een rijk taalaanbod in de moedertaal, in een rustige studeerplek voorzien, het kind aanmoedigen om huiswerk te maken, het kind laten participeren aan een Nederlandstalig vrijetijdsaanbod…”

“De scholen, Brede Scholen, maar ook andere projecten helpen ouders in hun zoektocht om voldoende taalkansen te creëren voor hun kinderen. Ook het Huis van het Nederlands ondersteunt scholen via het aanbieden van infovergaderingen en taallessen op scholen voor anderstalige ouders. Daarnaast is er voor de meest kwetsbare doelgroep het scholenproject Ligo Brusselleer met het project ‘Welkom in de klas’. Op een vaste dag in de week komen ouders een half uur met hun kind meespelen in de klas. Ze doen samen een taalstimulerende activiteit in hun thuistaal met als doel ouders te betrekken bij de klas, ouders bewust te leren omgaan met taalstimulering en de relatie tussen de leerkracht en de ouders te versterken.”

Conclusie

En de minister besluit: “Ik ben ervan overtuigd dat ouders bestraffen omwille van het taalniveau van hun kind niet enkel contraproductief is, maar ook van weinig wetenschappelijk inzicht getuigt. Ik sluit me dus zeker niet aan bij die aanpak.”

Leerkrachtentekort

Uit het verslag haal ik even dit – toch wel hoopgevend – stukje antwoord van minister Gatz: “Wat de vacatures aangaan, hebben we sinds begin januari 315 niet-ingevulde vacatures. Dat aantal is vergeleken met de vorige jaren niet gestegen. Daarmee zijn we niet tevreden, maar de laatste jaren was er steeds een stijging. De stabilisering van het aantal niet-ingevulde vacatures is te verklaren door de toename van de zijinstromers. Twee schooljaren geleden hadden we 268 zijinstromers, nadien 302 en vandaag zijn het er 412. Dus bieden de maatregelen die tot nu toe zijn getroffen zowel van de Vlaamse overheid als van ons, enig soelaas. We zetten daar dus verder op in omdat het de beste kansen biedt.”

Je kan het volledige verslag hier lezen (met ook het debat over inclusie in de schoolteams en de hervorming van de Brede School in Brussel).